Lezen

lof

En hoe komt het toch dat ge elk vreemd geluid hebt gehoord, maar als ik u vraag of ge de krekels hoort, zegt ge van niet. Je hoort ze echt niet. Ik kan er niet van slapen, begot. Die krekels waar ik in mijn bloemlezingen aan mij, mezelf en ik in mijn arm doch zalige geest zoveel over zing. Zo schoon, die krekels. Exotisch. « Ik heb me nog nooit zo wit gevoeld », is blijkbaar iets dat hier wel vaker wordt gezegd. Je m’explique. Ge zult het waarschijnlijk niet geloven, maar we zijn allemaal witter dan we denken. En dat is echt verdomd hallucinant als ge daarmee geconfronteerd wordt. Enjoy your guilt, if you have some. Hé sorry dat ik u wakker maak. Ik moet u iets zeggen. De anderen slapen met hun lichten aan, omdat T. bang is in het donker. Gij kunt ook met het licht aanslapen, zei ge. Geen probleem. Deken over het gezicht. Ik zeg zaken zoals « mijn slaap is heilig » en « kunt ge uw licht uitdoen als ge slaapt ». Ik kom van een kamer voor mij alleen van zolang ik mij kan herinneren. Gij komt van een bed waar ge met uw broers in sliep. Gij, die altijd zegt « ik ben moe » of op betere dagen « ik heb zoveel honger maar ik ben te moe ». Ik stockeer voeding (ge weet nooit) en klaag over insomnia. Zo vaak zegt ge « ik ga deze taak nog afmaken » en zie ik u vervolgens slaapwandelend uw bed in kruipen. Ik leg maar al te graag uit waarom met verse groenten koken gezonder en fruit een noodzaak is. Gij ziet mij luxe-producten kopen - try olijfolie - wijl gij uw boef op de voedselbank haalt. We leven samen maar leven niet hetzelfde leven. Ge moet vrijwilligerswerk gaan doen, van de Staat, omdat ge een studiebeurs van hen krijgt. Gij zit in de shit. En ge wordt er net genoeg uitgehesen opdat ge de shit van een ander kunt gaan opkuisen. Als dank-U. Puik. Ik wil zo vaak sorry uitschreeuwen of mompelen, ge weet hoe dat gaat. Maar hoe altruïstisch ook van mijn eerlijke en vooral propere ziel, het geweten willen verlichten gaat niet als ik weet dat jullie weten dat wij het goed genoeg geweten hebben. We zijn zo verschillend in onze gelijkenissen. Exact zoals Sartre dat deed, maar dan met iets minder intellect, tact en medeleven. Want wie maakt de analyse? Juist. ja. Dat paternalistische, dat krijgt ge er niet in één klap uit. Dat blijft. Een klein beetje Hitler in elke blanke mens? Kom, zeg. Alle blanken de zaal uit? Reverse Racism! Dit is allemaal al eens gedacht. Exact helemaal over nagedacht. Al verwoord, herdacht en opnieuw bedacht, maar hetzelfde. Één pot nat. Prachtig. Niets nieuws heb ik aan te brengen, al wat ik denk is reeds verzonnen, zodanig herhaald en uitgekauwd. « Let me guess, » zei iemand vandaag. « You’ve never felt so white before? »  

Pseudoniem
0 0

Relaas over de superioriteit van het Westen. In de depressiviteit.

Het leven is anders hier. Meer verantwoordelijkheden. Op de lange termijn. Je hebt minder het gevoel van groot nut te zijn omdat je minder snel je problemen overwint. Je krijgt minder vaak resultaten geboekt en je krijgt al even minder schouderklopjes op de weg er naartoe. Je kijkt mensen minder in de ogen en er is zo’n afstand die zelfs op fysiek vlak is waar te nemen, die fameuze beschermende bubbel van privacy, om elke mens. De lach-en op mensen hun gezicht zijn niet echt hier, het is een kopie, van iets wat ze op de televisie geleerd hebben. Ik voel me dom, als ik met hen in conversatie treedt, die mensen. Ik voel me dom, omdat ik niet meer met ratio alleen redeneer. En zelfs die wetenschap die broedt op kennis, feiten en objectiviteitstheorieën in de hiërarchie der dwazen is niet het enige wat scheelt. Er scheelt veel hier, in deze maatschappij, in deze superieure, Westerse, domme, inherent zieke en veeleer arrogante maatschappij. Ik ben zo boos dat ik het niet eerder zag. Ik neem me dat kwalijk. Ik draag een deel van dat arrogante in me, en ik wil het uit mijn lichaam krijgen. Wat wij eten, wat wij inademen, wat wij van stress met ons meedragen, hoe wij elkaar aanspreken, hoe wij eigenlijk geen zak om elkaar geven of hoe we er althans weinig aan doen om dat te veranderen: hoe we weinig als collectief om elkaar kunnen geven. Het is zoveel en in zoveel kleins, het zit in onze gezichtsuitdrukkingen, waarom tonen wij niet? Er is geen licht. Donker is het hier. De straten zijn anders. Grauw, blauw is echt verleden, leven er hier gelukkigen? Ik zie ze nooit, zij, zij die stralen, zij lopen niet op straat. Ze zijn er niet, of ze stralen op een ander. De straatlampen zijn stuk, de universiteiten, zij blinken, maar zij hebben geen karakter, zij schijnen niet. De zwervers op straat spreken zelfs in de wartaal der verloren kuddedieren, maar zij denken, zij zien de wereld voor wat het is, niet ingepakt in die versierde kerktoren met zo’n zilveren schotel die je in slaap sust en valse dromen doet najagen. Ik klaag je aan, Westen. Je hebt het helemaal mis.

Pseudoniem
0 1

De feniks (Hoe blaas je je project nieuw leven in?)

