Lezen

Bittere verjaardagstaart

“Nee de verjaardagstaart moet niet gesneden, dat doe ik zelf wel,” antwoordt hij en legt de telefoon neer. Twee uur later ontwaakt Lize uit een diepe slaap. Ze zit aan een versierde tafel. Er speelt klassieke muziek. Verdwaasd probeert ze rond te kijken maar haar voorhoofd en nek zijn met een lederen riem vastgesnoerd aan haar stoel. Recht tegenover haar zit een meisje. De ogen van het meisje zijn gesloten. Het bloed, dat uit haar neus druppelt, maakt rode vlekken op haar blauwe blouse. “Eliane!”, roept ze verschrikt. Lize wil rechtstaan maar haar handen zijn vastgemaakt aan de leuningen van de stoel. In paniek probeert ze zich los te wringen. “Rustig, Lize”, reageert de vastgebonden persoon naast haar. “Tim, wat gebeurt er? Waarom zijn we vastgebonden?” Aan het hoofd van de tafel zit een man onbeweeglijk voor zich uit te staren. Hij heeft zijn zwarte mantelkap over zijn gezicht getrokken, zodat enkel zijn witte baard zichtbaar is. “Gelukkige verjaardag, Lize en Eliane. Blij dat jullie er zijn. Proef gerust een stukje van de verjaardagstaart. Helaas zal één van jullie mijn feestje niet overleven. Wie van jullie krijgt het stuk taart met de dodelijke dosis gif?”, zegt de man met een vreemde, elektronisch vervormde stem. In paniek probeert Lize zich los te maken. Ze trekt zo hard aan de riemen dat haar armen beginnen te bloeden. Er klinkt een piepend geluid wanneer de mechanische arm in het midden van de tafel in gang wordt gezet. Het bedient de vork dat een stuk van de taart afsnijdt en naar Lize’s mond  brengt. “Gelukkige verjaardag, gelukkige verjaardag,…”, blijft de man herhalen. “Nee, nee, alsjeblief laat me los”, gilt Lize. Ze klemt haar lippen op elkaar zodra de vork aan haar mond wordt gebracht. Ze voelt hoe de riem rond haar nek vaster wordt aangetrokken. Ze kan niet meer ademen en opent haar mond in een poging om meer lucht te krijgen. Het stuk taart wordt tussen haar tanden geduwd. Lize probeert het gebak uit te spuwen maar voelt de halsband weer aanspannen. Ze krijgt een tweede stuk binnen…en een derde… Haar mond begint te schuimen en haar neus begint te bloeden. Haar lichaam wordt slapper en levenloos zakt ze in mekaar. Aan de andere kant van de tafel komt Eliane langzaam weer bij. De riemen waarmee ze is vastgebonden, springen plotseling los.   “Snel”, roept Tim, “maak dat je wegkomt.” Zo snel als ze kan, loopt Eliane de kamer uit. Tim drukt op een verborgen knopje onder zijn rechterhand die de riemen rond zijn lichaam losmaken. Hij staat recht en loopt naar het hoofd van de tafel. Hij verwijdert de mantelkap van de man en een houten hoofd met een witte baard komt te voorschijn. De pop stopt meteen met praten wanneer Tim de zwarte jas losmaakt en een draad van de borst lostrekt. Lachend kijkt hij naar het dode meisje.  “Dit is de straf voor jullie eeuwige pesterijen. Jij zal me alvast niet meer kunnen kwetsen, Lize.”

