Lezen

Eerste tinderdate in een gezellig café II

- 'Is er leven na de dood?' - 'Best mogelijk. Echt weten doe ik dat niet. Ik leef namelijk nog.' - 'Je lijkt nochtans een beetje dood.' - 'Echt?' - 'Ja. Zo bleek en mager. En je hoofd is een schedel zonder huid of haar. En je draagt een zwarte mantel met zwarte kap. En je hebt een gigantische zeis in je hand.' - 'En jij bent een mooi meisje.' - 'Dank je. Ben je er zeker van dat je niet Pietje De Dood bent?' - 'Mevrouw, u beledigt me. Mijn profiel zei duidelijk 'Henri de Beauvoir'. En daar blijf ik bij.' - 'Maar je hebt zonet de arm van de ober aangeraakt om iets te bestellen en nu ligt die man hier dood op de grond.' - 'Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.' - 'Ken je God dan?' - 'Ja. Nee. Maakt niet uit. Je hebt mooie ogen.' - 'En jij lege oogkassen. Kijk... Henri... Ik weet niet of dit wel zal lukken... Ik voel me niet echt op mijn gemak bij je.' - 'Heb je me al ukelele horen spelen? Ik heb al prijzen gewonnen met mijn ukelelespel. De jury zei dat mijn ukelelespel angstige diertjes op hun gemak stelt.' - 'Ik weet het niet, Henri...'   Henri haalt toch zijn ukelele boven en speelt een deuntje.   - 'Henri! Verrukkelijk! Ik voel me zo op mijn gemak na je ukelelespel!' - 'Zei ik het niet?' - 'Kun je nog andere instrumenten bespelen?' - 'Nee. Ik heb me bekwaamd in één.' - 'Je stelt me teleur, Henri.' - 'Wat?' - 'Slechts één instrument? Je stelt me teleur, Henri. Ik had je nooit naar rechts mogen swipen.'   Twee uur later komt de politie het café binnen. Iedereen is dood, behalve een huilende, vastgebonden vrouw met op haar borst een briefje gespeld: 'Dit is mijn schuld.'   Nergens is er een ukelele te bespeuren.

Michaël Verest
34 0

Gemiste kansen

Dag L.,   Het is vandaag een week geleden. Dat is belachelijk weinig, maar als je 10.000 kilometers van elkaar verwijderd bent lijkt het langer geleden. Tijd en ruimte versterken elkaar. Ik heb er last mee. Last om terug te zijn. Last van de gemiste kansen. Last van mijn hoofd en dankzij jou ook last van mijn lijf. Het gevoel dat sowieso opsteekt na een reis van drie maanden en de terugkeer naar de realiteit wordt nu dus nog versterkt door mijn lijf en mijn hoofd die steeds opnieuw aan jouw aanraking denken. Je armen rond mijn schouders, je lippen op mijn rug. En de vraag wat er gebeurt was als we onze kans niet grandioos gemist hadden. Slechts een passionele kus of een misschien een gedeelde nacht op een verlaten strand? En wat daarna? Was je gewoon verdwenen in de nacht. Hadden we aarzelend een gesprek proberen voeren dat ons enkel zou doen beseffen hebben dat we eigenlijk niks met elkaar gemeen hadden behalve platte lust. Of hadden we gezwegen en gewoon genoten van een moment van samen zijn zonder verder na te denken. Had ik gehoopt dat we contact zouden houden en dat je een excuus zou worden om terug te keren. Of verzin ik er weer te veel bij en was het voor jou niet meer dan wat het uiteindelijk was: een scharrel op het einde van het seizoen zonder moeilijke vragen want je kwam de volgende dag toch niet terug. Ik heb er meer last mee dan zou mogen op basis van het kwartiertje dat we hoop en al gepraat hebben en de nog geen vijf minuten die we aan elkaars lijf hebben gezeten. Tijd en afstand versterken elkaar, maar lust en heimwee dus ook. V.  

Juffrouw Vee
0 0

Een reistas voor vier dagen.

Vier nachtjaponnen, een kamerjas, vijf onderbroeken, drie handdoeken, twee washandjes, een pakje papieren zakdoeken, een goed boek, de GSM idem dito oplader en als het lukt… de laptop. We vertrekken een dag vroeger om de file voor te zijn, de kamer en matras te keuren. Vriendelijk personeel, uitstekende hygiëne, een bekwame entertainer en privé-kiné. Spijtig dat ik het ontbijt moet missen, maar ben bij de eerste gelukkigen die door een bekwame toerrijder soepel naar de grot der wonderen word gereden. De helpgidsen staan me op te wachten Ze hebben de lichten in de grote zaal aangestoken. Het is er redelijk fris. Een rilling laat mijn schouders schudden. Een extra dekentje vergroot mijn comfort. Ik zie glimlachende gezichten, hoor vriendelijke woorden en een duidelijke uiteenzetting bereid me voor. De verwachtingen zijn hoog, gespannen. De performer, algemeen geprezen en bewonderd, zou me niet teleurstellen verzekerden andere uitverkorenen me. Als geroepen verschijnt mijn engelbewaarder. Hij is gekleed is een groenen katoenen broek, een witte labo jas en draagt een mondmaskertje. Hij klopt me geruststellend op mijn schouder.  ‘Ben je er klaar voor Fanny? We gaan een klein wonder verrichten en jij bent de gelukkige die ervoor in aanmerking komt.’  Ik glimlach zuur.  ‘Géén twee zonder drie, hé.’ Mijn engelbewaarder komt voor me staan en kijkt me meelevend aan.  ‘Spijtig genoeg hadden ze toen nog niet de kennis. Er werd vastgezet zonder rekening te houden met de andere wervels. De springgewrichten gaan er nu voor zorgen dat de gezonde wervels niet het slachtoffer worden van de aaneengegroeide wervels. Goede reis, we praten straks verder.’ Zijn stem drijft langzaam weg als ze het infuus vullen met een vloeistof en in mijn aders spuiten Het voelt aan als ijs. Mijn problemen en angsten verdwijnen als de narcose begint te werken. Een vraag blijft voorlopig nog onbeantwoord: ‘Zou ik na 2 rugoperaties, 25 jaar pijnlijden en een neuro-stimulator om de chronische pijn deels op te vangen kunnen hopen op een semi-normaal leven?’ Dat moet blijken. Maar het reisbureau heeft me tot op het heden nog niet teleurgesteld. ‘Goede reis, reis… reis…’      