Breng je uitgedoofde roman terug tot leven                         Doelgroep:   Gevorderde schrijvers (16+) die een project (Roman, lang verhaal, …) hebben liggen waar ze geen einde aan lijken te kunnen maken of waaruit de fut verdwenen is.   Beginsituatie:   Ze hebben een (langer) werk dat als basis zal dienen voor de cursus.   De cursisten kennen of hebben noties van: de structuur van een verhaal vertelstandpunt focalisatie (de stem van het verhaal) dialogen   De cursisten kunnen: een synopsis schrijven focalisatie herkennen   Leerdoelen: Er zijn talloze cursussen die je op weg zetten om een nieuw verhaal te beginnen, maar wat doe je met een project dat begonnen is, maar nooit het daglicht te zien krijgt?   Je hebt een verhaal in je schuif liggen dat maar niet af geraakt? Wat met die roman die je al zo lang wilt publiceren, is hij goed genoeg? Waarover gaat hij? Is de toon juist?   De cursisten leren: vaktechnisch: het definiëren van hun premisse het zoeken naar een vertelstem (vocalisatie) het invullen van de verhaalstructuur het schrijven van een representatieve synopsis te experimenteren met bestaand, eigen materiaal het herschrijven / bewerken van hun eigen tekst een verhaal te analyseren   extra-curriculair: feedback geven op elkaar en zichzelf idee-fixen los te laten kritisch te zijn   De cursisten krijgen op het einde van de sessie een frisse blik op hun project door middel van experimenteren met en condenseren, analyseren en herwerken van hun bestaande tekst.                 Uitwerking   1 De Premisse   Inleiding (15 min.)   Onafgewerkte verhalen hebben vaak een ontbrekende of wankele premisse. Wat wilde je eigenlijk zeggen? Waarheen leidde je verhaal? Ergens in het proces ben je het overzicht verloren in de zijlijnen van de verbeelding.     De beste verhalen hebben vaak een erg eenvoudige premisse. Denk aan The Godfather -> wraak leidt tot macht Het Monster van Dr. Frankenstein -> knoeien met ‘de mens’ leidt tot ongelukken The Great Gatsby -> dromen leidt tot destructie …   Wat is een premisse nu weer? In de voorbeelden valt wat op?   Iets leidt tot iets anders.     Dat kan positief zijn: oplichten leidt tot succes (Wolf of Wall Street); of negatief: communisme leidt tot onderdrukking (Animal Farm). De richting van je premisse (pos. of neg.) bepaalt je einde van je verhaal (happy end, …)   Ergens in je verhaal maakt je hoofdpersonage een belangrijke keuze. Wat is het uiteindelijke gevolg van die keuze? Dat is je premisse.   Opdracht (5 min.)   Denk aan je favoriete (bekende) verhaal. Zoek de premisse. Loop rond, klamp een medecursist aan en vertel de premisse van je favoriete verhaal. Laat je medecursist raden naar je favoriete verhaal. Klopt het? Vertel hem / haar om welk verhaal het gaat. Klopt je premisse volgens hem / haar?   Keer om: medecursist vertelt jou zijn / haar premisse   Herhaal: zoek een andere medecursist en herhaal de bovenstaande stappen.   Reflectie (10 min.): Konden de anderen je verhaal raden? Hadden ze een betere premisse voor jouw favoriete verhaal? Vond je zelf een betere? Waar lag je fout? Bespreek in klassikaal.   Opdracht 2 (15 min.)   Neem nu je eigen verhaal. Wat is jouw premisse?   We herhalen nu opdracht 1 in die mate dat we rondlopen en medecursisten onze premisse vertellen, maar nu moet je medecursist een invulling geven aan die premisse.   Bv. Je premisse is “Jezelf openstellen leidt tot liefde” Je medecursist kan die premisse nu invullen naar eigen smaak. Strenge baas neemt zijn werknemers mee op uitstap en ontdekt dat hij en de poetsvrouw meer gemeen hebben dan op het eerste gezicht lijkt. Gescheiden man neemt zijn aan lager wal geraakte vriend in huis en ontdekt dat zijn huwelijk misliep omdat hij homo is, hij trouwt met zijn beste vriend.   Zoals je ziet kunnen de uitkomsten vreemd en erg uiteenlopend zijn. De premisse heeft immers niets te maken met plot of personage, maar met de inhernte boodschap. Verhalen met dezelfde premisse, hebben altijd dezelfde kern.   Schrijf de verhalen die je medecursisten je geven op. Vergelijk ze met elkaar Klopt de kern met wat jij wil zeggen? Herken jij je verhaal erin? Indien ja: Prima! Verzin varianten op je verhaal. Indien nee: Hoe kan je je premisse verbeteren? Verzin zelf varianten op je verhaal. Wat hebben ze gemeen? Herleidt de kern van je varianten tot een nieuwe premisse die beter aansluit bij wat jij wil zeggen.   2 De structuur   Inleiding (15 min)   Nu je je premisse juist hebt, kan je gaan kijken of je structuur klopt. Een roman of een langer verhaal bestaat uit één plot en een of meerdere subplots. Je hoofdidee geraakt soms ondergesneeuwd onder de kleinere gedachten of acties die je verhaal rijk zijn. Door een duidelijke structuur op te stellen, krijg je zicht op wat er écht telt.   Elk verhaal heeft eenzelfde structuur:   Er is een beginsituatie waarin je hoofdpersonage zich bevindt: EXPOSITIE Je hoofdpersonage wil of moet veranderen: PLOT POINT Je hoofdpersonage ondervindt steeds grotere hindernissen: HINDERNISSEN Er lijkt Het wordt positief: WENDING Je hoofdpersonage loopt tegen de grootste hindernis aan en moet een keuze maken: ga ik door (positief) of geef ik op (negatief): CRISIS Je hoofdpersonage wordt met zijn neus op de gevolgen van zijn keuze gedrukt: CONFRONTATIE Afronding van je verhaal: ONTKNOPING   Visueel ziet dat er als volg uit:             Opgelet! De verhaalstructuur volgt niet noodzakelijk je vertelstructuur. Je kan bv. perfect je roman beginnen net voor de crisis, maar alle punten moeten er wel in voorkomen.           Opdracht (45 min.)   Teken de verhaalstructuur van je project. Plaats de cruciale scènes op je piramide. Controleer of je structuur klopt (heb je alle punten, heb je een kernscène bij een punt kunnen plaatsen? Nee? Misschien is het dan toch geen kernscène?   Stel je structuur voor aan je medecursisten. Medecursisten geven feedback. Controleer structuur n.a.v. feedback     3 Focalisatie en standpunt   Inleiding (15 min.) Hoe je je verhaal vertelt is zeker zo belangrijk als het verhaal zelf, sommigen zeggen zelfs nòg belangrijker. Beeldt je eens in hoe Lolita zou klinken als het verteld werd door Lolita zelf, of haar moeder? Humbert Humberts stem is zo sterk verbonden met het verhaal dat we de erudiete man al zijn zonden haast lijken te vergeven. Of wat dacht je van De Avonden, verteld door een opgewekt, vrolijk meisje. Het hele verhaal verandert onmiddellijk.   Wie je verhaal vertelt en op welke manier brengt de sfeer binnen. Misschien heb je een ijzersterk verhaal in je handen, maar wordt het niet op de juiste manier verteld? In de volgende opdracht gaan we op zoek naar de juiste focalisatie.   (optioneel: Geef je cursisten een stukje tekst uit bv. Lolita en laat ze de focalisatie effectief veranderen, Humbert Humbert als oude, domme man…?)     Opdracht (30 min.)   Kies uit tien foto’s twee mensen die mijlenver van je verhaal staan. (Vertelt een klein meisje je verhaal normaal gezien, neem dan een oude man) Kies één persoon die het verhaal vertelt Kies de tweede persoon aan wie het verhaal verteld wordt. Herschrijf een scène vanuit je nieuwe stem. Denk eraan dat je het karakter van je personage niet moet veranderen, enkel zijn of haar stem doet dat! Hoe voelt dit? Wordt je verhaal grappiger, grimmiger, serieuzer, saaier, …? test enkele stemmen uit (Optioneel (indien de tijd het toelaat en de cursisten ervoor openstaan): voorlezen + feedback     4 De synopsis (huistaak)   Inleiding (15 min)   Schrijf een (nieuwe) synopsis van je project. (Max 1 A4) Denk aan: Duidelijke premisse Stel je belangrijkste personages voor Plaats het in de juiste setting / locatie Schrijf gefocaliseerd (cynisch, grappig, kinderlijk, etc..) Zorg dat je verhaalstructuur herkenbaar is (Het einde kan later weggelaten worden om de lezer in spanning te houden)          Bronnen: Academie, Literaire creatie, B. Peeters Bird by bird, A. Lamott How to write a damn good novel, J. Frey

The Mahatma
0 0

Doe jij het veilig op je werk? Geel

Doe jij het veilig op je werk?   Waar denk jij nu aan? Heb je vragen of suggesties, schrijf ze op een post-it en hang ze onderaan op de witruimte van deze affiche. Ik kom erop terug. Beloofd.   Als een kind Je dochter van 3 wil niet eten. Wat doe je?   Je geeft haar een snoepje na het eten Grote kans dat ze begint te eten Jij eet een hapje van haar bord. “Mmm lekker” Grote kans dat ze ook een hapje neemt. Zonder eten naar bed? Grote kans op een hysterische huilbui en een kamer die op zijn kop staat Of je laat haar bord staan. Ze krijgt niks anders te eten Grote kans dat ze haar bord leeg eet als ze honger heeft   Bevestiging werkt Ook op je 33 ste werken deze acties en reacties zo. Op je 63ste evengoed.   Je ziet een onveilige situatie op je werk. Je meldt dit aan je werfleider Je krijgt een ticket voor de bioscoop als dank voor je melding   Je manager, de meest stijve hark die je kent, hijst zich in een werkbroek. Hij gaat met jou de hoogtewerker op, compleet met volgelaatsbescherming en werkbak om jou te tonen hoe je veilig last op hoogte Grote kans dat dit beeld in je hoofd blijft hangen. En dat je er zo aan denkt veilig naar boven te gaan. Een voorbeeld helpt.   De deadline op de werf wordt niet gehaald. Je baas trekt je verlof in. Geschrokken en misnoegd over de actie van je baas, dwalen je gedachten af. Je struikelt over een pallet met materiaal. De schade laat zich raden. Jij en je baas? Allebei verder van huis Straf laat op een pijnlijke manier de verhouding tussen macht en onmacht zien. Niemand wordt er beter van   Weet je nog aan wat je dacht toen je titel van deze affiche las? Had het te maken met veiligheid op het werk? Of net niet? Heb je intussen ideeën om met je collega’s een veilig traject van denken, durven, doen af te leggen?   Met het oog op veiligheid Installeer een brievenbus “Veilig werk, werk veilig” in de koffiekamer. Spoor je collega’s elk seizoen, in alle veiligheid, aan om oren en ogen open te houden en hersenen te laten kraken. Werkgever, preventie-adviseur, ga aan de slag met die ideeën. Nu of nooit.   4 jaargetijden lang De bedenker van de veiligste suggestie wint op het einde van de zomer een rit met de bierfiets voor zijn team.   Het thema voor de herfst? Welke procedure loopt veilig en wel? De winnaar van de loting krijgt …   Voor de winter: wat kan beter? De meest overtuigende inzending wint een workshop “Weten, willen, waarmaken” voor zijn afdeling. De preventie-adviseur geeft de sessie.   Nog eentje voor de lente: wat missen we? Veilig gluren bij de buren kan wonderen doen.   Om uiteindelijk een werkjaar af te sluiten en te zien dat jouw werkvloer veiliger is dan ooit.  

