Over ingridvdk

Ik houd van taal en kan me er nog altijd over verwonderen dat we met zesentwintig letters en een paar leestekens zoveel mooie woorden en zinnen kunnen maken.
Mijn levensloop vind ik verder niet zo relevant. Ik word liever beoordeeld op mijn schrijven.

Teksten

Wissel van de seizoenen

Voordat onze nieuwe buren het huis naast ons betrokken, woonde er een vriendelijke, oude dame. Ik mocht haar wel - misschien omdat ze zo op mijn overleden moeder leek. Ze had dezelfde houding, hetzelfde kapsel en dezelfde manier van kleden, en net als zij onderhield ze een goed contact met alle buren. Haar voortuin stond vol bloemen, de coniferen aan de zijkanten van haar grondstuk zorgden voor voldoende privacy en onder de hoge spar in het midden van het gazon achter haar huis zat ze wel eens een boek te lezen. Kortom, ze was rustig en sociaal - net wat ik van mijn buren verwacht. Toen ze ver in de tachtig was, werd ze ziek en ging kort daarna dood. Een half jaar later verkochten haar kinderen het huis aan een vijfkoppig gezin: een corpulente, zwijgzame man, een zwartharige, flamboyante vrouw, hun twee identieke dochters en een zoon.  In het voorjaar dat daarop volgde, kocht de corpulente man een kleine graafmachine. De voortuin moest eraan. Mijn man zou hem hebben omgespit, maar goed, iedereen is anders. Pontificaal op zijn machine gezeten schakelde de buurman vooruit, achteruit, om hier een paar kilo aarde op te graven, daar weer alles neer te storten. Hij had er duidelijk plezier in en verlegde iedere vierkante meter zand een keer of honderd. Tot in de zomer is hij er een paar uur per dag mee bezig geweest.      Hoorndol werd ik van het machinegeluid. Ik ging niet meer naar buiten en binnen draaide ik de volumeknop van de radio wat hoger, zette een hoofdtelefoon op of deed wassen doppen in mijn oren. Niets hielp. Het gedreun bleef me achtervolgen. Ik hoorde het zelfs wanneer mijn buurman níet op zijn machine zat. Toch heb ik er nooit iets van gezegd. Je moet tolerant zijn, vind ik. Vooral hier op de buiten.      In het najaar en de winter bleef alles rustig. De graafmachine was weliswaar nog prominent aanwezig in de tuin, maar het leek alsof de buurman zijn speeltje toch wat moe geworden was. Ik herademde, genoot van de stilte en vond de winter ineens een prachtig seizoen.     De volgende lente was de achtertuin aan de beurt. Weer hoorde ik constant het geronk van die verdomde graafmachine. Alle bomen, struiken en planten in de buurtuin werden ontworteld, hartstochtelijk uitgegraven en deskundig afgevoerd. Geen sprietje groen bleef er over. Toen ik dat zag, maakte een verzengende woede zich van mij meester. Het was alsof vuur door mijn aderen binnendrong en via mijn bloed naar mijn hart en hersenen trok. Ik had dat vuur in de buurman zijn gezicht willen spuwen, hem eigenhandig willen vermoorden, en zijn flamboyante vrouw erbij. Wie komt er nu op de buiten wonen en kan geen groen verdragen? Wie maakt er lawaai dat horen en zien je vergaat? En dat twee jaar na elkaar? Maar ik hield me in. Omdat ik gevoelig ben voor geluid, wil dat nog niet zeggen dat ik de buurman van kant mag maken. Trouwens, het ergste hadden we ongetwijfeld gehad. En een beetje tolerantie voor de buren hoort erbij, hier op de buiten.       Mijn man en ik gaan anders om met het groen rondom ons. Wij houden van bomen, hagen en bloemenborders. Naast het zoeken naar rust was dat de reden waarom wij van de stad weer naar het platteland verhuisden. Wij zijn dan ook oprecht blij met onze tuin. Alles groeit en bloeit dat het een lieve lust is en de tuin is geworden wat wij beoogden. Mijn man vindt zijn ontspanning in tuinieren en ik vind rust door naar onze tuin te kijken. Ik houd van de wissel van de seizoenen, van het botten van de bomen tot het vallen van de bladeren. Van mij mogen die bladeren ook gerust wat blijven liggen. De behoefte elk blad van het gazon te rapen of van het terras te vegen heb ik niet. Totaal niet. Onze buren wel. Die zijn al uren met een bladblazer in de weer.  