Fanny Vercammen
0 1

Dilemma

Jeremy verbeet zijn tranen. Hij had net een blik op de achterbank van zijn auto geworpen en dat had hij beter niet gedaan. Hij slikte de brok in zijn keel weg en schraapte hem nog eens extra. In een poging om al was het maar voor een seconde te vergeten wat er op de achterbank lag, keek hij strak voor zich door de voorruit. Het lukte niet. Met gesloten ogen ademde hij gecontroleerd diep in en uit om moed te verzamelen om zich zo meteen weer om te draaien. Het was drie uur ’s nachts. De regen tikte zachtjes op het dak van de auto. Het interieur werd verlicht in die typische oranje gloed van een lantaarnpaal. Jeremy draaide zich om. Hij keek naar de baby die gewikkeld in een deken lag te slapen. Amper een week oud was het zich van geen kwaad in de wereld bewust, zo vredig sliep het. Hij bekeek het kleine wonder met vochtige ogen. Hij had het zo voorzichtig mogelijk vastgemaakt met de veiligheidsgordel, er goed op lettend het kleine mensje niet pijn te doen tijdens de rit. Het was het beste wat hij had kunnen bedenken daarstraks. Een autostoeltje of iets dergelijk had hij niet, waarom zou hij ook, hij had zelf geen kinderen. Jeremy sloeg zijn handen voor zijn mond om zijn beginnende snikken te smoren. Het besef dat hij over het lot van deze baby had beslist trof hem tot diep in een plek in zijn ziel waar hij het bestaan van vergeten was. En daar had hij zijn best voor gedaan. Hij zat nu al zo lang aan de heroïne dat hij niet meer wist wanneer hij ermee begonnen was, laat staan waarom zelfs, en zo wou hij het ook. Of beter gezegd: zo had hij het gewild. Tot vandaag. Tot enkele uren terug. Tot dat meisje met die baby zijn leven was binnengewandeld. Hij wreef zich in de ogen zoals mensen altijd doen als ze aan iets niet willen denken, alsof ze het eruit kunnen wrijven als ze maar hard genoeg hun best doen.   Op de passagiersstoel lag een lege enveloppe en een dichtgevouwen brief die Jeremy had geschreven. Hij nam hem vast. De brief was in vier geplooid. Eerst had hij dat in drie willen doen zoals hij bureaumensen altijd in perfect evenwijdige en even grote stukken zag doen maar hij wist niet hoe dat trucje moest. Hij staarde naar het papier in zijn hand  en werd zich gewaar van het bonzen van zijn hart en de chaos in zijn hoofd. Er schoot zoveel doorheen zijn gedachten dat hij niet wist waaraan eerst te denken. De ene overpeinzing onderdrukte de andere wat resulteerde in een dof gevoel alsof er niets te denken viel. Jeremy voelde zich onwel. Hij legde de brief weer naast zich neer en nam zijn hoofd even in zijn handen, rustte nadien zijn voorhoofd op het koude stuur. Dat voelde goed. Politiesirenes van een eind in de verte deden hem zich weer oprichten. Wezenloos keek hij naar zijn handen in zijn schoot. Hij pakte opnieuw de brief. Met een zucht opende hij die en las hem nog eens ook al kende hij hem al vanbuiten. Dat dit meisje Emma heette, familienaam onbekend. Dat ze nog niet ouder was dan een week en dat ze goed voor haar moesten zorgen. Hij wist dat ze dat gingen doen, het was hun job, hun roeping, maar toch had hij de nood gevoeld dat expliciet te vermelden. Hij keek in de achteruitkijkspiegel naar Emma. Ze sliep nog steeds even vredig, hoe was het mogelijk. Jeremy wou niet beginnen huilen, dat recht had hij niet, vond hij, om zelfmedelijden te voelen, dus richtte hij zijn aandacht weer op de brief. Vluchtig las hij over de zinnen waarin hij schreef dat de baby Emma heette, hoe jong ze was en de beste zorgen moest krijgen. Daarna las hij voor de zoveelste keer zijn verzoek om, ook al was deze baby achtergelaten in de vondelingenschuif, op zoek te gaan naar de familie van het kind. Haar moeder had haar immers niet te vondeling gelegd omdat ze haar niet wou of kon opvoeden, neen, híj, een compleet wildvreemde zonder enige band met moeder noch kind, had haar daar achtergelaten. De moeder van Emma noemde zichzelf Tasja, schreef hij, en dat hij geen idee had of dat een afkorting was van Natasja of ze zich gewoon zo liet noemen. Ze had gezegd dat de vader van Emma niet op de hoogte was van haar bestaan, dat ze niet eens wist wie de vader was. Jeremy las de regel waarop hij in zijn duidelijkste handschrift het adres had geschreven waar ze Tasja’s lichaam konden vinden. Hij pauzeerde bij het lezen van die passage. Zijn onderlip trilde. In gedachten ging hij terug naar de voorbije middag.   Hij had Tasja zo’n vijftien uur eerder op café leren kennen. Een kind van negentien met in haar armen een nog jonger kind van zichzelf, zo had hij haar in stilte beoordeeld. Het had hem een onbehaaglijk gevoel gegeven, een tienermoeder met haar pasgeboren baby in een café op een donderdagmiddag. Hun aanwezigheid had niet gepast. Jeremy wist niet meer hoe maar feit was dat op een gegeven moment hij en zijn vriend Rob aan de praat waren geraakt met Tasja. Ze had hen verteld dat ze dringend nood had aan een “fix” en nog voor hij het goed en wel had beseft, liepen ze met z’n drieën en haar baby naar het appartement van Jeremy en Rob om met z’n allen heroïne te spuiten. Onderweg had Jeremy meermaals sluikse blikken geworpen naar Tasja. Ze was jong en mooi. Een deel van hem wist dat hij haar moest wegsturen, dat dit niet kon en al zeker niet met Emma erbij, maar een ander deel van hem, het deel dat de bovenhand nam, hoopte op seks met Tasja, al was het maar uit dankbaarheid voor haar fix, en deed hem zijn mond houden.   Het volgende wat hij zich herinnerde was dat hij in de met bruin besmeurde badkuip van zijn appartement was wakker geworden. Aan de stijfheid van zijn nek en rug te voelen, had hij daar al een tijd gelegen eer hij weer bij zijn zinnen was gekomen. Een kijk op zijn horloge had hem geleerd dat het al middernacht was en hij was uit het bad geklauterd om de rest te gaan zoeken. Het had Jeremy niet verontrust dat hij geen enkele herinnering had aan de afgelopen uren, het hoorde bij zijn leven. Rob was nergens te bespeuren geweest maar Tasja lag te slapen op de bank in de living met naast haar een krijsende Emma. ‘Tasja,’ had hij haar naam gefluisterd. Maar ze was niet wakker geworden. Hij had het nog eens geprobeerd: ‘Tàsja!’ Tasja had zich niet verroert. Hij had proberen te bedenken of ze nu nog bleker was dan ze ’s middags al was geweest. Hij was bang geworden en had nog eens rondgekeken of Rob nergens te zien was maar zonder resultaat. Nadien kon hij zich nog voor de geest halen hoe hij haar had aangepord, zijn hand voor haar mond had gehouden in de hoop haar warme adem te voelen, zijn oor op haar borst had gelegd en haar pols had gevoeld. Het geblèr van Emma had ondertussen oorverdovend geklonken. Hoelang had ze al naast haar dode moeder liggen huilen?   Een langgerekte Engelse vloek ontsnapte Jeremy in de auto. Hij sloeg wild in het rond met gebalde vuisten op alles wat hij maar kon raken, daarbij meermaals de hoorn toeterend. Emma kreunde in haar slaap en haar gezichtje vervormde zich tot een diepe frons. Jeremy hield zich zo stil mogelijk met ingehouden adem om Emma de kans te geven weer af te glijden in haar diepe slaap. Dat gebeurde gelukkig vrij snel aan haar gezichtsuitdrukking te zien die weer één en al zorgeloosheid uitstraalde.      Hij ademde uit. Rob was dus met de noorderzon verdwenen. Het eerste instinct van Jeremy was geweest om hem te bellen maar Rob’s telefoon was meteen op voicemail gesprongen. Net als de tweede, derde en vierde keer dat Jeremy had gebeld. Een vijfde keer bellen had geen zin, snapte Jeremy, toen hij in de mot had gekregen dat alle spullen van Rob uit het appartement weg waren. Wat was er gebeurd? Had Rob Tasja iets aangedaan? Had hij avances op haar gemaakt waarop ze niet wou ingaan en had ze dat bekocht met haar leven? Of had ze zichzelf een overdosis toegediend? Waarom was Rob vertrokken? Het was dat moment geweest dat Jeremy beseft had dat hij niet eens wist of Rob wel degelijk Rob heette of zich gewoon zo liet noemen. Wat had hij ooit van Rob geweten voor die hem had achtergelaten met een dood meisje met een overdosis en een baby, buiten dat hij ook teveel van heroïne hield dan goed voor hem was?   Het was kwart na drie nu, zag Jeremy. Het was tijd om Emma in de vondelingenschuif te leggen, het had geen zin om nog langer te talmen. Hij zuchtte. Dit was de beste oplossing voor iedereen, wist hij. Hij zou Emma in de schuif leggen en de brief bij haar achterlaten. Daarna zou hij vijf minuten hebben om zich zo ver mogelijk uit de voeten te maken eer het stil alarm zou afgaan. Een vrijwilliger in het huis zou snel op het alarm afkomen om zich te ontfermen over Emma en de hulpdiensten verwittigen. Ze zou terechtkomen bij haar familie, haar grootouders misschien, de brief zou tekst en uitleg geven over wat er gebeurd was en waar ze Tasja konden vinden. Het zou niet uitmaken dat de politie natuurlijk meteen zou weten dat Rob en Jeremy op dat adres woonden want ook Jeremy zou spoorloos zijn tegen dan. Hij dacht aan zijn reistas en het kleine beetje contant geld die in de koffer van zijn auto lagen. Hij ging een nieuw leven beginnen, ver van hier. Ver van drugs. Jeremy kreunde. Hij kneep zijn ogen toe om niet overmand te worden door schuld. Straks mocht hij instorten, dacht hij, nu moest hij eerst voor Emma zorgen. Hij vermande zich.   Met zijn ogen scande hij de omgeving rond de auto om er zeker van te zijn dat er niemand anders was. De wereld sliep nog, althans toch in deze straat. Hij probeerde zich moed in te ademen door zijn borst vooruit te steken en tot zijn verbazing werkte dat nog enigszins ook. Hij was zover. Hij stak de brief in de enveloppe en likte die toe, negeerde de vieze smaak. Vastberaden stapte hij uit zijn auto en opende het portier achter zich om Emma voorzichtig in zijn armen te nemen. Hij frunnikte wat aan het dekentje waar ze in lag zodat het haar goed beschermde tegen de koude van de nacht. Zonder links of rechts te kijken rende hij de straat over, Emma dicht tegen zich aan drukkend. Hij opende de voordeur van het huis waarop de gevel een gouden bord hing waar het woord “vondelingenluik” in gegraveerd stond en kwam in een inkomhal terecht waar hij de lade zag waar Emma vijf minuten alleen zou zijn tot iemand zich om haar kwam bekommeren. Jeremy bleef even als bevroren staan toen hij de schuif zag. Hij hoorde zichzelf ademen. Moest hij dit wel doen? Had hij hier wel goed over nagedacht? Twijfel overspoelde hem. Hij schudde zijn hoofd krachtig om er zo de gedachten uit te krijgen om Emma niet alleen te laten en legde haar in het luik. Hij had nu welgeteld nog vijf minuten. Nam hij het puzzelstukje mee dat in de lade lag? Daar had hij nog niet over nagedacht. Dat puzzelstukje was normaliter voor de moeder om zo later haar band met het kind te kunnen bewijzen maar –Jeremy slikte- Emma had geen moeder meer. Had hij eigenlijk wel het recht om zelfs nog maar na te denken of hij dat stukje meenam? Hij, in zekere zin een medeplichtige aan de dood van haar moeder? Jeremy had nu nog maar vierenhalve minuut. Waarom zou hij het zelfs meenemen? Dacht hij werkelijk dat hij ooit Emma ging kunnen komen opzoeken en dat ze een leuke babbel gingen hebben over de nacht waarop hij haar in een schuif had achtergelaten omdat hij haar moeder zich een overdosis had laten toedienen? Vier minuten nog maar. Jeremy panikeerde. Hier had hij niet goed over nagedacht. Hij wou toch weten dat alles goed ging komen met Emma maar … Nee! Hij moest in zijn auto springen en wegscheuren! Dat moest hij doen. Waarom bleef hij daar staan? Waarom in godsnaam? Drie minuten. Hij bleef naar Emma kijken, hij ademde zwaar. Hij begon te huilen. ‘Emma, het spijt me zo, ik heb het niet zo bedoeld! Sorry, ach, sorry! Ik …’ Jeremy voelde zich onwel worden en kotste in de inkomhal. Hij steunde met zijn hand tegen de muur. Nog maar twee minuten. Emma begon te huilen van al het kabaal dat Jeremy maakte. Wat moest hij doen? Straks kwam die vrijwilliger al voor het stil alarm afging, op het lawaai af. Jeremy greep zich bij de haren: ‘nee, nee, néé!’   EPILOOG   Greta zat aan de keukentafel naar een foto uit een lang vervlogen verleden te kijken. Er stonden drie mensen op het plaatje: zij, haar man Pascal en hun dochter Tasja. Alle drie keken ze om het gelukkigst. Het was de elfde verjaardag van Tasja toen. Ze was zo blij geweest met haar cadeautjes. Greta stak de foto snel weer in haar portemonnee, ze kon er niet te lang naar kijken. Wie had toen kunnen vermoeden dat hun gezinnetje acht jaar later zo uiteen zou zijn gevallen? Wat had ze gedaan dat Tasja zo op het verkeerde spoor had gedreven? Of misschien lag het wel niet aan haar maar hoe had ze dan de signalen kunnen missen die Tasja ongetwijfeld had gegeven? Hoe had ze zo’n slechte moeder kunnen zijn? Greta veegde haar tranen af aan haar mouw. Ze nam haar telefoon en belde naar het nummer van Tasja. Weer voicemail. Zo was het al twee weken. Greta en haar man hadden Tasja een jaar niet gezien toen ze weer voor hun deur had gestaan, hoogzwanger. De laatste jaren had Tasja zich wel meermaals in nesten gewerkt maar dit had alles geslagen. Ze was duidelijk high geweest. Ondanks het warme weer had ze lange mouwen gedragen. Greta had haar dochter en kleinkind wel in huis willen nemen maar Pascal had het genoeg gevonden. Dat was nu twee weken geleden. Ze had nog wel dertig keer per dag gebeld de eerste week en evenveel sms’jes gestuurd maar Tasja had er geen gehoor meer aan gegeven. God wist waar zat ze nu. En in welke staat. En haar kleinkind, was het al geboren? Dat moest haast wel. Greta borg haar gsm op. Ze kon het niet helpen dat ze de ironie ervan inzag dat net zij vrijwilligster was bij Moeders voor Moeders. Twee keer per week verbleef ze in dit huis voor een periode van 24 uur. Haar taak was simpel: in de inkomhal van het huis was een vondelingenluik waar wanhopige moeders die om één of andere reden hun kind niet konden of wouden opvoeden, hun baby konden ten vondeling leggen zodat de organisatie ervoor zou zorgen dat het kind een goeie thuis kreeg. Als een moeder dat deed, had ze nog vijf minuten om afscheid te nemen van haar kind en dan ging een stil alarm af waar Greta op afkwam. Dan was het aan Greta om goed voor de baby te zorgen tot de hulpdiensten er waren. Ja, ze vond het ironisch, dat net zij die haar eigen dochter niet had kunnen redden en nu ook al een kleinkind kwijt was, toevertrouwd was met deze taak. Ze probeerde niet ook nog eens aan Pascal te denken. Pascal die de laatste tijd in plaats van over zijn stil verdriet omtrent hun dochter te spreken, zijn troost zocht in de alcohol. Dat ook nog.   Er was gestommel aan de voordeur. Greta spitste haar oren. Het waren vast weer flauwe grappenmakers die iets in de lade hadden gegooid. Ze was nu al zeven jaar vrijwilligster in dit huis en zo eens om de twee weken gebeurde dat. Ze was nog nooit op het stil alarm afgekomen om daadwerkelijk een kind te vinden. Lege bierflesjes en zo, ja. En toch zou ze zo meteen een kijkje gaan nemen want je wist maar nooit. Het alarm ging af.   Toen Greta naar de voorkant van het huis stapte om het luik te openen, vond ze een klein meisje in een dekentje gewikkeld. Ze huilde. Er lag een brief bij haar. Het puzzelstukje was meegenomen, zag Greta. Het was de eerste keer dat ze dit meemaakte maar ze liet zich door haar moederinstinct leiden. Ze probeerde het meisje te sussen door haar te wiegen in haar armen en zong er slaapliedjes voor die ze ooit voor haar eigen dochter had gezongen. Toen de baby in slaap was gevallen, legde Greta haar in het wiegje dat in het huis stond voor momenten als deze. Ze belde naar de andere vrijwilligers en het noodnummer. De brief leek haar uitdagend aan te kijken toen ze daar zat te wachten naast het wiegje. Ze scheurde de enveloppe open en las de brief.   Greta liet haar hand met de brief in langzaam zakken. Tasja zou nooit meer naar huis komen.