pedl
1 0

GROEN Wie braaf is krijgt lekkers…

De Sint is in het land. Samen met zijn pietemanknecht en zijn trouwe paard Amerigo (ook wel “Slecht Weer Vandaag) loopt hij ’s nachts over de daken. Geen veiligheidstouwen of klimmateriaal, geen fluorescerende kledij. Beslist niet veilig! Maar hoe kunnen wij dat het beste aan de goedheilige man en zijn helper duidelijk maken? Met lekkers of met de roe?   Psychologie van het suikerklontje Psychologen zijn het er over eens dat beloningen beter werken dan straffen. De Sint heeft ongetwijfeld voedselbeloningen gebruikt om Amerigo te dresseren. Doet het paard iets goed, dan krijgt het een suikerklontje. Enkele klontjes later legt Amerigo de link tussen het goede gedrag en de beloning. Daardoor zal hij dat gedrag vaker vertonen.   De Sint kan er ook voor kiezen om Amerigo een tikje met de staf te geven wanneer hij zich slecht gedraagt. Vermoedelijk zal het paard dit foute gedrag in de toekomst ook niet meer vertonen. Dat is goed, zou je denken, maar de straf heeft ook een onverwachts neveneffect. Niet op Amerigo, maar op zijn leidinggevende, de Sint. Die leert namelijk dat straffen effectief is. Het gevaar is dat hij in de toekomst ook straffen zal toepassen in situaties die minder ernstig zijn. Overigens dwingt de straf Amerigo wel om te stoppen met zijn foute gedrag, maar daarmee weet het paard nog niet wat hij dan wél moet doen. Dat is wel het geval bij het suikerklontje.   Een effectieve st(r)af Een straf moet aan verschillende voorwaarden voldoen om effectief te werken. Zo moet hij intensief genoeg zijn, maar toch ook niet te zwaar. Rustig aan met die staf dus, beste Sinterklaas. Iedereen die net zoals de Sint een paard africht, zal je ook kunnen vertellen dat het belangrijk is om de straf snel te geven, zodat Amerigo de link kan leggen tussen het ongewenste gedrag en de straf. Ten derde is consistentie van belang. De Sint moet Amerigo elke keer straffen wanneer hij dezelfde fout maakt. Ten slotte moet hij niet alleen het slechte gedrag straffen, maar telkens ook het gewenste gedrag tonen.   De brievenbus Om ervoor te zorgen dat het er binnen de sinterklaasfabriek in de toekomst veiliger aan toe gaat, moet de Sint in eerste instantie focussen op positieve bekrachtiging. Als Amerigo en de pietemanknechten goed en veilig werk geleverd hebben, moet hij zijn waardering uiten. Dan zullen zij ook in de toekomst goed hun best blijven doen. En naast de brievenbus waarin de verlanglijstje van brave kindjes terecht komen, kan hij best ook een veiligheidssuggestiebox plaatsen. Daar kunnen de pieten hun suggesties achterlaten om de veiligheid in de sinterklaasfabriek, op de stoomboot en op de daken te verhogen.

Liesbetje
0 0

De stille herdershond

Weet u hoe ik mij voel wanneer ik 's avonds na het werk naar huis rijd? Als een herdershond. U weet wel, zo’n zwart-witte border collie met pluizig haar en veel enthousiasme, dat op explosieve wijze vrij komt op het moment dat hij de deur uit mag. Maar dan wel een border collie met stembandproblemen en een gebrek aan assertiviteit. Want hoe graag ik ook de schapen in hun kuiten wil bijten, ik doe het niet. Ik grom wat in stilte - lees: ik vloek luid in de goed geïsoleerde cocon van mijn auto met zorgvuldig dichtgedraaide raampjes. En ik duw niks. En dat terwijl ik best wel wil.   U kent het wel. Met de auto in de avondspits. Ik niet alleen, maar honderden - duizenden - andere mensen en andere auto's. Als een kudde schapen die door een smalle doorgang wordt gedreven. Op elkaar gepropt. Plots gaat vooraan het hek van de schaapskooi open, het licht op het kruispunt wordt groen! Het eerste schaap voor het licht vertrekt, heel langzaam. Ik ben als de enthousiaste hond achter de kudde schapen. Ik roep heel luid - maar het koetswerk van mijn wagen laat natuurlijk geen geluid door. Ik wil de kudde vóór mij uit drijven. Maar ik raak hen niet aan en ik bijt niet in hun achterpoten. Ik blaf alleen maar met de raampjes van de auto dicht.   Niks. De kudde lijkt helemaal niet vooruit te willen. Ze schuiven langzaam verder langs de poort die het groene licht is. Alsof ze onderweg zijn naar de slachtbank en niet naar de frisse groene wei. Pas wanneer de auto voor hem beweegt, neemt de volgende bestuurder zijn voet van de rem om ook te vertrekken. Ik wil vooruit springen, maar het gaat niet, want er is geen plaats voor mij. En dan wordt het licht alweer rood en sta ik weer stil. De herdershond in mij jankt een beetje. Ik zucht, recht mijn rug en zet mij klaar voor de volgende sprint.   Wilt u mij een plezier doen beste lezer? Wees dan de volgende keer eens wat meer herdershond en wat minder schaap. Begrijp me niet verkeerd, ik spoor u zeker niet aan tot verkeersagressie! Wel spoor ik u met plezier aan tot enthousiasme en activiteit. U mag naar huis, de grote groene weide lonkt! Het paradijs waar u kunt dartelen en spelen en eten en rusten. Haast u daar naartoe als het licht op groen springt! En als u het gevoel hebt dat uw autorit u eerder naar de slachtbank leidt dan naar het weiland, dan wil ik u zeker niet dwingen om de werkvloer tijdig te verlaten. Drink nog een koffie, doe een babbeltje met de poetsvrouw en controleer of de lichten op alle kantoren gedoofd zijn. En vertrek wat later naar huis. Zo op het moment dat ik mijn rit net heb afgerond, bijvoorbeeld. Dan zijn we allebei gelukkig. Geen dank! Waf!

Liesbetje
0 0

Zinnen herschrijven

p. 16 Korte woorden: De voorwaarden die gelden bij een verzekering die tussenkomt als je niet kan werken.  Een commissie die als doel heeft armoede te verhelpen. Een dienst bij de gemeente die een bepaald soort wagens begeleidt. Deze wagens dienen om huisvuil op te halen en hebben een speciale roltrommel.    p. 16-17 Actieve zinnen: Je moet een geldig paspoort bij je hebben.   In elke gemeente wonen tegenwoordig mensen die behoren tot etnisch-culturele minderheden. Het is voor die gemeenten een uitdaging om diversiteit een plaats te geven in het beleid. Vragen die de gemeente zich moet stellen zijn: hoe schrijven we een beleid voor deze minderheden uit? Hoe bereiken we hen? Ook in de dienstverlening is het belangrijk dat de medewerkers leren omgaan met diversiteit. De gemeente moet effectieve methodieken ontwikkelen voor inspraak en participatie. Allcohtonen hebben op hun beurt nood aan méér en aangepaste informatie over de werking van de gemeente waar ze wonen.   p. 17  Naamwoordstijl en nominalisering moet je vermijden. Als je dat doet, zal je tekst gemakkelijker leesbaar zijn.   p. 18  Het collega van burgemeester en schepenen heeft verkeersborden geplaatst in de straat. Bewoners en andere belanghebbenden hadden dat gevraagd. De borden verbieden lange vrachtwagens om door de straat te rijden. Die is pas aangelegd en niet berekend op zo'n zwaar verkeer. Vrachtwagens die het verbod negeren en toch door de straat rijden, moeten betalen voor wat ze stuk maken.    Op 1 oktober hebt u in de Abdijlaan onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Deze voldoen niet aan de voorwaarden in het contract.    p. 19 Pas deze tips nu maar eens toe. Je schrijft er vlotter mee en zal scoren bij je lezer.    p. 28 Het is waar ik in de eerste plaats voor kies. Het bestuur is er nu niet voor te vinden.  We doen er alles aan om te zorgen dat het niet meer gebeurt. Maar we zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van reclameboodschappen. 