Johnny
0 0

De zwarte spiegel

“Wie ben je?”, vroeg mijn spiegelbeeld sarcastisch, “hoe komt het dat ik je al zo lang niet meer gezien heb?” Ik keek naar mijn reflectie. Wie wil dat lelijke mens nu in de spiegel zien? Mijn oogleden waren zo hard opgezwollen dat ik mijn ogen maar half kon openen. De rimpels die ik zo haatte, waren diep in mijn gelaat gekerfd. Mijn mooie, lange, zwarte haren waren grijs geworden. Mijn huid was oud en uitgedroogd. De borsten, waar ik zo trots op was, waren uitgezakt. Ik haatte mijn lelijke lichaam. “Ik kan mezelf niet meer aankijken,” zei ik triest. “Wat had je nu gedacht Olivia? Dat je nooit oud zou worden?” “Ik wil weer fris en jong zijn, spiegelbeeld. Ik wil dat alle mannen me opnieuw aandacht geven. De wellustige blikken in hun ogen zien, wanneer ik ergens voorbij wandel. Maar ik wil ook echte liefde ervaren. Iets wat ik altijd heb gemist.” “Als je dat echt wil Olivia, dan kan ik daar voor zorgen.” “Wat bedoel je?”, vroeg ik verrast, “word je een grapjas op je oude dag?” “Neen,” antwoordde mijn spiegelbeeld ernstig, “ik maak je weer jong. Als het dat is wat je wil. Maar er zijn wel twee voorwaarden aan verbonden.” “Echt? Ik zou alles doen om weer mooi te zijn.” “Goed,” zei de gereflecteerde Olivia in de spiegel, “je zal weer jong zijn, maar de volgende ochtend moet je sterven.” Ik had niet veel tijd nodig om daarover na te denken. Mijn leven in ruil voor één dag van geluk? Er was niemand die me zou missen. Niemand die van me hield. Ik kon niet wachten. “Ja,” antwoordde ik opgewonden, “doe het. Maak me jong.” “Er is nog een tweede voorwaarde.” “Ja en dat is?”, vroeg ik ongeduldig. “Ik moet je vertellen wat je zal missen als je morgen sterft.” “Is dat alles?”, vroeg ik, “geen probleem dan. Ik wil niet verder aftakelen.” “Ok dan, je krijgt wat je vraagt.”  Een vreemde sensatie ging door mijn lichaam. De rimpels van mijn gezicht werden gladgestreken. Ik voelde mijn huid weer aanspannen. Mijn borsten werden gelift. Ongelooflijk, ik was weer twintig. “Fantastisch! Ik ben zo blij, “ riep ik uitgelaten. “Olivia, je beseft dat het maar voor 1 dag is?”, vroeg mijn spiegelbeeld. “Ja, dat wordt de gelukkigste dag van mijn leven!” “Wacht Olivia. Alles heeft een prijs. Je kan niet vertrekken zonder dat je weet wat je zal moeten missen.” “Vertel maar, “zei ik afwezig terwijl ik mezelf in de spiegel bewonderde. “Morgen zal je een man ontmoeten, die van je zal houden zoals nog nooit iemand van je heeft gehouden. Eindelijk word je gelukkig. Nooit zal je je nog zorgen maken over je uiterlijk.” Mijn mond viel open. Ik vertrok zonder iets te zeggen. Ik heb geen seconde kunnen genieten van mijn laatste dag op aarde.  