Michael J. Steeper
0 0

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 D - Happy End

Er werd ietsjes zachter op de deur geklopt. Paarse Roberta droogde haar tranen en deed open. Voor haar stond een vrolijke Blauwe Robert."Dag meiske, ik zag je door het dorp rennen en dacht, ik moet dringend Paarse Roberta gaan bezoeken. En voila, hier ben ik!"Huilend viel Paarse Roberta in Blauwe Roberts armen. Hij troostte en suste haar totdat haar tranendal was opgedroogd. Ze snikte nog een beetje en was blij dat Blauwe Robert daar was. De sterke man leidde het droeve meisje naar een stoel waarop ze dankbaar neerplofte."Vertel me alles wat er gebeurd is. Ondertussen brouw ik een lekkere pot bazelnootjesthee."Paarse Roberta vertelde over haar grote avontuur met een even grote pot thee. Na haar derde kopje breide Paarse Roberta een einde aan haar verhaal."En dan kom ik thuis en vind dit briefje dat ik niet kan lezen."Blauwe Robert nam het briefje en draaide het in zijn kolenschoppen van handen om."In dit dorp was alleen je moeder in staat om te lezen en te schrijven. Gelukkig weet ik wat er in staat omdat je moeder het me heeft voorgelezen."Paarse Roberta was op slag dolgelukkig toen ze vernam dat haar familie veilig en wel in de Grote Stad leefden. Die avond ging Paarse Roberta vroeg naar bed om morgenvroeg, met het eerste licht, te kunnen vertrekken.Bij het eerste gekraai van de nieuwe dag stond Paarse Roberta op, trok haar kousen recht in haar knobbelschoenen en stapte, met de drie tovervoorwerpen en goed gemutst, naar buiten. Tot haar verbazing werd ze opgewacht door het hele dorp. Ze waren speciaal uitgerukt om haar uit te wuiven. Er vloeiden heel wat traantjes en alle mensen omstuwden Paarse Roberta met afscheidswensen. De moed zonk in haar knobbelschoenen terwijl ze moeizaam haar voeten richting Grote Stad dwong. Haar moed keerde terug naarmate haar dorp achter bomen en bergen verdween. Paarse Roberta was opgelaten, vrij en vrolijk. Ze genoot met volle teugen van deze reis die achter iedere bocht een nieuw en opwindend landschap tevoorschijn toverde.Na de zoveelste opwindende bocht, hield Paarse Roberta haar pas in. In de verte hoorde ze een licht geschrei en tuurde voorzichtig om de volgende kronkel. Ze schrok zich bijna een nieuw hoedje toen ze de vreemde edelman herkende."Arme vreemde man, wat zit jij droef te wezen? Gaat het niet zo goed?"Paarse Roberta begreep niet waarom, maar de edelman lachte door zijn droefheid heen."Ach lieve kind," snotterde de edelman. "In het dorp waar ik nu woon is de knuppelkoorts uitgebroken. Al eenendertig mensen zijn ziek. Ik ben nu op zoek naar knuppelfruit, het enigste middel dat deze vreselijke ziekte kan genezen."Paarse Roberta deed verschrikt een stap achteruit, maar de vreemde edelman stelde haar gerust."Ik heb de koorts al in mijn jeugd gehad, dus ik kan deze ziekte niet meer krijgen of doorgeven. Daardoor ben ik de geknipte persoon om hulp te zoeken."Er was iets anders aan deze kerel, maar Paarse Roberta wist niet wat..."Waarom huil je dan? Dat fruit groeit toch overal? Wat is het probleem?" Vuurde Paarse Roberta haar vragen af."Het is niet het juiste seizoen!" Jammerde de edelman."Tja," dacht Paarse Roberta bedroefd. "Het is nu eenmaal hoogzomer en dan draagt winterfruit geen vruchten."Terwijl ze de snikkende edelman probeerde te kalmeren, kreeg ze een lumineus idee. Verwoed begon Paarse Roberta in de Diepe Knapzak te rommelen totdat ze de harige schil van een knuppelvrucht voelde en die aan de verwonderde edelman gaf. De verwonderde man wreef zijn tranen droog en nam het cadeau dankbaar aan."Lieve kind, ik ben zo dankbaar als maar kan.""Och, het is niets hoor. Ik help waar ik kan. En eerlijk gezegd, dat is iets dat iedereen kan."Daarna toverde Paarse Roberta de ene vrucht na de andere uit haar Diepe Knapzak terwijl de vreemde edelman enkele manden vlocht. Al vrij snel hadden ze vier manden vol. De edelman was dolgelukkig en nam glimlachend afscheid van Paarse Roberta.Paarse Roberta reisde vrolijk verder totdat ze in een heel vreemd dorpje belandde. Ze kon het niet anders omschrijven als een modderdorp met modderhuizen, modderwegen en bewoond door moddermensen... Moddermensen die heel rumoerig met toortsen, mestvorken en vlegels aan het zwaaien waren. Onder al dat hels geschreeuw hoorde Paarse Roberta iemand mompelen over een koe met vijf poten en een ander had het over een haan die eieren kon leggen."Gelukkig zwaaien ze niet met zeisen rond." Mompelde Paarse Roberta. "Anders zouden ze hun hoofden verliezen."Toen ze het dorpsplein naderde, werd de mensenmodder dichter en woester. Paarse Roberta moest op de tippen van haar knobbelschoenen staan om te zien waar al die dorpelingen zo kwaad om waren. De hele gemeenschap stonden rond vijf oude vrouwtjes te drummen... neen... de vijf oude heksen!"Die mensen durven nogal, tegen weerloze oude mensen!" Brulde Paarse Roberta, maar ze raakte niet boven het oorverdovende rumoer van de modderboeren. Haar woede rees met iedere domme leus die rondom haar werd uitgekraamd. Paarse Roberta kon haar gevoelens niet langer in toom houden. Ze ontblootte haar Onoverwinnelijke Zwaard en onder luid, pijnlijk gekerm begon ze zich een pad door de modderboeren te hakken. Zonder al te veel schade aan te richten, raakte ze tot bij de vijf heksen die bibberend op een kluitje stonden. Vervaarlijk met haar zwaard zwierend, hield ze de dreigende moddermassa op een afstand. Een boom van een kerel stapte, gewapend met een immense vlegel, op het kleine nietige meisje af... Maar Paarse Roberta hield het hoofd koel en met een sierlijk houw van haar magische zwaard, viel de vlegel in drie stukken op de grond. Dit kunststukje legde de moddergemeenschap het zwijgen op. In die vreemde stilte ging alle aandacht naar Paarse Roberta die ze gebruikte om haar woede uit te schreeuwen."Zijn jullie helemaal gek geworden? Alleen idioten vallen arme oude dametjes lastig! Jullie moesten zich allen diep schamen!"De stilte die op deze tirade volgde werd kuchend verbroken toen iemand zijn hand opstak."Maar die ouwe lelijke wijven zijn overduidelijk slechte heksen die...""Stelletje idioten!" Schreeuwde Paarse Roberta terwijl ze dreigend haar zwaard op en neer zwiepte. Enkele modderboeren probeerden gillend weg te rennen, maar glibberden plat op hun gezicht door het modderige dorpsplein. Paarse Roberta bedaarde en begon met klare stem aan haar betoog."Omdat iemand oud is, wilt dat nog niet zeggen dat iemand lelijk is. Omdat iemand lelijk is, dan is die iemand niet automatisch een heks. En omdat iemand een heks is, betekend dat nog niet dat die persoon een slecht mens is."Rustig borg ze haar zwaard op. Tot haar opluchting keken vele dorpelingen beduusd naar de modder aan hun voeten waardoor ze letterlijk en figuurlijk een modderfiguur sloegen. Er speelde een flauwe glimlach op Paarse Roberta's lippen."En wat zeggen we dan?""Sorry." Mompelden enkele dorpelingen.Paarse Roberta moest de vraag een paar keer herhalen totdat alle dorpelingen luid en duidelijk hun excuses hadden aangeboden.Paarse Roberta keek heel tevreden toe hoe de samenscholing beschaamd uiteenviel. Waarschijnlijk gingen de modderboeren terug naar hun gewone bezigheden zoals modder scheppen, modder gooien of modder eten. Het kon haar weinig schelen, zolang de dorpelingen de oude mensjes maar met rust lieten.De heksen schuifelden dankbaar buigend weg. Paarse Roberta vond dat een beetje eigenaardig, totdat ze de angst in de ogen van de oude besjes zag. De heksen maakten het haar duidelijk dat ze zich niet op hun gemak voelde en wilden zo snel mogelijk het dorp uit. Paarse Roberta begreep dat en besloot om bij hen te blijven. Het bleek nodig, want hier en daar stond er een dorpeling klaar om iets onnozels te proberen. Maar zelfs bij de dappersten onder hen zonk de moed in hun schoenen als Paarse Roberta, haar hand nonchalant rustend op het gevest van haar zwaard, hen dreigend aankeek.De heksen bleven verrassend stil totdat ze het modderdorp achter zich hadden gelaten en de angst uit hun ogen verdween. Toen het tijd werd dat hun paden zich scheidden, wuifde Paarse Roberta de dankbare heksen vrolijk uit."Ik heb echt medelijden met die arme dorpelingen. Hoe kun je toch zo dom en onwetend blijven?"Paarse Roberta wist dat ze in haar eentje nooit een antwoord kon vinden, dus liet ze haar vraag voorlopig wat ze was.Paarse Roberta reisde onbekommerd verder totdat het Okerpad abrupt eindigde aan de oever van een brede rivier. In de verte schitterde de torens en daken van de Grote Stad en Paarse Roberta wist dat haar tocht er bijna opzat. Op zoek naar een manier om de rivier over te steken, ontdekte Paarse Roberta stroomopwaarts een huisje. Achter het huisje stak het tuigage van een schip in de lucht. Terwijl ze naderde zag ze hoe de veerman met drie monniken stond te praten. Alhoewel ruziën een beter woord was."Geen geld, geen overzet!" Schreeuwde de veerman."Maar wij zijn arme bedelmonniken die proberen terug te keren naar het moederklooster. Eens we daar zijn, kunnen we u het verschuldigde bedrag in drievoud overmaken.""Boter bij de vis." En met dit spreekwoord eindigde de veerman de discussie. Terneergeslagen begonnen de monniken te huilen. Nu herkende Paarse Roberta de drie mannen... Het waren de drie blinde monniken van haar vorige reis! Ze was emotioneel gepakt door al dat verdriet en besloot om de monniken te helpen. Terwijl ze uit het zicht van nieuwsgierige ogen verdween, nam ze het Machtige Toverhoutje ter hand. Snel en ongezien raapte ze enkele twijgjes op en veranderde die in goud.Met de flair van een adellijke dichter, stapte ze op de veerman af en sprak hem op arrogante toon aan."Hoeveel is het om overgezet te worden?""79 smikkels." Baste de veerman.Krampachtig haar gezicht in die arrogante plooi houdend, gooide Paarse Roberta een gouden twijgje voor de voeten van de veerman. Door de gouden glinstering verloor de veerman op slag zijn tong. Toen hij ontdekte dat het goud echt was, daalde zijn denkvermogen tot ver onder het vereiste minimum."Ik wil dat je je veerboot onmiddellijk klaar maakt voor vertrek. Ik heb dringende zaken in de stad."De veerman stotterde onverstaanbaar en Paarse Roberta dacht een "Ja Edele Dame" te horen."En voor die prijs reizen de drie blinde monniken met ons mee." Declameerde ze met autoritaire overtuiging.Er verscheen een denkrimpel tussen de wenkbrauwen van de veerman. Paarse Roberta herkende de gevaarlijke mix van twijfel, goudkoorts en bloeddorst in de ogen van de veerman. Ze wees naar het gouden twijgje met haar Onoverwinnelijke Zwaard."Voor die prijs koop ik je hele rimram op!"Zijn verguld brein herkende het vervaarlijke zwaard en de veerman concludeerde dat Paarse Roberta wel degelijk de eigenares van zijn hele jandoedel was. Zonder een woord te zeggen, wenkte hij iedereen om hem te volgen en werd kwaad toen de monniken bleven staan. Voordat hij begon te schelden, gleed zijn ogen over het Onoverwinnelijke Zwaard, kalmeerde en begeleidde de drie blinde monniken naar zijn veer.De monniken waren heel blij met het onverwachte geluk en dankten Paarse Roberta uitvoerig."Och, het is niks. Ik moet ook naar de Grote Stad en ben blij dat ik dat in goed gezelschap kan doen."De rest van de reis werd doorgebracht met het palaveren over de Grote Stad. Paarse Roberta zoog alle informatie op als een spons. Ze leerde de maniertjes en gebruiken van de poorters, de namen van de Stadmeesters, de tradities van de nachtwacht en de gebreken in sanitaire voorzieningen. Paarse Roberta was een gulzige leerlinge, maar besloot halverwege de lessen dat de stad haar maar moest aanvaarden zoals zij was en niet andersom.Aangekomen aan de stadspoort namen de drie blinde monniken afscheid van Paarse Roberta en droegen de poortwachters op om goed voor haar te zorgen. "Kunnen jullie mij helpen bij het vinden van mijn familie?" Vroeg Paarse Roberta aan de wachters.De soldaten salueerden en na een beetje speurwerk vonden ze een adres. Onder een erehaag brachten ze haar naar een overdadig versiert huis waar een komen en gaan van rijke heren het haar niet makkelijk maakte om tot aan de voordeur te geraken. Paarse Roberta baande zich een weg totdat ze plots haar hele familie zag staan. Moeder, Vader en alle broertjes en zusjes vielen Paarse Roberta huilend in de armen. Het weerzien was zo heftig dat de poetsvrouwen een hele week nodig hadden om de vele traantjes op te dweilen.Na de grote opkuis werd er een gigantisch feest gegeven. Iedereen was blij en gelukkig en niemand leed honger, dorst of kou. Na het feest lag Paarse Roberta alleen in haar veel te grote bed. Ze staarde naar het plafond en tuurde met haar geest de uitgestrekte sterrenhemel af. Ze keek naar de muren en daar doemde de vergezichten op die ze tijdens haar reizen had mogen aanschouwen. In haar dromerige blik lag het verlangen naar nieuwe horizonten en kon pas de slaap vatten nadat ze een besluit had genomen.De volgende ochtend, net voordat de stad ontwaakte, maakte Paarse Roberta zich klaar om te vertrekken. Ze deed verse reiskleren aan en wierp een kritische blik op de nieuwe schoenen die ze tijdens het feest had gedragen. Ze zette de glimmende muiltjes terug op hun plaats en snoerde vol plezier haar oude knobbelschoenen vast. Daarna nam ze haar drie magische voorwerpen en sloop stilletjes door het huis. Voordat ze vertrok, nam ze eerst uitgebreid afscheid van haar broers en zussen. Paarse Roberta legde hen uit dat ze moest reizen, dat de Grote Stad niets voor haar was. Tot slot beloofde ze dat ze hen zo vaak als mogelijk zou komen opzoeken.Met het ochtendgloren begon Paarse Roberta de stad te verlaten. Het deed een pijn om haar geliefde familie achter te laten, maar ze was er redelijk gerust in dat alles goed met hen zou gaan... ze waren veilig en zorgeloos. Paarse Roberta was al een eind van de stad vandaan toen ze zich omdraaide om alles goed in zich op te nemen. Ze zette haar grote hoed op die nu perfect paste en lachte. In haar hart maakte ze een ijzersterke belofte."Ik kom terug. Dat beloof ik."*Toen kwam er een rattenvanger met een lange fluit en blies dit verhaaltje uit.*

Wibboo Jozefs
22 1

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 C - Een Realistische Conclusie

