Lezen

Mijn kuiken

“Mmm, onze juf voor ons atletiekkamp ziet er echt kei sportief uit en zo gespierd. Zou ze veel spek met eieren eten? Dat knalgele fluitje zal ze toch niet te veel gebruiken om ons rondjes te laten lopen? Aha, ze lacht naar ons en weeral en weeral. Hihi, we zullen maar mee giechelen. Toch wel mega cool; onze trainster. L-U-N-A; zo heet ze, zie ik op haar badge. Yep, ik kan al een beetje lezen en straks ook hard lopen – super duper zoals zij vast kan.”   Ik weet zeker dat al die “kiddo’s” zo over haar denken tijdens haar allereerste studentenjob. Als mama, ben ik natuurlijk trots op haar. Op een wedstrijd blijf ik verwonderd over de passie en sterkte die ze heeft om in spurt de finish te bereiken. Gelukkig gaat ze van mij figuurlijk nog niet lopen. Als ze verder gaat studeren zie ik haar niet haar vleugels uitslaan naar een kot zoals haar grote zus. Dit kuikentje houdt van nestwarmte, al moet ze deze week haantje de voorste spelen. Ze kan vliegensvlug zijn, maar zal er niet op uit vliegen en als moederkloek die niet veel kakelt, maar graag orakelt, vind ik dat prima.   Tok, tok, tok. Wie is daar? Kapoentje, kampioentje. Opzij, opzij, opzij – ze schiet voorbij.   --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Dag betw-etertje,   Over eten wil jij altijd alles weten. “Wat eet ik vandaag?” lijkt de belangrijkste vraag van de dag? Je hebt het voordeel van jouw sportieve looks, maar een hoofdmaaltijd van snoepjes (van het merk Haribo) en chips (waarbij Lays vooral wordt opgemerkt) zou jouw favoriete menu zijn. Mama’s keuken met de klassieke patatjes (ja, patat), groentjes (geef ze de groeten) en vlees (kan ik dat gehakt een hak zetten) is liever niet aan jou besteed.   Meestal smikkel en smul je met smaak. Jouw mmmmmmmmm, Maakt Maaltijden Magisch voor Mama’s die liever in hun bureau dan in de keuken lettersoepjes brouwen en met nic nac-jes spelen op het scherm.   Jij bent een zoetje, ik niet jouw zoethoudertje. Als een van ons een zuurpruim is, kunnen we er samen hartig om lachen en alles met een korreltje zout nemen. Trouwens, als ik een maantje in huis heb, krijgt mijn eigenwijze restaurant dan niet gemakkelijk een ster?   I am a sinner die van zinsnedes houdt en van sneetjes w-eten. Mange-tout? Man get out! Food. Feel good. Get in the mood.   --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Joehoe, Moeder Aarde aan Maantje!   Ja Luna, vandaag kan iedereen figuurlijk naar de maan. Je hebt vakantie en je bent op reis naar de ruimte alias die virtuele wereld van jou. Jouw I-pad zet je zonder moeite op pad met je talrijke vrienden. Je blijft maar chatten met jouw schatten en je lijkt je zelfs in twee te kunnen splitsen door tegelijkertijd op je smartphone een andere piste te verkennen.   Houston, do we have a problem? Och als mama moet ik met beide voeten op aarde staan. Ik ben opgegroeid in de zogenaamde prehistorie na de eerste landing op de maan. Ik schreef nog gewone epistels met de hand op geurend briefpapier met motiefjes en was dolblij als ik na een paar dagen al antwoord kreeg.   Luna, jij wilt en krijgt alles vliegensvlug. Och, geniet maar even. Ik weet dat je op andere dagen veel in je mars hebt, zelfs zonder op die gelijknamige planeet te vertoeven. Je bent een ster in atletiek en schittert op school. Jij als maantje bent het lichtje in de duisternis. The sky is your limit. Neen, ik ga niet vliegensvlug die Ice Tea voor jou halen want dan zou ik mezelf naar de maan wensen als ik dat slaafs deed.   Maar goed, over het algemeen ben ik in de zevende hemel met jouw bestaan. Not having the bleus op deze blauwe planeet. Jij wordt een hoogvlieger!

Leona
0 0

Rootless Queen

‘Mijn roots heb ik nog steeds, hoor. Ik ben ze nooit verloren.’   Ze laat de wijsvinger van haar rechterhand over de cassettebandjes in het rek glijden. Met haar linkerhand knijpt ze zachtjes in de mijne. Ik hou mijn adem in en tel de seconden voor ze ontdekt dat er een cassette ontbreekt in de rij.   Nog voor hij zijn intrek nam in het bejaardentehuis, waren we er samen al eens heengegaan, zij, haar grootvader en ik. Op de metro erheen zat hij steeds uit het raam te wijzen en vertelde hij honderduit tegen me, in een taal waar ik geen woord van begreep. ‘Hij wijst de plekken aan waar hij heeft gewerkt,’ leerde zij me achteraf. Ik wou eindeloos doorvragen, waar hij vandaan kwam, hoe hij hierheen was gekomen, waar hij hier eerst had gewoond, hoe het voelde om aan te komen in een land waar hij niemand kende.   Ik steek de cassette in de speler op de vloer en ga ernaast op mijn buik liggen. Voor ik de afspeelknop indruk, aarzel ik even. Zou ze nog wel werken? Zou ik zo alle stemmen horen die destijds haar grootvader bereikten, zoveel duizenden kilometers overbruggend, als antwoord op de stemmen die hij hen telkens zond?   Even hoor ik enkel ruis, dan weer die taal waarvan geen woord me bekend voorkomt. Minutenlang luister ik naar de melodieën van de stemmen - mannen en vrouwen, kinderen en ouderen. Dan blijft er één stem over. Haar gezangen komen van ver, maar tegelijk zijn ze ongelooflijk dichtbij. Zijn vrouw, flitst door mijn hoofd, voor ze hem achterna reisde. Haar oma.   Een auto die voorbijraast op straat haalt mij uit mijn trance. Op het bandje weerklinkt enkel nog ruis. Door het geopende raam hoor ik een flard van een liedje opstijgen uit de auto. Ruthless Queen, heet ‘t. Mama zong het altijd, als ze het eenmaal op de radio hoorde, verdween het voor de rest van de dag niet uit haar hoofd. Vroeger dacht ik altijd dat de titel Rootless Queen was. Koningin zonder roots.   ‘Betekent je naam eigenlijk koningin?’ De kuiltjes in haar wangen zijn weer daar. ‘Iedereen denkt dat altijd. Maar eigenlijk betekent mijn naam schitterend, of gelukkig.’ Haar wijsvinger heeft de plek bereikt waar het cassettebandje ontbreekt.   ‘Voor wie supporter je straks tijdens de finale van het WK,’ vraag ik, ‘België of Marokko?’

Felix Sandon
22 1

Vier hoog

Vier hoog   Antwerpen, 15 april. Waarde onbekende,Vandaag is het 15 april, een zondag met zon en verjaardag. Precies vandaag immers zou een schilder, architect, uitvinder, ingenieur, filosoof, anatomist, beeldhouwer, schrijver en wat al niet meer, 566 jaar zijn geworden. Leonardo di ser Piero da Vinci (Leonardo, zoon van heer Piero uit Vinci) was zowel bastaard als homo universalis. Hij was genie en wie zal het zeggen, zelfs gewoon homo, zonder universalis. Ondanks een onhebbelijk karakter en de gewoonte, aan veel te beginnen en nog meer niet af te werken, zou da Vinci de wereld kleuren. Hij leefde in tijden, waarin mannen aan zet waren. Vrouwen bedekten het hoofd en roerden thuis in de potten. Ondertussen zijn de tijden veranderd. Vrouwen kruipen uit de krochten van de geschiedenis en bouwen mee aan het gezicht van de wereld rond ons. Soms mag je dat zelfs heel letterlijk nemen, beste lezer. Vier hoog wonen wij. Daar kijk ik uit het kamerbrede raam en ik zie het. Elke dag, met regen, of wind, sneeuw of zon, zie ik het. Ik zie hoe het de kleur pakt van het weer. Ik zie hoe het schittert in al zijn vlakken. Soms is het dof en triest, alsof het iets mist. ’s Avonds is het een baken naar thuis. Wat ik zie is een huis, bedacht door een vrouw; haar naam Zaha Hadid, haar geboortestad Bagdad. Niet enkel de sluier voor deze vrouw uit Bagdad, maar ook wiskunde en de tekentafel. Deze Irakese wijkt uit naar Beiroet en Londen en tekent zich naar eeuwige roem. Een staaltje van haar bouwkundig vernuft, torent hier hoog boven de dokken. Een tuimeling van hoekige meetkundige facetten van een gigantische diamant maakt ons decor. Onder de betonnen poten van het havenhuis schuilt de oude brandweerkazerne. Boven in al dat glas werken de mensen die de haven maken. Deze reus van glas en beton: ‘You love it, or you hate it’ … wij koesteren het. Links en rechts van ‘ons havenhuis’ vangen molens de wind en laten elders lichten branden. Oude graansilo’s, hangars, pakhuizen en een verdwaald kerkschip vormen de geordende chaos van wat alom bekend is, als ‘Het Eilandje’. Maar ons eiland heeft bruggen naar de rest van stad en haven. Zo’n juweeltje van een brug prijkt iets meer links in ons beeld. Dit monument van staal ligt over de verbindingsgeul tussen het Kattendijkdok en het Houtdok. Deze Mexicobrug doet aan verre oorden denken, net als alle straten in onze buurt. Wij wonen in de Indiëstraat en zijn altijd op reis. Via de Napels- en de Cadixstraat lopen we over het Schengenplein tot bij de Delhaize. De Londenbrug over, daar woont in de Braziliëstraat de kapper. De wereld ligt altijd net over onze dorpel. Wie op het Eilandje woont heet rijk te zijn. Met een duur woord, spreekt men over gentrificatie. Simpel betekent dit dat rijke nieuwelingen, de arme autochtonen zouden verdrijven… Ook wij zijn maar gewone mensen, met bescheiden inkomens en dito spaarboek. We zochten en vonden een plek met ruimte en we betalen daar graag ons deel voor…Maar keren we, beste lezer, terug naar mijn raam en ontmoet de oudste dame van onze straat. Onze overbuurvrouw - 140 jaar oud nu - voorzag ooit alle havenwerktuigen van stroom. Haar leidingen reikten van de Noorderdokken tot veel verder. U maakt kennis met het Noorderpershuis. Het lijkt een sombere, ingedommelde oude matrone, maar schijn bedriegt. Op haar ommuurde binnenplein doken een tijd geleden plots glimmende koperen ketels op. Onder grote kleurige parasols staan nu simpele tafels. Glazen met schuimende kragen blinken in een flauwe lentezon. Onze overbuurvrouw heeft namelijk een onderhuurder, de Seefbrouwerij. Onder haar dak huizen nu gistings- en rijpingstanks en een heus café. Maak kennis met de jonge brouwer Johan, bezieler van dit alles. Hij doet wonderen met gerst en ademt bier en dit zeker niet omdat hij er teveel van drinkt. De man heeft zelf niet eens de obligate bierbuik van de bierliefhebber. Energiek zien we hem talloze keren per dag over ‘zijn’ binnenplein naar de brouwzaal benen. Johan was ooit directeur bij de brouwerij waar de Duvel gemaakt wordt. Maar zijn hart klopt in Antwerpen en hij wist van het bestaan van het fameuze, maar verdwenen Seefbier. Hij zocht verbeten wel drie jaar in familie- en andere archieven en op zolders bij oude brouwersfamilies. Zo wist hij dat de eerste vermelding van Seefbier teruggaat tot in 1677. Bij de toneelkring van de Antwerpse Sint Lucasgilde dronken ze het al. Het bier was eeuwenlang bijzonder populair in en rond Antwerpen en gaf in de negentiende eeuw zelfs zijn naam aan de toen nieuwe wijk de 'Seefhoek'. In deze volkse wijk, berucht om de vele cafés en danszalen, werd volop Seef gedronken.Hoe populair ook, rond de receptuur van Seefbier heeft altijd een waas van geheimzinnigheid gehangen. Niemand die nog wist hoe het troebele bier te brouwen. Iedereen was ervan overtuigd dat de Seef voor altijd geschiedenis zou blijven. Maar Johan is koppig en zocht verder. Als er ergens nog maar een vodje papier te vinden was, met daarop de details van het recept, dan zou hij het vinden. En zo gebeurde in 2012. In een document, uit het einde van de negentiende eeuw, blonken plots de details van het recept. Johan kon brouwen en intussen drinkt Antwerpen naast een ‘bolleke Konink’ voluit een ‘Seefbierke’. Koppigheid is tot veel moois en lekkers in staat! En zo steken wij met de regelmaat van de goesting in een goed glas, de straat over. We nemen onder het waakzame oog van de oude dame, plaats aan een tafeltje en we drinken een pint. Misschien beste lezer, nodig ik je wel eens uit. Misschien klinken we op een zomerse avond ooit wel op onze schrijfsels.                            