Liesbetje
0 0

De typologische reeks en de menselijke blik

Zaal 2 – De typologische reeks en de menselijke blik   In de jaren 1990 kregen fotografen en beeldend kunstenaars genoeg van interessante mensen. Ze besloten om onbekende personen te gaan vastklikken op beeld. Hierbij kregen ze oog voor de gewone mens en zijn uniekheid. De menselijke waardig- en onwaardigheid en hun kwets- en onkwetsbaarheid. Kleine mensen werden vereeuwigd met een groot-formaat camera. Dankzij deze techniek kon de fotograaf elk rimpeltje, elk foutje en mooie en minder mooie details, genadeloos vastleggen. Alsof dat niet genoeg was, konden deze foto’s dan ook nog eens op groot formaat haarfijn afgedrukt worden.   In deze periode ontstonden portretten in zogenaamde typologische reeksen: series van min of meer gelijkvormige beelden op hetzelfde formaat. Het doet een beetje denken aan het spelletje “zoek de tien verschillen” waar kinderen zo dol op zijn. Maar dus ook volwassenen. Stiekem. De omgeving of interieur op de foto zijn soms met opzet gekozen door de fotograaf. Ze zijn vaak een knipoog naar het karakter van de vastgelegde personages.   Beeld 1: Rineke Dijkstra: Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992 Je ziet een foto van een tienermeisje in badpak. Ze ziet er wat eenzaam uit, achtergelaten bijna. Haar lange armen hangen wat ongemakkelijk langs haar lichaam. Haar benen staan bewust in een klassieke contrapposto. Dit laatste is eigenlijk gewoon een moeilijk woord voor: haar gewicht op één been en haar heupen en schouders een beetje onnatuurlijk tegendraads. Op die manier ziet ze er een “gemaakt” ontspannen uit. Haar blote voeten zijn bedekt met zand, zoals dat wel eens gebeurt als je op het strand loopt. Op blote voeten. De nadruk ligt op haar individualiteit en kwetsbaarheid. Het moet nogal een bijzonder beeld geweest zijn: haar tengere gestalte in contrast met de gigantische camera met statief in het zand bij de branding. Rineke Dijkstra nam haar tijd om de camera heel precies in te stellen, met haar hoofd onder een zwarte doek zoals fotografen dat in lang vervlogen tijden deden. Doet het schilderij je denken aan “De geboorte van Venus” van de Italiaan Sandro Botticelli uit 1628? Nee? Dat geeft niet.   2. Sergey Bratkov: Sasha, uit de serie “KIDS”, 2000 Courtesy Regina Gallery   Helemaal wat je verwacht van een kinderportret! Of niet. Er is weinig aandoenlijk of kwetsbaar aan dit modieus geklede meisje. Behalve dan de manier waarop ze onverschillig voor zich uitstaart en gezellig een sigaretje rookt. De badkamer – die beter eerst een grondige renovatie had ondergaan alvorens als decor te dienen – is geen voor de hand liggende locatie voor een mooi kinderportretje. Het meisje lijkt te volwassen voor haar leeftijd. Dat valt mee want het was precies de bedoeling van de Oekraïense fotograaf Sergey Bratkov toen hij deze reeks maakte. Hij maakte portretten van de kinderen van Russische ouders die hun kroost naar een modellenbureau hadden gebracht. De mannelijke en vrouwelijke Lolita-figuren moeten voldoen aan de verwachtingen van de volwassenen en hun dromen van een beter leven (rokend in groezelige badkamers).

Mandy
33 0

Nestdrang

Nestdrang   Met mijn zwangere buik kijk ik toe hoe Bert de breedte van de gang opmeet. Is de gang van ons kleine rijtjeshuis breed genoeg voor de fietskar die we gaan kopen? Terwijl we allebei dromen van zonnige fietstochten met idyllische picknicks op geruite dekentjes voel ik ons kuikentje fladderen in mijn buik.   Fast forward 1 jaar later. Het musje dat ik voelde fladderen in mijn buik, is een stevige peuter die ik met een arm nauwelijks kan vasthouden op mijn rechterheup terwijl ik door de kamer fladder. Met mijn kuiken op de heup zoek ik de ontbrekende kledingstukken. Op de zetel pikken we de sjaal op, op de tafel ligt zijn muts, en waar zijn z’n sokken? Zijn snaveltje staat ondertussen niet stil en met zijn vingertje wijst hij in het rond. Ik kijk op mijn gsm: 8:06, ik moet me haasten.   Onder luid verzet wurm ik mijn piepende kuikentje met moeite in het harnas van zijn nestje en rits ik de gele slaapzak dicht. De donzige witte pluimpjes op zijn hoofd stop ik weg onder de muts. Als een gevangen vogeltje stribbelt hij tegen en wappert hij hevig met zijn armpjes. Nog een snelle blik op mijn horloge, 8u15… Dat wordt weer krap en het ergste moet nog komen. Ik manoeuvreer me tussen de krappe paar centimeter die er nog over zijn tussen de muur en de fietskar en trek het gevaarte richting de deur. Ik maak de voordeur open. Vooruit, achteruit, vooruit, achteruit… zo manoeuvreer ik stapje voor stapje de fietskar. Tevergeefs. Ik haal diep adem. Als ik me druk maak, dan lukt het zeker niet van de eerste keer. Nu een beetje schuin, en hetzelfde ritueel; vooruit, achteruit, beetje schuin, vooruit, achteruit en… het laatste stukje moet ik met een kort rukje de kar door de deur trekken. De deurstijlen geven intussen al een beetje mee. Want waar we in onze dromen geen rekening mee gehouden hebben, dat was de breedte van de deur…    

Marthy
0 0

schrijfsessie

Schrijfsessie: een scène schrijven   De doelgroep: jongeren van 18 tot 24 Beginsituatie: een groep die graag wil schrijven, maar niet veel ervaring heeft Doel: associëren, inspiratie aanscherpen, schrijfplezier ervaren, personages neerzetten in de ruimte en de tijd, zelf een conflict installeren   Eerste opdracht: associatie                                                                                  (30min) Check je favoriete afspeellijstje op je muziekdrager. Noteer de titels van de eerste tien songs. Schrijf ze op in de volgorde van het afspeellijstje. (Vertaal ze naar het Nederlands als dat nodig is.) Schrijf nu zoals je droomt: verbind deze losse stukken tot een geheel. (Of nog: schrijf de liedjes als het ware aan elkaar.) Doe deze opdracht snel: je krijgt twintig minuutjes de tijd om de songs met elkaar te verbinden.   Tweede opdracht: personages                                                                      ( 2 x 35 min)   DEEL 1   Kies een scène uit een serie of film die je leuk vindt. (Check YouTube, of gebruik je tv of dvd-speler. De scène duurt best slechts enkele minuten.) Bekijk de scène. Demp het geluid, zet de ondertiteling aan en bekijk de scène opnieuw. Schrijf de ondertiteling over.     DEEL 2   Behoud de ondertiteling (de uitgesproken tekst), en schrijf de scène verder uit (omschrijvende tekst). Wat heb je gezien? Omschrijf …       …hoe de personages eruit zien.       …hoe ze de woorden uitspreken.       …de lichamelijke bewegingen die ze maken.       …wat ze erbij denken. Laat een song van je afspeellijstje op de achtergrond spelen die kunt verbinden met wat in deze scène gezegd wordt. De scène is maximum één A4’tje lang, Times New Roman 12.     Opdracht 3: ruimte en tijd                                                                                                  (30 min) Neem de scène die je net uitschreef erbij. Plaats de personages nu in een andere ruimte. Als de scène zich afspeelt in een koffiebar, laat ze dan nu hetzelfde zeggen op bijvoorbeeld het strand. Verander ook de tijd. Als het ochtend is op je scherm, maak je er bijvoorbeeld middernacht van. Vervang het liedje door eentje, dat je kunt verbinden met de ruimte of de tijd.     Opdracht 4: conflict                                                                                                          (30 min) We gaan terug naar de scène uit de vorige opdracht. We gaan terug naar je afspeellijstje. Zoek er een song uit die totaal niet bij één van je personages past. (Kies er dus één personage uit.) Laat het personage nu dingen denken en voelen die je uit dit liedje kunt halen (binnenkant).Let wel: verander niet wat hij of zij zegt. Herschrijf de scène uit opdracht 3 vanuit de spanning tussen wat het personage innerlijk ervaart en wat er uit hem of haar komt. (Opnieuw maximum een A’4tje) De bewuste contrasterende song speelt op de achtergrond.

claire
0 0

Gelukkige verjaardag ma.

Moeder.Bij leven had ik nooit gedacht dat ik je dit had kunnen zeggen.Een speciale, zeiden ze. En je weet wat ze bedoelen als ze dat over je zeggen he.Een Speciale. Zoveel is zeker, maar dat kan op zo veel manieren ingevuld worden.2 stenen, die kon jij laten vechten op momenten dat je "het in" had.Tegendraads, averechts, grofggebekt en onwaarschijnlijk taktloos. Eigenschappen die jou precies opschrijven voor mensen die je maar half kenden.Eigenschappen die me naar mate ik meer en meer door de wol geverfd wordt niet gans vreemd zijn omdat ik die ook in me heb.In compagnie, kwam je steeds uit een hoek waarvan iedereen dacht, (maar nooit zei... ) van waar komt dat nu weeral. Waar hebben we dit nu weeral aan verdiend?Onze pa zei altijd. "Dee van ons, want zo zei hij dat. Dee van ons, dee kan er me een kou hand aan komen". En uitspraak die de lading volledig dekt.Een koude hand. Eerst schrik je op en voelt het storend, vervelend en ongepast. Maar je bent wel in een keer wakker, allert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap. Als het niet helemaal ging zoals je plande zei je... kom Jef we geun nar hous. Woorden die nog steeds klinken als was het gisteren. En dan haalde je de sleutel van de voordeur al boven. Een sleutel die bengelde aan een zilveren mercedessleutelhanger die je kreeg toen je eindelijk in pensioen mocht. Niet dat je kon autrijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden. Een beetje zoals Hiacinth Bucket.... the lady of the house. En dan gaf je commentaar op hoe Jefke reed. Ook een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house.Je had veel kantjes, heel veel. Grote en kleine.Het 100-voudige van al je kantjes zou ik nu zo graag nog eens willen nog verdragen .. ik zou je zo graag nog eens willen horen... Janneke schiet er na is out en doo is vouf minuute normaal en slaagda gour...... of kom Jef we geun nar hous... Je was er altijd. Steeds present. Steeds heel aanwezig, bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de waggel. De bloem in de saus. Overal was je. Misschien was het dat wat me stoorde. Misschien was het daarom dat je "kantjes" me toen meer opvielen dan de andere rollen die je opnam. De supporter, de zorgzame, fiere oma, de trouwe partner, de bezorgde moeder... de "er met een koude hand aankomende sigarettenpaffende 33-igerdrinkende zwartkijker...