ingridvdk
18 0

Interieur

In een lange, gebloemde jurk met sneakers eronder flodderde ze aan ons tafeltje voorbij. Hoe belachelijk, dacht ik en draaide nog net niet met mijn ogen, de zoveelste die aan het hedendaagse modebeeld wil beantwoorden en niet met die kleren staat. Toch maakte ik me ook wat ongerust. Misschien was ik wel de belachelijke. De eigenzinnige die absoluut niet wil meegaan met sommige trends. Iemand die graag vrouw is maar niet weet wat ze moet doen of laten om erbij te horen.      De kelner rukte me los uit mijn gedachten. Hij bracht het dessert. Ook qua eten weiger ik de trend te volgen: ik houd van zoet en iedereen mag het weten.  De volgende morgen bleef diezelfde mevrouw aangenaam getroffen voor haar ontbijttafeltje staan. Enthousiast wees ze haar man op het glaasje versgeperst sinaasappelsap, de kaas en het vlees, kunstig gedrapeerd op een hoge, ronde schotel. Ook het broodmandje, de twee stukjes zalm, de ananas en de boter in een vlootje konden haar goedkeuring wegdragen. Je hoorde en zag het meteen.     Ze schoof haar stoel achteruit en ging zitten. Energiek streek ze haar haren achter haar oren en begon een boterham te smeren. Ze zag er opgewekt uit en fris uitgerust, constateerde ik jaloers. Terwijl ik op de kamer een half uur had geprobeerd de wallen onder mijn ogen te camoufleren.      Al gauw kreeg ze ook interesse in het interieur. Van het intieme hoekje bij het raam gleden haar ogen naar de grijze wand, en vandaar naar de lage kast ervoor. Bevlogen sprak ze haar man aan, haar ogen nog altijd op de wand gericht. ‘Kijk, hij moet als bank dienen, kijk dan, bij ons, voor de kleinkinderen, daar, die gekleurde kussens…’ Haar man at rustig verder. ‘Onze nieuwe keuken, ‘als we nu ook eens…’      Met haar kop koffie in de hand begon ze aandachtig ook het plafond, de hoge ramen en het indirecte licht te inspecteren en ik zag hoe ze in zichzelf begon te prevelen. Ik herkende dat. Ze was aan het rekenen, aan het passen en meten. Wat voelde ik me met haar verbonden. Een mooi interieur zien en meteen de toepasbaarheid in het eigen huis proberen na te gaan - dat doe ik ook. Altijd en overal. Opgelucht reikte ik naar de overgebleven croissant en smeerde er chocoladepasta op. Er zijn nog vrouwen zoals ik.

ingridvdk
14 1

Vrijheid, blijheid

Het aantal campers op de weg begon op te vallen. Diep nadenkend over die toegenomen populariteit, daarbij reflecterend over mijn eigen behoeftes, kon ik niet anders dan vaststellen dat een vakantie met de camper beslist zijn charmes had. ‘De vrijheid die je dan hebt’, betoogde ik gloedvol tegen mijn man, ‘snel even de weerapp raadplegen, vertrekken, gewoon de zon achterna. Lang leve het buitenleven, daar houd jij toch zo van? En je hebt altijd alles bij je. Kleren, eten, bed, bad en toilet.’ Ik werd al blij van de gedachte alleen. Mijn man aarzelde, ging toch vrij snel overstag en voor mijn verjaardag huurden wij een camper.  Op weg naar Frankrijk kijk ik genietend om me heen. Stralend weer, goed onderhouden wegen, uren muziek via Spotify, wat kan het leven mooi zijn. ´s Avonds zit het wel een beetje tegen: de aanbevolen camperplaats in Metz is volzet. Gelukkig vinden we nog een plekje op de gewone parking dichtbij. Geen water, geen elektriciteit, maar kom, besluiten we, voor één nachtje is dat geen probleem. De tweede avond, in Charmes, parkeert mijn man het gevaarte keurig tussen twee andere campers. Op een heel idyllische plek, met zicht op de rivier. Alleen een beetje jammer dat het stroom- en waterpaaltje het niet doet en dat er ´s morgens hondenpoep voor onze deur ligt. En dat hij daar in trapt.Vastbesloten er toch een leuke vakantie van te maken stelt hij voor een paar dagen op een échte camping te gaan staan. ‘Daar heb je toch grotere plaatsen en ruimere sanitaire voorzieningen. En als we wegrijden, hoeven we niet meteen alles in te pakken. Dan kunnen we ons tafeltje en stoelen buiten laten staan.’  Wanneer we terugkomen van een stadsbezoek staat er een grote caravan op ons plekje en hebben de buren rechts onze meubeltjes ingepalmd. Als ik dan ook nog eens bedenk hoe we dat laddertje weer op moeten om in die alkoof te gaan slapen, zinkt de moed me in de schoenen. En dat chemisch toilet… Ineens bevalt me het hele idee niet meer. Het idee dat je altijd alles bij je hebt.