Diane De Keyzer
0 0

Ga ervoor Julie

                                                                               Melsele-Barcelona, 11 april 2018 Beste Julie,   Jouw droom werd mijn werkelijkheid. Ik geloof in het lot. Zijn we tweelingzielen ? Nee, dat denk ik niet. We inspireren elkaar. Jij geeft mij de kracht om mijn grenzen te verleggen. Wie ons samen ziet, zou kunnen denken dat we moeder en dochter zijn. Jij een tiener in de fleur van haar leven, ik een vijftiger met wijs- en vooral grijsheid. De laatste dagen was je veel in mijn gedachten. Jij was mijn katalysator die mijn motor de energie gaf om mijn vliegangst aan te pakken. Wees maar zeker, de adrelanine gonsde door al mijn bloedvaten. Mijn handen trilden zo erg, dat ik bij de check-in mijn paspoort niet uit het doorzichtige hoesje kreeg. “Beveren Verbindt” staat erop  in vermiljoenrood en azuurblauw, het nieuwe logo mijngemeente. Twee uur later, de ontlading. Een melange van opluchting, overwinging en blijheid borrelde op in mijn ooghoeken.                                                                                              Barcelona, 12 april 2018 Beste Julie,   Ik besef maar al te goed welke voorkeurspositie ik heb. Jij droomt er al zo lang van om naar Barcelona te gaan. Door jouw beperking is dat een hele onderneming. Jij bent anders. Je kan niet zoals alle andere leeftijdsgenoten onbezorgd op vakantie vertrekken.  Reizen vraagt voor jou en je familie weken van voorbereiding. Vooral het onderzoek naar rolstoeltoegankelijkheid van de vervoersmiddelen die je zal gebruiken en de plaatsen die je wil bezoeken is een ganse onderneming.  Toch weet ik dat je zal slagen in je doel. Eens samen met vriendinnen erop uit trekken, zonder je vaste begeleiders, je ouders.                                                                                              Barcelona, 14 april 2018 Beste Julie,   Gisteren schreef je me dat je al een aantal vriendinnen hebt gevonden die samen met jou op droomreis willen gaan. Het gaat je lukken. Ook al heb  je een fysieke beperking, mentaal ben je enorm sterk.  Met je positiviteit en empathie kan je elkeen ontwapenen. Wat je me vooral hebt bijgebracht is “leren relativeren”. Je maakt zelf grapjes over je gezondheid, zoals “mama, ik kan best wel op mijn eigen benen staan”, ook al zal dat wellicht in de letterlijke betekenis geen werkelijkheid worden. Laten we hopen, dat ooit deze sleutel wordt gevonden in de medische wereld.    

Elise Legrande
0 0

Brief 2 - Paprikadebacle

8 april   Voor jou blijft zondag familiedag, toch? Dat is ingebakken in het Limburgse DNA. Met z'n allen gezellig rond de vlaai een kaartje leggen. Ik maak er een karikatuur van, maar dat zal jij als stripfanaat wel kunnen plaatsen. Zelf laat ik vandaag een barbecue aan mij voorbijgaan. Mijn broer ziet zijn kans schoon om pinguïn-selfies te showen. (Hij is net terug uit Zuid-Afrika.) Daar heb ik echt geen boodschap aan.  Nee, mijn manier om het dolce far niente te bereiken: cultuur opsnuiven en dan vanop een anoniem terrasje het va et vien gadeslaan. Een gothic koppel trekt zich vestimentair niets aan van het warme weer. Verderop zeult iemand een reusachtige kamerplant over het hobbelige trottoir. Ja, ik voeg momenteel volop de daad bij het woord. Mijn cappuccinolepeltje ligt te glunderen in de zon. Hadden wij trouwens in een overmoedige bui niet afgesproken om op Romereis te gaan? Ik ben al flink aan het oefenen, zoals je ziet, en ik raad jou van harte hetzelfde aan.    Con amore,    Ingemar     10 april    Een tijdje geleden maakten we samen jouw befaamde jambalaya klaar. Onder het versnijden van de paprika liet ik me – weinig tactvol – ontvallen dat ik er als kind een half trauma aan had overgehouden (mijn broer en ik voor het slapengaan in de badkamer – de totale malaise: het zijn momenten die je niet licht vergeet), maar dat ik er intussen wel overheen was.   Ik moet op mijn woorden terugkomen. Gisteravond wokte ik paprika met garnalen: de ganse nacht tussen mijn bed en het kleine kamertje gelaveerd. Je zal begrijpen dat ik de paprika hierbij toch weer tot groente non grata verklaar. Die puntige lastpak behoort niet toevallig tot de nachtschadeplanten. Wat staat er zoal op jouw zwarte lijst?      11 april   Her en der barsten ribfluwelen blaadjes tevoorschijn. Ook de paardenkastanje brengt de lente in stelling. Nog even en overal viseren witte raketten vredig de hemel. Het kan maar helpen om mijn paprikadebacle te verwerken.     14 april   De duiven koeren alsof alles hier Provence is. Er zindert zonlicht door de gordijnen, dus wie ben ik om hen ongelijk te geven? Misschien moet ik mijn dromen wat langer voor werkelijkheid houden. Opstaan met postkaartwoorden en dan beginnen schrijven.  

Ingemar Spelmans
6 0

Oranje

Donderdag 12 april     Soulmate,   Er zijn zeker veel stichtender dingen te doen dan naar jou te schrijven. Maar hier zijn, en niet samen, is een onnatuurlijk iets. De schoenen die ik nu aan heb maar oh zo zelden draag, doen me aan je denken. Je was helemaal verrukt toen je me er de eerste keer mee zag. Op dat moment had ik ze al ja-ren ! Je moet niet vragen hoe wereldvreemd ik mezelf er in vind staan. Misschien is het zelfs van toen geleden.  Het hotelraam gooit mijn blik op een stad die ik niet herken: gekrioel van fietsers en wemelende voetgangers langsheen de slinger van wagens en bussen in de file. En ook trams. ‘Trems’ zeggen ze hier. Het lijkt wel Philadelphia! Ze roepen me. Ik laat je los. En mijn vogelperspectief ook. X         Vrijdag 13 april     Liefste Leetje,   Jeetje Leetje, Beetje maakt mijn peeceetje er van als ik je typ. Maar je bent niet een Beetje. Je bent veel. Je had me gevraagd de groeten te doen aan Karen als ik die hier zou zien. Ik weet niet of ik dat ga doen. Of durven. Jij natuurlijk wel, jij zou zoiets zeker doen. Jij kan straatstenen aan de praat krijgen. Lijkt me trouwens verstandiger op vrijdag de 13de het lot niet te tarten. Ik ben hier zo al genoeg gedesoriënteerd.                                                                                                                                                 Zaterdag 14 april   BFF,   Hoe onbegrijpelijk anders klinkt dezelfde taal! Zelfs wablieft bleek hij niet te verstaan. Niemand kon nog volgen. En dan die koppen erbij! Culinair was het geen evenement, maar daardoor wel bron van dolle pret. Gelukkig heeft die Hollander van jou mijn diepgewortelde gevoel voor zijn ras helemaal opgepimpt. Ik sluit hem in mijn hart. Jullie allebei. Dough dough.   ;-)  

BERLIOZ
0 0

Meubelen

Drie ramen sieren de muur.  Meestal kijk ik door het middelste of meeste rechtse raam.  Onder dat laatste staat mijn bed (twee matrassen op een palet, is dat dan een meubel?), daar zit ik dan en zie de wolken boven de gebouwen voorbijdrijven. Dat kleine stukje (al dan niet blauwe) lucht maakt me blij.  Want de rest is vrij, hoe zal ik het zeggen, benauwend.   De breedte van de straat is vijf meter? Maximum? Moet ik eens meten. Of zou ik moeten weten.  Met aan weerszijden van de weg, minstens tien? (ik kan de hoogte van een gebouw niet inschatten, deze brief doet me mijn onwetendheid ongelofelijk hard beseffen) hoge gebouwen om in te wonen.  Of dat is toch wat ik hier doe. De overkant heeft bijvoorbeeld een revalidatiefitness op het gelijkvloers, grappig om groepen mensen dezelfde beweging te zien doen.  Drie verdiepen hoger heeft een man, maar dat kan evengoed een vrouw zijn, zo zit het nu eenmaal in mijn hoofd, een witte muur waar hij films op projecteert. Episodes van series? Onbeschaamde porno? Onder hem huist een, wel degelijk mannelijke, student.  Sigarettenrokende-vaag-feestje-poster-persoon noem ik hem. Hij heeft ook een gereedschapskist op zijn balkon staan. En een cactus.  Ik ben momenteel niet op de plek die ik beschrijf (ik ben zelf een student dus soms trein ik heen en weer in het weekend) dus ik kan helaas niet kijken wat er precies op de poster staat, hoewel ik het het honderd keer heb gelezen. Gegarandeerd reclame voor een vaag feestje.  Overbuur één en twee hebben allebei al eens een feestje gehouden. Bij de bovenste manifeesterde zich dat i een tafeltje op het balkon en iedereen die mij van bovenaf zien kon.  Een verdieping lager, minder luxe, is gelukkig geen balkon. Wel een open raam waar meneer meestal een sigaret rookt en deze keer deden zijn vrienden dat ook met een pint in de hand. Hoera, ze wuifden! (wuifenwisseling had ik al eens gehad met de student die er effectief woont) Wat er in mijn hoofd omging toen ik mijn middelste raam opendeed en 'hallo' zei, is niet duidelijk, maar dat ik niet op date ga met de jongen die uit het raam hing en me mee vroeg, wel.  Waarom ik nooit voor mijn linkse raam sta en staar, is vanwege de tafel vol planten daar. Die hebben namen gekregen van mijn vrienden en eentje heet Mebelle.  Geïnspireerd op de letters die nog boven de fitness hangen: M E U B E L E N.  In MEGA mooie oude letters (beroepsmisvorming, ik heb nog grafisch ontwerp gestudeerd). Leefde daar vroeger iemand die meubels maakte?  Meubelmaker. Mooi woord. Mooi beroep. Het beroep wordt gerekend tot de bouwvakken, vertelt wikipedia mij.  Sluit mooi aan bij wat Ilja in de voorbeeldbrief zei.  Zelf heb ik daar niet veel aan toe te voegen en sluit ik hier mijn brief af.  (al wil ik zeggen dat het me oprecht spijt dat ik over dit deel niet uitwijd, ik wil volgende keer in de p.s. wel filosoferen over een beroep? Dit is puur uit tijdnood.)  Tijdnood: de voorbije twee weken was ik weg van de wereld (lees: zonder computer, mijn gsm is geen smartphone en er was geen tijd om te schrijven) waardoor ik deze brief op het moment zelf heb geschreven. Geen idee of daar een excuus voor nodig is, misschien is dat een mogelijke manier om te schrijven? Maar misschien niet de manier waarop ik wil schrijven? Tot schrijfs.  Liefs.               

Line
0 0

Heen en terug

Zondag 8 april 2018 Dag Jeannine Mijn reistas staat klaar. Straks vertrek ik voor vier dagen. Je zal van mij niet horen. Ik ga naar de stilte. Je mond viel een beetje open, je onderlip trilde, je ogen stonden niet meer horizontaal naast elkaar, je werd een groot vraagteken toen je hoorde wat ik van plan was. Vier dagen stilte! Meditatie!? Dat is voor hippies en verloren gelopen weeskinderen, volgens jou. En ik ben geen wees. Daar behoed je mij al 82 jaar van. Het is niet uit ontevredenheid, het gaat ook niet om het niet willen aanvaarden van mijn lot, zoals jij denkt. Hoe ik je het tegendeel moet aantonen, weet ik niet. Het is niet omdat ik ver weg van je wil zijn of je niet wil horen. Hoewel het vier dagen windstil zal zijn. ‘Windstil en wachten…. gelijk de duiven’, zo zei je. Ik proef je onmacht wanneer je dat zegt. Het doet me rillen. Mijn groot verlangen is dat je het begrijpt. Kon ik het begrip maar in je kopje gieten terwijl we samen aan je tafel koffie drinken. Dat je met elke vezel van je omvangrijk lichaam toont dat ik je teleurstel, dat geloof jij niet, maar ik…ik voel dat wel. Ik laat je nu achter. Voor een tijdje. Er wordt goed voor je gezorgd. Ik kom terug. Hyacintha   Woensdag 11 april 2018 Lieve Jeannine Je blijdschap probeerde je keihard te verbergen toen ik weer voor je stond. Ik heb het wel gezien. Je onderschat mijn manke ogen. Je moest nog even boos naar me kijken vooraleer je jouw mantel der liefde boven haalde. ‘Arm schaap’, moet je gedacht hebben. Zand erover is jouw motto. De rots die jij bent, is echt van steen per momenten. Mijn dierbaarste steen. Moest je nu echt die basilicum laten verpieteren? Kon je die echt geen water geven terwijl je jezelf van sloten thee voorzag? Ik ken jouw stil verzet. Mocht je het toch overwegen om dat te laten….je zal niet ontploffen, de hemel zal niet op je kop vallen…. Het zal niets uitmaken, net zoals jouw stil verzet. Niets. De volgende keer wil ik met je wandelen. Hyacintha   Vrijdag 13 april 2018 Lieve Jeannine Ik heb echt van onze wandeling genoten gisteravond. Wanneer het begint te schemeren, praat je zachter, zie ik hoe je lichaam zich ontspant terwijl ik je in je rug voortduw in jouw koets. Eindelijk aanvaard je het gemak van een wandeling op wielen en genieten we weer samen van het buiten zijn. Het park rondom je tehuis geurt van de lente. Het prieeltje in het midden van het park is op dat uur het mooist. ‘L’heure bleue’, prevel je elke keer. Hoe dat fijne gebouwtje afsteekt tegen het avondblauw van de lucht… Het lijkt ervan los te komen, groter en statiger te worden, trots te zijn er gewoon te staan. ‘De stilte…’, fluister je, ‘zalig…’ Ik glimlach. Jij kan dat niet zien. Je zit voor me in je rolwagen. En toch….wil ik geloven dat je mijn glimlach voelt, en dat je weet dat ik dat weet …..en ik kan niet anders dan dat diep in me te voelen als je zachtjes mijmerend zegt: ‘We kijken vooruit, nimmer achterom, dochter.’ Ik weet dat je me begrijpt, soms meer dan je lief is. Kus Hyacintha