jan pultau
0 0

Billy Sønderland (8)

Om kwart voor zes, op donderdag 1 december, sta ik op de kade in het Brittaniadok. Doesjka is stilzwijgend met me meegereisd naar Zeebrugge. Ze draagt een versleten hoity-toity-jasje en een Wally-in-Space-broek met zilveren ruiten die als schubben strak rond haar benen zitten.   Billy komt aan wal over de ijzeren loopplank. “Of ik ook kaarten meegebracht heb?” vraagt hij. “Ja, een kaart met allemaal klaveren, molentjes erop,” antwoord ik. “Of ze mee mag?” en Billy knikt. Een half uur later varen we de haven uit en op één mijl van de eerste windmolen laat hij de zodiac naar beneden. “Ik zal dan met Doesjka moeten kaarten”, zegt hij plagend.   Doesjka buigt zich over de railing, haar novemberhanden zwaaien naar me, terwijl ik de Evinrudemotor start en in de richting van de molen vaar, die op mijn kaartje aangeduid staat als Senvion n° 7.   Ik klauter eerst op het platform en klim dan tot hoog in de gondel. Een checklist moet ik daar overlopen, een paar manipulaties met het controlebord uitvoeren, de smering van de tandwilekast controleren and that's it.   Als ik door het luik op het dak van de gondel kruip, schittert de winterzon over de Noordzee. In de verte zie ik de eerste toren van het nieuwe Manhattan van Oostende staan, op de Oostoever, waar Vande Lanotte met zijn kameraden Bart Versluys en Jean De Cloedt samen hoog ingezet hebben, de vissers van de Baelskaai weggejaagd hebben, Jan, Piet, Joris en Corneel onteigend, om vele duiten en stuivers te kunnen opstrijken met de bouw van luxeappartementen.   Ten noorden van de Northonbank vaart een hopperzuiger van De Cloedt Dredging, het bedrijf van Gery. Hij komt er slijk uit de haven van Vlissingen dumpen op de Noordhinder, net buiten de Belgische territoriale wateren.   Dichterbij vaart Billy. Hij manoeuvreert de Vlaanderen XX tussen de Gootebank en de Thorntonbank, baggert er en spuit het zand dan op de Thorntonbank. "Om te voorkomen dat de molentjes wegspoelen”, zegt hij tegen Doesjka, die naast hem staat, zonder veel te zeggen. De hartenkoning heeft ze deze ochtend van de keukendeur getrokken en zit nu warm opgeborgen, onder de voering van haar jasje.   De glinstering die ik op het dek van de Vlaanderen XX zie, moet van Doesjka’s broek zijn. Met de elegante beweging van een dolfijn, duikt ze het water in en zwemt in mijn richting met de snelheid van een zwaardvis. Als ze aan de voet van de molen is, steekt ze een arm uit het water en doet teken naar me, alsof ik springen moet, duiken vanop de gondel, om samen met haar naar ons nieuwe eiland te zwemmen.   Ik dagdroom. Billy roept me op via de VHF. “Ze heeft me afgemaakt bij het kaarten,” zegt hij en dat hij over een uur terug zal zijn op diezelfde plaats, één mijl ten zuiden van de eerste molen.   Als ik terug aan boord kom van de Vlaanderen XX, opent Doesjka een flesje Gentse Strop voor mij. Haar wangen blozen. “Komt door de koude wind, ik stond aan dek, met een verrekijker, maar kon je nergens zien, enkel je zodiac, bij één van de molens.”   Ook Billy’s tong is wat losgekomen en hij vertelt, over het drama van 1984. Grote transformatoren met toxische olie erin stonden klaar op de kade in Oostende, bij de Werkhuizen De Cloedt. Ze werden die nacht aan boord van de Vlaanderen XVIII gebracht, om op de Gootebank gedumpt te worden.   “Het is verdomme goed fout gegaan die nacht,” zegt Billy. De zware transformatoren kwamen op mosterdgasbommen terecht. Niemand die nog wist waar ze lagen, want op de Paardenmarkt, de zandbank voor Knokke en Heist waren in 1971 enkel de gifgasbommen teruggevonden.   “Zware brand op de Vlaanderen XVIII,” schreven de kranten toen, maar Billy weet meer. Zijn moeder vertelde het, toen hij zeven was: “De zware brandwonden kwamen door het mosterdgas.” Billy lag die nacht thuis te blèren en moeder ververste zijn pamper; op zee stierven zijn vader en grootvader, Jens en Erik Sønderland.        Over mosterd en molentjes deel 7 van het historische kortverhaal ‘Billy Sønderland’ uit de reeks ‘Waanhoop’