Johnny
0 0

De schipper uit Gaza

  Van sommige mensen snap ik niet hoe ze maar blijven doorgaan, als mieren torsen ze vele malen hun eigen gewicht. Zo iemand was Hassan Albahaar.   Hassan was schipper op zee. Hij beminde het wijde water als zijn vrouw Hana. Zij gaf en nam, trok weg, kwam terug en hij deinde met haar mee. Zijn schip doorkliefde haar golven, ontweek haar klippen. Hij zag telkens opnieuw hoe de zon in haar verdronk, maar bij ochtendgloren kwam hij terug voor haar parels en haar vis. Hassan Albahaar, minnaar van de zee.   Maar meer nog dan van de zee, hield Hassan van zijn twee dochters. Hij vertelde hen verhalen, uit het water gevist, verhalen over Sindibaad, de mythische scheepsjongen. Elke avond na zijn werk, was het eerste wat zijn dochters hem vroegen: ‘Baba, heb je Sindibaad de schippersjongen weer gezien?’ ‘Sindibaad?’ Hassan trok zijn wenkbrauwen op. ’Laat me even denken. O ja, natuurlijk, hoe kon ik dat nu vergeten! ’t Is dankzij hem dat ik mijn beide benen nog heb!’   Het verhaal rolde van zijn tong. Hij viste zijn volgende zinnen uit de ogen van zijn dochters, die flikkerden van verwachting. ‘… en toen Sindibaad net de eerste kop van het monster had afgehakt, vroeg hij hoe het met mijn dochters was. Ik moest eerst de tweede kop afhakken voor ik kon antwoorden. Ik vertelde hem over je prachtig schoolrapport Sanaa! En Mira, Sindibaad was blij te horen dat je je naam al kan schrijven!’ ‘En met wie wil hij later trouwen?’ vroegen zijn dochters. ‘Sindibaad kan niet trouwen, hij heeft last van landziekte.’ Zijn twee dochters zetten een pruillip op.   Toen de oudste Sindibaad ontgroeid was en de jongens hun eerste blikken op haar wierpen, mocht Sanaa met vader mee de zee op. Ze hielp hem de zeilen spannen en gooide het net uit, zo ver ze kon. De zee was rustig en vader vertelde haar hoe diep zij wel was, hoe zij pas brak aan het oppervlak, brak en schuimde op de zeespiegel.1 De lucht, zo sprak Hassan, is blauw omdat de zee dat ook is. Wat hield Sanaa van die zee, met haar onmetelijke diepte waar haar vader vis, parels en verhalen uit rakelde!   Tegen de avond kwam er een verraderlijke wind opzetten. ‘Dit is de laatste worp!’, bulderde haar vaders stem tegen de gierende wind in. Hassan bukte zich om een zeemansknoop te leggen aan zijn kant van het net, toen hij opschrok door het geluid van ijzer dat tegen de mast sloeg. Waar een tel eerder Sanaa had gestaan, wapperde nu vrij de andere hoek van het net. De paniek nam als een djinn bezit van zijn lichaam.   ‘Sanaa!’ De zwarte zee kolkte en Hassans lippen verwrongen. Hij schreeuwde de longen uit zijn lijf, kamde als een razende de waterspiegel af. Hij rende van bak- naar stuurboord, van de staart naar het steven, bleef rennen tot zijn benen hem niet meer konden dragen.   Uitgeput en misselijk zeeg hij neer. De paniek ebde weg, en maakte plaats voor een nieuw gevoel: haat. Hij haatte de zee.   Zijn vrouw Hana rouwde luid en ruw, een maand lang, en ging gekleed in het zwart. Ze rouwde traditioneel, vond in de traditie haar kracht. Zijn dochter Mira was te jong om de dood te kunnen bevatten. Ze voelde enkel het gemis. Sindibaad had haar grote zus meegenomen naar de diepzee. Ze zouden elkaar wel nooit meer weerzien.   Hassan wilde de zee niet meer op. Hoe kon hij vissen in het zelfde water dat hem zijn dochter had ontnomen? In de vroege ochtenduren zag je hem aan de branding staan, in sandalen en zijn uitgerafelde linnen broek. Hij wachtte, wachtte tot de zee het teergeliefde lichaam zou teruggeven. Hij wachtte wekenlang. In zijn slaap zag hij haar steeds weer tussen de golven opdoemen, schuimend en gebroken op de zeespiegel. Die akelige droom zou nooit weggaan, wist Hassan. De andere vissers die hem op het strand tegenkwamen, kregen medelijden en gaven soms wat sardientjes en schol mee, die zijn vrouw thuis in stilte braadde. Ze aten in stilte.   Maar de andere vissers kregen het moeilijk. Iedereen kreeg het moeilijk. Door de politiek raakten er nauwelijks nog goederen de Gazastrook in of uit. Zijn land was een openluchtgevangenis geworden. ‘Zo kan het niet langer,’ prevelde zijn vrouw Hana op een dag. ‘We komen nog om van de honger.’ Zijn dochter Mira staarde wezenloos voor zich uit. Op school had haar juf gevraagd of ze zich wel goed voelde, haar gezichtje was zo bleek. Hassan keek op, keek na lange tijd weer eens echt naar de gezichten van zij die er wel nog waren. Hij zag hun ingevallen kaken, de holle blik in hun ogen. Hij wendde zijn hoofd af van schaamte. Hana heeft gelijk, dacht hij, zo kan het niet langer.   De volgende ochtend stond hij vroeg op, ruilde zijn sandalen voor rubberen botten, en sleepte zijn boot terug naar de branding. Hij moest de zee op, want de zee, de moordenaar van zijn dochter, gaf hem voedsel om de rest van zijn gezin te onderhouden. Het kostte tijd, maar mettertijd, leerde Hassan de zee vergeven. Hij kon haar niet haten, besefte hij. Zij gaf en nam. Hij werkte nu nog harder dan voorheen, voer uit lang voor de zon opkwam en had zijn eerste buit al binnen toen de andere vissers de koorden nog maar van de aanlegpalen hadden losgemaakt. Op de markt schreeuwde zijn vrouw Hana de longen uit haar lijf om alle vis aan de man te brengen.   Zo schreden de jaren voort en Hassan voelde hoe de tijden veranderden. Mannen met baarden waren gekomen en zeiden dat de onderdrukking van hun volk hun eigen schuld was, een straf van God omdat zijn onderdanen niet onderdanig genoeg waren. Hassan wist dat ze fout waren. God was als de zee, hij gaf en nam. Maar de hemel was de zee vergeten, merkte Hassan op. Zij was niet meer blauw. De hemel was niet meer de weerspiegeling van het water. Zij was grijs geworden, en donkerrood, verlicht enkel door de bommen van de oorlog.   Mira’s gezicht had weer kleur gekregen. Zij dacht vaak hoe haar zus met Sindibaad de zeeën bevoer, zag hen samen aan het stuur staan. Hij met een vogel op de schouder, zij met drie dolken om haar middel. Wat zou ze toch graag opnieuw haar vader horen vertellen. Ze wist dat achter zijn verroeste zeemanslippen een schat aan verhalen besloten lag, maar ze durfde er niet naar vragen. Elke dag na het spelen op het strand, wanneer ze met haar vriendinnetjes uitgeteld op haar rug in het zand lag, vertelde Mira zelf. Het zeemansleven was niet gemakkelijk, maar Sanaa had zichzelf onmisbaar gemaakt op het schip van Sindibaad. Dankzij haar was hij al aan de verschrikkelijkste doden ontsnapt. Mira’s vriendinnen hingen aan haar lippen, en zelfs de jongens staakten hun voetbalmatch om binnen hoorafstand op het strand te komen liggen.   Die dag hing de stofwolk van de oorlog dreigend boven de stad. De grijze lucht deed Mira denken aan het Schotse klimaat, waar haar zus en Sindibaad toevallig een stekje hadden. Met haar handen de vestingmuur van een zandkasteel aankloppend, begon ze te vertellen: ‘Sindibaad kreeg deze burcht cadeau van een bevriende Schotse graaf, Mac Flury. Indertijd heeft Sindibaad hem eens van de verdrinkingsdood gered in het Loch Ness, maar dat is een heel ander verhaal. Het slot telt vele gastenkamers. Dat moet ook wel, want vanuit de verste uithoeken van de wereld komen alle vrienden van Sanaa en Sindibaad er samen voor het Suikerfeest.’ Mira tekende ramen met zicht op zee op de muren van het zandkasteel. ‘Er zijn wel genoeg bedden om onze hele wijk te laten logeren. We kunnen vast daar terecht als de oorlog blijft duren.’ ‘Ja!’ riepen de meisjes in koor. Ze begonnen prompt met de aanleg van een danszaal, boogschietveld en Turks bad in het zand. Niemand hoorde het suizen van het projectiel.   Later troostten hun familieleden elkaar door te zeggen dat ze vredig waren gestorven, luisterend naar de fantastische verhalen van de kleine Mira. De bom kwam totaal onverwacht. Ze hadden geen pijn geleden.   Hassan en Hana zeiden geen woord toen ze het nieuws hoorden. Hassan sloot zijn ogen. Ze hadden dit scenario al besproken. Deze plaats had hen niets meer te bieden. Ze liepen samen naar de oude vissersboot. Niemand hield hen tegen. De zee was geen vijand, zij gaf en nam. De zee fluisterde, de oorlog schreeuwde. De oorlog nam alleen, nam veel. Ze had zijn tweede dochter genomen, en die van zijn buren, en van zijn achterburen. De oorlog was onnatuurlijk. Hassan kon haar niet plaatsen, zij kwam overal. De oorlog had geen branding als uiterste punt. Ze was onberekenbaar. Daarom haatte hij haar. Haar kon hij niet vergeven.  