Hyacintha
0 0

Over slecht beton en koetjes melken

Beste onbekende   Hier is het al laat aan het worden. De schemering maakt stilaan plaats voor de nacht. Ik zie nog net de takken van de hoge bomen, afgetekend tegen de hemel. Het is bewolkt, ze voorspellen regen. De achterkant van ons huis is al volledig in het donker verscholen. Mocht het licht zijn zou ik je vertellen over onze betonnen tuin. Een erfenis van de bouwer van ons huis, een aannemer die blijkbaar altijd beton teveel had. En toen er niets meer te betoneren viel, goot hij het maar wat in het rond. Maar na dertig jaar neemt de natuur de overhand, sleutelbloemen kruipen van tussen de scheuren, muizen graven zich een weg naar boven. Het was dan ook nog eens slecht beton.   Intussen is het pikkedonker het enige licht, de oranje schijnwerpers van de AVEVE, je weet wel tuin, dier en bakplezier. Achter de winkel liggen twee enorme hangars, de grote schuifdeuren permanent open. Tuin met zicht op graangebergte. Geeft dat niet veel lawaai zo'n onderneming naast de deur? Eerlijk, ik hou er wel van. De bedrijvigheid op warme zaterdagen, het af en aan gerij van tractoren, de file zwaailichtjes in de straat, de stem van de eigenaar die door de straat galmt. Een speciaal figuur die man, een boom van een kerel, handen als schoppen maar met een stem die je keer op keer uit je lood slaat. Hoog maar met bijzonder veel volume. Een instrument dat ie goed weet te benutten. Voor de laatste buurtroddel moet je aan zijn kassa zijn, horen zien en doorvertellen dat is zijn motto. Maar een hart van goud, zonder twijfelen schiet hij ons te hulp met zijn “clarksken”. Wat in tijden van verbouwingen een godsgeschenk is.   Binnenkort als de velden moeten geleegd worden trekt hij nachtjes door, om de boeren en hun gewin te ontvangen. Hij moet, want boeren die werken dag en nacht. Zalig toch, boeren, groentjes planten, koetjes melken. The simple life, zo leren we het in de kinderboekjes. De realiteit is zoals zo vaak wel een tegenvaller. Vroeger was het zwoegen tot hun ruggen krom stonden en hun voeten scheef. De machinerie bracht daar wat verandering in. Van in de hoge kabines van hun machines met scifi-allures hebben ze een uitstekend zicht op wat hen in de weg ligt. Woekerprijzen, slechte oogsten, strenge reglementeringen … en ik die denk dat ik zorgen heb. Nee nee, de babyfoon zwijgt, de vaatwas draait. Het leven is goed. TGIF.   Fijn weekend beste onbekende

JasmienB
0 0
Tip

De lift

  Als je zoals ik op de hoogste verdieping van een torengebouw woont, sta je nooit alleen in de lift. Een reis van 34 verdiepingen levert ook aardig wat conversatie op of interessant luistervoer. Sommige mensen denken duidelijk dat een oude vrouw zoals ik, doof of seniel is of allebei en laten zich rustig gaan. De ruzie gestart  in de badkamer of aan de ontbijttafel wordt gewoon verdergezet, zij het op een iets gedempte  toon. Zoals dat koppel een paar dagen na Kerstmis. Hij had haar een vibrator cadeau gedaan, wat zij uitermate smakeloos en beledigend vond. Tot daar is het slechts lichtjes gênant.  Maar daarop verweet hij haar dat ze ouderwets was en dat het hem niet verwonderde van die vibrator vermits ze toch compleet frigide was. Ik vroeg me af of je ook rood kunt aanlopen van plaatsvervangende schaamte. Zij  verzekerde hem dan dat ze geen hulpstukken nodig had, haar vingers werkten prima in tegenstelling tot zijn slappe ahum…  Zo bereikten we niveau nul. De liftdeur opende, en terwijl de vrouw  uitstapte liet ze hem weten dat haar minnaar absoluut geen last had van haar frigiditeit waarop ze naar mij  knipoogde. Toch niet zo onzichtbaar dus dacht ik, terwijl ik achter haar aan schuifelde. De man zakte verder door naar de ondergrondse parking. Maar eigenlijk is dit niet wat ik wou vertellen. Eergisteren stapte op het 23ste een moeder en haar puberdochter in de lift. Ook tussen hen was de discussie al in volle gang. “Maar mamma” kloeg het meisje, “nu ik echt een keer goed ben in iets, wil je mij dat niet gunnen”. “Maar dat is toch niet waar Elly, je hebt schaatsen, wat is daar mis mee?” “Alles”, pruilde Elly. “Ze zijn voor jongens, ze zijn oud en ze zijn gewoon niet geschikt voor ijsdansen. Daarvoor heb je kunstschaatsen nodig en dit zijn klapschaatsen”. “En kunnen we die niet huren dan?” ” Bah mamma zo vies! En dat is ook allemaal oude rommel, gevaarlijk als ik sprongen wil maken enzo”.  “Sprongen!”, de moeder haar pupillen verdubbelde in omvang. “Sprongen en pirouettes en arabesken” somde Elly op. “Maar dat kun jij toch nog niet?” Elly rolde met haar ogen. “Daarvoor ga ik juist les volgen, natuurlijk en je wilt toch dat ik met veilig materiaal schaats, hé mamma”. Elly’s toon was van klagerig naar zoet geëvolueerd. Haar moeder zuchtte, “Ik heb het geld niet meisje, dat moet je maar aan je vader vragen, die heeft in elk geval genoeg  centen om met zijn koeketiene op reis te gaan”, voegde ze er nijdig aan toe. Koeketiene, hoe lang was het geleden dat ik dat woord nog gehoord had? “Maar mamma, ik zie pappa pas over twee weken!” “Ja en dat is mijn fout?” “Neen” antwoordde Elly. Aan haar  beteuterde toon te horen was dit het argument waarmee haar moeder  routineus elke discussie eindigde. Toen arriveerden we op nul. Ik zag de twee na en dacht aan de kunstschaatsen die ergens in mijn kelder lagen. Ze zijn oud, ouder dan het meisje,  ouder dan haar moeder zelfs, maar ze zijn niet echt veel gebruikt. Ze zijn waarschijnlijk te groot voor haar alhoewel. Ik heb ze gekregen toen ik zelf wat vijftien, zestien was? Zou ik dat doen? Zou ik me ermee bemoeien? vroeg ik me af. Vandaag stap ik uit de lift op het 23ste maar ik weet  natuurlijk niet in welk van de twee appartementen Elly met haar moeder woont. Van de deurbellen word ik niet veel wijzer en dus logisch kies ik om eerst bij 23A aan te bellen. Er klinkt muziek in het appartement. De deur opent een kwart en een mannenstem zegt,  “Je bent vroeg, kom binnen maar je gaat nog even moeten wachten want ik ben nog lang niet klaar”. Ik krijg hem evenwel niet te zien.  “Meneer, excuseer, meneer”, mijn stem draagt sowieso al niet ver meer maar ze wordt volledig overstemd door de muziek en het gezoem van een scheerapparaat dat op dat moment start. Uiteraard wil de man me niet in zijn appartement en dus blijf ik op de overloop staan. Ik kijk naar de deur achter mij. Ik moet daar aanbellen maar eerst het misverstand hier oplossen. Ik wacht. Het gezoem stopt dan gaat de deur van 23A  eerst dicht en dan helemaal open. “Hélène?  “ Het is die man die zo sterk op mijn Simon lijkt.  Als we samen in de lift staan heb ik altijd de grootste moeite om hem niet ongegeneerd aan te staren. De eerste keer dacht ik heel even dat hij het was, tot mijn verstand terugkeerde en ik bedacht dat Simon al twintig jaar dood is.  “Ah u bent duidelijk Hélène niet”, zegt de man. Hij is nog bezig zijn hemd vast te knopen. “En u gaat schaatsen?” Hij kijkt geamuseerd naar de zak aan mijn voeten. “Sorry voor het storen, zeg ik,” Ik heb mij vergist van appartement. Ik moet bij uw buurvrouw zijn”.  “Oh dan zijn deze zeker voor Elly “glimlacht hij.  Zo lijkt hij nog meer op Simon.  Het zou zijn zoon kunnen zijn. Hij is alleen een beetje groter, ofwel is dat omdat ik gekrompen ben. “Daar zal ze  zeker blij mee zijn” voegt hij eraan toe, “maar u zal een andere keer moeten terugkomen vrees ik, want ze zijn een uurtje geleden vertrokken”.  “Ik  hoop dat ze er blij mee zal zijn”, zeg ik “maar ik ben wel een beetje bang van haar moeders reactie?” Ik probeer om de conversatie te rekken. Bijna honderd jaar oud  en  ik wil aandacht krijgen van een man die meer dan 60 jaar jonger is dan ik? Als dat niet zielig is? “Oh ja?” vraagt de man. “Ik hoorde hen erover praten in de lift en toen dacht ik aan deze hier. Die staan al eeuwen in mijn kelder, stof te vergaren en dus dacht ik, maar ja ze kennen mij natuurlijk niet en euh”. Ik praat te vlug en maak mijn zinnen niet af omdat ik zenuwachtig word.  Ik bedenk dat hij dit uiteraard allemaal niet weten wil. Hij is alleen te beleefd om mij te onderbreken. Ik wil hem dit net zeggen als de bel bij zijn parlofoon weerklinkt. “Ik laat u” zeg ik vlug en druk op de liftknop. “Goedenavond nog!” “Goedenavond” antwoordt hij en sluit de deur. Ik hoor hem de parlofoon opnemen. Ik moet lang wachten op de lift. Als die arriveert stapt er een elegante brunette uit. Dat moet Hélène zijn.  Ze is natuurlijk verbaasd om mij hier aan te treffen en ik zie ze kijken naar de zak met schaatsen. Ze glimlacht vriendelijk naar me voor de liftdeuren sluiten. Boven worstel ik zoals altijd met de sleutel. Ik heb last met kleine fijne bewegingen. Ik dump de schaatsen naast de deur. Poes gaat ze meteen besnuffelen. Ik ben blij dat ze niet thuis waren en vooral dat ik bij het verkeerde appartement heb aangebeld. Zo weet ik nu waar ‘Simon’ woont. Nu kan ik hem tenminste aanspreken als ik hem opnieuw tegenkom. Maar nu wil ik maar twee dingen doen. Ik ga water opzetten voor een kopje thee en dan haal ik de oude koekendoos met al mijn foto’s en dia’s boven en de viewmaster. Dat wordt een gezellige avond, nietwaar Poes?                  

Paula Dumont
24 1

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

Brieven aan J.

15 april   Jente,   Ik ben blij dat je hier bent. Ik zocht je in de massa. 2 bussen liepen leeg. Je vriendinnen zag ik maar waar bleef jij? Soms zoek ik te ver want je prijkte al onder mijn neus. Letterlijk want ik stond hoog op een grote steen om je beter te kunnen vinden. Stralend was je, beetje bruin, verwarde haren en op je badsloefen, omdat die zo goed zitten tijdens een lange busrit. Ik was, eerlijk gezegd, een beetje bang dat vermoeidheid van je reis of heimwee naar de bergen je kortaf zou maken. Maar je leek oprecht blij.  Het afscheid van je vriendinnen was mooi. Knuffel, kus en warme glimlach, en dat allemaal op zondagochtend om 7u15. Op andere zondagen moet niemand je storen voor 10u. Zonder uitslapen is zondag niet compleet. Ook niet zonder koffiekoek, zo een vierkante met pudding binnenin en chocolade bovenop. Goede keuze, vind ik zelf ook. Daarom haal ik nog een koek bij de bakker voor we thuis komen. Met de koek nestel je je voor de televisie. Die miste je niet afgelopen week, maar ik denk dat hij je een thuisgevoel geeft. Ik laat je met je koek en in je zetel, lief kuikentje van mij. Wat bracht je mee voor mij? Een koffer vol skipak en was. Die doe ik terwijl jij het bad in glijdt om alvast wat slaap in te halen. Weet je wat mij het meeste blij maakt? Dat je weer hier bent.   Inge     16 april   Lieve Jente,   Weet je nog dat ik je mijn oude zonnebril gaf? Niet helemaal rond zoals ik dacht en had aangekondigd, maar eerder ovaal. Ik dacht dat het dit niet was, wat je wou. Mijn hart maakte dus een vreugdebuiteling toen ik de sprankeling in je ogen zag. Tieners zijn geen gemakkelijke klanten, weet je dat? Het overwinningsgevoel maakt zich meester van mij als ik tevredenheid bij jou bespeur. Al ben je vaak vrolijk van ingesteldheid, toch kan je rozigheid plots donkergrijs worden. Onverwacht, dat maakt het moeilijk. Vind ik niet leuk en ik voel dat dat donkergrijs dan ook razendsnel mij inpalmt. Onvermijdelijk. Maar vandaag dus niet. Als ik je dan wat later betrap op het maken van een snapchat met je nieuwe oude zonnebril is mijn missie helemaal goud. Bedankt daarvoor. Zullen we dat nog vaak overdoen? Kus   Inge     17 april   Jente,   Toen jij over de Oostenrijkse bergen gleed, ging het leven hier door. Maar niet gewoon. Die ene week leek er 2. Het huis verloor geur, smaakte leger, galmde minder. Kippewit bleef liggen en bedierf. Je broer miste het stoeien met jou, maar niet jouw commando’s. Of toch ook wel. Het avondritueel verliep saaier. Geen gekibbel over wie in welke zetel mag zitten, wie welk programma mag kiezen. Jij en je broer zijn hier de grootste tv-liefhebbers. De badkamer wachtte geduldig maar zonder gevolg op je. Kranen bleven vol, warm water in voorraad. Ik mis je grapjes, als je er niet bent en niet te vergeten je lach om mijn flauwe grappen, jouw luchtkusje voor je naar bed gaat. Maar chocolade blijft dan iets langer in de kast. Goed voor mij. Ik kon niet wachten tot je er weer was. Om je dan in mijn armen te sluiten, net zo lang tot je protesteerde om mijn lichamelijk geweld. 3 seconden dus. 1-2-3-4. Gefopt!   Inge Maar jij mag mama zeggen.