ingridvdk
0 1

Strekbeweging

Ik ben best sportief. Altijd geweest, eigenlijk. Toch in de zin van ‘met plezier lichamelijke activiteit beoefenen’. Als tiener deed ik mee aan zwemwedstrijden en op school was ik één van de besten in het lange afstandslopen. Ik deed ook graag grondoefeningen. Toestelturnen was dan weer minder mijn ding. Aan een rek hangen durfde ik nog, maar over een paard of een bok springen was net iets teveel gevraagd. Dat de gymleraar me daarbij maar al te graag een ruggensteuntje gaf, hielp niet echt. Ik wist nooit zeker waarnaar hij grabbelde. Bovendien haatte ik het pakje dat we in de turnles moesten dragen: een donkerblauwe, sponzen onesie met korte mouwen en nog kortere broekspijpen. Zwemmen doe ik nog altijd graag, maar omdat ik allergisch reageer op water (lach niet, het bestaat wel degelijk) komt het er nog zelden van en ga ik liever wandelen. Dit alles om aan te tonen dat ik niets tegen wat beweging heb. Daarom maak ik ook zelf mijn huis schoon.      In het milieu waarin ik verkeer doen ze dat niet. Daar láten ze schoonmaken. Eén van de argumenten die ik daarbij hoor is dat ze dan meer tijd overhouden om iets zinvollers te gaan doen. Zoals sporten. Waarmee ze dus bedoelen: sporten is zinvol maar schoonmaken niet. Schoonmaken, beweren ze ook, leidt tot niets. Akkoord, knik ik dan toegeeflijk, er ontstáát niets. Het is niet hetzelfde als je eigen groenten kweken of een trui breien. Maar wat in hemelsnaam ontstaat er door te gaan joggen, tennissen of fitnessen?      Er is dus sprake van een uiterst eigenaardige redenering. Bij mijn weten betekent sporten: een lichamelijke of mentale activiteit beoefenen waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden. En de strekbeweging bij het ramen lappen, of het zeulen met de stofzuiger, door de knieën gaan en op een laddertje kruipen om stof af te nemen, strijken, tapijten uitkloppen, is dat dan geen lichamelijke activiteit? Is daar geen kracht voor nodig, of inzicht? Echt, het wil er bij mij niet in. Kilometers joggen of fietsen, zomaar, nergens naartoe, of nog erger: gaan fitnessen - is daar meer zingeving mee gemoeid dan wanneer je, ik zeg maar, de vloeren van je boven- én benedenverdieping op één uur dweilt?     Ik wil hier niet beweren dat ik gráág schoonmaak. Maar het zelf doen houdt me fit en met de voeten op de grond. Ondertussen krijg ik ook vaak verhelderende gedachten over het leven. Grootse, filosofische redeneringen zijn er al bij op gang gekomen. Over zin en onzin van theedoeken strijken, over stof dat alsmaar wederkeert, over steeds opnieuw beginnen en mijn eigen vergankelijkheid. Eerlijk, bij sporten heb ik dat nog niet gehad. Dan is het enige wat me bezighoudt: waarom doe ik dit eigenlijk? Hoe lang duurt het nog? Aan wie moet ik hier iets bewijzen? Of: ik zou mijn tijd beter besteden aan ramen lappen, want mijn schoonouders komen op bezoek. Heb ik in een moeite door een buig- én strekbeweging. Ook al leidt het dan tot niets.