Er werd nu niet zozeer geklopt, maar eerder gekrabbeld aan haar deur. Paarse Roberta veegde haar tranen weg en deed nieuwsgierig de deur open. Blauwe Robert viel morsdood haar huis binnen, zijn lijf met een dozijn pijlen doorboord. Naderende krijgsgejoel werd overstemd door het klepelen van de alarmbel. Het dorp werd aangevallen! Paarse Roberta bewaarde haar kalmte en grabbelde de drie magische voorwerpen bijeen. Om zich heen begonnen al de eerste vlammetjes te likken. Dit was niet het moment om blind geweg naar wat dan ook voor problemen te gaan rennen en Paarse Roberta besloot om al die problemen met een berekend hoofd tegemoet te treden!Gewapend en klaar voor de aanval, liep ze over een slagveld dat eens haar dorp was geweest. Overal om zich heen zag ze genoeg leed om een heel leven met verdriet te vullen."Om dit te overleven," besloot Paarse Roberta. "Moet ik van mijn hart een steen maken." Gewapend met dit stenen hart en het Onoverwinnelijke Zwaard, hakte Paarse Roberta zich een weg door de rovers. Geen enkele rover kon zich weren tegen deze paarse furie. Het werd donker en de slachting die Paarse Roberta aanrichtte, ging maar door. Bij het ochtendgloren baadde het hele dorp in het bloed.Met de eerste zonnestralen kwamen ook de eerste dorpelingen weer tevoorschijn. Eerst nog onzeker en bang, maar toen ze merkte dat Paarse Roberta alle bandieten had verslagen, kropen ze massaal uit hun schuilplaatsen. Enkelen rommelden wat rond, sommigen zaten terneergeslagen in de geblakerde ruïnes van hun huis, maar de meesten begonnen puin te ruimen en hadden de hoop om alles snel herop te bouwen. Houthakkers waren praktisch aangelegde mensen die meestal goed wisten wat er gedaan moest worden, maar nu waren ze een beetje verloren... Wat te doen met al die dooie bandieten?Hier nam Paarse Roberta resoluut de leiding!"Onze geliefden moeten met alle eer en zorg begraven worden. Alle bandieten worden gecremeerd, hun assen verzameld en begraven in een grote donkere pot."De gelovige dorpelingen maakten een teken om het kwade oog af te weren. Zelfs het meest kwaadaardige wezen verdiende een waardige begrafenis! Maar de meeste dorpelingen vonden dit een gepaste straf voor zielloze schurken."En ik beloof plechtig dat ik er alles aan ga doen opdat ons dorp weer vrij en gelukkig kan zijn!"Vanaf die dag werd Paarse Roberta gerespecteerd en gevreesd vanwege haar durf en kordate optreden. Ze gebruikte haar nieuw verworven respect en macht om haar dorp op te bouwen, beter dan voorheen! Ze had het trouwens beloofd en op een belofte van Paarse Roberta kon je een huis bouwen."Er moet een betere manier bestaan om in alle veiligheid te kunnen wonen en werken?" Zei Paarse Roberta met het Onoverwinnelijke Zwaard in haar hand. Ze keek naar het zwaard en wist wie haar kon helpen. Ze koos vijf jonge mannen en gaf hen de opdracht om door het land te reizen totdat ze de vreemde edelman hadden gevonden. Paarse Roberta gaf een gedetailleerde beschrijving van de man en wenste de boodschappers veel succes bij hun zoektocht. Ze was blij voor deze dappere jongens, want uit ervaring wist ze dat die kerels een geweldig avontuur tegemoet gingen. Na drie maand kwam slechts één jongeling terug, maar hij had wel de vreemde edelman gevonden. Paarse Roberta heette hem welkom en er werd een voedzaam feestmaal klaargemaakt. Tijdens het dis vertelde Paarse Roberta aan de vreemde edelman wat ze wou bereiken."Ik wil het dorp beschermen tegen bandieten, schurken en rabauwen. De dorpelingen moeten zich kunnen verweren en wapens maken. Als edelman bent U onderwezen in de krijgskunst... wilt U ons onderwijzen?"De vreemde edelman zuchtte bedroefd."Ik wil uw dorp graag helpen, maar ik kan dat pas doen nadat ik mijn eigen queeste heb voltooid."Er welden tranen op in de ogen van de vreemde edelman, maar dat liet Paarse Roberta koud. Ze had een dorp te redden!"En wat houdt die queeste in?" Vroeg ze koud-zakelijk."Het dorp waar u mij naartoe stuurde is getroffen door een vreselijke ziekte: de knuppelkoorts. Ik ben immuun voor deze ziekte en dus vertrok ik, op zoek naar het geneeskrachtige knuppelfruit. Iedere dag dat ik niks vind, gaan er mensen dood. Ik ben al zo lang op zoek..."Paarse Roberta dacht diep na. In dit seizoen groeide er geen fruit meer aan de bomen. Om de hulp van de edelman te krijgen, moet ik knuppelfruit vinden."Deze nacht ga ik het woud in om knuppelfruit te plukken en daarmee kun je de mensen waar je van houdt mee genezen."Van pure vreugde huilde de vreemde edelman zo hard, dat zelfs de laatste olifanten mee huilden."Je moet me wel beloven dat je daarna mij komt helpen!" Voegde Paarse Roberta er streng aan toe.Door zijn tranen heen beloofde de edelman alles te doen wat Paarse Roberta maar wilde.Die nacht ging Paarse Roberta, gepakt, gewapend en gezakt het woud in. Toen ze ver genoeg van rondsnuffelende neuzen was verwijderd, opende Paarse Roberta de Diepe Knapzak en begon erin te rommelen. Ze bleef zoeken totdat ze de harige schil van een knuppelvrucht voelde. Met de twijgjes en takjes van een rubberwilg maakte ze een mand en vulde die tot over de rand met vruchten. Voor de zekerheid maakte Paarse Roberta nog drie manden.De volgende ochtend kwam ze zwaar beladen het bos uit en legde de fruitmanden voor de voeten van de vreemde edelman neer. Vol ontroering huilde die arme man echte vreugdetranen met tuiten. Nadat de tranen gedroogd waren, beloofde hij terug te keren van zodra alle dorpelingen weer gezond waren. Na een maand ongeduldig wachten, keerde hij terug.Toen begon de geleidelijke transformatie van simpel houthakkersdorp naar een kleine vestingstad. Wekelijks oefende de mannen zich in het krijgsgeweld. Stevige huizen vervingen de armtierige hutten en men begon met de bouw van een dikke verdedigingsmuur. Het bouwen kostte handenvol goud, maar met het Machtige Toverhoutje kon iedere rekening zonder morren betaald worden.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.De mannen raakten op allerlei manieren gewond: ze verpletterden tussen grote stenen, ogenschijnlijk kleine wondjes werden fataal, mannen werden kreupel door onverzorgde breuken en sommigen forceerden zich zo erg dat ze hun rug braken. Paarse Roberta schreef die ongelukken toe aan het onverantwoordelijke gedrag dat eigen was aan jongens, totdat ze wat beter om zich heen keek. Toen merkte ze dat niet alleen jonge mannen nood hadden aan medische hulp... Oudere mensen die hun hele leven hard hadden gewerkt, liepen als halve lijken rond. Sommige kinderen haalden hun derde levensjaar niet en Paarse Roberta kende heel wat vrouwen die in het kraambed bezweken aan zo'n hevige koorts, dat zelfs het krachtige knuppelfruit niet meer hielp.Ondanks haar stenen hart had Paarse Roberta veel verdriet om al dit mensenleed en vond dat er een eind aan moest komen. Daarom vroeg ze de vreemde edelman om raad."Hoogedele dame," begon de edelman. "Ik kan uw dorpelingen beschermen tegen kwaadaardige mensen maar ik kan hen niet behoeden van ziekte, dood of verderf. Wat u nodig heeft, zijn heksen."Paarse Roberta dankte de vreemde edelman voor zijn inzicht en ging onmiddellijk aan het werk. Onder de dorpelingen zocht ze vijf jonge vrouwen uit. Die kregen de opdracht om de vijf heksen te vinden en ze te overhalen om in het houthakkersdorp als genezeressen te komen werken.Paarse Roberta was een beetje jaloers op de vijf vrouwen. Ze koesterde de hoop zelf ooit nog eens te reizen en misschien zou ze haar ouders, broers en zussen terugvinden... Helaas had ze verantwoordelijkheden in het dorp en moest ze, wederom, van haar hart een steen maken.Na drie maanden van pijn en leed, stonden daar plots de heksen voor de nieuw gebouwde stadspoort. De jongedame die hen begeleide, was compleet omzwachteld. Paarse Roberta had medelijden met het gewonde meisje, maar het sterkte haar wel in de overtuiging dat de heksen bekwame genezeressen waren. Ze nodigde hen uit voor de thee en legde hen de situatie uit."Wij begrijpen uw grieven." Kraste Agaat de opperheks. "Maar helaas kunnen we U niet helpen." De vier andere heksen keken beteuterd voor hen uit."Waarom?" Vroeg Paarse Roberta nogal bars. Ze had moeite om haar woede te beteugelen."Dorpelingen uit een modderdorp hebben ons zwaar mishandeld en zij hebben onze bundels met medicijnen afgepakt. Zonder medicamenten kunnen we niemand genezen." Met het einde van hun verhaal begonnen de heksen te huilen.Paarse Roberta dacht diep na."Luister wat ik ga doen," zei ze plots. "Deze nacht ga ik naar het woud en ga enkele stevige knuppels voor jullie maken. Daarmee kunnen jullie die modderdorpelingen een afstraffing geven die ze zich nog lang zullen heugen."Zo gezegd, zo gedaan. Die nacht ging Paarse Roberta voor de tweede keer het woud in. Toen ze ver genoeg van spitse oren was verwijderd, zocht ze vijf grote en stevige takken uit. Ze schraapte voorzichtig vijf metaalsplinters uit haar Onoverwinnelijke Zwaard en verstopte die in de knuppels. Ze hoopte dat de kracht van het zwaard daarmee door de knuppels kon laten stromen.De volgende ochtend strompelde Paarse Roberta, gebukt onder het gewicht van vijf lompe knuppels, het dorp in. De heksen probeerden de knuppels uit en deden dat, tot tevredenheid van Paarse Roberta, niet slecht. Het was alsof ze hun hele leven niets anders hadden gedaan dan mensen de kop in te slaan. De heksen dankten Paarse Roberta voor de wapens en vol vertrouwen gingen ze hun medicijnenbundels terug claimen.Voor Paarse Roberta ging de tijd niet snel genoeg voorbij. Uiteindelijk stonden de heksen, triomfantelijk met hun medicijnen zwaaiend, terug in het houthakkersdorp. Zonder verdere plichtplegingen gingen ze onmiddellijk aan de slag en al na enkele weken was er een zichtbare verbetering. De gewonden genazen zonder complicaties. Oudere mensen liepen iets makkelijker rechtop. Op de wangen van de kinderen verscheen een gezonde blos en zwangerschappen eindigden steeds voorspoedig. Paarse Roberta moest erkennen dat de heksen bijna miraculeus te werk gingen.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.De kinderen, gezond en vol kattenkwaad, begonnen een probleem te vormen. Ze riep de vreemde edelman en de heksen bijeen en vroeg hen om raad."We moeten de kinderen van de straat houden, maar hoe?""Ik kan enkele jongens opleiden tot Verdedigers Van Het Dorp, maar niet meer dan twintig tegelijk." Zei de vreemde edelman."En wij kunnen een paar meisjes opleiden als genezeres." Kakelde de hoofdheks."Dat betekent dat er nog een hele hoop kinderen rondlopen zonder doel. Waar moeten die dan naartoe?""Die moeten naar school." Zei de vreemde edelman vol overtuiging."En monniken zijn de beste leraren in deze wereld." Declameerde Agaat, krassend bijgestaan door haar vier kompanen.Paarse Roberta dankte haar vrienden voor het advies. Gelukkig kende ze drie blinde monniken die wel geknipt zouden zijn.Paarse Roberta wou dolgraag zelf op zoek gaan naar de monniken, maar het dorp had haar ijzeren vuist nodig om de onhandelbare jeugd in te tomen. Daarom koos ze vijf jong getrouwde koppels uit die de monniken gingen opsporen. Ze was nijdig en jaloers maar verborg dat onder een vrolijk masker. Na drie maanden van relletjes en pesterijen, bracht één koppel de drie blinde monniken voor Paarse Roberta. Ze begon haar geduld te verliezen en wou zo snel mogelijk aan de slag... maar de monniken hadden daar hun eigen idee over."We zijn vereerd en willen graag helpen. We keren onmiddellijk naar ons klooster terug om boeken, papier en schrijfpennen op te halen. Er is wel een klein probleempje.""Daar gaan we weer." Zuchtte Paarse Roberta en met tegenzin vroeg ze wat dat probleempje wel was."Kort gezegd: onderwijs kost geld.""Als dat het probleempje is, dan presenteer ik jullie morgen de oplossing." Zei Paarse Roberta. "Ga naar bed en rust goed uit, want morgenvroeg ga je om het schoolgerief."Die avond ging ze voor de laatste keer naar het woud en raapte, ver weg van kijklustige ogen, twijgjes en takjes op. Met haar Machtig Toverhoutje transmuteerde ze de houtstukjes in goud. Tegen het ochtendgloren had ze een flinke stapel en keerde terug naar het dorp.De monniken waren verbaasd bij het zien van zo'n schat en beloofden zo snel mogelijk terug te keren. Voor Paarse Roberta was zelfs dat te lang en probeerde haar teleurstelling voor zich te houden. Uiteindelijk, na één maand met onlustjes en brandjes, stonden de monniken voor de stadspoorten. Ze menden enkele karren vol schoolspullen en hadden zelfs extra leerkrachten mee. De kinderen protesteerden en mopperden, maar door de strenge invloed van ouders en leerkrachten begon de opstandige jeugd te kalmeren.Het armtierige houthakkersdorpje had een ware metamorfose ondergaan en ieder jaar werd het leven beter. De mensen waren veilig, leefden gezonder en jaar na jaar werden ze ook slimmer.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.Er groeide een verlangen in haar waar ze geen gehoor aan kon geven. Ze wou op reis... maar iedere keer als ze dacht vrij te zijn, kwam er een nieuw probleem op de proppen. Ze was een leidinggevende held in haar dorp en beloofde iedereen te helpen die om haar hulp vroeg. Ze had spijt dat ze, nadat Blauwe Robert morsdood haar huis binnenviel, niet haar dorp was uit gevlucht. Dat knaagde aan haar.En zo knaagden de jaren voorbij. Met iedere ademtocht werd Paarse Roberta een beetje grimmiger. Naar haar einde toe, maakte ze de balans op van haar leven.Paarse Roberta had vele dingen gedaan en had maar van weinig dingen spijt. Er waren goeie dingen, grootse dingen, veel kleine dingetjes en enkele verschrikkelijke dingen.Haar dorp had het overleefd en was uitgegroeid tot een welvarend stadje. Ze kon trots en blij zijn met haar verwezenlijkingen. Maar toen dacht Paarse Roberta terug aan alle pijn uit haar lange leven. Er was de dood van goeie vrienden en het leed van haar dorpelingen. Het waren wel dingen waar ze geen vat op had, maar waar ze zich evengoed verantwoordelijk voor voelde.Paarse Roberta had toch van een paar dingen spijt en terwijl ze diep nadacht, daalde ze af naar het donkere deel van haar ziel."Ik heb mijn leven opgeofferd aan dit dorp, maar ten koste van wat? Ik heb mijn familie nooit teruggevonden. Ik heb het plezier van het reizen nooit meer kunnen proeven. Nooit heb ik van de liefde kunnen proeven. Het opgroeien van eigen kinderen... Allemaal gemist."Paarse Roberta had van heel veel dingen spijt.Ze moest vrij zijn!Op dat moment besloot ze om haar oude leven achter zich te laten. Moeizaam pakte Paarse Roberta al haar waardevolle spullen bijeen en zwaar beladen ging ze op pad. Met slepende tred hinkte ze naar de stadspoort, regelmatig halt houdend om op adem te komen en afscheid te nemen van haar dorpelingen. Paarse Roberta was niet meer van de jongste en haar krakende botten verdienden af en toe wat rust. Met veel moeite had ze eindelijk de poort bereikt. Het felle zonlicht stroomde haar tegemoet terwijl ze diep hortend ademhaalde.Paarse Roberta zette drie passen voordat ze dood neerviel.Er was geen tijd meer voor een laatste gedachte.Er was geen tijd meer voor spijt.Het was gewoon... veel te laat... voor alles.*Waarom dit einde?*