Joena C Bigs
0 0

Calamiteiten te L - 7 april 2018

Gretige onbekende Het is zaterdagavond, het einde van de winter is in zicht. Drie jaar geleden kwam ik hier wonen, en alles is hier van mij. Ik mag nu gaten in de muren boren, ontiegelijk lelijke verf op de muren zetten als ik dat zou willen, huisdieren hebben, …. Geen huisbaas meer die na gebruik zal komen controleren of ik dit goed als een goede huisvader heb behandeld. Huisvader, huisvader? Ik had me niet aangesproken moeten voelen in mijn vrouwelijk lichaam. Toch respecteerde ik braaf de regels van het huurcontract destijds. Ik wen er niet snel aan dat dit voorbij is. Ik herhaal het voor mezelf eens om de zoveel maanden: ‘alles is hier van mij’. Een eenvoudig gegeven. Vreugde en rust. Ondanks het feit dat ik de gaten in de muren op mijn twee handen kan tellen, de muren wit zijn, het huisdier zich betamelijk gedraagt, de kinderen geen gaten in de deuren stampen wanneer zij puberaal boos zijn en er niets in mijn houding en gedrag getuigt van enige drang naar anarchie, lijkt alles toch anders, weg van het juk van huisvaders, huisbazen en gezinshoofden. Ik neem nu zelf al deze rollen op in het vrouwelijk zelfstandig enkelvoud. Dit huis heeft hoge plafonds en een hoog raam aan de voorkant. Het heeft licht in zijn kleinheid, het geeft adem in de hoogte. In huis is het klaarder dan op straat. Het is niet waar, dat lijkt alleen maar zo. Het raam aan de voorkant is niet gemaakt om door te kijken, tenzij ik vele jaren ouder zou zijn en dat raam mijn enige uitkant naar de wereld zou zijn. Nu nog niet, hoop van nooit. Ik ben nog in een fase waarin de wereld steeds groter mag worden. Dat is voor later. Hier en nu zijn er, wanneer ik toch door dat raam kijk, bakstenen te zien, stoep, asfalt, auto’s aan één kant. Een straat met eenrichtingsverkeer. Het is hier smal, alles is hier smal en het mist groen. De kleinste en minst groene deelgemeente van de stad. Ook al heeft dit stadsdeel zijn voordelen in de nabijheid van werk en studie voor de aanwezige studenten, het is mijn dagelijks gemis, dat groen met ruimte voor vogels en katten, het geruis van de wind. De openheid. Ik ben een kind van de zee en zal altijd openheid en een horizon missen. Het huis is niet gemaakt om met veel in te leven. Omstandigheden zorgden voor een extra mens in dit huis. Een meerwaardemens, in de vorm van het lief van de dochter, de student op kot bij zijn lief. Mijn schoonzoon, zeg maar. Een extra kind waar ik met graagte voor zorg, de nodige vrijheid gun en voor wie ik vooral niét de rol van de moeder vervul. Een hospita, als bijkomende rol. De drukte van een huishouden compenseer ik in taal, verwoorden van betekenissen in gevoel en relaties, stilte op een plekje, hier of elders. Daarnet kwam ik thuis van boodschappen in de stad. Het deemstert al. De middag gaat naar zijn einde, de avond nadert. De meeste buren staan buiten op de stoep. Dit is niet hun gewoonte, tenzij het zomert. Grote vrachtwagens, één met een graafmachine op, komen aangereden. Mannen in oranje fluo werkkledij springen uit de wagens. De werkmannen van de elektriciteitsmaatschappij lijken in goede doen. Calamiteiten, daar houden ze van, daar kozen ze voor, ze zijn de oplossers, de redders van licht en warmte. De straat wordt afgezet. Kleine paniek bij de omstaanders. Plots beginnen meer auto’s dan gewoonlijk samen te rijden. Die moeten straks nog weg, …en wat dan? Auto verplaatsen naar een nog vrije straat in de buurt, nu het nog kan. Er blijkt een elektriciteitsprobleem te zijn in een huis verderop. Ik ga naar de mannen en vraag wat er te verwachten is. Nog even hebben we elektriciteit. Straks zal alles uitvallen want het blijkt een groter probleem te zijn. Hoelang dit kan duren? Uren! “Uren?, krijst Lotte. Verontwaardiging kreeg nooit een duidelijker vertolking dan in de ogen van Lotte. Lotte en Wannes zijn mijn dichtste buren. Ze wonen achter de rechtermuur met hun twee kleintjes. De muren zijn hier dun. Wannes vertoont het decorum van een perfecte schoonzoon vanaf zijn huisdeur buitenwaarts en denkt dat ik hem niet hoor wanneer hij achter de binnenmuur vol overgave vloekt in reeksen wanneer het klussen hem parten speelt of wanneer hij zijn geduld verliest met een krijsende kroost. Als zijn gevloek mij niet doet opschrikken uit mijn gedachten, kan ik er om glimlachen. Lotte lijkt existentieel boos. Haar gezicht staat op een storm aan de dijk, altijd. Zelfs wanneer ze hem vluchtig kust op de stoep wanneer hij met de fiets naar het station vertrekt vroeg in de morgen. Dan blijft zij in hun huisje achter met twee kleintjes. Boos. Misschien is ze nog boos om het ontslag na haar zwangerschap. Ik begrijp dat. Lotte is zelfs boos op de wind. Eergisteren, in een niet zo erg uitgedraaide aangekondigde hevige storm, fietste ik toevallig een tweetal meter achter haar aan. Door een rukwind werden we beiden naar de huizen toe geduwd. We kwamen noodgedwongen samen en tegelijk tot stilstand. Ik, een beetje verward door zoveel plotse kracht, blij dat ik nog verticaal stond. Zij, boos omkijkend, naar mij, toevallige metgezel in de storm, alsof ik de verpersoonlijking van de wind was die het speciaal op haar gemunt had en waar zij boos op had te zijn. ‘Zeg, potverdorie, wat is dat hier, zeg, verdorie, dat is te gevaarlijk….’ ‘Ja, wablief, zeg, godverdomme, dat is nogal wat, hé, precies kermis in de hel….’, gaf ik haar terug, in een giechelbui om de wind en haar voor mij toch komische boosheid. Ja, dat is Lotte. Blij dat ik met haar boosheid niet getrouwd ben. Maar nu, terug naar hier en nu. Een bende buren op straat. Buiten is het ondertussen al donker. Binnen pak ik mijn boodschappen uit en help Kind 1 vertrekken naar een diner met vrienden. Ga, ga, lief kind…geniet van het leven en laat mij hier maar even alleen. Ik blijf te midden van zoveel relaties en levens graag even alleen op mezelf, al was het maar voor enkele uren. Het is een levensbehoefte, die allenigheid. Het laadt me op om later weer liefdevol aanwezig te zijn. Als muizen in hun hol, verdwijnen alle buren terug achter hun gevels. Buiten deddert de machine de straat open, het lawaai is oorverdovend. Mijn huisje trilt. Het kappen en klieven gaat nog even door. Ik hoor de mannen orders en informatie naar elkaar kelen. Dan gaat alle licht in huis uit. De stilte in huis is stiller, nu niets elektrisch nog zoemt. Buiten maakt het werken geen geluid meer. Ook de mannen zijn stil geworden. Het begint te sneeuwen. Met kaarsen maak ik voldoende licht om te lezen. De stilte, niemand om me heen die een appèl op me doet, de woorden die ik nog net voldoende zie op deze bladzijden, het verhaal waarin ik meega…. Het streelt me, sust me, ver-rust me, het vult een verlangen en behoefte…. Uit een donkere ijskast – altijd een soort verrassing als dat licht niet aanfloept – haal ik een nog frisse witte wijn. Later, geïntrigeerd door de stilte buiten trek ik mijn voordeur open, kijk naar rechts en zie twee mannen in een grote put staan. Voorovergebogen bezig in de grond. Lampen, verbonden met de wagen verderop die stilletjes ronkt, schijnen in de put. De mannen aan de zijkant geven aan, nemen aan, ze zijn op elkaar ingespeeld. Dat zie je. Rustig, kundig. Zonder woorden. Ze doen me denken aan chirurgen, gefocust op het lichaam en het oplossen van een probleem. We zijn zo afhankelijk van deze elektrische stroom voor ons dagelijks doen, willen en moeten en ik vraag me af waarom zij, de mannen in de put, minder aanzien genieten dan de chirurgen. Ik hoop dat de mannen in de put goed betaald worden. Ze zijn van wacht op een zaterdag, het is bijna nacht, het is hun job, het geeft hen energie. Net zoals de stilte, de rust en het boek bij kaarslicht en de vreugde hierom mij energie geeft. Het waard om hierover naar jou te schrijven. Hyacintha

Hyacintha
0 0

Eerste brief

Huldenberg, 10 april 2018     Beste Onbekende,     Mijn hoofd is een als wit blad bij het begin van deze brief. Tot wie richt ik mij? Wat weet ik over jou?   Jij bent ongetwijfeld een mens, net zoals ik, wonende in dié uithoek van ons universum waar doorgaans weinig te beleven valt. Op onze aarde daarentegen, in onze eigen kleine wereld die door ons toedoen sneller dan nodig verglijdt naar de apocalyps, vergapen wij ons aan steeds weer nieuwe onheilsberichten over ons leefklimaat. Stemt dat jou droef te moede? Of behoor jij tot die onverzettelijke schare optimisten die erin gelooft dat de mensheid het wel redt? Maar dit alles klinkt wellicht wat somber als aanhef en dat is niet de juiste toon voor een nieuwe ontmoeting. Dus, achter de wolken schijnt de zon, welkom en aangename kennismaking!   Ik schrijf deze brief met mijn PC, aan mijn bureau dat vier trapjes hoger ligt dan de woonkamer. Linksweg kijkend heb ik een zicht op mijn tuin. De dubbele terrasdeur vormt een 1+ puzzel met drie stukjes. Twee rechthoeken en een driehoek, met vijf herkenbare natuurelementen. De witte magnolia in volle bloei, een nog slapende, geknotte knotwilg, het gazon of wat ervoor moet doorgaan, een geëmigreerde Oostenrijkse dennenboom, perfect geïntegreerd, en ten slotte een machtige treurwilg. Deze laatste heeft de eerste tien jaar een heel moeilijke kindertijd gehad, gesteld dan dat hij 150 jaar oud wordt. Hij slaagde er maar niet in te treuren, en dat was geen vrolijk gezicht. En elk jaar opnieuw de vraag: omhakken? Nee, geef hem nog een jaar. Bijbelspraak. En zie, langzaam begon hij zich beter in zijn schors te voelen en ontwikkelde hij van die meterslange slierten die meewaaien in de wind. Eronder staat een arduinen bank waar het goed toeven is in de zomerschaduw.   Hoewel geboren en getogen Brusselaar woon ik nu al 20 jaar in een boerengat in Vlaams-Brabant. Ik woon in een doodlopende straat en de huizen staan allemaal aan één kant van de weg. Aan de overkant wachten de weilanden op de koeien die ergens in de maand mei uitgelaten worden losgelaten. Of losgelaten uitgelaten worden. In de verte kleppert de klokkentoren van de Sint-Agatha-kerk. Achtentwintig mensen leven er in deze Hoek en jaarlijks halen wij onze goede luim boven voor een zomerstraatfeest. Mijn straat loopt in T-vorm, met een heel lange horizontale, gebogen schreef en een kort streepje naar beneden waar ik woon. Ik ontmoet hier zelden of nooit vreemde mensen. Tenzij wielertoeristen in het lange deel van de straat dan, die ik steeds devoot uit de weg ga – er zijn hier geen trottoirs, dus loop ik met mijn hond aan de linkerkant van de weg – die ik daardoor soms een glimlach kan ontlokken. Dan is mijn dag goed.   Ik ben gek op wielrennen en volg de koers nauwgezet. Wat een stiel! Gedreven topatleten die er alles voor doen en er alles voor geven om die ene koers te winnen. Ook letterlijk. Het hart van Michael Goolaerts, die op 1 april in de Ronde van Vlaanderen nog in de lange ontsnapping zat, vond eergisteren in Parijs-Roubaix dat het nu wel genoeg had geklopt en stopte ermee. Brutaal. Zonder verwittiging. Maar zijn droom om ooit in die mythische “Roubaix” te rijden heeft hij in extremis kunnen realiseren. Coureurs, de dwangarbeiders van de weg die zich meten met de goden, zweven constant tussen hemel en aarde want hun voeten raken nooit de grond. En net als hun grote Voorganger – Jezus is te vroeg geboren en had een coureur geweest moeten zijn in plaats van een onnozele visser – vallen zij driemaal en meer tegen de onzachte grond, kapot van ellende. Maar zij staan ook altijd weer recht, verbijten de pijn van hun gebroken ribben of klikken de ontwrichtte schouder terug in de kom, en rijden lijdend verder. Dromend van een zegetocht in Jerusalem.   Het is stil in huis. Mijn hond Mila rust uit na haar revalidatiewandeling – driemaal daags een half uur. Zij is zes weken geleden geopereerd aan haar knie en aan een maandloon. Dat laatste zonder verdoving. Ik blijf het pervers vinden, de armoede van velen in gedachten, maar het is zo een lieve hond… Ikzelf ben met ziekteverlof o.w.v. een gemene luchtweginfectie. De antibiotica voert een hevige strijd in mijn lichaam tegen nefaste elementen, maar vernietigt in zijn zog ook datgene wat mij doorgaans recht houdt, waardoor ik me – met enige overdrijving – doodziek voel. Toch zal ik morgen weer gaan werken. Ik verdien mijn brood in een congregatie van kloosterzusters. Daar mag ik zwaar zorgbehoevende zusters bijstaan in hun laatste jaren, op praktisch en menselijk vlak, en hen ook wat spirituele vertroosting bieden. Mijn beste job ooit en hopelijk mijn laatste.   Voor ik afsluit moet ik misschien nog meegeven dat ik een mens van vrouwelijke kunne ben, ondanks wat mijn voornaam ‘Geert’ meestal doet vermoeden. Mijn moeder vond dat gewoon een mooie naam en ik hou wel van de prettige verwarring die hij soms veroorzaakt.   Ik kijk uit naar jouw brief en groet je hartelijk.   Geert        