ingridvdk
3 0

Gastenboek

‘D´accord’, hoor ik mijn man zeggen, ‘sept heures trente.’ Hij steekt zijn gsm terug in de zak van zijn regenjas. ‘Gelukt’, zegt hij opgetogen, ‘net een tafeltje gereserveerd.’ We zitten in Rochefort op een terras en tersluiks kijk ik op mijn horloge. Zes uur. Geweldig. Dat betekent nog anderhalf uur honger en kou lijden. ‘En wat nu’, vraag ik beschuldigend, ‘nóg maar eens wat wandelen of hier tegenover de kerk in?’ Het wordt de kerk.  Slecht gehumeurd loop ik tot bij het altaar, bekijk vluchtig de mozaïeken op de vloer en maak dan rechtsomkeer. Op een houten pupiter vlakbij de uitgang ligt een opengeslagen gastenboek. Gastenboeken oefenen een enorme aantrekkingskracht op mij uit. Niet dat ik de drang voel er zelf iets in te schrijven, maar ze prikkelen mijn nieuwsgierigheid danig. Iemand geeft zich bloot, legt vast wat hij denkt of voelt en deelt dit met de rest van de mensheid. Ook met mij. En kunnen onderduiken in het privéleven van iemand anders is iets waaraan ik slecht kan weerstaan.      Op de linker bladzijde staat een tekst, ondertekend door een vrouw. Haar ronde, regelmatige handschrift doet me vermoeden dat hier een intelligente, evenwichtige vrouw aan het woord is en geïnteresseerd ik begin te lezen.     Als eerste looft ze de mozaïeken. Goede inleiding, knik ik waarderend. Daarna bedankt ze God: …voor Uw bemoeienissen in mijn leven en voor de mooie vrouw die ik nu ben. Zonder U was het nooit allemaal goed gekomen. Verschillende gedachten schieten door mijn hoofd. Welke vrouw beschrijft zichzelf nu als mooi? Of nee, dit gaat niet over haar uiterlijk. Maar dan nog… En wat zou er goed gekomen zijn? Haar huwelijk? Een verslaving? Heeft ze een ongeval gehad, haar gezicht verbrand? Verdorie, had ze nu niet wat specifieker kunnen zijn? Goh, te denken dat alleen met Gods hulp alles goed gekomen is. Ik had haar verstandiger verwacht, met dat handschrift. Volwassener. Of heeft ze echt zulk een diep geloof?     Ik heb alles om gelukkig te zijn, schrijft ze verderop, alleen, voor één klein dingetje heb ik nog wat hulp nodig. Maria, van U misschien, want God heeft al genoeg gedaan. Maria, zou U ervoor kunnen zorgen dat mijn zoon stopt met roken? Dan is mijn leven perfect. Dank U wel en ik houd heel veel van U. Glimlachend maar ook een beetje jaloers loop ik met mijn handen diep in mijn jaszakken naar buiten. Ik zou willen dat ik zo was. Mezelf mooi vinden, mijn leven in Gods hand leggen en simpelweg Maria´s hulp inroepen om de mannen in mijn leven te laten doen wat ik wil. Ik zou al lang lekker warm in een restaurant hebben gezeten.

ingridvdk
12 1

Over berg en dal

Vorige dinsdag zijn we gaan wandelen. Niet zomaar wat kuieren, nee, echt wandelen, met wandelschoenen aan en een rugzak mee. Urenlang liepen mijn man en ik van het ene beekdal in het land van Herve naar het andere. We stapten over bospaadjes en geasfalteerde wegen, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We doorkruisten weiden met klaphekjes en kwamen stevige klimmetjes tegen. Ondertussen genoten we van de vele vergezichten.     De heuvelachtige streek waar ik woon, kan me nog niet zo heel lang bekoren. Geboren en getogen in de Limburgse Kempen bemin ik nog altijd de droge, zwarte grond, de geur van de naaldbossen en vooral het vlakke landschap daar. Alles is er zo overzichtelijk en behapbaar. En een plat landschap opent de geest. Daarom ga ik ook graag naar zee. Liever dan naar de bergen, die ik pas als tiener leerde kennen, toen ik met een oom en tante mee op skivakantie mocht. De sneeuw was fijn, vooral als je van binnen naar buiten keek, maar die bergen… er waren er te veel en ze waren te hoog. Ze beklemden me. In de bergen voel ik me nog steeds niet op mijn gemak. Ik vind ze bedreigend. Sommigen beweren dat bergen sprookjesachtig zijn, en mysterieus. Nou, ik geloof niet meer in sprookjes en van mysteries houd ik niet.     Het moeten wel heel speciale mensen zijn, mensen die van wandelen in de bergen houden en een top beklimmen, gewoon om die top te halen en te kijken wat erachter ligt. Je ziet toch alleen maar nóg meer bergen die je moet overwinnen? Waarschijnlijk zien ze het leven als iets waar ieder obstakel moet en kan overwonnen worden, denk ik dan, en weten ze nog niet dat dat niet gaat, dat je sommige dingen in een hoekje moet laten staan. Al die hoogteverschillen en vooral de zon nog niet gewend, kreeg ik het af en toe moeilijk. Met een kop die er volgens mijn man uitzag als een tomaatrode pompoen moest ik dan ook af en toe vragen een kleine rustpauze in te lassen. Gelukkig had hij daar alle begrip voor. Misschien is dat waarom ons huwelijk al zo lang standhoudt: we sleuren elkaar door de heuvels en valleien, door de bergen en dalen van het leven, houden af en toe halt om elkaar weer moed in te spreken en daarna weer samen verder gaan. Soms naast elkaar, soms achter elkaar, maar altijd weer komen we bijeen.