Bernd Vanderbilt
16 0

Schrijfsessie Jenneke - In 3 lessen op weg naar een kort verhaal

Ik vond dit heel lastig. Normaal gesproken geef ik in mijn schrijflessen altijd van die 'losse' opdrachtjes, nu hoop ik dat er toch een soort van opbouw in zit.  Al heb ik de opdracht van maximaal 3 a 4 schrijfopdrachten rond hetzelfde thema/ rode draad in de sessie wel overschreden, denk ik.  (Misschien wil ik er gewoon te veel in stoppen)  De leerstijlen van KOLB erin verwerken is lastiger dan ik dacht, dat is denk ik niet gelukt, helaas.    Groeten,  Jenneke     RODE DRAAD Elke les accent op een basiselement voor een kort verhaal:                                                  personage, probleem, plot   AANDACHTSPUNTEN Doelgroep en de beginsituatie van de groep: De deelnemers zijn kinderen in de bovenbouw van de basisschool, tussen de 9 en 12 jaar. Beginsituatie: kinderen kunnen zelf een kort verhaaltje schrijven. Vaak beginnen ze gewoon, maar nu gaan ze echt nadenken over hoe hun verhaal in elkaar steekt.    De (vak)leerdoelen: Aan het einde van de totale schrijfsessie, hebben de kinderen  een verhaal met plot geschreven aan de hand van een foto. Gedurende de schrijfsessie is geoefend met Het introduceren van (een) personage(s); personage ‘tot leven wekken’ Het levendig maken van een probleem; Schrijven van het hele plot/verhaal. (gaat  het lukken? /Hoe loopt het af?) samenwerken   LES 1 - Je personage, introductie * welkom + uitleg werkwijze * opwarmoefening * (voor)leesoefening + personage invullen * 1e schrijfoefening: bedenk een personage * kinderen lezen hun stukje voor + TIPS & TOPS * einde les, inleveren stukjes en tot de volgende les! ----------------------------------------------------------------  DE LES 1 minuut - *Welkom + uitleg         Juf verwelkomt alle leerlingen + uitleg werkwijze 10 minuten - Opwarmoefening - *Jij bent …. Kinderen gaan in tweetallen bij elkaar zitten. -Eerst beschrijven ze elkaars uiterlijk (kleding, haren, schoenen, accessoires) (elke minuut wisselen) -Daarna stellen ze elkaar vragen, om de beurt zoals wat is je hobby, je lievelingseten, lievelingskleur, wat wil je later worden, waar word je blij van  etc.  (juf zet tips op het bord) -Hierna vertellen ze om beurten aan elkaar wat ze van elkaar weten: dus hoe de ander eruit ziet en wat ze gehoord hebben, alsof ze de ander kort presenteren.   15 minuten – (voor)lees oefening + personages invullen * 5 minuten - Juf leest voor een fragment uit een boek voor (die een duidelijk beeld van een personage uit dit boek geeft) >. Leerlingen vertellen hierna wat zij nu al over deze persoon weten. *10 minuten -  Hierna lezen we het fragment nog een keer samen (Powerpoint: tekst op het bord) + *Juf maakt – op het bord - samen met de leerlingen een volledige / complete beschrijving van het besproken personage > het personage komt tot leven              (evt. tekening).  (Juf legt accent op typerende eigenschap + bijpassende handeling)   15 minuten – eerste schrijfoefening – bedenk een personage *Leerlingen gaan in tweetallen bij elkaar zitten > juf deelt invulformulieren personage uit Per tweetal bedenken de leerlingen een personage voor hun verhaal In 2 stappen: 1Eerst bedenken ze een naam, dan een typerende eigenschap 2.Ze zoeken er passende handeling(en) bij (bijvoorbeeld iemand die bang is, schrikt van van alles; iemand die netjes is, pakt ook zijn tas heel netjes in). Laat het zien! * Daarna schrijven ze ieder apart een stukje van ca 10 regels, waarin ze hun personage introduceren   10 minuten – kinderen lezen hun personageverhaaltje voor + TIPS & TOPS *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes, zodat iedereen het de volgende les kan teruglezen. -   3 minuten – De juf bedankt de kinderen voor deze les.  De kinderen leveren hun kort verhaaltje in bij de juf.  ---------------------------------------------------------------------------------------------------- LES 2 Het probleem – wat is er aan de hand? * welkom * 3 korte schrijfoefeningen * kinderen lezen hun (voorwerp + probleem) briefjes voor (1e briefje + reactie daarop) 2e helft: je personage in de problemen * eigen personageverhaaltje lezen * problemen bedenken * schrijven: je personage in de problemen * voorlezen + TIPS & TOPS  -------------------------------   DE LES 1 minuut - welkom 15 minuten - 3 korte schrijfoefeningen   5 minuten   1. als voorwerp of ding Je beeldt jezelf in als iets anders. Dus niet als een ander mens, maar als een voorwerp of ding. Bijvoorbeeld een appel, een bezem, een deur of een boom, alles is mogelijk. Schrijf dat voorwerp/ ding op. Beschrijf in een paar zinnen hoe jouw dag eruitziet en wat je zoal doet. 5 minuten – schrijfoefening – 2. als voorwerp ding met een probleem Bedenk vervolgens een ander voorwerp/ding (2) op dat hoort                       bij jouw 1e voorwerp/ding (1)   - (juf maakt 2 kolommen op bord) Bijvoorbeeld:   (appel)  -    fruitschaal (of appelboom)                        (kaas)  -      kaasschaaf     Jij hebt als het eerste voorwerp/ding een probleem met dat andere voorwerp/ ding en schrijft daar een briefje over. (Dus bijvoorbeeld appel schrijft briefje aan de fruitschaal) waarin je je beklag doet 5 minuten  - schrijfoefening – 3.  jouw antwoord op het probleembriefje Schuif nu je briefje door aan je buurman/buurvrouw. Iedereen leest het briefje aan (2) waarin het probleem van (1) wordt beschreven . Alsof jij (2) bent, beantwoord je het briefje van (1). Dus je schrijft nu een briefje terug waarin je het probleem probeert op te lossen – of niet.   10 minuten kinderen lezen hun briefjes voor * laat steeds de schrijvers lezen van briefje 1 (degene die het probleem aankaart) en briefje 2 (degene die antwoord geeft) bij elkaar!! * TIPS & TOPS De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden.  ------ deel 2 van les 2 : je personage in de problemen ------  Juf deelt de personageverhaaltjes van de vorige les uit                                                                5 minuten – lezen                                                                                                     Kinderen lezen hun eigen verhaaltje (les 1) terug, waarin ze hun personage introduceren.   15 minuten - problemen bedenken * Kinderen krijgen 1 minuut om problemen te bedenken voor hun personage. Dat kan van alles zijn: van ' de kat kwijt' tot aan 'ruzie met een andere persoon'  tot  'misselijk van de taart' > stap 1. Binnen 1 minuut schrijven ze zoveel mogelijk problemen op die ze te binnen schieten > stap 2. Kies nu 1 of 2 problemen van je lijstje > stap 3. Schrijf nu een stukje over je personage waarin die te maken heeft met deze problemen.  Laat zien hoe of waar jouw personage in de problemen komt. Bedenk een ( of twee) situatie(s) waaruit hij zich moet redden. Hoe doet jouw personage dat?   10 minuten Kinderen lezen ieder hun stukje voor + TIPS & TOPS: *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes,    ---------------------------------------------------------------------------------------------------   LES 3  Het plot –  op verhaal komen, naar aanleiding van een foto  *korte terugblik *associatieronde *foto kiezen + informatie verzamelen  *schrijf het begin van je verhaal *voorlezen + TIPS & TOPS --------------------------------   DE LES *2 minuten terugblik op vorige 2 lessen: personage + probleem;  .   8 minuten opwarmen - associatie ronde, 3 minuten - Op tafel een stuk of vijf voorwerpen; rouleren > doorgeven van de voorwerpen in de kring en schrijf elk woord wat in je opkomt op papier. (een paar keer rond gaan) 5 minuten -Omcirkel 5 woorden die je hebt opgeschreven. En schrijf met deze woorden een kort stukje. Alles is goed!!               Fantasie!   *15 minuten -informatie verzamelen Vooraf hangt de juf  tiental foto’s van mensen op het bord ter inspiratie. Het personage uit de vorige 2 lessen wordt opzijgeschoven. Vandaag beginnen we met een nieuw verhaal! Met een nieuw personage! stap 1 - schrijvers zoeken in tweetallen een foto uit. stap 2 - Per tweetal vullen ze samen het personage invulformulier verder in, ieder op zijn eigen blaadje stap 3 -  Per tweetal bedenken ze wat voor plan het personage heeft: Je personage is iets van plan. Dat plan kan ook te maken hebben met andere personen in het verhaal. Bedenk samen wat dat plan is en schrijf dat op. ' Mijn personage wil ..... om te bereiken dat .....' stap 4 - : Juf: 'In een verhaal zit altijd een bepaalde spanningsboog. Ook in jouw verhaal. Het plan van jouw personage lukt natuurlijk niet ineens. Er kan gevaar loeren (zoals bij Roodkapje) of er gebeurt iets onverwachts. Er moeten natuurlijk nog een paar van zulke ‘hobbels’ genomen worden. En dat levert spanning op! Bijvoorbeeld ( juf geeft voorbeeld) ‘ Zal het … lukken om … om eindelijk …? > dat is de PLOT-vraag !!!  zoals ‘ Zal het Loes lukken om de trein te halen om zo  op tijd te komen voor de wedstrijd?’ Of ‘ Zal het Tom lukken om centjes te verdienen om zo iets te kunnen kopen voor zijn oma?’ Opdracht > Bedenk  en bespreek met zijn tweeen wat het probleem zou kunnen zijn, dat het plan van jullie personage in de weg staat   20 minuten - schrijfoefening > schrijf het begin van je korte verhaal Nu gaan de schrijvers individueel werken, Ze bekijken wat ze hebben besproken. Bepalen hoe het verhaal begint en hoe het eindigt (Lukt het plan van de hoofdpersoon uiteindelijk, dus wordt het probleem overwonnen? Of lukt het niet?). Ze beginnen met het uitschrijven van hun verhaal van maximaal 1 A4-tje.    15 minuten - voorlezen en TIPS & TOPS Kinderen vertellen per tweetal over hun personage. ieder leest zijn eigen tekst voor: de eerste alinea's of de grove verhaallijn vertellen. Hun verhaal kunnen ze eventueel thuis verder uitwerken Evt emailen naar juf Jenneke Penneke, zodat de verhalen gebundeld kunnen worden!     Jenneke 

Jenneke
0 0

Billy Sønderland (7)

  We zijn die nacht straalbezopen doch levend thuisgeraakt. Ook tijdens onze wandeling op het strand van Heist is ons niets overkomen. Het strand is daar aan het verzanden. De stroming is er sterk vermindert sinds de uitbreiding van de haven. Meer en meer zand zet zich daar jaar na jaar af. Je moet er al een heel eind wandelen om tot bij de branding te komen en er als een kind over de eerste golfjes te kunnen springen.     350.000 ton munitie ligt daar, gestort net na de eerste wereldoorlog. Dat was snel in een achterkameterje van de senaat bedisseld tussen de toenmalige liberale Minister van Oorlog Fulgence Masson en diens partijgenoot en senator Emmanuel De Cloedt.   Men noemde het een grote verrassing in 1971, toen duikers van Baggerwerken De Cloedt het ‘vergeten’ bommenkerkhof aantroffen voor de kust van Heist en Knokke. Laten liggen (lees: Laten doorroesten) was de oplossing, vonden de Ministers van de Noordzee (Etienne Schouppe in 2010 en Vande Lanotte in 2013) in antwoord op kritische vragen van de pers.   Een fluitje van een cent wordt het straks om een paar van die gifgasbommen te laten exploderen. Elke terrorist in spe kan er dan met een metaaldetector het strand oplopen, bij de eerste ‘piep’ een put van een meter diep graven en er een paar laten ontploffen, vlak naast het dichtbevolkte Heist, naast een schooltje jonge tongen en de gasterminals van Fluxys. Laten liggen dus!     Ook wij blijven deze ochtend liggen. De laatste modetrends in de nachtkledij volgt Doesjka niet en naakt ligt ze naast me in de twijfelaar, op een laken met schelpenmotief. Mijn arm glijdt tussen haar benen, als een pieterjan die door de schorre zich een weg baant naar de open zee. Ze duwt mijn hand weg als een waakzame wachter in het Zwin en de telefoon rinkelt.   De persoonsverantwoordelijk van DEME, een oud lief van Gert De Cloedt, is aan de lijn en zegt dat “ik morgen aan de slag kan bij OWA (Offshore & Wind Assistance), voor het onderhoud van de windmolens op de Thorntonbank.” Ik moet me aanmelden in Zeebrugge, bij de Vlaanderen XX, die in de buurt van de Thorntonbank baggert en daar een zodiac voor me zal neerlaten. Elke dag zal ik één van de molens inspecteren, volgens een bepaald schema.   "Goed," zeg ik en Doesjka draait zich op haar zijde. Haar heupen zijn mooier als de mooiste glooiing in een duin en haar toefje helmgras verbergt het wilde konijntje amper. Ik ga een bad nemen!   Onderweg val ik bijna over die blauwe trein naar Genua. Ik draai de kranen open, om straks languit te liggen weken. Verlangen zal zich van mijn vel losmaken, een eend zal over golfjes dobberen en het zal in dit bad krioelen van de kwallen, die als onzoenbaar, pasgeboren eiwit zullen rondzwemmen.         Het gif der kwallen deel 7 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Billy Sønderland (6)