Geert Moons
0 0

A Little Heat With Coldness : Hoofdstuk 2

Liliana, ook wel Lily genoemd, is een 17- jarige puber met een grote fantasie in tegen stelling tot de 18- jarige koude Dexter. Als de twee elkaar ontmoeten veranderen hun levens. De warmte van Lily smelt het ijs van Dexter... Lukt het haar om door te breken?                                                      Hoofdstuk 2 : Gestolen Kus.   'Baker, te laat!' mevrouw Miller en de rest van de klas keken me verstoord aan.  'Ik heb me verslapen!' verdedig ik mezelf.  'We hebben nog 5 minuten les, ga jij maar naar de concierge laat hem jou een te laat briefje geven.' zegt Miller. Hmpff ze mag me echt niet. Ik wou dat ik haar op een eenhoorn kon zetten en dat die haar dan ergens ver weg van hier bracht.  Blijkbaar had ik dat hardop gezegd want heel de klas  lachten. Tess en Zoë, mijn  beste vriendinnen, kwamen niet meer bij. Alleen mevrouw Miller keek me woedend aan. Ik wist wat dat betekende.  'Oke oke! Ik ga al,' zeg ik snel. 'Oude barbaar,' mompel ik er nog achter.  Dat had ik beter niet gezegd.  'TWEE WEKEN NABLIJVEN!' gilt ze. Ik rol met mijn ogen.  'Mijn wekker is nog beter dan u!' zeg ik boos. De hele klas komt niet meer bij door het tafereel dat voor ons gebeurt.  'BAKEEER!' schreeuwt ze. Ik doe snel mijn twee handen omhoog.  'Ik ga al, ik ga al!'  Zo snel als ik kan loop ik naar de concierge. De oude man lijkt me al te verwachten. Sommige mensen zeggen dat hij helderziend is.  'Dag Liliana Baker,' glimlacht hij. Ik kijk verrast. Hij heeft natuurlijk wel een lijst van alle mensen hier maar ik ben nog steeds verrast.  'Hoe kent u mijn naam?' vraag ik.  'Dat doet er nu niet toe,' zegt hij terwijl hij mijn handen vastpakt.  Ik wil me natuurlijk meteen losrukken. Maar  hij is sterk.  Opeens zie ik alleen maar wit in zijn ogen. Ik ben zo bang geworden dat ik bijna in mijn broek plas. 'De toekomst,' fluistert hij, 'de toekomst is voor jou veelbelovend.' 'W-wat bedoelt u?' vraag ik bang en verbaasd.  'De liefde, je gaat de ware vinden. Je zal hard moeten vechten omdat mensen jullie uit elkaar willen, maar alles zal goed verlopen.' antwoord hij.  'Het is een koude jongen en met jou warmte verwarm je hem en smelt je zijn ijs.' Ik moet aan Dexter denken maar ik zou hem toch nooit meer zien?  'Het lot zal jullie bij elkaar brengen ookal gaat dat moelijk zijn. Jullie horen bij elkaar en krijgen een mooie toekomst,' nu laat hij mijn handen los.  Duizelig val ik op de grond.  Opeens word ik wakker in de klas. Ik zit naast Tess. Er lijkt niemand op me te letten?  Was dit allemaal een droom? Was Dexter een droom? 'Dus zoals ik zei, er komen een paar leerlingen van de andere school hier naartoe om jullie te begeleiden zo zijn de connecties beter tussen de twee scholen,' legt mevrouw Miller uit, 'als je een meisje bent krijg je een jongen en als je een jongen bent krijg je een meisje.' Chayenne, de arrogantse persoon ooit, steekt haar vinger omhoog.  'Maar mevrouw waarom?' vraagt ze terwijl ze haar haar over haar schouders drapeert. 'Dat maakt een betere band.' antwoord mevrouw Miller. 'Ze komen over een paar minuten hierheen!' De deur gaat opeens open. De concierge komt binnen met jongens en meisjes. Op dat moment kijkt de concierge me aan en zonder dat iemand het ziet knipoogt hij en kijkt naar een jongen. Als ik zie wie het is sta ik onmiddellijk op. Dexter.. 'Baker! Ga zitten!' beveelt mevrouw Miller. Ik rol zuchtend met mijn ogen terwijl ik terug ga zitten.  Levi staat ook bij de jongens want hij zit niet bij mij op school. Als hij mij ziet grijnst hij breed. Ik doe teken dat ik hem nog ga pakken. Hij schud lachend zijn hoofd.  'Hey, is dat niet je broer?' vraagt Zoë die achter me zit. Ik draai me om en zucht.  'Jammer genoeg wel ja,' zeg ik. Chayenne heeft het natuurlijk ook gehoord. 'Is dat je broer?' vraagt ze luid waardoor iedereen naar ons kijkt.  Ik rol met mijn ogen.  'Ja ik ben haar broer,' zegt Levi in mijn plaats. Ik stuur hem een vernietigende blik.  Hij grijnst nog steeds. Ik voel gewoon dat iemand naar me staart en kijk in de ogen van Dexter. Er speelt een flauwe glimlach om zijn lippen. Ik glimlach blozend terug.  Ik weet niet waarom maar ik word warm als hij zo naar me kijkt.  'Vind je hem leuk?' vraagt Tess in mijn oor.  Ik knik. 'Ik leg het je later uit.' 'Oké iedereen, jullie krijgen je partners aangewezen,' zegt mevrouw Miller.  Iedereen krijgt een blad omdat als ze alles moet zeggen het te lang gaat duren. Ik zoek mijn naam bij de B en schrik. Dexter is mijn partner.. Hij ziet het ook en kijkt me aan. Ik schrik op door de bel. De jongens en meisjes moet heel de dag nog hier blijven. Ik loop met Tess en Zoë naar buiten.  'Ga je het nog uitleggen?' vraagt Tess. Ik knik en vertel het verhaal dan.  'Je vind hem duidelijk leuk,' zegt Zoë. 'Ik ken hem niet eens?' zeg ik vragend.  Ze knikken maar wat.  De rest van de schooldag gaat voorbij. Ik zucht. Hoe kom ik nu weer naar huis?  Op dat moment komt Dexter langs. Hij ziet dat ik gefrustreerd ben en doet teken dat ik mee moet komen. We lopen naar zijn auto en gaan dan zitten.  'Dus uhh,' begin ik, 'wat moeten we precies doen voor het project?' Hij kijkt me even emotieloos aan. 'Veel tijd besteden..' 'O mijn aardbeien ik moet veel tijd besteden met jou? Wat gaan we dan doen?' 'We gaan nu naar mijn huis,' antwoordt hij.  Ik knik.  Zijn huis is prachtig, ik bedoel villa. Hij is vast rijk. Zijn kamer is dan heel anders. Alles is zwart of grijs de muren zijn grijs en zijn bureau ook. Aan zijn muren hangen allemaal papieren maar ik voel meteen dat dat privé ligt. Dit is geen typische jongenskamer maar het lijkt op een kamer van iemand die hopeloos is.. Iemand die gebroken is.  Hij gaat op zijn bed zitten en ik ga naast hem zitten.  Een tijdje is het stil. Ik voel me ongemakkelijk.  'Hoe oud ben je eigenlijk?' vraagt hij dan.  '17.' antwoord ik.  'Cool, ik ben 18.' zegt hij. Ik knik.  'Ben je vrienden met mijn broer?' vraag ik.  Hij schud zijn hoofd. 'Eerder vijanden.' 'Oh,' zeg ik.  'Wil je een film kijken, misschien?'  'Oke maar GEEN horrorfilm!' zeg ik waarschuwend. 'Heb je niets met aardbeien?' 'Wat heb je daar überhaupt mee, strawberry?' vraagt hij.  'Je gaf me een bijnaam!' zeg ik lachend. Hij zucht geïrriteerd. 'Je antwoordde niet op mijn vraag!'  'Rustig maar zeurpietje, ik vind aardbeien gewoon lekker, ik heb een levendige fantasie, zegt mijn moeder altijd,' antwoord ik lachend.  Hij lacht ook waardoor ik de kuiltjes in zijn wang zie. We staren elkaar even aan. Het voelt goed. Maar meteen daarna wordt zijn blik weer emotieloos.  Ik zucht. 'Waarom doe je dat, zeurpietje?' 'Ik snap niet waarover je het hebt.' 'Je hebt een muur om je heen gebouwd, zeg maar gerust muren. Ik vraag me af waarom.'  Hij kijkt me weer koud aan. Als ik hem dan voorzichtig ook aan kijk verzacht zijn blik een beetje. Snel kijk ik blozend weg.  'O mijn aardbeien, ik vind hem echt leuk,' mompel ik zacht.  Hij lijkt het gehoord te hebben maar negeert het toch speelt er om zijn lippen weer die flauwe glimlach, het is niet de lach met die schattige kuiltjes, maar het is goed voor mij, zo.  'Gingen we geen film kijken?' vraag ik een beetje nerveus.  Hij knikt en loopt even weg om daarna weer terug te komen met een dvd. Hij steekt hem in en pakt even een kussen voor me. Ik glimlach dankbaar.  De film is heel grappig. In het midden van de film pak ik het kussen en leg het op het rechterbeen van Dexter. Ik ga weer liggen op het kussen.  Ik ben nu zo dichtbij dat ik kan zien dat hij flinke spieren heeft. Hij heeft zeker een sixpack. Ik kijk er uit mijn ooghoeken verlekkerd naar.  Dexter heeft me door. 'Je kunt er meteen een foto van nemen,' zegt hij lachend.  Daar zijn de kuiltjes weer. Voordat ik weet leun ik niet meer op zijn been maar op zijn borstkas. Ik kan zijn spieren nu gewoon voelen.  'Zeurpietje?' vraag ik hem slaperig. 'Ik ben moe' Hij knikt en geeft me dan een veel te groot tshirt. 'Blijf dan slapen.' Snel doe ik het t-shirt  in zijn badkamer aan. Als ik terugkom is het zijn beurt om verlekkerd naar me te kijken. 'Maak jij nu maar een foto,' zeg ik giechelend.  Ik zie een nieuwe expressie bij hem. HIJ BLOOST.  O mijn aardbeien.. 'Strawberry, kom hier,' zegt hij. Als ik bij hem ben trekt hij me op zijn schoot.  'Je ruikt naar aardbeien,' zegt hij hees. Ik kijk hem blozend aan.  Voordat ik het weet buig ik naar voren om hem te kussen.  Hij laat het ook nog toe! Eerst kussen we voorzichtig maar dan duwt hij me op bed en kust me hongerig. Zijn ogen zijn donker. Ik ben niet bang omdat ik het gevoel heb dat ik hier veilig ben.  Hij laat me los. 'Damn,' mompelt hij.  Ik bijt op mijn lip door zijn reactie. 'Wat nu?' vraag ik.  'Strawberry, laten we dit vergeten, oke?' 'Maar ik wil-' probeer ik.  Hij schudt zijn hoofd. 'Dit had niet mogen gebeuren.' Ik voel tranen opkomen. 'Je bedoelt dat dit een vergissing is?' Als hij ziet dat ik ga huilen trekt hij een gepijnigd gezicht. Hij zucht.  'Je bent mijn type niet, strawberry, je bent kinderachtig, dom en totaal niet leuk. Ik snap niet eens waarom ik je kuste. Misschien uit medelijden ik weet het niet. Het is beter als je gaat.' zegt hij. Er rolt een eenzame traan over mijn wang.  'GA!' roept hij opeens luid. Ik schrik en ren geschrokken weg. Ik huil. Ik weet de weg naar huis niet eens daarom bel ik mam.  'Lieverd waar ben je?!' 'In die villawijk, kom me alsjeblieft halen.' zeg ik snikkend. 20 Minuten later lig ik snikkend op bed. Dexter heeft met mijn gevoelens gespeeld en dat zal ik hem nooit vergeven.        