Johannes D.
41 0

De slak die haar huis niet uit wilde komen (Deel II)

"Maak het kort alsjeblief, ik heb wel wat anders te doen dan die bende van jullie bezig te houden" sprak Regenworm geërgerd toen hij zijn kale kop boven de grond stak. "Nou, nou meneer Worm, ik zou bijna denken dat u vanmorgen met het verkeerde been uit bed bent gestapt, maar dat kan natuurlijk helemaal niet."  Dat was de onmiskenbare zacht zoemende stem van juffrouw Bij.  Zij werd door iedereen graag gezien. Had je problemen met je wintervoorraad dan kon je bij haar wat honing lenen en als je een probleem had met de buren dan kwam ze graag even bemiddelen. Kortom, juffrouw Bij had voor zichzelf een bepaalde status verworven. "O, juffrouw Bij " sprak Regenworm duidelijk geschrokken " U hier. Is er iets? Heb ik misschien iemand voor het hoofd gestoten?" vroeg Regenworm met plots teruggevonden nederigheid. "Meneer Worm we hebben een groot probleem en we hebben uw hulp nodig" stak juffrouw Bij meteen van wal.   Vlieg was langsgeweest. Hij kwam uit het oude huis waar de  Tweepoters wonen. Hij had er opgevangen dat de tuin vanaf morgen grondig aangepakt zou worden. Niets zou nog hetzelfde blijven. Een Tweepoter zou zelfs gezegd hebben dat alles dan maar weg moest. Nu hadden de medebewoners tot op vandaag nog niet veel last gehad van de Tweepoters. Sinds zij het oude huis hadden ingenomen waren ze amper in de tuin geweest. De enige die niet te spreken was over de Tweepoters was mevrouw Spin. Niet alleen hadden ze al haar webben vernield maar ze was ook nog eens het huis uitgezet.  Ze was verbannen naar het gammele schuurtje. Als de Tweepoters naast het oude huis nu ook de tuin zouden gaan inpalmen dan zouden ze allemaal dakloos worden. Juffrouw Bij was alvast langsgeweest bij de oude Spin om te bemiddelen. In ruil voor kostbare vlierbloesemhoning kreeg iedereen een plekje in het gammele schuurtje. Net zolang tot ze een nieuwe woonst hadden gevonden. “Nou “ zei Regenworm “ dat hebt u mooi opgelost. Dank voor het verwittigen, ik kom er zo aan”. “Niet zo snel,” zoemde juffrouw Bij “we hebben nog een probleem”.

Henri
0 0

Sterfoefeningen (5)

  Om dezelfde reden bestaat er liefde voor cicaden, voor de onschuld van een kikkertong. Ik zweeg. Veel hing er niet meer van af. Het was de allerlaatste date, een laatste kans, zou je kunnen denken en over de fluit kan gezegd worden dat hij groot genoeg is, over de lieve Lada Niva dat hij omnium verzekerd is (dat waren mijn woorden).   Het voltrok zich in een fonduerestaurant. Besteld was een fles water, die beloofd had zacht te bruisen. Buiten lagen de graanvelden er geschoren bij en haar vrucht was een glinsterding, een sterfoef, knipkunst en een roos was in haar vel gebrand (zo zei ze). Las ze iets van mij?   Een ober bracht een pot op poten. De olie is heet, let op (sprak hij). Daarom is het beter om nog wat rond de pot heen te draaien met de roestvrijstalen spiesen, eerst van het water, van de teleurstelling te proeven.   Gelukkig kwamen we uit hetzelfde dorp. We wisten wat te zeggen. Zij woont wel niet zo dicht bij de grens, langs de Steenweg op Neumunster. Ja. Dicht bij het onverkoopbare zelfmoordhuis (legde ze uit).   Dat het pand te kraken is, er een dompelton is, de waterleiding niet eens afgesloten sinds de feiten (ze ging maar door) en ik stak mijn spies in een tuutje merguez. Hoe ik het heb kunnen volhouden, al die tijd? Het lijkt een wonder (dacht ik).   Ik nam alvast slokken water, werd stilaan doof en het ontging mij. Dat alles eetbaar is. Onderbroeken. Pijnboomwortel. Zonnepanelen. De excrementen van de laatste ijsbeer. Leeg stond ze op tafel, een waarborgfles en ik betaalde.         uit de reeks 'Schrijfoefeningen voor de dood'  