Wibboo Jozefs
0 0

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 B - Het Deprimerende Einde

Het was stil aan de andere kant van de deur, een beetje te stil... maar ja, dit was nu eenmaal een rustig dorpje."Och, zolang de alarmbel niet klepelt, is er niets aan de hand. Waarschijnlijk een flauwe grappenmaker." Mompelde Paarse Roberta, terwijl ze tevergeefs op zoek ging naar een groot glas harseikappelwijn.Haar profetische woorden waren nog niet koud of de alarmbel begon te slaan. Zo snel als ze kon, pakte ze haar drie magische voorwerpen beet voordat ze naar buiten vluchtte. Ze had echter geen tijd meer om haar hoed te pakken omdat de voordeur in duizende splinters ontploften. In de vernielde deuropening stond een reusachtige rover. Paarse Roberta trok haar Onoverwinnelijke Zwaard en in dezelfde vloeiende beweging hakte ze het hoofd van de bandiet af. Geschrokken sprong ze over het bloedende lijk naar buiten. Rondom haar raasde een vuurzee. Een ongecontroleerde woede maakte zich van haar meester. Ze was alles kwijt geraakt: haar ouders, broertjes en zusjes en nu haar dorp en al haar vrienden. De angstkreten en het doodsgereutel rond haar droegen alleen maar bij aan de chaos die in Paarse Roberta's hoofd rondwaarde.Tussen de brokstukken door sloop Paarse Roberta naar het dorpspleintje. Verstopt achter een afgebrokkelde muur keek ze naar een man op een paard die allerlei bevelen brulde. Paarse Roberta begreep dat dit de leider van deze waanzin moest zijn. Ze sprong tevoorschijn en met een vervaarlijke zwaai doodde ze het paard. Nog voordat het nobele dier stuiptrekkend tegen de grond dreunde, vloog met een sierlijke boog het hoofd van de roversbaas een brandend gebouw in. Toen werd het stil. Een van de rovers stormde op Paarse Roberta af, met de bedoeling haar met zijn strijdknots neer te knuppelen. Het Onoverwinnelijke Zwaard sneed hem in twee gelijke stukken. De sluwste onder de rovers wierp zijn zwaard voor de voeten van Paarse Roberta en riep, luid genoeg zodat iedereen het kon horen: "Heil aan onze nieuwe hoofdman!"Verdwaasd keek Paarse Roberta de man aan terwijl ze werd bejubeld en gelauwerd. De rovers namen haar op de schouders en voerde haar mee naar het rovershol, dat in het donkerste deel van het Sleutelwoud verscholen lag. Tijdens de rit werd er stevig gedronken en Paarse Roberta durfde de haar aangeboden drank niet te weigeren. Er gierden allerlei gedachten door haar hoofd, maar ze kon niet bevroeden dat ze nooit meer terug zou keren naar een normaal leven.Het rovershol was, in Paarse Roberta's ogen, een absurde verrassing. In plaats van een compleet verwaarloosde en smerige bende aan te treffen, leek het rovershol meer op een goed georganiseerd chaos. De vele mannen, vrouwen en kinderen liepen met een doelbewuste drukte rond in een wirwar van straatjes en steegjes. De mensen onderbraken hun bezigheden toen de rovers arriveerden en werden al snel omringd door honderden mensen. Sommige 'dorpelingen' waren blij en kusten hun geliefden terwijl anderen klagelijk huilden. Ondanks de alcoholdampen in haar hoofd, begreep ze de reden van al dat verdriet.Paarse Roberta werd door een joelende mensenhaag voortgestuwd naar het Grote Dorpsplein waar ze door luitenant Arend, de sluwste onder de rovers, tot rovershoofdvrouw gekroond.Ze hoorde nauwelijks zijn toespraak die doorspekt leek met woorden als schatten, goud, weelde en rijkdom. In plaats van te luisteren, dwaalde haar ogen over 'haar' volk. Ze zag mannen met pure bloedlust in de ogen, klaar om ieders keel over te snijden. Hier en daar was er een enkeling met een grimas vol groeven en littekens. Anderen leken een perverse lust uit te stralen. De meeste mannen keken Paarse Roberta aan met een mengeling van haat en wantrouwen. Het leek alsof ze geduldig afwachtte om haar bij de minste misstap een kopje kleiner te maken. Paarse Roberta slikte een flinke brok angst weg met een beker bier die naast haar stond. Ergens huilde een kind en dit leidde Paarse Roberta genoeg af om de roverssmoelen te vergeten. Ze keek het huilende hummeltje aan dat succesloos door de moeder werd getroost. Paarse Roberta schrok van de vrouws uitdrukkingsloosheid. Ze tuurde rond en merkte dezelfde doffe ellende in de ogen van alle vrouwen."Dit is het goede leven!" Brulde de luitenant en de mannen brulde vrolijk mee terwijl de vrouwen moedeloos hun hoofden schudden. Paarse Roberta werd triomfantelijk door het troosteloze dorp gedragen en beraamde een plan om het leven van deze mensen een beetje te verbeteren.De volgende dag werd Paarse Roberta wakker met een stevige kater. "Waarom heb ik toch zoveel gedronken?" Dacht Paarse Roberta terwijl ze haar tollend hoofd in bedwang hield. "Om mijn zinnen te verdoven..." Kwam het verrassende antwoord.Ondanks de pijnlijke haren en de nare herinneringen, liet ze haar luitenants komen om een nieuwe overval op haar oude dorp te beramen."We kunnen zo kort op elkaar hetzelfde dorp niet aanvallen.""Er valt weinig tot niets meer te roven in dat dorp.""De mensen willen buit, geen gemene bijlslagwonden!""Ik laat mijn buik niet openrijten voor een magere buit."Paarse Roberta had moeite om de orde te handhaven en zag de gulzige blikken van de luitenanten. In een onbezonnen opwelling nam ze haar zwaard en sloeg, op haar dooie gemak, de zware vergadertafel in kleine stukjes. Het kunstige staaltje hakwerk snoerde zelfs de grootste mond."We gaan daar niet voor de buit, maar voor de mensen die er wonen en werken. De mannen bouwen dit rovershol om tot een stad terwijl de vrouwen koken, wassen en plassen. Wat denken jullie?"De meeste luitenants waren gewonnen voor dit idee en stemden in met het plan. Alleen Zwarte Jules stemde tegen."Lang geleden, in een vorig leven, was ik een slaaf. De ontberingen hebben van mij de man gemaakt die ik vandaag ben. Ik kan en wil niemand tot dit lot veroordelen.""Maar dit is niet hetzelfde!" Reageerde Paarse Roberta furieus. Haar boosheid groeide evenredig met haar onmacht om het verschil tussen haar plan en slavernij uit te leggen. De andere luitenanten interpreteerden haar uitbarsting als een erezaak en sleurden een hevig verzettende Zwarte Jules naar buiten. Eens buiten hield het schreeuwen op. Paarse Roberta wist niet wat er gebeurde met de man, maar ze zou hem nooit meer terug zien. Ze vroeg een glas water om haar emoties door te spoelen, maar kreeg een kroes bier in de plaats."Water is giftig, dit is gekookt en zit vol granen en kruiden. Veel beter voor de gezondheid." Verzekerde Eerste Luitenant Arend.Die nacht gingen ze op pad. Voor Paarse Roberta was dit een totaal nieuwe ervaring waarbij spanning en angst afwisselend door haar lijf gierde. Om een beetje te kalmeren dronk Paarse Roberta af en toe een slokje harseikappelwijn. Eerste Luitenant Arend had haar een flacon gegeven als hét middeltje tegen de kou.Paarse Roberta positioneerde haar troepen rond het dorp en drukte hen op het hart te wachten totdat zij het bevel gaf tot de aanval. Toen de maan opkwam, zag Paarse Roberta dat het meeste puin in het dorp was geruimd. De houthakkers waren praktische en ordentelijke mensen en dat vervulde haar met een zekere trots. Het versterkte ook haar idee dat haar beslissing juist was.Toen het laatste lichtje in het dorp eindelijk werd uitgeblazen, heerste stilte over de nacht. Op dat moment beval Paarse Roberta, met het gekras van de nachtraaf, haar bende om aan te vallen. Het gevecht was kort en brutaal. Een van de houthakkers liep bijlzwaaiend op Paarse Roberta af maar ze trok haar Onoverwinnelijke Zwaard en hakte de arme man aan mootjes.Paarse Roberta zat op een heuveltje terwijl het dorp in lichterlaaie stond. Ze zag hoe de oude huizen in de vlammen dansten en probeerde zich te herinneren of er nog iets waardevols in haar huis lag... haar reishoed misschien, maar wat kon ze met dat oude ding nog aanvangen?Van het hele dorp werden er uiteindelijk 79 mannen, vrouwen en kinderen gespaard. Zonder onderscheid werden ze allemaal in de boeien geslagen. Paarse Roberta begon haar plannen aan de versufte overlevenden uit te leggen."Verzet is zinloos, jullie zijn nu veilig. Jullie zullen nooit meer honger lijden. Er zal voor jullie gezorgd worden. Wij zullen jullie kleden en nooit meer zullen jullie zich zorgen hoeven te maken over de wilde wouddieren. En wat vragen wij daarvoor in de plaats? Een beetje werk zodat onze thuisbasis de mooiste stad van het Halverwegeland wordt. Met jullie kracht en ons vernuft, kunnen we bergen verzetten!"Terwijl Paarse Roberta haar daden goed probeerde te praatte, merkte ze een rare vogel op tussen de haveloze houthakkers. Het was de vreemde, bontgekleurde edelman! Wat deed die hier? Met een kort knikje werd de arme man hardhandig uit de rij geplukt en apart gezet.Aldus werd er een trieste stoet gevormd die zich traag in beweging zette. De eerste zonnestralen verdreef, behalve de nacht, ook de versufte gedachten onder de gevangen en hun verbazing groeide."Was dat Paarse Roberta op dat grote paard?""Waarom is zij niet gevangen?""Dus zij heeft echt tegen ons gesproken?""Zij kan onmogelijk de leider zijn van deze roversbende?""Heeft zij ons verraden?""Ze kon toch gewoon onze hulp gevraagd hebben?""Rovershoofdvrouw! Hoe is het mogelijk dat ze zo laag gevallen is. Ik heb haar nog gekend toen ze nog zó groot was."Alle geroddel en gepraat ging volledig aan Paarse Roberta voorbij. Ten eerste omdat ze al aan haar derde flacon harseikappelwijn toe was en ten tweede omdat al haar gedachten rond de vreemde edelman dansten. Waarom was hij hier?Terug in het rovershol werd Paarse Robert door Eerste Luitenant Arend naar de kerkers begeleid."De vreemdeling probeerde te ontsnappen, vandaar dat we hem zo hardhandig hebben aangepakt."De vreemde edelman lag bloedend vastgebonden op een tafel, zijn bloemetjespyjama hingen als oude vodden om zijn magere lijf. Paarse Roberta vond het een beetje naar dat haar troep hun gevangenen zo slecht behandelden. De edelman keek haar vuil aan, alsof het allemaal haar schuld was."Moest hij maar niet vluchten!" Dacht Paarse Roberta verontwaardigd terwijl ze gemeende bezorgdheid op haar gezicht toverde."Vertel me je verhaal en ik zal je helpen. Je wonden zullen verzorgd worden."De edelman hield zijn lippen stijf op elkaar."Ik kan je helpen en al wat ik van je verlang is dat je je verhaal vertelt."Het stilzwijgen irriteerde Eerste Luitenant Arend zo erg dat hij de vreemde edelman hard in het gezicht sloeg."Als onze leider je iets vraagt, dan antwoord je haar... jij schurftige hond!"Paarse Roberta zag de bloedspetters in het rond vliegen. Ze huilde bijna, maar hield haar tranen in bedwang."Ik wil je geen pijn doen." Smeekte ze bijna. "Alsjeblieft, vertel mij je verhaal."Waren het de zoete woorden van Paarse Roberta? Wekte ze echt het nodige vertrouwen op? Geloofde hij echt in de oprechtheid van haar woorden of was het de angst voor nog meer pijn? Wat het ook was, de vreemde edelman begon te praten."In het boerendorp waar je me heen stuurde, is de knuppelkoorts uitgebroken. Omdat ik de ziekte als kind heb gehad, kon ik niet meer ziek worden en de dorpsoudsten belastten mij met de nobele taak om wat knuppelfruit te vinden.""Dat fruit is het enigste middel dat helpt... maar het is het seizoen niet." Mompelde Eerste Luitenant Arend."En tijdens mijn zoektocht ben ik in het houthakkersdorp terecht gekomen dat jullie overvielen."Het nobele verhaal maakte weinig indruk bij Paarse Roberta en na een kort afscheid liet ze de arme man over aan haar luitenant."Laat hem wel in leven, want ik heb het gevoel dat we hem nog nodig zullen hebben."Die nacht kon Paarse Roberta de slaap niet vatten. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen spookten als een absurde nachtmerrie door haar hoofd. Het gegil golfden in haar oren en de rook prikte in haar neus terwijl beelden van dood en verderf zich in allerlei kronkelende kleuren voor haar geestesoog ontplooiden. Ze had een man gedood, iemand die ze kende. Ze herinnerde niet wie het was en in haar dromen veranderde zijn gezicht constant: eerst haar vader, toen Blauwe Robert, haar oudste broer, terug haar vader...Paarse Roberta had het te warm en gooide de dekens van zich af.Ze moest hier weg.Paarse Roberta kleedde zich zo onopvallend mogelijk. Ze stak het Machtige Toverhoutje in de vouwen van haar mantel, gorde het Onoverwinnelijke Zwaard om en gooide de Diepe Knapzak over haar schouder. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van de schaduwen, doolde ze door het rovershol, op zoek naar een ontsnappingsweg. Onderweg merkte ze dat er nog veel levensloze ogen haar vol honger aanstaarden. Die miserie sneed diep in haar ziel en met behulp van de Diepe Knapzak begon Paarse Roberta voedsel uit te delen. "Misschien dat mijn muizenissen en zielenroerselen zo tot bedaren zullen komen." Dacht Paarse Roberta. Maar de honger die ze zag, kon ze niet stillen en de pijn om al die miserie deed haar onrustige ziel geen deugd. Tijdens haar barmhartige tocht vormde zich een plan. Ze liet haar voedselbedeling voor wat het was en haastte zich naar haar kerker waar de edelman met zware ketens aan de muur vast geklonken zat. In de duisternis kon Paarse Roberta moeilijk opmaken hoe het met haar gevangene gesteld was, maar nam niet de tijd om naar zijn welzijn te vragen. Ze knielde zodat ze op ooghoogte met de gevangene kon praten."Hoe groot is dat boerendorp van jou?"Met rammelende ketens schrok de edelman wakker en keek haar vol angst aan. Paarse Roberta begon haar geduld te verliezen en om haar woorden extra kracht bij te zetten, trok ze het Onoverwinnelijke Zwaard half uit zijn schede."Hoe groot is dat verdoemde boerendorp?"Paarse Roberta zag in het flakkerende toortslicht dat er tranen over de magere wangen van de edelman gleden. Paarse Roberta had spijt van haar uithaal, maar gedane zaken nemen geen keer. Ze moest nu, kostte wat het kost, doorgaan. Onder haar borende blik begon de bibberende edelman te vertellen."Ik ben in een welvarend boerendorp terechtgekomen. Ze hebben vijf enorme voorraadschuren, zo groot als paleizen en tot de nok toe gevuld met allerlei lekkers. Het zijn eenvoudige mensen die geen verdediging hebben tegen het kwaad in deze wereld."Paarse Roberta herinnerde zich de vallei."Ik heb daar een kasteel gezien. Er moeten daar ridders of soldaten in wonen."Rammelend aan zijn kettingen, schudde de edelman zijn hoofd."Dat kasteel is een schuur en wordt bevolkt door kazen, hammen en kippetjes."Peinzend liet Paarse Roberta de arme edelman achter in zijn eenzame cel. Bij een directe aanval vielen er heel wat slachtoffers en goed geschoolde werkers waren goud waard. Ze had een sluw plan nodig om iedereen ongehavend te kunnen vangen. Van al dat denken begon haar hoofd te tollen en Paarse Roberta besloot om wat te ontspannen met enkele karaffen wijn. Ze nodigde Eerste