ingridvdk
8 1

Ademloos

Een maand of twee geleden kocht ik een nieuwe agenda, of nee, twee agenda´s om precies te zijn, een persoonlijke en, hoewel ons huishouden nog maar uit twee personen bestaat, een gezinskalender, iets waar lange tijd geen behoefte aan bestond omdat ik alle afspraken van ieder lid van ons gezin kon onthouden, daar zelfs prat op ging, maar spijtig genoeg vanaf het ogenblik dat ik begon te studeren en te schrijven niet meer zo goed functioneerde, immers, studeren en schrijven zijn twee activiteiten die veel concentratie vragen, en geloof het of niet, maar zelfs om je verbeelding te laten spreken moet je je kunnen concentreren en daar hoort afspraken in je hoofd prenten absoluut niet bij, met als gevolg dat ik nu ieder jaar in november een agenda koop, een agenda die aan verschillende criteria moet voldoen: hij hoort in elke handtas te passen, een buigzame kaft te hebben en glad en wit papier, plus een indeling over twee bladzijden zodat je wanneer je hem openslaat meteen een overzicht hebt van de hele week, wat je hele gemoed in één klap kan doen opklaren, alleszins het mijne, zo keurig en net als mijn afspraken in mijn agenda staan, sommige in potlood en andere in de kleur van mijn lievelingspen, gewoon omdat ik maar niet kan besluiten waarmee ik liever schrijf (ofschoon ik me daarover ook wel weer kan ergeren), omdat, tja, potlood heeft iets provisorisch, nietwaar, alsof het nog niet zeker is wat er staat, wat me enerzijds bij het schrijven goed van pas komt, me anderzijds in mijn kalender zo kan spijten voor de afspraak die ik heb gemaakt, terwijl het koningsblauw van mijn pen iets verhevens heeft, edoch niet bij iedere afspraak past, maar goed, in november heb ik dus twee agenda´s gekocht, een gezinskalender waarin mijn man heel af en toe iets schrijft, en een persoonlijke, een duurzame, gemaakt van graspapier, recycleer- en composteerbaar lees ik op de achterkant, in het juiste formaat en met een buigzame kaft, alleen, het papier is niet wit maar beige gespikkeld en ook niet glad omdat het is gemaakt van snelgroeiend en -drogend gras, waarmee ik niet wil zeggen dat ik daarover struikel, duurzaam is duurzaam, nochtans weet ik vandaag niet goed of ik hem nog wel zo leuk vind, hij ziet er zo leeg uit, en hoewel die weinige afspraken die erin staan zorgen voor perspectief, me het gevoel geven dat ik toch nog íets van een sociaal leven leid, confronteert hij me er ook mee dat dat leven zich hoofdzakelijk afspeelt op het internet, op Zoom, FaceTime en Skype, beneemt hij me soms zelfs de adem, met als gevolg dat ik dan weer mijn heil zoek op Youtube, bij Yoga with Adrienne, om op mijn sportmat in de woonkamer samen met acht miljoen andere gebruikers ademhalingsoefeningen te doen.  

ingridvdk
20 1

Opleiding

Schrijversacademie Nederland

Publicaties

'Heimwee naar de verte' in het verhalenboek Reveil 2020
'Duiven komen altijd terug' - debuutroman

Prijzen