Bernd Vanderbilt
0 0

Psychoanalyse van de liefde

Ik vind het heel normaal dat jongens graag met hun vrienden weg gaan en wat pintjes drinken. Ik wil je dat ook echt gunnen. Ik wil niet het lief zijn dat zaagt over een pintje te veel of te weinig. Daar gaat het ook niet eens om meestal, maar dat is het punt waarop ik het moeilijk krijg. Weten dat je kiest voor de vrienden en de pintjes boven mij. Zeker nu, ik hoopte dat je na het werk met de jongens toch nog even tot bij mij zou komen. Niet omdat ik je miste of te weinig gezien had, maar omdat het zo gepland was. Als in mijn hoofd iets gepland staat, dan kan ik niet omgaan met verandering. Ik hoopte dat er gewoon een evenwicht te vinden was tussen mij en je vrienden. Ik snap ergens ook wel dat je dat vandaag niet gevonden hebt omdat we elkaar al zo vaak zien. De vrienden mogen wel is voorgaan, dat vind ik ook. Maar dan zou ik dat liever niet te weten komen met een zatte sms. Dat lijkt voor mij alsof het helemaal niet belangrijk was om onze afspraak na te komen of hem toch op een deftige manier af te zeggen. Ik had een hele dag uitgestippeld in mijn hoofd. De plannen veranderden, oke, dat was niet jouw schuld. Ik vroeg dus om wat vroeger te komen en dat ging niet, ook niet jouw schuld. Maar zelfs op het uur dat we normaal hadden afgesproken kon je dan ineens niet meer komen omdat je te veel gedronken had. Ik had mijn dag al veranderd zodat jij iets vroeger zou kunnen komen, ik had al plannen afgezegd. Ik wil niet verwachten dat jij evenveel voor mij zou doen als ik voor jou, maar ergens doe ik dat precies toch wel. Waarom raakt het me anders zo?    "De liefde is maar een bezigheid in het leven van de man, terwijl voor de vrouw de liefde het leven zelf is."

Layla Clarke
0 0

De hoer

Iedereen wil haar neuken, haar gouden gewelfde vormen tot de zijne nemen. Zij laat niemand onberoerd, zelfs diegene die frigide-gewijs het hoofd afwenden. De geur van lust overstijgt alles en iedereen. Niemand blijft onbezoedeld. Op een klare dag zal de man inzien dat geld de hoer van de samenleving is.   Het moment dat hij in haar vergulde gratie valt. Zijn de dagen van overvloed. De zon schijnt bij haar waken en slapen. De mens vergeet de eenzame strijd in de kille dagen voor zij er was. De dag is geel en de toekomst kleurt roze. Doch, de liefde voor de hoer maakt mening man duister als steenkool.   Maar, heeft zij lief? Schitteren haar ogen bij het aanschouwen van de verleidende. Of zijn haar ogen dof en kil, tot zij krijgt wat zij wil. Niemand kan beweren dat zij daar eeuwig is. Of zelfs maar één dag langer daar is, enkel voor jou. Ze draait haar wulpse kokette kont weg nog voor je afscheid kan nemen met een laatste streel. De kussen die je deelde behoren nu tot een ander toe.   De man die blindelings verliefd wordt in haar bevalligheid, is een dwaas. Hij zal op de klare dag ter aarde storten. Helse kraters zullen zich vormen in zijn hart, als een meteorietenregen. Op zijn eigen gewijde grond. Miserie troef is het lot van de slaafse beminnaar en verder hopen zijn bestemming. Dat hij opnieuw in de gratie van haar weldoen mag komen.   Want wie haar eens bezat, en haar eens verloren heeft. Zal immer smachten naar haar zoete zonde. Wie wil deelnemen aan de samenleving kan niet zonder de hoer. Wie voorwaarts wil, kan niet zonder haar gunst. Wie smacht, versmacht.