En of ze zwanger was, Doesjka, in die zomer van 1334? Neen, overmatig had ze zeevruchten genuttigd. Ze moest dan toch overgeven. Ik veegde de kots van haar kinnebakje. Daags nadien hebben we gewoon weer vlas geoogst bij Remboudsdorp op het eiland Wulpen en enkele maanden later ging alles naar de Filistijnen.   De Clemensvloed van 23 november 1334 overspoelde de velden en zette het erf voorgoed onder water. De familie Vanderbilt was nog net op tijd naar Nieuwvliet gevlucht maar landerijen hadden ze niet meer en vader Berend Vanderbilt (°1294 - 1357) trok met vrouw en kroost naar Brugge om zich daar te vestigen als vlashandelaar.     Er is weinig volk in de Old Steamer en Serge Gainsbourg zingt in een luidspreker een liedje over komen en gaan.   “Billy blijft de ganse week op zee,” zegt Natascha me, terwijl ze Doesjka aankijkt, die met haar smartphone zit te prutsen. “Voor mij een oude gueuze van Boon,” en Doesjka bestelt een Bloody Mary. Teleurgesteld is ze. The suicide king of hearts zal ze vandaag niet ontmoeten. Het kaartenspel zal onaangeroerd achter de toog blijven liggen.   Achter in het etablissement beweegt iets, een donkerrood gordijn. Een man komt uit een donker gat tevoorschijn. Een deerne met rood haar klampt zich rond zijn arm. Ze is lang niet zo jong als Doesjka, haar ogen zijn wat gezwollen en ze bestelt een Safir, om zich de mond te spoelen.   Als de man ons tafeltje nadert, herken ik hem. Het is Joachim Coens. “Dat moet verzekers tien jaar geleden zijn dat ik U nog zag.” Joachim kijkt mij verwonderd aan. “Bernd, van ‘t college, in Assebroek”, zeg ik en zijn lichtje gaat branden. “Mò got, dat ik U hier moet tegenkomen. Wat doet gij tegenwoordig nog?”   “Niets, nog niets nieuws gevonden na het faillissement van Windstar.” "Ook niet gezocht,” maar dat zeg ik er niet bij. Hij laat zijn ogen op Doesjka vallen, die aan haar cocktail zit te slurpen, door een zwart strootje, daarna wat bellen onder het ijs blaast om de lucht wat te koelen.   “Ik zal kijken wat ik voor je kan doen,” belooft Joachim, “morgen zie ik Gery De Cloedt, al is die de laatste tijd niet welgezind. Zijn Hedwigepoldertje zal onder water gezet worden en hij weet niet waar naar toe met zijn veertig polopaardjes en drie ezeltjes.”   Doesjka verslikt zich, omdat de gedachte aan een polopaardenlul in een ezelfoef gegiechel in haar opwekt. Ik geef Joachim een bierviltje met daarop mijn telefoonnummer, druk hem de hand, vóór hij vertrekt met Mevrouw Safir, die in een jas van wit en krullend schapenbont gekropen is.   Ik neem nog een slok van de oude Boon, een paprikanootje verdwijnt in mijn mond en ik wrijf zacht over de wreef van Doesjka’s hand, over de littekens op haar onderarm.         Polopaardengelul deel 6 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
1 0

VDAB: wat een soep

VDAB: wat een soep   Samen sterk? 17 oktober 2016, 14u30. Door de gutsende regen kom ik drijfnat en vol verwachting aan bij de VDAB. Ik heb een eerste afspraak met Laure, mijn 7de GTB-trajectbegeleidster in 7 jaar. Kom ik vandaag dichter bij de job van mijn leven?   In eigen werk Samen sterk in werk. Zal Laure de slogan van haar werkgever waarmaken? Voor mij, werkzoekende met een handicap? Of voor zichzelf? Haar voorgangers serveren altijd dezelfde smakeloze soep. Beetje Maggi(e) erbij? Ik proef geen verschil. Ik blijf op mijn honger zitten. Zelf koken geeft me meer ongelukken dan maaltijden. Doodgaan van de honger? Daar ben ik te levenslustig voor. Hulp bij het koken: dat lijkt me wel wat.   Aan tafel met Laure grijp ik mijn kans. Ik bespreek meteen mijn lievelingsmenu: een werkweek tot 20u bij één of meerdere werkgevers. Kijken en luisteren. Informatie delen, schrijven of spreken met en voor mensen: da’s mijn ding. Ik wil inspireren en vooruit helpen.   Een werkstage georganiseerd door de VDAB? Geweigerd. Ik werk 1 dag per week. 1 dag te veel. Al 15 jaar ben ik administratief medewerkster. Ik factureer schade en registreer verblijfsgegevens bij een vakantiedomein. Ik kan en wil meer. Zeg ik mijn vast contract van 8u per week op, dan pas ik perfect in het profiel dat VDAB voor ogen heeft. Garandeert stage en begeleiding van VDAB mij een job van meer dan 8u per week?   Met grote ogen kijkt Laure me aan. “Vrijwilligerswerk?” probeert ze. “Het levert werkervaring en je toont wat je kan”. “Doe ik” antwoord ik. Eén voormiddag per week help ik vrijwillig aan de inschrijfkiosk van het ziekenhuis. Met mijn aanwijzingen registreren patiënten zich voor hun afspraak bij de dokter. Solliciteren bij het ziekenhuis? Doe ik. Bij elke passende vacature opnieuw. Nooit iets van gehoord. Ondertussen staat er wel een pas aangeworven onthaalmedewerkster aan de kiosk naast die van mij. Wat heeft zij meer dan ik? Uiteraard 2 benen die het doen. En verder? Ik zie bij Laure de moed in haar schoenen zakken.   Het ziekenhuis voert een nieuw systeem in voor parkeren met de blauwe parkeerkaart voor mensen met een handicap. Terwijl ik aan de inschrijfkiosk help, hoor ik de receptioniste sakkeren. Het invoeren van de gegevens van de parkeerkaart neemt veel tijd in beslag. Ze komt niet meer aan haar andere taken toe. Misschien zitten daar wel werkuren in voor mij? bedenk ik me luidop. Ik vraag Laure of ze een afspraak maakt met de personeelsdienst van het ziekenhuis om een stage als onthaalmedewerkster of receptioniste te bespreken. “Ja” zegt Laure. Ik denk dat ik haar niet goed versta en vraag om haar antwoord te herhalen. Ja, ik hoor het goed: “ja”. Samen sterk in werk.   Vandaag, 28 november, nog niks gehoord van Laure of het ziekenhuis. Wel van uitzendbureaus. Enthousiast bellen ze me op: “Of ik nog werk zoek?”. Ik, even enthousiast: ”Ja”. Een beetje voorzichtig voeg ik eraan toe: “Je hebt gelezen dat ik rolstoelgebruiker ben en deeltijds werk zoek?” Keer op keer stilte aan de andere kant van de lijn, gevolgd door gestamel: "Oei, nee, niet gezien". Samen sterk in eigen werk. De slogans van VDAB en haar commerciële collega’s houden vooral zichzelf in stand.   U begrijpt dat “Juffrouw, u begrijpt dat ik geen muren ga uitbreken om een lift of toegankelijk toilet te installeren?” is het antwoord van meer dan één personeelsverantwoordelijke tijdens mijn sollicitatiegesprekken.   Cijfers & letters Ook GIBO en VOP overtuigen niet om me aan te werven. Heb jij er al van gehoord, van GIBO en VOP? Het zijn maatregelen recht uit de soep van de VDAB gevist. Soep die niet smaakt, verkoopt niet. Beseft de VDAB voldoende wat werkgevers nodig hebben?   Als ik me in de schoenen van werkgevers verplaats dan kom ik hier op uit: tijd kost geld. Een loonsubsidie maakt die tijd niet goed. De GIBO is een interne beroepsopleiding op de werkvloer, gekoppeld aan een arbeidscontract. Tijdens de opleidingsperiode ervaart de werkgever hoe goed ik pas in het profiel dat hij nodig heeft. Details komen in beeld: kan ik overweg met de mastodont van een printer/kopieermachine waar ik nauwelijks overheen kan kijken? Ja hoor, al duren mijn handelingen net iets langer.   Om dat en ander rendementsverlies te compenseren, bestaat de VOP. De VOP dient tot in ’t kleinste kamertje: mijn collega en ik gaan op hetzelfde moment naar het toilet. Terwijl ik haar de wc hoor doorspoelen, zit ik er net op. Met een gemiddelde loonsubsidie van 50% ben ik naar alle waarschijnlijkheid één van de goedkoopste werknemers met een bachelor-diploma. Op zoek naar werk. Het doet me denken aan het aantal dure en minder dure auto’s op onze wegen: hoewel een Dacia Logan een betaalbare auto is, zie ik hem weinig rijden. Het aantal Mercedessen dat ik onderweg tegenkom, kan ik niet op 2 handen tellen.   Like & share Ben jij een werkgever die positieve ervaringen heeft met een werknemer met een lichamelijke beperking? Met een GIBO of een VOP? Deel die ervaring met je zakenpartners, werkgeversorganisatie, de VDAB, de redactie van deze column…   Wie weet, vind ik zo mijn toekomstige werkgever? Of hij mij. Samen sterk in werk, toch?