Luitenant Arend uit om wat voor haar te zingen. Hij koos een bloeddorstige ballade uit waarin de gasten van een huwelijksfeest meedogenloos werden afgeslacht.Die nacht, tijdens de gebruikelijke nachtmerries, droomde Paarse Roberta een plan bijeen. Nadat ze zichzelf had wakker gegild, riep ze al haar luitenants bij zich en legde haar plan voor. Goedkeurend luisterden ze naar haar en begonnen onmiddellijk de nodige voorbereidingen te treffen.De daarop volgende dagen geurde het hele rovershol als een distilleerderij. Iedereen en alleman offerde iets van hun schaarse voedsel op om alcohol te stoken. Dat werd daarna op smaak gebracht met knuppelfruitsap. Paarse Roberta laveerde door de bedrijvigheid heen en toverde knuppelfruit tevoorschijn uit haar Diepe Knapzak. Overal waar ze kwam moest ze een slokje proeven en het duurde niet lang of Paarse Roberta strompelde half verdoofd door het rovershol. Er was nog steeds veel miserie rondom haar, maar dankzij haar benevelde brein zag ze het niet meer.De vaatjes knuppelfruitlikeur stapelden zich zo snel op dat men al na enkele dagen voldoende hadden gestookt om een klein leger dronken te voeren. Het valse hulpkonvooi werd klaar gemaakt voor vertrek en volgde de weg die Paarse Roberta al eerder had genomen. Met moeite hield ze haar tranen in bedwang toen ze de verkoolde resten van haar oude dorp passeerde. Maar zoals het Sleutelwoud ooit haar dorp zou overwoekeren, zo verdwenen ook haar herinneringen. Nou ja, de hoeveelheid alcohol die ze consumeerde, hielpen daar een handje beetje bij.Licht beneveld naderde Paarse Roberta en haar troep het boerendorp. De bekende geur van rozen die haar toezweefde, ontnuchterde haar een beetje. Er was een herinnering aan de rozen verbonden en ze probeerde die op te halen... maar haar gedachten werden abrupt onderbroken door het gekakel van een oude, afschuwelijk lelijke vrouw. Het oudje was zo spuuglelijk dat Paarse Roberta op slag nuchter werd. Ze herkende de oude vrouw als één van de vijf toverkollen. Zo statig mogelijk reed Paarse Roberta tot aan de heks die vastberaden de weg versperde."Ik en mijn troep brengen medicijnen tegen de knuppelkoorts."Argwanend begon de heks de vaatjes te controleren en na een korte inspectie maakte ze de weg vrij. Paarse Roberta gaf, met een onbenullig handgebaar, haar luitenants het bevel om het hele dorp dronken te voeren. Iedereen die na drie kroezen medicijn nog in staat was om weerstand te bieden, moest worden geëlimineerd.Het medicijn verrichtte wonderen. Al na de tweede kroes verdween de knobbelkoorts en bij de derde ging bij de meeste het licht uit. De enkelingen die nog overeind stonden, werden snel uitgeschakeld. De grootste weerstand kwam echter van de vijf oude heksen. Ondanks hun hoge leeftijd verdedigden ze zich met hand en tand. Helaas, zelfs met hun magie, overrompelde de overmacht hen. Geboeid, gekneveld en geblinddoekt werden de heksen, samen met de hele boerenbevolking, afgevoerd in ijzeren kooien.Paarse Roberta werd triomfantelijk onthaalt en in een toespraak beloofde ze voorspoed en geluk voor haar volk. Omdat ze al stevig had gedronken, lalde ze er vrolijk op los. Het deerde haar volk niet, want sinds een eeuwigheid was er voldoende eten geroofd en hoop flikkerde op. Jammer genoeg woekerde er ook een slecht verborgen bloedlust onder de manschappen. Paarse Roberta ontplofte toen Eerste Luitenant Arend haar daarvan op de hoogte bracht."Zien die ondankbare sukkels dan niet dat hun levenstandaard erop vooruitgegaan is?"Arend probeerde haar te kalmeren."Mensen hebben behoeften die ze moeten voldoen. Anders kun je niet leven.""Een mens hoeft toch alleen maar te eten, drinken en te slapen!" Onderbrak Paarse Roberta, maar geduldig ging haar luitenant verder."Eens die 'basisbehoeftes' vervuld zijn, ga je op zoek naar iets anders. Een mooie vrouw, goud, spel en drank..."Paarse Roberta knikte terwijl ze haar kroes volgoot met harseikappelwijn. Ze kon de redenering van haar luitenant volgen. Vroeger, toen ze constant honger had, was er geen behoefte naar alcohol. Tegenwoordig had ze een oncontroleerbare drang om het spul te drinken. Haar luitenant ging verder met zijn uitleg."Als je op dat punt gekomen bent dat je zin hebt in goud, dan moet je aan die behoefte voldoen... en onze mannen wachten op jouw bevel om hun gouddorst te lessen."Paarse Roberta dacht na en gaf Eerste Luitenant Arend gelijk. Wat was die Eerste Luitenant van haar toch een een slimmerik! Hij herkende de noodzaak nog voordat die zich voordeed... Zoals hij haar ook voorzag in al haar drankbehoeften."Er is een behoefte gecreëerd en ik moet er gehoor aan geven." Zuchtte Paarse Roberta diep en nam een flinke slok van haar wijn. "Wel luitenant, dat hebben we weer mooi geregeld."Paarse Roberta vertoonde zich nog maar zelden in het openbaar en moeide zich zo min mogelijk met staatsaangelegenheden terwijl ze haar nachtmerries in alcohol probeerde te smoren. Ze wisselde haar slempen af met het plannen van rooftochten of zat zelf in het zadel de aanval te leiden. Paarse Roberta hield niet van het krijgsgeweld en dronk voor iedere aanval zich de nodige moed in. Haar rooftochten waren zo vreselijk dat haar troep algauw tot de meest beruchte vogelvrijverklaarden van Halverwegeland behoorden. Bij gevangenschap werd het doodsvonnis onmiddellijk uitgevoerd.Het rovershol kende een ongeziene groei dankzij geroofde buit en gedwongen arbeid. Er was een overvloed aan alles en algauw vonden handelaars hun weg naar een bruisende stad.Als Paarse Roberta tussen twee rooftochten door lang genoeg in de stad verbleef, hield ze extravagante feesten waar ze haar gedwongen arbeiders tentoonstelde. Vooral het optreden van haar heksen, onder dreiging van folteringen, werden door haar gasten fel gesmaakt. Tijdens één van die feesten hoorde ze enkele handelaren praten over een immense stad aan het begin van het Okerpad. Er kwam een vage herinnering bij Paarse Roberta op en nieuwsgierig luisterde ze de handelaren af. Haar afgunst groeide terwijl de handelaren de wonderen en de geneugten van de Grote Stad bejubelden met diepe Oh's en grootse Ah's.Die nacht woekerde de woede in haar en kon Paarse Roberta de slaap moeilijk vatten. Voor dag en dauw had ze haar luitenants bijeen geroepen."De Grote Stad is een doorn in mijn oog. Alle goeie dingen van deze wereld gaan naar die decadente vlek... en wat krijgen wij? Kruimels! Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ben het beu om me met simpele kruimels tevreden te stellen."Haar razende tirade ging nog een tijdje door en sommige van haar luitenants werden ongerust. Toen Paarse Roberta eindelijk uitgeraasd was, stond Eerste Luitenant Arend op."Wat onze glorieuze leidster bedoelt: we zijn klaar voor het echte werk! De Grote Stad behoort ons toe! Wij zijn onoverwinnelijk en het werd eens tijd dat we ons met de goden zelf gingen meten... en weet je wat?"Een dramatische pauze zorgde voor de nodige spanning en iedereen zat op het puntje van zijn stoel."We gaan de goden verslaan."Een onbeschrijfelijk gejuich steeg op en golfde over het rovershol. Jong en oud juichte mee en hun gejoel overspoelde het land."Nieuwe buit, nieuwe goden!"Paarse Roberta vond dat goddelijke idee maar niets, maar als dit gewauwel ervoor zorgde dat de Grote Stad tot as gereduceerd zou worden, dan liet ze haar troep maar in de waan.Er werden grootse plannen gesmeed waarbij de vorige rooftochten op picknickjes leken. Het werd Paarse Roberta soms teveel, maar de gedachte aan die arrogante handelaren deed haar woede weer opflakkeren. Toch ging het niet zo vlotjes. Veel van de plannen miste een zekere krijgshaftigheid. Vooral de idiote plannen werkte op haar systeem."We stoppen dodelijke steekbijen in glazen potten die we dan met katapulten over de stadsmuren smijten waarbij die beestjes dan de poorters doodsteken.""En hoe gaan we die bijen vangen zonder zelf doodgestoken te worden?" Vroeg Paarse Roberta.De luitenant die het geniale plan bedachte, had dat punt nog niet uitgewerkt. Paarse Roberta's geduld was ten einde en gaf het bevel om de onfortuinlijke man vast te binden aan een boom, in te smeren met honing en af te wachten tot de steekbijen prikten.Na een dag vol van absurde plannen, zette Paarse Roberta het op een drinken. Het was tijdens de laatste slemppartij dat het haar te binnen schoot: er woonde in haar kerker een echte krijger!Paarse Roberta schrok hevig toen de vreemde edelman werd voorgeleid. Het waren niet de lange baard of de rafelige kleren... om nog maar te zwijgen over de smerigheden op zijn lichaam... het was de edelmans haarkleur waarvan ze echt schrok. Zijn ravenzwarte haren waren zilverwit geworden. Paarse Roberta nam een grote slok van haar harseikappelwijn voordat ze haar gevangene toesprak."Welkom in ons midden. Hopelijk gaat alles goed?"De vreemde edelman glimlachte terwijl hij met stijve spieren een buiging maakte."Geëerde gastvrouw, drink je niet teveel?"Alle aanwezige luitenants legden hun handen op hun gevest, klaar om deze belediging te wreken. Paarse Roberta glimlachte wrang en antwoordde heel kalm."Net genoeg om de controle niet te verliezen.""Ik wist niet dat je zoveel dronk." Zei de vreemde edelman met schrapende stem."Net genoeg om anderen mijn wil op te dringen.""Ik wist niet dat je zoveel dronk.""Net genoeg om het vuur diep in mij aan te wakkeren.""Ik wist niet dat je zoveel dronk.""Net genoeg om het vuur weer te doven.""Ik wist niet dat je zoveel dronk."Paarse Roberta zocht iets in de koude ogen van de vreemde edelman en moest uiteindelijk haar eigen ogen neerslaan. Ze kon de kilte niet meer verdragen en gaf het bevel om de edelman te fatsoeneren en een feestmaal voor te bereiden.Het feestmaal verliep in stilte die Paarse Roberta probeerde op te vullen met dans, muziek en andere vrolijkheden. Omdat niets van al dat fraais ook maar enig effect had op de vreemde edelman, besloot ze om met de deur in huis te vallen. Ze schetste hem de frustraties die ze voelde voor de Grote Stad."En als je mij helpt om deze verderfelijke beerput te vernietigen," eindigde Paarse Roberta haar tirade, "dan zal ik je rijkelijk belonen. Werk me tegen en je zult me om de eeuwige verlossing smeken."In de ijskoude blik die ze als antwoord kreeg, zat er een klein sprankeltje mededogen verborgen dat haar bloed deed koken. Wat dacht die halvegare gek wel! Ze greep een groot mes en plantte dat keihard tussen de vingers van de vreemdeling."Je hoeft enkel te knikken en je wordt gespaard van gruwelijkheden. Dus vraag ik het je voor de laatste keer: Ga je mij helpen of niet?"De getormenteerde edelman kon zijn tranen niet meer bedwingen en knikte."Heel goed!" Kirde Paarse Roberta. "Laten we beginnen met het krijgsgeweld."Al snel bleek dat iedereen nog veel had te leren... een grote stad veroveren is niet hetzelfde als een boerendorp overvallen. De trainingen waren zwaar en kostte handenvol goud dat Paarse Roberta met haar Toverhoutje tevoorschijn toverde.Het ergste van al dat gedoe, waren de langdradige theoretische uiteenzettingen en op een dag had Paarse Roberta er genoeg van. Ze had net een les over de cruciale rol van spionage in een oorlogssituatie achter de rug en besloot om samen met Eerste Luitenant Arend te gaan spioneren in de fameuze Grote Stad.Aan het begin van het Okerpad kwamen ze uit bij een brede rivier. In de verte zag ze een gouden schittering. Haar luitenant vertelde haar dat dit de fameuze gouden daken van de Grote Stad waren. De glinstering deed niet zo zeer pijn aan haar ogen, dan wel aan haar ziel. Paarse Roberta werd extra kribbig omdat ze geen harseikappelwijn meer hadden. Haar gemoed klaarde op toen zij even verderop een veerpont met een staminee ontdekte en ze hielden er halt om een houtbiertje te drinken.Terwijl het bier getapt werd, verkende Paarse Roberta de afspanning. Aan de waterkant zaten drie bekende gezichten. Zo vrolijk mogelijk ging ze de blinde monniken begroeten. De drie heilige mannen hadden een hutje aan de oever gebouwd waar ze, tegen betaling, de verdwaalde reiziger met spirituele steun terug op het rechte pad brachten. Ze hadden samen een lang en vruchtbaar gesprek. Binnenkort vierde de Grote Stad het Festival van H.G.H.E. Eucalyptus Van den Werkmensch (Hoog Geëerde Heilige Eminente patroon van de kleine man die met plezier al zijn geld aan de regerend klasse afstaat). De feestvierende poorters hadden dan enkel aandacht voor het feest waardoor een heel leger makkelijk de stad kon infiltreren. Paarse Roberta had een aanvalsplan en als leuk extraatje pikte ze het zuurverdiende geld van de blinde monniken.Op de dag van het festival stroomde de stad vol met gewapende mannen die zich onopgemerkt tussen het feestgedruis mengde. Stadswachters en soldaten werden discreet uitgeschakeld en Paarse Roberta's rovers namen hun plaatsen in. Toen iedereen op zijn plekje stond, gaf Paarse Roberta het bevel om te plunderen. Het duurde niet lang of het werd een slachtpartij die de hele stad in totale paniek onderdompelden. Op hun vlucht vonden de doodsbange poorters enkel dood en verderf.Paarse Roberta deed vrolijk mee en omsingelde een groot en overdadig versierd huis. Met een simpel handgebaar werd het huis in brand gestoken. De vlammen grepen snel om zich heen en Paarse Roberta liet haar fantasie meedansen met het vuur. Ze fantaseerde over het komen en gaan van rijke heren die gehaast hun zaken kwamen afhandelen. Op het randje van een delirium veranderden de denkbeeldige mannen in monsters. Haar ogen werden groot en vol schrik probeerde ze de monsters van zich af te slaan. Ze zwaaide zo hevig met haar zwaard dat ze de controle verloor en haar wapen kletterde op de grond.Op dat moment ging de voordeur van het grote huis open en een man stormde naar buiten. Hij leek op iemand die Paarse Roberta, ver en lang geleden, had gekend. Een soort vaderfiguur? Terwijl de man op haar afstormde, opende ze velangend haar ongewapende armen. Ijskoud staal gleed in haar buik. Vol onbegrip keek Paarse Roberta haar vader aan en viel ongracieus op de grond. Groteske figuren en monsterlijke wezens dansten vol plezier om haar heen en wenkten haar om mee te doen.Paarse Roberta kreeg het benauwd.Het waren niet de demonische dansers die haar zorgen baarden.Er knaagde iets anders aan haar...Paarse Roberta wist met zekerheid dat ze van iets spijt moest hebben, maar met de beste wil van de wereld kon ze zich het wat of waarover niet meer herinneren. Toen raakte ze in paniek. Ze moest het zich herinneren!Eerste Luitenant Arend, was dat niet de man die mijn leven ruïneerde?Wie was mijn Moeder?Waarom werd alles dimmer?Het geluid... het licht... geuren... gevoel...Paarse Roberta werd doodsbang.Dit kon toch niet?Ze had nog zoveel te zeggen, ze wou het uitschreeuwen... maar er kwam geen geluid meer over haar lippen.*Neen, zo kan haar verhaal niet eindigen!*