Tim Berghman
23 0

Achter de boeken 2- Marieke - Opdracht 5

Achter de boeken - 2   Eindelijk! Het school is gedaan. Morgen de rapporten, maar de examens hebben we gehad. Ik ben niet bang voor mijn rapport. Ja, er zal wel wat instaan over gedrag, maar de examens zijn vlot gegaan. Vake zal me wel even nog naar mijn voeten geven daarover. Maar het kan me niet veel schelen. Als hij het al ziet. Want zijn aandacht is de laatste weken niet zo bij ons. Hij is verliefd. Eerst wisten we niet welke van de twee zussen het was. Ze kwamen samen op bezoek en hingen allebei aan zijn lippen. Nu is het wel duidelijk, het is de jongste, zij helpt hem nu met zijn rapporten te illustreren. Rare school waar hij werkt trouwens, die maken rapporten met tekeningen en zonder punten. Het gaat precies wel snel met zijn nieuw lief, vind ik, moeke is nog maar een dik jaar geleden gestorven en hij komt al met een ander aan. En die brengt dan ook nog is twee kinderen mee. Een klein ventje nog en een meisje dat me amper aan durft te kijken en zich achter haar boeken verstopt. Vake spreekt al over samen een huis kopen. Is dat niet wat hard van stapel lopen? Moet dat nu mijn nieuwe moeder worden? Dat zal niet waar zijn hé, zij moet zich niet met mij gaan bemoeien.   En nu ga ik feesten. Eerst op het pleintje wat rondhangen met de gasten, dan naar ’t café waar ook die meiden komen. Nog effe voor mijn look zorgen en ik doe mijn flitse trui aan, dan kunnen ze niet naast me kijken. Als ze nog wat goeie muziek draaien placeer ik nog een danske vanavond. Dan gaan ze weer kwijlen die grieten. Ze zien me wel staan! Ik heb keuze zat. Dat wordt zalig deze zomer, op het plein hangen en op versiertoer. Yes, vakantie, here I come!  

Marieke Genard
0 0

Schaamrood

Ik liep te dralen voor de ingang. Telkens als ik dacht voldoende moed verzameld te hebben, kwam er iemand aanlopen. Telkens deed ik alsof er niets aan de hand was, en liep door.   Het moest er toch een keer van komen. Ik raapte al mijn moed bijeen, en liep naar binnen. Langs smalle gangen zocht ik mijn weg, displays vol aanlokkelijke aanbiedingen versperden de weg. Het was slalommen langs winkelende mensen, op hun gemak kijkend op etiketten, tegelijkertijd zwaaiende winkelmanden ontwijkend.   Eindelijk had ik me een weg gebaand tot achterin de winkel, waar ik kon vinden waar ik naar op zoek was. Ik had een voorbeeld verpakking bij me, hoe ik ook zocht, ik kon het niet vinden. Er was natuurlijk geen winkelbediende in de buurt. Zucht. Maar eens kijken of de omschrijving op de verpakking in de buurt kwam. Op goed geluk koos ik er een.   Met mijn 'buit' onder de arm baande ik me een weg naar de kassa. Schichtig ontweek ik de blikken van andere mensen. 'Opzij, opzij, opzij! Maak plaats, maak plaats, maak plaats!', dacht ik, iedere keer als iemand in de weg liep. Het scheelde niet veel, of ik had het uitgeschreeuwd! Maar ja, dan vestig je helemaal de aandacht op je. Dan maar op mijn lip bijten!   Ik had zowaar de moed om aan de kassajuffrouw te vragen of ik inderdaad het juiste product te pakken had. Op haar bevestigende knik volgde een vast hoorbare zucht van verlichting. Ik hoefde tenminste niet nóg eens...   Nu volgde pas echt een test van mijn moed en doorzettingsvermogen. Mijn auto stond ongeveer 500 meter verderop. Een lange mars begon, een 'walk of shame', mijn aankoop angstvallig onder de arm geklemd, zichtbaar voor alles en iedereen. Ik was zo slim geweest om geen (plastic) tas mee te nemen. Vanzelfsprekend.   De nieuwsgierige blikken waren onvermijdelijk en onontkoombaar, hoe ik ook probeerde mijn aankoop te verbergen. Mannen keken me meewarig aan, met een blik van 'Je vrouw heeft je zeker op pad gestuurd? Stakker!', of met een blik van herkenning. Vrouwen keken juist vertederd, met een blik van 'Wat een schat, dat hij dat voor zijn vrouw doet!'   500 meter hadden nog nooit zo lang geleken, na wat een eeuwigheid leek, kwam ik eindelijk bij de auto. Snel deed ik mijn aankoop in de kofferbak. Het zat er op!   Met het schaamrood op de kaken liep ik over straat. De volgende keer haalt die lieve schat van mij lekker zelf maandverband!   Website: www.eigen-wijs-heden.nl E-mail: info@eigen-wijs-heden.nl

EigenWijzer
0 0