pedl
11 0

Monogamie herbekeken

Monogamie herbekeken Voel jij je ook in je eer gekrenkt als je partner je “bedriegt”? Gekwetst omdat je partner een ander net zo leuk, of misschien zelfs leuker vindt dan jou? Vind jij ook dat de slaapkamer is wat een liefdesrelatie onderscheidt van een vriendschapsrelatie? Dat we het bed horen te delen met maximum één partner (tegelijkertijd)? Dat wij liefst het alleenrecht hebben op het lichaam én de gedachten van onze geliefde?   Sta me dan alsjeblieft toe je mee te nemen en samen een ander licht te laten schijnen op monogamie en polyamorie.   Monogamie betekende vroeger trouwen met één persoon en ermee getrouwd blijven de rest van je leven. De meer gangbare, moderne definitie luidt (volgens Wikipedia): “De situatie van het aangaan van een verbinding uit liefde met één persoon. Wanneer iemand meerdere malen achtereenvolgens één (seksuele) partner tegelijkertijd heeft, dan wordt dit in de volksmond ook wel seriële monogamie genoemd.” Wikipedia definieert polyamorie als: een levenswijze waarin men open staat voor het hebben van meer dan één liefdesrelatie tegelijkertijd, waarbij ruimte is voor seksualiteit, op voorwaarde dat dit gebeurt in openheid en eerlijkheid en met medeweten en instemming van alle betrokkenen. Er wordt een groot belang gehecht aan ethiek en goede communicatie tussen partners en vaak ook met de partners van partners.”   Let op de woorden ‘situatie’ en ‘levenswijze’. Als ik vrienden hoor praten over hun lief, dan heb ik vaak het gevoel dat ze inderdaad in een ‘situatie’ zitten.   Zelf heb ik tien jaar een situatie gehad. Het was een leuke situatie, met ups en downs, zoals dat nu eenmaal gaat. Mensen zagen ons als het perfecte koppel en dus zag ik dat ook zo. Vanzelfsprekendheid is een dooddoener. En die krijg je als je je te veilig gaat voelen in een relatie. Je denkt “ik ben van straat!” en je gelooft dat, nu je hem of haar hart veroverd hebt, dat voor altijd is. Dat je er verder geen moeite meer moet voor doen. Je leunt lekker achterover in de zetel en kabbelt samen zelfgenoegzaam verder. Het bed, dat vergeet je.   Bedenk: veiligheid is een illusie. Je hebt geen controle over je partner. Hij of zij kan altijd verliefd worden op iemand anders.   Zich aangetrokken voelen tot iemand anders. En waar ligt voor jou de grens? Waarom vinden we het oké als onze beste vriendin nog andere vriendinnen heeft maar maken we er een drama van als ons lief anderen ook leuk vindt? Want geef toe: meestal hoeft hij of zij ons niet eens “lichamelijk” te bedriegen. Het denken aan iemand anders, beschouwen we vaak al als ontrouw. Zoals Esther Perel het erg mooi verwoordt: “…want de erotische huivering is zo intens dat de kus die je maar in gedachten geeft zo krachtig en betoverend kan zijn als uren daadwerkelijk vrijen.”   Dat brengt me bij het volgende punt. Waarom mag onze partner enkel ons leuk vinden? Heb je er al eens over nagedacht hoe dat komt? Hoe kinderlijk dat verlangen naar monogamie eigenlijk is? Het is namelijk een verlangen dat stamt uit onze kindertijd[1]. Als kind had je – als het goed was – de onvoorwaardelijke liefde van je ouders. Alles wat je deed was superfantatisch. Je stond bovendien altijd in het middelpunt van de belangstelling. Je ego werd gevoed. Groeide en groeide tot een bijna kwaadaardig gezwel. De geboorte van een broertje of zusje liet je even wankelen, zorgde voor een deukje in je ego. Jaren later zoek je in een ander wat je mist uit je kindertijd. Onvoorwaardelijke liefde voor jou “zoals je bent”. En het liefst ook alleen voor jou. Nu je zelf kan kiezen, is er geen plaats voor “broertjes” of “zusjes”.   Verder is monogamie een voorbijgestreefde begrip, in het leven geroepen om economische redenen. Zoals Esther Perel het in haar TED-talk treffend zegt: “Het was belangrijk dat een man wist welke kinderen van hem waren, zodat er later, bij zijn overlijden, geen discussie mogelijk was over voor wie de koeien nu waren.” De vrouw was economisch afhankelijk van haar man: zij bleef immers thuis voor de kinderen terwijl hij de kost ging verdienen.   Vind je het niet op zijn minst opmerkelijk dat vandaag bijna alles in overvloed kan? Dat er zoveel overconsumptie is? Alles mag beter en meer zijn behalve onze relaties. Terwijl liefde nu net een oneindige bron is waar in principe iedereen uit kan putten, moest ons ego niet zo in de weg staan.   Ik ben bevriend met een koppel dat al jaren polyamoreus leeft. Aanvankelijk waren ze monogaam. Zij voelde na tien jaar dat het niet helemaal klopte voor haar. Ze voelde zich regelmatig aangetrokken tot andere mannen terwijl de liefde voor haar man onveranderd bleef. Hun relatie ging niet slecht. Het kon alleen beter. Dus praatte ze er met hem over. De relatie werd in vraag gesteld. Daar is lef voor nodig. Het werd het begin van een nieuw hoofdstuk. Natuurlijk is dit niet zonder slag of stoot gegaan, maar ze besloten ervoor te gaan. Ze herschreven hun huwelijksbeloften en groeiden samen naar een rijkere manier van zijn   Wat zij aanhalen als de grote voordelen zijn: Je moet gewoon open praten met elkaar. Soms is dat moeilijk. Natuurlijk voelen we ons soms jaloers, maar dat is allemaal bespreekbaar. Alle gevoelens mogen er gewoon zijn. Op die manier leer je elkaar op een veel dieper niveau kennen. Je krijg continu een spiegel Soms zal je je bijvoorbeeld onzeker voelen: “Is zij mooier dan ik? Is ze leuker dan ik?” Door daar met je partner over te praten, zul je vaak merken dat die onzekerheid uit jezelf komt en dat het niet je partner is die de onzekerheid in jouw hart voedt. Je leert minder afhankelijk te zijn van de ander en meer vertrouwen te hebben. Hieruit kunnen we besluiten dat we veel ruimer gaan denken en onszelf veel ruimer kunnen ontwikkelen. We geven onszelf meer uitdaging.   Daar staat tegenover dat we regelmatig ook tijd nodig hebben om alleen te zijn. Om indrukken, ervaringen en gedachten te verwerken en ons weer op onszelf af te stellen.   Hoe zou je het vinden om je helemaal vrij te voelen? Om ook je partner die vrijheid te geven? Bang? Ben je nu niet bang dan? Bang dat hij je misschien bedriegt, dat al je vrienden het weten behalve jij? Ben je niet bang dat zij stiekem innige mails stuurt met een collega die ze elke dag ziet? Stel je je geen vragen als ze de hele avond op haar gsm zit te tokkelen? Af en toe glimlacht zonder dat ze het zelf beseft? Hoe veilig voel je je echt? Hoe zeker ben je van je relatie?   Het gaat er niet om of monogamie of polyamorie beter is. Geen van de beide is perfect. Hou gewoon voor ogen dat we allemaal vrije mensen zijn. We kunnen misschien allemaal op elkaar lijken maar tegelijkertijd zijn we ook erg verschillend. Begrip voor die verschillen en elkaar aanvaarden, dat is waar het in elke relatie om zou moeten draaien. Daarnaast moeten we de ander niet verantwoordelijk stellen voor ons eigen geluk. We kunnen en mogen van de ander niet verwachten dat hij tegelijkertijd ons beste maatje, een tijger in bed, een Jeroen Meus in de keuken en een supernanny is.                 [1] Volgens Esther Perel in het boek “Erotische intelligentie”.

Mandy
11 0