Wibboo Jozefs
0 0

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 1 - Het Begin

Heel lang geleden, ergens halfweg in de tijd. In het verre Halverwegeland, op een kwartje van hier vandaan, woonde er een arme ketellapper in het Sleutelwoud. In een woud vol bos was er weinig werk voor een arme ketellapper. Het woud zat vol gevaarlijke en woeste rovers en het weinige geld dat de ketellapper verdiende werd iedere keer weer door een rondtrekkende bende geroofd. Het was niet makkelijk om zijn achttien kinderen, negen zonen en negen dochters, van eten en kleren te voorzien. De ketellapper jammerde zo wanhopig dat zijn vrouw, Rooie Sonja, besloot om in het woud op zoek te gaan naar eten. De ketellapper smeekte haar om het niet te doen, uit angst voor de vele rovers. Zijn smeekbeden haalden niets uit en al op haar eerste strooptocht verdween zijn echtgenote. De arme ketellapper was ontroostbaar en werkte dag en nacht door zijn verdriet heen.Op een hongerige nacht besloot de middelste dochter dat het zo niet verder kon! Ze wou geen honger meer lijden en zou daarom naar het woud gaan, op zoek naar eten. Het dappere kind heette Paarse Roberta. Iedereen noemde haar zo omdat ze veel op haar buurman, Blauwe Robert, leek. Ze deed haar reiskleren aan en snoerde de veters van haar knobbelschoenen strak. Tot slot zette ze haar veel te grote hoed op die over haar ogen zakte en nam emotioneel afscheid van haar broers en zussen."Ik ga op zoek naar eten voor ons allemaal en ik ga onze moeder terugvinden. Dat beloof ik."Paarse Roberta kwam haar beloftes altijd na. In feite waren haar beloftes zo sterk, dat ze gebruikt werden als funderingen van kastelen. Licht nerveus omdat ze het onbekende avontuur tegemoet ging, vulde Paarse Roberta haar knapzak met stijve sleutelbloemen en knalharde harseikappels. Tot slot haalde ze een puntige naald uit de kousenmand en verstopte die in de zoom van haar rok.Gepakt en gezakt trok Paarse Roberta over het Okerpad, steeds dieper en dieper het Sleutelwoud in. Toen ze op een open plek aankwam, werd ze tegengehouden door drie blinde monniken. Nog voor Paarse Roberta iets kon zeggen, declameerden de drie slechtzienden een gedicht over het gevaar dat ze op haar pad zou vinden."Stinkende brei en gladde wegen.Kom je verder en zekers tegen.""O Dwaze Mensen, die toch verder gaan!Luister toch eens goed en mijd deze baan.""Voor je eigen veiligheid mijn kind!Je slaat onze raad niet in de wind.""Voor geluk wrijf op onze bollie.Dan krijg je een lekkere lolly."Paarse Roberta lustte geen lolly's en voelde er weinig voor om op wat dan ook te wrijven. Ze nam dringend maar beleefd afscheid en keek toe hoe de visueel mindere patertjes op een sukkeldrafje het Okerpad afvielen. Paarse Roberta was niet veel wijzer geworden van hun vreemde rijmelarijen... Dus haalde ze haar schouders op en liep, met een vrij gerust gemoed, het Okerpad af.Paarse Roberta kwam net vanonder het loemerte van het bladerdak, toen ze glibberig weggleed over de oranje bananenschillen die her en der over het Okerpad verspreid lagen. Ze hoorde een vreemd geluid en met schrik in het hart keek ze op naar enkele laaghangende takken. De schrik sloeg om naar volle paniek toen ze de monsterlijke wezens ontdekte. Op een dikke tak zaten vier Roze Groezelapen. Uit hun tandeloze bek walmde de geur van dood en verderf. Paarse Roberta zoog haar longen vol verse lucht voordat ze een stap durfde te zetten. Ze wist dat, dankzij hun broze botten, Roze Groezelapen zelden een aanval waagden. Die vieze beesten hoefden ook niet echt te vechten, want ze hadden hun vieze adem waarmee ze zelfs de sterkste mens konden vellen. Met hun adem kon je zuiver goud oplossen. Met de tranen in haar ogen grabbelde Paarse Roberta in haar knapzak in de hoop iets te vinden dat de apen zou verjagen. Vertwijfeld balde ze haar rechtervuist rond de stijve sleutelbloemen en gooide die uit alle macht naar de krijsende Roze Groezelapen. Die schrokken zo erg van de zoete bloemengeur dat ze hun evenwicht verloren en van hun tak vielen. Al hun broze botten waren gekraakt en gebroken. De vieze Roze Groezelapen waren op slag dood. Voorzichtig en met dichtgeknepen neus, schuifelde Paarse Roberta verder. Ze haalde pas opgelucht adem toen de stinkende massa ver achter haar lag.Het Okerpad leidde Paarse Roberta steeds dieper het Sleutelwoud in. Achter een van de vele meanders, kwam ze oog in oog te staan met een vreemd ogende kerel. Hij droeg een zijde bloemetjespyjama en zijn haar zat in een kunstig knotje samen gebonden. Paarse Roberta vond dat hij een adellijk voorkomen had... toch was er iets geks aan deze man. Om de een of andere reden vertrouwde Paarse Roberta zijn vreemde ogen niet. De edelman zat op het zachte mos in kleermakerszit en schilderde een natuurtafereeltje op een plankje. Paarse Roberta probeerde stilletjes langs de vreemdeling te trippelen, maar werd ontdekt!"Bloesem in de wind, je lawaai verstoort de rust, wat doe je mij aan!""Sorry heer," stamelde Paarse Roberta. "Ik wou u niet storen in uw... bezigheden. Ik volg gewoon dit pad op zoek naar eten voor mij en mijn familie.""Nobel is je doel, maar je tocht is vol gevaar, als je verder gaat.""Wat bedoelt u? U spreekt in raadsels, edele heer.""Zwijg cultuurbarbaar, mijn dichtkunst is mijn leven, spot met een ander."Die rare kwiet irriteerde Paarse Roberta enorm. Als hij verder bleef zagen en kreften, zou ze hem een lap rond de oren verkopen!Heftig met zijn verfborsteltje zwierend, orakelde de edelman verder: "Versperd is je pad, sleutels groeien in het wild, openen de poort."Voorzichtig wiebelend verwijderde Paarse Roberta zich, in haar ogen, van de malloot weg. Ze hoopte dat zijn eer niet gekrengd was en een wapen zou trekken."Hopelijk vermijd ik een zwaardstoot zolang ik oogcontact hou." Mompelde Paarse Roberta - bijna - onhoorbaar.Toen ze vond dat ze ver genoeg was, draaide ze zich om en knalde hard weg.De vreemde edelman riep haar nog iets na: "Je krijgt een lolly, als je mij eens goed verwent, met een kleine aai."Paarse Roberta werd nu echt kwaad en schakelde een versnelling hoger. De edelman schreeuwde nog iets, maar ze was al veel te ver weg om het te verstaan.Een beetje in de war liep Paarse Roberta verder. Omdat ze zo diep in gedachten was verzonken, merkte ze de stevige houten poort die haar de weg versperde veel te laat op. Ze knalde met een professionele kopstoot, die een kleine olifant kon vellen, tegen de massieve poort. Gelukkig voor haar wist ze niet wat een olifant was en na die galmende kopstoot zou ze in haar hele leven geen enkele olifant te zien krijgen. Die 'kopstootgalm' was namelijk in de hele wereld te horen en geen enkele 'goed-bij-zijn-verstand-zijnde' olifant durfde zich nog in de buurt van Paarse Roberta te vertonen.Toen de sterretjes in en rond haar hoofd eindelijk waren verdwenen, dansten er twee identieke deuren voor haar ogen. Paarse Roberta knipperde een paar keer met haar ogen totdat er nog maar één deur voor haar stilstond. Het was een stevige houten deur, gemaakt van dikke oeroude planken. Ze morrelde aan de klink, maar de poort bleef potdicht. Ze bekeek het slot en zag dat het sleutelgat in de vorm van een stijve sleutelbloem was gemaakt. Ze graaide in haar tas en haalde er enkele harseikappels uit. Paarse Roberta had al haar bloemen opgebruikt. Ze keek beteuterd naar de lelijke vruchten in haar hand. Het huilen stond haar nader dan het lachen... totdat ze zich herinnerde dat het sap van harseikappels heel brandbaar was. Paarse Roberta schudde de appels hard en snel voor gebruik. Zachtjes kneep ze het sap eruit en smeerde die heel secuur uit over de deur. Het duurde een tijdje voordat het hele houten oppervlakte was besmeurd. Ze haalde de naald uit haar zoom en schraapte die een paar keer over de poortstenen. Er sprongen enkele vonkjes op en de poort vatte vlam. Paarse Roberta rende van het vuur weg. De hitte was zo ondragelijk dat het bijna haar wenkbrauwen schroeide! Het helse vuur brandde een hele dag en nacht door. Aan de ene kant was Paarse Roberta blij met dit inferno omdat het de wilde dieren op een afstand hield. Aan de andere kant lokte dit heldere vuur heel wat motmuggen die, voordat ze hun lijf en ziel met vrolijke doodsverachting aan het vuur offerden, zich eerst tegoed deden aan Paarse Roberta's bloed. Het vleugelgefladder en de beten bezorgden haar een moeilijke nacht. Gelukkig maakte de prachtige sterrenhemel het ongemak een beetje goed. De eerste zonnestralen wekte Paarse Roberta. Haar humeur was alles behalve opperbest. Het verbeterde aanzienlijk toen ze merkte dat de stevige deur helemaal was opgebrand. Met haar stevige knobbelschoenen stampte ze het deurvormig overblijfsel finaal aan gruzelementen. Ze dacht hiermee haar frustraties in één gebalde woede-uitbarsting kwijt te raken. Helaas leverde het haar enkel een pijnlijke teen op. Zuchtend mankte ze over de nog hete brokstukken van de ex-deur.Het Sleutelwoud was hier minder dicht en na een paar uurtjes goed doorstappen kwam Paarse Roberta eindelijk aan de rand van het woud. Onder haar strekte een vruchtbare vallei uit, omzoomd met groene heuvels. Een zacht briesje voerde de zoete geur van rozen met zich mee. Paarse Roberta was eventjes van haar stuk gebracht, maar met een