_Chocolate_
0 0

Opdracht 6 - Vera Staes

            Ze zet geen voet meer in zijn kerk! Maar dit is anders, dit is niet het instituut van huichelaars, vleiers, bedriegers, in het verre, onbekendeRome. Even ziet ze het kindje weer zitten in zijn nest van wit…  Maar nee, Frida! corrigeert ze zichzelf. Bij de les, dame! Je kan niet veralgemenen. Want hier zit ze, zelf medewerkster in een instituut dat ook in die kerk is gegroeid. Ze geeft er les , inleiding tot de politieke wetenschappen, in het Instituto de Desarollo Economico y Social. IDES. Het is een soort sociale hogeschool , gesticht door vooruitstrevende Jezuïeten in Colombia. Elk jaar kiezen ze een dertigtal mensen die hun engagement in de sociale strijd bewezen hebben. De jezuieten proberen hen op een jaat tijd een overzicht te geven van de basisprincipes van de sociale leer van de kerk, de sociale en de politieke wetenschappen, de economie. Het zijn mannen en vrouwen van vooraan in de twintig tot achter in de veertig. Ze komen uit heel Zuid Amerika: vakbondsmensen, studenten, mensen uit de arbeidersbeweging, jeugdwerkers, pastorale werkers. Zoveel ervaring bij elkaar! Gepokt en gemazeld zijn ze. Wat een rijkdom, denkt Frida. Ze kijkt rond, bemerkt dat de Mexicaanse studentin bezorgd rond de Venezolaan zwermt. Pacho heeft van tijd tot tijd een aanval als van epilepsie: hij schreeuwt, krimpt in elkaar, houdt de armen afwerend voor zich uit, zijn ogen zijn verwilderd en hij ziet weer de militairen op hem afkomen die hem zullen martelen tot hij de namen zal geven van de makkers die mee de stakingen en betogingen hebben georganiseerd. Hij wordt in de groep nu zo goed mogelijk opgevangen. Net zoals de Argentijn, German. Die drinkt soms dagenlang niets anders dan botermelk. Hij heeft een maagzweer, al van toen hij als student scherp in de gaten werd gehouden door de geheime politie, omdat hij naar hun zin te veel druk bijgewoonde vergaderingen organiseerde over het werk van Dom Helder Camara in Brazilië, of over  bisschop Romero in San Salvador, of over de Katholieke Universiteit van Leuven, in België, in Europa, waar vele Latijns- Amerikanen naar toe trokken om de ideeën te bestuderen die daar werden onderwezen over onderdrukking, over sociale rechtvaardigheid en de relatie met de boodschap van bevrijding in de bijbel.       En aan zulke mensen mag zij les geven! Zij! Een bleuke, amper zesentwintig jaar! Het is waar, ze heeft het gevraagde diploma. En ja, ze spreekt een aardig mondje Spaans. De taal ligt haar gemakkelijk in de mond: de familienaam van haar grootmoeder is niet voor niets xxx. Taxichauffeurs vragen haar waar ze vandaan komt. Argentina misschien? Want ze ziet er uit als niet van hier. Ze heeft een vreemd accent. Maar toch…de chauffeurs aarzelen.  Ze lacht. Denkt terug aan dat eerste jaar dat ze les gaf: de flaters die ze toen heeft begaan!  ze staan in haar geheugen gegrift. Ze heeft het in het lang en in het breed in de brieven naar huis beschreven. Het gebeurt opnieuw.    * * *                Een leslokaal in het oudste deel van de stad, in een ‘Spaans’ gebouw: koloniale stijl wordt het nog altijd genoemd. Witgekalkt, een grijs zadeldak, groene luiken, een donkere toegangspoort, een erker met een balustrade op de eerste verdieping, en als de poort opengaat een zicht op een patio binnen.  Het lokaal zelf heeft iets van een taartendoos: vierkant, niet te groot, laag, geen ramen – soms is het hier snikheet – witgekalkte muren.  Vooraan hangt een zwart bord met twee luiken. Daarvoor, op een houten podium, staat het bureel voor de leraar en zijn stoel. Dit is  de plaats waar hij zijn alledaags theater opvoert. Voor de zevenentwintig studenten en de zes studentinnen.   Hier geeft ze dus haar –westerse- lessen. Zoals die keer, toen ze vol overtuiging oreerde: de knoop van iedere politieke organisatie is, dat er mensen zijn die bevelen en anderen die gehoorzamen. Diegenen die bevelen, hebben die macht , omdat er genoeg mensen gehoorzamen. Als diegenen die gehoorzamen dit mechanisme doorzien en niet akkoord gaan met die bevelen, ze negeren, is het gedaan met de machthebbers. Blijft het brute  of het georganiseerde, geraffineerde geweld.  Maar dan... zeg ze en ze geeft temperamentvol ( Spaanse afkomst!) een mep op het bord, draait zich om en ziet een dikke, vette rat die zich op de vloer voor het podium klaarmaakt  om een sprint in te zetten naar de deur rechts van haar. Midden op die vluchtweg staat zij. De rat en zij, ze bekijken elkaar. Eén sprong en ze staat  naast haar lessenaar. Nog een sprong en ze zit boven op die lessenaar, de benen hoog opgetrokken, de handen beschermend rond de groene daimleren laarsjes en ze roep: 'Cuidado - Un ratòn! Opgepast! Een muis!’. Een rat is una rata... Slap van het lachen lagen ze.                 Of die andere memorabele keer. Zelfde omgeving, zelfde studenten.  Ze bespreekt het begrip 'macht' bij Machiavelli. Dat je dit ongegeneerd in alle mogelijke opzichten moet verstaan, beweert ze. ' Een mens moet alle middelen gebruiken waarover hij beschikt om zijn doel te bereiken - Uno tiene que utilizar todas sus medias para lograr su fin!' zegt ze met overtuiging. De studenten kijken eerst verbaasd,  beginnen te grinniken, barsten in lachen uit. ‘Allle middelen' - leggen ze haar uit - is in het Spaans : 'todos sus mediOs'. Mannelijk meervoud. 'Todas sus mediAs' is vrouwelijk meervoud. Zij, zesentwintig, minirokje, ze zit vooraan, half op het bureel, steunt met de tip van haar voet op het podium, het andere been bijna bengelend, in ragfijne panty,  ze zegt : 'Je moet alle kousen gebruiken die je hebt om je doel te bereiken....'     En nog. Weer hetzelfde gebouw – min of meer hetzelfde lokaal, maar kleiner. Het sobere bureel van de directeur. Hij is een Jezuiet,  ziet er uit als een asceet, een beetje kalend, met lachende, donkerbruine ogen, zwart kostuum. Hij stamt uit een beroemde familie, is een nazaat van één van de  (Spaanse) stichters  van het land Colombia. Vooruitstrevend, zoals de Jezuieten toen waren, sociaal geëngageerd. Alberto. Hij zit achter een klein bureel, zij staat voor hem. Ze moet hem vertellen dat ze niet aanwezig kan zijn op de trimestriële docentenvergadering: die datum, dat uur, heeft ze een dwingende afspraak met de Belgische ambassadeur, ze kan er niet onderuit. 'Alberto,’ zegt ze. ‘ Estoy... ‘en ze wil hem zeggen dat ze erg verveeld zit met die afspraak. 'Verveeld' in het Spaans? Kent ze niet. In het Frans is het 'embarassée'. Ok. Het zal dus wel 'embarazada' zijn. 'Alberto,' zegt ze. 'Estoy muy embarazada contigo...'. En stopt, want Alberto heeft met een ruk het hoofd opgeheven en kijkt haar aan, ongelovig, geschokt. Ze herkent die blik: ze gokt dat haar Spaans weer eens niet klopt. En deze keer heeft ze  zo te zien serieuze onzin verteld. 'Heb ik iets verkeerds gezegd, misschien, Alberto?’ vraagt ze verlegen. ‘ Ik wou alleen maar zeggen, dat  het me zo spijt - lo siento mucho - dat ik onmogelijk naar de e.k. docentenvergadering kan komen. Lo siento. Het spijt me. ‘ Alberto bekijkt haar, begint te lachen, zijn schouders schokken, hij neemt zijn zware bril af, de tranen rollen over zijn wangen van het lachen. 'Doctora Frida,' zegt hij. 'Weet je wat je eerst zegde? ' 'Si. Que estoy muy embarazada contigo'. Alberto krijgt weer een lachaanval. ' Je zegt: ik ben erg zwanger met jou...'                                                               * * *                 Als ze er aan terugdenkt, moet ze zelf weer lachen. Maar het is fantastisch: ze mag hier fouten maken. Ze hebben haar aanvaard. Ze appreciëren haar inzet, haar zoeken. Als ze met haar alleen zijn, vertellen ze hun verhalen. Ze brengen ze mee uit Nicaragua, Honduras, San Salvador, Santo Domingo, Venezuela, Paraguay, Argentinië, Peru, Ecuador, Colombia. Ze spreken over wat hen bezielt. Er leeft zoveel hoop in dit continent, op dit moment. De cultuur scheert hoge toppen. De prachtige dansmuziek, hun ritmes, de weemoedige liederen beginnen zich te verspreiden. Gabriel Garcia Marquez schrijft zijn Honderd jaren Eenzaamheid. Mario Vargas Lloza, Jose Maria Arguedas, Jorge Isaacs, Miguel Angel Asturias, Julio Cortazar, Jorge Luis Borges: hun boeken brengen verhalen ver buiten het eigen continent.    Ze heeft het land, de mensen, hun manier van doen stevig in haar hart gesloten.   Ze heeft nauwelijks heimwee – wel schrik, soms, en veel verdriet. Dan doet het deugd als ze kan denken aan de verhalen die haar eigen moeder vertelde. Hoe het nog niet zo lang geleden was, een goede halve eeuw misschien, dat ook in haar eigen land de arbeiders die werkten in de fabriek, hun boterhammen ’s middags moesten opeten buiten op de straat, in het stof, in de vuiligheid, in de regen, in de sneeuw. Dat het één van de eerste dingen was die ze mee had gedaan met de kajotsters: gezorgd voor een lokaal met tafels en banken. Mensen waren geen beesten. En dan waren er de vrienden hier: Fransen, Duitsers, Nederlanders , Belgen, de vele Colombianen. De idee dat Joris geen militaire dienst wilde doen en zij mee was gegaan: make love, not war. En dat ze hier dat instituut, Ides, gevonden had. Hoeveel ze hier leerde!                                                               * * *        Ook op dagen zoals deze. Ze zijn op stap met de hele groep: studenten, secretaressen, schoonmaakster, docenten, directeur. Het huis (het pensionaat? het seminarie?) waar ze verblijven, ligt in clima café: een gordel in de bergen, zo’n 1500 meter hoog, met een klimaat als aan de Middellandse Zee. Het is het klimaat van het aards paradijs: niet tropisch zwoel, geen koude nachten, een open, warme lucht. Die spant zijn verleidelijkste blauw over groene palmbomen, groene koffieplantages, oranje, gele, roze, rode, blauwe, paarse bloemen, over lustige beken, over witte huizen en boerderijen  met grote terrassen. Frida geniet.   Ze zit met de anderen op het ruime terras. Rafaël zal deze avond een malamba dansen,  een traditionele dans uit zijn geboortestreek: de streek waar de gaucho’s leefden. Ze wachten. Prachtig toch, denkt ze, hoe dat hier gebeurt. Wachten. Niet afwachten. Geen zenuwen, geen ongeduld. Het vanzelfsprekende waarmee de Zuid-Amerikanen de tijd aanpakken. Tijd is niet de dwingeland van hun leven. Ze houden hem in de hand, laten hem passeren, bepalen zelf wanneer de tijd gekomen is. Klopt dat niet met de tijd van je tegenspeler? Geen nood. Je kan zoveel doen in de tussentijd, het leven is zo rijk. Je kan praten, bijvoorbeeld. Kennismaken met de mensen in de buurt. Je kan een cafésito drinken, kijken wat er rondom jou gebeurt. Als het echt belangrijk is dat je iemand ontmoet, wacht je gewoon. Dat loont de moeite. Het heeft zo lang geduurd voor ze dit begreep, voor ze dit kon denken, voor ze dit  kon uitleggen in de brieven naar vrienden en kennissen over de oceaan.   ‘Ola, doctora.’ De Peruaanse studente naast haar is uitgebabbeld met haar buurman. ‘Weet u wel waar die gaucho’s voor staan?’ ‘Een stuk folklore zou ik zo zeggen?’ antwoordt Frida onwetend. Dat had ze niet moeten zeggen. De Peruaanse zal het haar in het lang en het breed uit de doeken doen.  ‘Wel. Misschien. Maar Rafael noemt zich nog altijd een gaucho. Zijn vader, zijn grootvader, diens vader, zo lang ze weten waren ze veehouders in hun familie. Gaucho’s. Hij studeert nu wel aan de universiteit. Maar hij blijft een gaucho, eeen cowboy, vergroeid met zijn paard. Waarom zou hij dat zo belangrijk vinden, denkt u? Hij is toch geen stuk folklore?’ ‘Is er iets speciaals met die gaucho’s, iets dat ik,  Europese, niet kan weten?’ ‘Zou ik geloven! Het heeft te maken met de grootgrondbezitters. Die zijn hier al van in de tijd va de conquistadores. De indianen konden toen niet op tegen de Spaanse militaire overmacht. Om niet van honger om te komen, hadden ze geen andere keuze dan te werken voor een hongerloon bij die grootgrondbezitters. Dat is eeuwenlang zo geblven. Alleen de gaucho’s speelden het spel niet mee. Ze vertikten het om te eten uit de hand van de dwingeland. Zij trokken er op uit met het vee. We zijn met weinig tevreden, zegden ze, maar we zijn vrij! Een paard is hun enige bezit, de eeuwiggroene grasvlakten van de pampas zijn hun thuis. Ze zijn het symbool geworden, een metafoor van de man die in opstand komt, de man die zich niet laat knechten. ‘ In een flits ziet Frida het kadertje dat bij haar thuis, in Antwerpen, aan de muur hing. Een vierkleurendruk van een man, die aan een haard zit te eten uit een grote aarden pot.  Met daaronder het opschrift: ‘Beter trots uit een aarden pot, dan deemoedig aan een gouden dis.’ ‘Ach, doctora, u hebt er toch zeker al een afbelding van gezien: een ruiter  met een brede overbroek die hij in de zware rijlaarzen stopt: tegen de slangen. Hij draagt altijd een brede hoed, een lasso binnen handbereik. Een trotse man. Hij kreeg – krijgt nu ook – alle mogelijke eretitels:  hij is de eeuwige zwerver over de eindeloze grasvlakten van de pampas, eenzaam, nobel, edelmoedig, genereus, vagebond, sterk, eerlijk, trots. Hij vecht als hij wordt geprovoceerd. Kan het nog echter, doctora? Kan het nog romantischer? U weet, wij Zuid-Amerikanen…’. Rafaël, de studentenleider met de maagzweer, staat nog te praten met een andere student die de bongodrum zal bespelen.  Ze omhelzen elkaar. Dan stapt Rafael naar het midden van de cirkel. De bongo zoekt zijn weg, vindt een droge, klare, krachtige slag. Rafaël heft de armen en danst. Hij danst.   Nee, denkt ze. Dit is geen gewone dans. Ze kent die latijns-amerikaanse dansen nu al een tijdje, ze danst ze ook zelf, met wisselend succes. Maar hier gaat het  niet om tasten naar elkaar. Om te voelen of het wiegen van jouw heupen, het draaien van je schouders, de vorm van je benen, je borsten, de manier waarop jij je beweegt, of hij of jij haar hem bekoorlijk vindt – nee, niet begerenswaardig – dan keek je al met andere ogen.     Deze dans was een zaak van mannen. Rafaël heeft het ronde van de Indianen, het blanke van de Basken , de Spanjaarden.  Ze ziet hem bewegen. Niet als een balletdanser – daar is hij te struis voor, zouden ze thuis in Antwerpen zeggen. Maar ze ziet hoe soepel zijn lijf is. Sterk. Zijn laarzen betasten de vloer, de grond, de aarde, la tierra madre van de indianen. Die geeft hem de kracht om op te springen, als op en af een paard in volle galop;  om met de handen op de dijbenen een ritme op te roepen; om met de hielen te roffelen: het ritme, weerom, van galloperende paarden – een vurige tapdans, zou men het in Europa noemen; om de ruimte af te bakenen die zijn dans nodig heeft, er zijn stempel op te drukken. Ze hoort het droge geluid van de woorden die hij roept van tijd tot tijd, de armen krachtig gespreid. Hij tekent de ruimte, betekent haar. Hij is de gaucho.               En dan de finale. Met de knieval. Vanzelfsprekend gericht naar de kant waar de meeste vrouwen zitten. Vrouwen? Meisjes eigenlijk nog. Frida zit bij die groep vrouwen.   En ’s nachts: de serenade. Van haar leven had ze niet verwacht dat dit haar ooit zou overkomen. Buiten tsjirpen de krekels uitzinnig. Onder haar slaapkamerraam, een gitaar. En een hoge tenorstem - zijn stem-  die de maan luister bijzet, het duister van de nacht doet geuren. ‘Quando tu te habras ido, ya volveran las sombras...' ‘Als gij weg zult zijn gegaan, zullen de schaduwen opnieuw tevoorschijn komen.’   ‘We moeten het licht aansteken,’ fluistert haar kamergenoot. ‘En niets doen. Doodstil blijven. En luisteren.’               Het overkomt haar. Ze verstaat het niet. Ze verstaat het niet dat ze verliefd is. Ze is zo zelden  verliefd geweest. Het zal toch niet, dat die romantische nacht haar zover krijgt dat… Ze is nog maar een kleine twee jaar getrouwd met Joris. Het gaat wel over. Maar het gaat niet over. Het gaat nooit over. Ze onderdrukt het.                                                                * * *      Later nodigt een collega-docent zich zelf uit bij haar thuis. Mag hij eens afkomen met een collega van hem, die fel geïnteresseerd is in wat de jongeren van vandaag bezig houdt. En jij bent zoveel met de studenten van Ides bezig, jij geniet hun vertrouwen, aan jou vertellen ze waar ze écht om geven. Wel ja, waarom niet? Als het hem kan helpen met zijn wetenschappelijk werk. Carrasquilla. En Pablo, de vriend. Twee Cubanen. We praten. Bij mij thuis – niet in Ides. Hij stelt de vragen, zij antwoordt. Wie zijn volgens jou de studenten die het meeste leiderscapaciteit hebben? Geen enkele bel gaat rinkelen. Naar volle waarheid antwoordt ze: met voorsprong Rafaël.  Dan nog een stuk of zes andere.               Joris en zij, ze gaan terug naar huis, ze gaan terug naar Europa. Dat is een verhaal voor later. Wat hier in deze scène van belang is, wat Frida van zesentwintig niet, wat ze nooit zal vergeten, wat ik in haar plaats nu voor het eerst vertel. Ze zit in een tuin bij haar zus, zonnig weer, vogeltjes zingen. Uit het niets, zonder verwittiging, overvalt haar een diep verdriet. Rafael is dood, denkt ze.  Ze borstelt de gedachte, het gevoel opzij. Toch weer niet opnieuw… Ze onderdrukt het, boos.   Enkele maanden later krijgt ze bezoek uit Colombia. De directeur van Ides moet in Duitsland zijn om met een geldschieter te praten over eventuele subsidies voor Ides. Hij komt bij Joris en Frida op bezoek. Hij vertelt dat Carrasquilla iemand was van de C.I.A. . Dat ze hem ontmaskerd hadden. Hij was één van die fameuze Cubanen die naar de States zijn verhuisd als Castro aan de macht is gekomen. Die als spionnen zijn gaan werken. En dat Rafael is neergeschoten. Hij was op de terugweg naar huis, na de cursus in Ides. Hij was met vrienden mee gaan betogen. De militaire politie heeft hem neergeschoten. Hij is dood.                                                                 * * *

versta
45 0

opdracht 6 - Kristien

‘De natuurlijke vonken hebben meer kracht dan de bedachte dingen.’ Toon Hermans    De jaren gaan voorbij. De vrouw gaat werken, organiseert de verbouwingen thuis, verzorgt het huishouden en speelt moeder en partner. Het lichaam van de blanke vrouw geeft nu en dan storingssignalen maar ze ploetert verder. Ze wacht tot haar automatische piloot terug op volle toeren zal overslaan. Tevergeefs. Ergens midden november zit de vrouw zoals de meeste werkdagen op kantoor voor de computer. Ze focust zich op de zwarte doos. Zeventien nieuwe mails. Een navorming moet georganiseerd worden. Drie vergaderingen moeten voorbereid worden. Een visietekst moet voor de 23ste keer herlezen worden. Ze tuurt naar de mails. De woorden dringen niet binnen. Haar vingers krijgt ze niet in beweging. Haar hoofd ook niet. Ze tuurt naar buiten. De zon schijnt. Mensen lopen over straat. Ergens heen. De gedachten van de vrouw glijden zacht weg naar een safaritrip in een natuurpark in Afrika lang geleden. Ze werkte toen voor een voedselorganisatie in een door oorlog geteisterd land, had twee weken vrij en trok met haar vader onder begeleiding van een lokale gids in een jeep door een uitgestrekte savanne vlakte. Een grote kudde wilde beesten rende voor hun wielen voorbij. Vanop afstand sloeg de vrouw en de vader de beesten gade. De kudde rende vermoedelijk al dagen. Het gedaver van de hoeven op de veel te droge aarde was oorverdovend. Water zochten ze. Leven. Gnoes, zebra’s en antilopen renden als één groep met duizenden samen. Allen renden ze hun instinct om erbij te horen en te overleven achterna. Een grote gnoe rende aan de zijlijn mee. De pas van het beest vertraagde. Het beest stopte even en rende weer verder. Stop en verder. Stop en voortdoen. De kudde bleef naast het beest op hogere snelheid verder rennen. De afstand tussen de kudde en het beest werd groter. Het beest herpakte zich minder vlot. Het zakte door zijn poten. Het duwde op zijn voorpoten maar zijn zware lichaam kreeg het niet op. Het legde uiteindelijk zijn hoofd neer op de gebarsten grond en strekte zijn poten. Het wedijveren, het steeds verder crossen op zoek naar morgen was voorbij. Het gedaver van de kudde dijde weg. Enkel een grote stofwolk bleef aan de horizon achter. De buik van het beest ging op en neer. Samen met de hitte van de zon en de uitgesproken stilte wachtte het beest op wat komen zou. Is het moment voor de vrouw  ook reeds gekomen? Nee, een kreet in haar schreeuwt het uit. Ze wilt er nog zijn voor haar kinderen, man, vader en broer.  Rond haar rennen mensen mee met de snel draaiende wereld mee en vallen nu en dan af alsof ze door een kogelstoter werden weggeslingerd. Zij wilt halt houden om daarna met volle toeren te draaien, weliswaar met de buitenlucht en de stilte als bondgenoot.   Ze tuurt naar de vier witte muren om zich heen en buigt zich terug over de computer, zonder resultaat. Met een krop in de keel belt de vrouw na enkele uren de dokter. Eenmaal bij de dokter hoeft ze maar twee zinnen te zeggen. Haar tranen vertellen de rest. Met een briefje van 9cm op 18cm staat ze na vijftien minuten buiten. Ze rijdt traag met haar grijze auto naar school om de kinderen op te halen. Bij de schoolpoort aangekomen, stapt de vrouw uit en loopt snel naar binnen. De kinderopvang is vijftig minuten geleden gestart. De kinderen zien de moeder aankomen en spelen vlijtig met de andere kinderen verder. De moeder kijkt hen aan en zoekt hun boekentas, vest en brooddoos. Na tien minuten rennen de kinderen naar de moeder en wandelen ze hand in hand naar de auto. De jongens maken luid door elkaar lawaai. Hun dag zal zich in volle glorie thuis verder zetten. De moeder krijgt hen in de auto, maakt hen in de kinderstoel vast en sluit hun deur. Alvorens zelf in te stappen absorbeert ze vlug enkele minuten de kalmte van het verlaten dorpsplein. Ze probeert voldoende zuurstof op te nemen om zonder tranen en geroep aan de avondshift thuis te beginnen. Onderweg maken de jongens hun gordels open. De moeder maakt zich boos. De jongens spelen onder elkaar verder. Thuis gekomen, opent ze hun deur. Als kuikens die veel te lang binnen hebben gezeten, lopen ze de kleine tuin in en slingeren aan de schommel. Beiden willen op het enigste schommelzitje. Vervolgens willen ze beiden aan de enigste turnringen. De moeder doet de achterdeur dicht, kijkt van achter het raam naar de kinderen en begeeft zich naar het kookaanrecht. Zoals elke werkdag, komt de zwarte man om 17u08 van zijn werk terug. De blanke vrouw opent de achterdeur. Ze geven elkaar een kus. De ogen  van de vrouw staan rood. Hij kijkt haar vragend aan. Snikkend zegt ze dat ze een tijdje thuis moet blijven van de dokter. De zwarte man omhelst haar in stilte en zegt met volle stem dat alles goed komt. De vrouw herpakt zich en kookt verder. Na het eten, doet de zwarte man de afwas en brengt de vrouw de kinderen naar bed. De vrouw stapt traag naar boven, alsof ze met elke trede meer leeg vloeit. Ondertussen bereiden de kinderen boven hun lees cocon voor. Ze sluiten de gordijnen van hun kamer, steken het licht aan en plaatsen alle hoofdkussens op één bed. De moeder schudt haar hoofd en glimlacht. De kinderen glimlachen terug en geven haar elk hun favoriete prentenboek. Ze leest met wankele stem enkele pagina’s voor. De kinderen slaan de volgende pagina om en willen meer. Zij niet. De kinderen geven niet op. Zij wel. Zonder klank beeldt de moeder roodkapje en de wolf uit. De kinderen lachen luid en improviseren mee.  Zonder klank gebiedt ze hen na een tijdje te gaan slapen. Ze kruipen in hun bed. De moeder stopt hen onder de lakens en geeft een kus. Ze omhelzen haar innig. Zonder klank staat ze op, werpt hen een laatste handkus  toe, knipt het licht uit en gaat ook slapen. Onmiddellijk glijdt ze net zoals Doornroosje in een diepe, vredige slaap.   De volgende dagen volbrengt ze traag haar moederlijke taken, slaapt veel overdag en maakt kleine wandelingen. De computer laat ze dicht. Soms opent ze haar dagboek. ‘Verdorie toch. Ik wil in actie schieten maar het lukt me niet. Soms trilt mijn ganse lichaam alsof het diep van binnen uitgehongerd is en geen vijf minuten langer recht op kan staan. Ik ben net een marionet die door buitenaf bestuurd wordt en waarvan de touwtjes elk moment kunnen doorknappen. Straks kunnen ze me met een vuilblik opvegen. Rust heb ik nodig zonder die moeheid die mijn tijd steeds opslorpt om te slapen. Hoe zou het leven zijn mochten de jongens een grootmoeder hebben die even mijn rol kon overnemen? Ik snak ook naar een babbel met mijn man, naar echtheid. Maar hij is tegenwoordig in zijn wereld terug getrokken. Ik zit weer met een vreemde aan tafel. Vroeger gaven we elkaar lof bloosden we samen rood raakten we elkaar aan vlogen we oneindig ver weg   Nu blijft geen woord over enkel een diep ademhalen een licht snurken tijdens slapeloze nachten’    Enkele dagen later belt een vriendin van de vrouw en vertelt haar over een cursus ‘spreken voor publiek’ met als eindopdracht  een speech van twintig minuten brengen voor een groot publiek. De woorden van de vriendin raken het hart van de vrouw. Plotseling slaat een vonk aan.  Tranen komen naar boven. Meer dan zeven jaar lukte het de vrouw niet om te schrijven. Zeven jaar was ze druk bezig met haar nieuwe leven die omringd was door de twee jongens en de man.  Letters vormende geen woorden en het papier bleef wit. Zou ze eindelijk de remmen durven los te laten en de verhalen van de wereld naar buiten brengen? Zou ze eindelijk een boodschap de wereld mogen insturen? De volgende dag schrijft de vrouw zich in voor de cursus. Ze zou enkele zaterdagen les krijgen met vijf andere cursisten en via webcam zou ze de theorie te horen krijgen. De daar opvolgende maanden wakkert de cursus de geest van de vrouw aan. Dankzij woorden reist ze zonder vliegtuigticket naar de plaatsen waar ze ooit werkte en naar de mensen die ze ooit ontmoette. Soms komen tranen naar boven, verrast een glimlach haar of kunnen haar vingers bij het schrijven haar woordenstroom niet snel genoeg volgen.  Haar lichaam blijft echter broos en heeft meer slaap nodig. De dokter schrijft de vrouw nog enkele briefjes voor.  Elke dag na het afzetten van de kinderen aan school, maakt ze een wandeling. Na een tijd ziet ze de blaadjes van de struiken en de eenden in de beek, hoort ze de auto’s in de verte en de vogels in de lucht, voelt ze de glimlach in haar hart en krijgt ze meer zuurstof. Het liefst stapt ze naar de top van de heuvel. In de verte ziet ze dan een andere heuvel waarachter Afrika, Azië en de ganse wereld zich schuilhouden. Eenmaal thuis maakt ze thee met theeblaadjes van het land waar ze vier jaar woonde, gaat aan de grote eettafel zitten met zicht op de hoge plataanboom van de buren, zet haar rode leesbril op en neemt een stylo. De blauwe inkt van de stylo raakt het magische, witte blad en brengt de vrouw punt voor punt dichter bij wat haar bezig houdt en bij wat in haar verborgen zit. Onuitwisbaar. Na 21 weken, krijgt de vrouw eindelijk zicht op de boodschap van haar speech en schrijft ze de intro. ‘Goede namiddag. Ik weet niet of het is jullie al overkomen is, maar eind vorig jaar had ik een dipje. Mijn werk lukte niet. Mijn kinderen weerspiegelden me meer dan ooit, en mijn man had het nog moeilijker om me te begrijpen. Ik had nood om nog eens op reis te gaan en verlopen te lopen. Ik had nood om nog eens stil te staan bij mijn leven. Ik zocht en uiteindelijk vond ik wat ik nodig had. Het werd een zes maand durende tocht met vallen en opstaan en met een duidelijke eindbestemming. Een speech geven voor jullie op de eerste zomerdag.’   Voldaan kijkt ze naar de plataan. Een zwarte vogel brengt een takje naar het nest hoog in de boom en vliegt vervolgens ijverig weg. Ze slurpt traag van haar thee. ________________________________________________________________________________________ ‘Geef een mens het idee dat hij bijzonder is, en hij gaat bijzonder doen.’ A. Honkoop    De grote dag breekt aan. Vandaag zal de vrouw haar speech brengen in een theaterzaal in de stad. Ook al is het zondag, de blanke vrouw staat vroeg op. Ze ontbijt met de kinderen, maakt een appelcake voor haar medecursisten en verdringt haar moeheid met groene thee. De zwarte man heeft de ganse nacht ontspannen in gezelschap van de teevee en een fles drank en slaapt nog diep, zich niet bewust van de stress die de vrouw aan het opslorpen is. Na twee uur kan de vrouw de drukte van de kinderen niet meer aan. Ze roept de zwarte man wakker.  Het liefst zou de vrouw zich nu afzonderen zoals ze vroeger deed bij de examens. Toen liet ze haar zenuwen door haar ganse lijf kruipen om er elke vezel wakker te maken en om zich te concentreren op wat nodig was. De man staat snel beneden. Met een glimlach maakt hij zijn thee en maant hij de kinderen aan om hun speelgoed op te ruimen. De vrouw maakt het middageten voor de kinderen klaar en verwelkomt de babysit. Na een half uur zitten de man en de vrouw in de auto. Terwijl de blanke vrouw de snelweg oprijdt, vraagt ze de zwarte man stil te zijn. Aan 120 km per uur draagt  ze haar speech op. Ook hier had ze het liefst alleen geweest om zich helemaal diep met de speech te verbinden. Het voorstel aan de man om met een vriendin van de vrouw naar de theaterzaal te rijden, had geen gehoor bij hem gevonden. De man wou het liefst bij de vrouw zijn. Aan de theaterzaal nemen ze afscheid. De man zal voor enkele uren de stad intrekken en op tijd voor de speech terug zijn. De vrouw stapt het theatergebouw binnen met een koffer met daarin drie broeken, vier bloezen en twee paar schoenen. De docente, een bekende actrice, en de vijf medecursisten verwelkomen haar.   Tijdens de repetitie loopt het mis. De vrouw stapt het podium op. De lege, roodfluwelen zetels kijken haar aan. De grootsheid van de zaal overvalt haar en op slag is ze helemaal haar tekst kwijt. Ze kan geen woord uitbrengen. Alles is weg. Ze is weer het kleine kind die niet weet hoe haar zeer mondige vader te beantwoorden. Ze is weer de studente die door een militair in Afrika brutaal wordt aangesproken. Ze is weer de jong volwassene die haar mening niet mocht geven in Azië. Tranen ontspringen in haar ooghoeken. Ze wil weg. De deur uit. De wijde wereld in.   De docente kijkt de vrouw teder aan, begeleidt haar van het podium en zegt dat alles goed kom. In de kleedkamer kiest de docente voor de blanke vrouw een groene, aansluitende, Aziatische bloes, een witte lange broek en smalle blauwe schoenen uit de koffer en vlecht de haren van de vrouw. In de coulissen neemt de blanke vrouw plaats op een stoel naast de medecursisten en focust zich op de ademhaling. Haar gezicht staat strak en de glimlach is weg. Nog twee sprekers en de vrouw mag opkomen. Even denkt ze terug aan de korte vakantie van enkele weken terug. Het was haar toen gelukt om thuis een week vrij te krijgen. Ze was een week naar een Grieks eiland getrokken. De uitgestrekte zee, de golfslagen, het vers gekookte eten en de eenpersoonskamer hadden haar rust gebracht. De vrouw had er na enkele rustdagen, bladzijden vol geschreven met woorden van pijn, liefde, verdriet en dankbaarheid en met vertrekpunt de moeder, de zwarte man, de kinderen en de ganse grote wereld.  Op een bergtop had ze, met energie in de aders, haar speech opgedragen aan de uitgestrekte lucht. De nacht voor het vertrek van het kleine eiland had de vrouw, aangemoedigd door de zwoele buitenwind, de vol gekrabbelde bladzijden verzameld en verbrand. Met de as in een witte Kleenex was ze op een rots vlak aan het zeewater geklommen. Toen een grote golf haar dreigde te overspoelen, had ze het pakje ver in de zee gesmeten. De Kleenex had zich geopend en de as had enkele seconden door de lucht gedwarreld alvorens in de donkere zee terecht te belanden. Op dat moment was de volle maan achter de wolken te voorschijn gekomen en had ze zich gerealiseerd dat ze net ouder geworden was dan haar moeder ooit geweest was.   De blanke vrouw slikt. Haar moeder zit ook deze keer niet tussen het publiek. De vrouw slikt opnieuw en kijkt naar de docente. De docente geeft teken dat ze recht mag staan en kondigt de vrouw aan.  Het publiek applaudisseert luid. De vrouw neemt diep adem, recht haar rug, brengt de borstkas naar voor en stapt het podium op. De vrouw kijkt de donkere, volle zaal in, glimlacht en begint de speech. De adrenaline doet haar werk. De woorden zijn teruggekomen. Het publiek beweegt mee en lacht op geregelde momenten. De vrouw spreekt eindelijk uit wat ze jaren in zich draagt en benoemt hoe ze de wereld ziet. Ze prijst ook Meneer Bao, een Aziatische man van zestig, die jaren in concentratiekampen doorbracht en met haar over de ‘art of living’  filosofeerde. Ze prijst Mevrouw Nanuli, een oude vrouw, die haar man en twee kinderen verloor in de Kaukasische oorlog en die de blanke vrouw dagelijks bedankte voor de maaltijd van het voedselprogramma.   De twintig minuten vliegen snel voort. Nog even en de speech is voorbij. Ze neemt een slok water en zet het laatste deel van de speech in. ‘Vaak als ik de bomen met hun takken zie wuiven, als ik de vele auto’s als mieren zie krioelen door de straten en als ik mijn kinderen spontaan zie spelen, Dan denk ik, wat zou het super zijn, als we vlugger stop zeggen aan al de moetes, als we vlugger foerten. Wat zou het super zijn als we de tijd nemen voor een glimlach in ons hart. En ja ik stel me dan een wereld voor waarin we allen de wereld zien als één bol met respect voor elkaar. Laat de bloem in u zelf bloeien. Ze is uniek, en geniet van de bloemen naast u. Dank u.’ Het publiek applaudisseert luid. Zoals het hoort, buigt ze twee maal diep en met een brede glimlach verlaat ze opgelucht het podium. In het café van het theater  wachten haar vader, vrienden en de zwarte man de vrouw met lof op. De vader neemt het hoogste woord. Met een warm gezicht geeft de vrouw iedereen een kus. De zwarte man staat er afwezig stralend bij. De vrouw trakteert iedereen en bedankt hen voor hun komst en steun.   Bij het afscheid, feliciteert de docente de vrouw en raadt haar aan meer speech ervaring op te doen. Van buiten en van binnen bloost de blanke vrouw rood. Na die dag, contacteert de vrouw enkele organisaties met het voorstel om te komen spreken. Niemand is geïnteresseerd in haar woorden. Het speechen begraaft ze voor ooit misschien. Het schrijven houdt ze warm. Soms zit ze vast en soms schrijft ze enkele regels. Soms moedigt iemand haar aan en soms drijven de vlinders in haar buik de vrouw naar hogere oorden.   Dertig jaar na de dood van haar moeder zit de vrouw aan de grote eettafel met zicht op de hoge plataanboom, zet ze haar rode leesbril op en schrijft in stilte de laatste woorden van haar boek ‘Lieve mama. Rust in vrede. Je kleinkinderen zijn trots op jou. In mijn verhalen en in mijn glimlach leef je verder. Dank je wel.’ Ze zet haar bril af, strijkt door haar witgrijze haren, staat op, opent de deur en stapt naar buiten.  

Kristien Vliegen
0 0