einddoel voor ogen keek ze gretig uit waar het Okerpad haar naar toe zou leiden. Het pad eindigde aan de oevers van een meertje met in het midden een kasteeltje. De opgekropte emoties van de laatste dagen kwam als een zachte, maar diepe zucht over haar lippen.Terwijl ze voor zich uit staarde, hoorde ze een soort gezang dat verdacht veel klonk op het gekrijs van gevilde tijgerkatten. Ze luisterde ietsjes aandachtiger en stelde haar eerdere hypothese drastisch bij... dit was overduidelijk tijgerkattengekrijs. Paarse Roberta gruwde pas echt toen ze ontdekte wie dit onmenselijke gekrijs voortbracht.Achter haar, uit het woud, schuifelden vijf heksen tevoorschijn. Paarse Roberta herkende hen onmiddellijk als heksen dankzij de misvormde kenmerken: groezelige huidskleur vol wratten, kromme haakneuzen vol wratten en vieze wratten met hun eigen wratten."Wij zijn heksen en zijn aardig noch schoon.Wij toverknallen er vrolijk op los.En zingen altijd vals en uit de toon.Rol Rol Toverknol,Rol Rol Toverbol,Rol Rol Toverhol,Rol Rol Toverwol.Wij zijn boze heksen en heel erg stout.De toverketel staat reeds op het vuur.En dan sprokkelen we rond in het woud.Rol Rol Toverlol,Rol Rol Tovertol,Rol Rol Toverrol,Rol Rol Tovertrol.We zijn altijd gemeen en kijken zuur.Neem je vliegbezem en de heksenzalfen vlieg de nacht in op het heksenuur.Rol Rol Toversnol,Rol Rol Toverkol,Rol Rol Toverdol,Rol Rol Toverschol.""Wat gaan we nu beleven..." mompelde Paarse Roberta terwijl de vijf afschuwelijke wezens dichterbij schuifelden."Gegroet, gegroet." Klonk de schraperige stem van de hoofdheks."Zonder een hoed." Kakelden de andere vier.Paarse Roberta fronste haar wenkbrauwen terwijl ze een groet terug mompelde."Lang en gevaarlijk is je weg geweest?""Pas op voor de koe, het is een wreed beest."Paarse Roberta was compleet uit het veld geslagen. "Euh ja, dank u voor de tip over de koe en zo... en... euh... is iedere weg niet een beetje lang en gevaarlijk? Allez, dat denk ik toch.""Je reis is bijna voorbij, tot aan dat kasteel.""De meest gevaarlijke kleur is het vale geel."Paarse Roberta ergerde zich over het heksenkoor dat er maar op los leek te rijmelen. Oké, het leek iets traditioneels of zo, iets dat je van heksen kon verwachten! Maar dat betekende niet dat Paarse Roberta het mooi moest vinden. De hoofdheks oreerde lustig verder."In dat kasteel vind je de laatste beproeving.""Wat je ook mooi vindt, kies toch voor de bronzen ring.""Neen." Zei Paarse Roberta."Ga heen en volbreng... hoe bedoel je neen?""Schrik niet van een beetje bot want alleen daar is het goed."Het duurde even voordat het heksenkoor snapte dat er iets niet klopte en keken elkaar verward aan. Een van de heksen kraste: "Agaat, dat rijmt hier niet!"Hoofdheks Agaat keek woedend naar haar genoten en richtte daarna haar dodelijke blik op Paarse Roberta."Wat bedoel je met neen?"Terwijl in haar achterhoofd alle dwaze figuren en de ontberingen van de reis de revue passeerden, groeide de woede bij Paarse Roberta. Ze ontplofte en de vijf heksen kregen de volle lading."Neen, neen, neen! Ik ben het beu! De hele situatie is zo absurd dat het niet meer grappig is. Wat denken jullie wel? Dat ik in een sprookje leef of zo? Bekijk het maar!"De hoofdheks wou iets zeggen, maar Paarse Roberta liet haar de kans niet."Kijk, ik ben op zoek naar een beter leven voor mij en mijn familie. Ik wist op voorhand dat het niet makkelijk zou worden, maar dat ik onderweg belaagd ging worden door een stel idioten en debielen, dat wist ik niet. De hele situatie is ongepast voor een klein meisje als ik. Dit is ontoelaatbaar, ik pik het niet meer!"Vol ongeloof staarden de heksen haar aan. Paarse Roberta kwam nu pas goed op dreef."En wat is het doel van dit alles? Ik vraag het jullie! Wat is het uiteindelijke doel van al dit leed en verdriet?"Het was eventjes stil terwijl de hoofdheks moeizaam haar gedachten verzamelde en haar moed ordende."Het... het doel van dit alles is de ultieme vervulling van je Lot. De prijs voor al je leed en verdriet is de Aura der Verwezenlijkingen."Vol woede stampte Paarse Roberta een gat in de wereld. De heksen deinsden angstig en vol ontzag achteruit."Ik ben geen instrument dat door het lot bespeelt wordt. Ik ben een volwaardig mens. Mijn naam is Paarse Roberta en ik neem mijn eigen Lot in mijn eigen handen."De heksen schrokken zo erg van deze uitbarsting dat ze achterover op hun gat vielen. De woede vlamde in Paarse Roberta's ogen op terwijl ze langzaam naar de terugdeinsende heksen toe stapte."Ik verzaak het mij toegekende Lot. Ik verwerp de prijs van de Wezen Aura...""De Aura der Verwezenlijkingen..." Zei Agaat zwakjes.Paarse Roberta negeerde het gemompel van de hoofdheks terwijl haar woede tot een hoogtepunt kwam."Ik wil een echte prijs voor mijn moeite. Een echt ding van tastbare materie... Zoals een volle zak goud! Zo kan ik graan en zout voor mijn hongerige familie kopen."De vijf heksen kropen van pure angst dicht bij elkaar en wachtten geduldig af totdat Paarse Roberta was uitgeraasd. Zachtjes krasten ze terwijl Paarse Roberta terug op adem kwam. Na kort overleg schuifelde hoofdheks Agaat zo gedistingeerd mogelijk naar Paarse Roberta en raapte onderweg een lang fijn twijgje op. De heks mompelde een paar bezweringen over het stokje en raapte een tweede op. Met het eerste tikte ze drie keer op het andere dat onmiddellijk in goud veranderde. Hoofdheks Agaat gaf Paarse Roberta het toverhoutje en waggelde met de andere heksen, zonder nog iets te zeggen, terug het woud in.Ondanks de woede die nog steeds door haar raasde, voelde Paarse Roberta zich een beetje beter. Een laatste keer keek ze naar de vruchtbare vlakte, de groene heuvels en het kasteeltje in het midden van het meer. Met het machtige toverhoutje stevig in haar hand gekneld, snoof ze de rozengeur op die iets zoeter leek dan daarjuist. Ongewild verscheen een glimlach op haar gezicht en met een opgelucht gemoed ving Paarse Roberta de terugreis aan.Paarse Roberta volgde, nu in omgekeerde richting, het Okerpad naar huis. Ze was al goed opgeschoten toen ze de vreemde edelman zag zitten. De man schilderde heel geconcentreerd en groette Paarse Roberta niet toen ze hem passeerde. Ze vond dat nogal onrespectvol en besloot om de vreemde edelman een lesje te leren. Paarse Roberta schuifelde zo stilletjes mogelijk dichterbij en nam haar Machtige Toverhoutje ter hand. Snel tikte ze drie keer op het houten schilderplankje dat in goud veranderde. De edelman schrok zo hard dat hij het loodzware onding uit zijn handen liet glippen, recht op zijn voet. De pijn moest verschrikkelijk zijn, dacht Paarse Roberta terwijl de edelman enkele vulgaire vloeken uitbraakte."Luister goed!" En na een dramatische pauze ging ze dreigend verder. "Want als je dat niet doet verander ik je bloemetjesjurk in een gouden gevangenis.""Ik luister, ik luister..." Bibberde de edelman.Een onzichtbare glimlach verscheen op Paarse Roberta's gezicht. De edelman sprak al een heftig toontje lager en dat vond ze fijn."Vertel me eens... wat doe je eigenlijk een ganse dag?""Ik zit hier hele dagen op deze of andere plek en draag mijn poëzie voor aan passerende reizigers.""En? Verdient dat goed?""Niet echt... daarom trek ik vaak mijn Onoverwinnelijke Zwaard om het nodige respect af te dwingen." Terwijl hij dat zei, trok de vreemde edelman een lang rank zwaard in een flamboyante stijl tevoorschijn. Paarse Roberta had de neiging om verschrikt achteruit te deinzen, maar onderdrukte haar angst voor dat scherpe wapen. Het leek alsof de lucht voor haar ogen in kleine reepjes werd versneden. Ze slikte al haar moed bij elkaar en met het Machtige Toverhoutje als haar degen, stapte ze dapper naar voren. Ze merkte niet dat de edelman voor haar achteruit deinsde."Doe me alstublieft niets!" Griende hij. "Ik zal u mijn Onoverwinnelijke Zwaard geven als u me laat leven!" Hij boog diep en mompelde onhoorbaar terwijl het ranke zwaard omhoog zweefde. Paarse Roberta knielde neer om het zwaard aan te nemen en hoorde wat de edelman murmelde."Verander me alstublieft niet in goud, verander me alstublieft niet in goud, verander me alstublieft niet in goud..."Toen ze het zwaard oppakte, voelde ze een geweldige kracht in haar lijf vloeien. De vreemde edelman boog zich nog dieper in het stof."Dit zwaard is al vijf generaties in onze familie. De ziel die in dit zwaard huist, is ongelofelijk machtig en zorgt ervoor dat zijn drager onoverwinnelijk wordt in elke strijd."Speels zwiepte Paarse Roberta rondjes met het zwaard en schrok toen een bosje dikke worteldennen met het nodige geraas omvielen. Ze onderzocht het gladde zwaardblad en kon het maar moeilijk bevatten dat zij die bomen had geveld. Vol ongeloof, gewapend met het Machtige Toverhoutje en het Onoverwinnelijke Zwaard, torende ze hoog boven de steeds dieper in het stof kruipende edelman. Om de sacrale stilte voorzichtig te doorbreken, schraapte Paarse Roberta plechtig haar keel."Wat ik wil dat je nu doet, is je leven beteren. Vanaf vandaag geen gezwam of geroof meer in het woud! Je volgt dit pad het woud uit totdat je aan een vruchtbare vallei komt. De mensen die daar wonen ga je helpen. Is dat duidelijk?"Het lukte de edelman om nog dieper in het stof te kruipen. Vol ongeloof hielp Paarse Roberta de arme man opstaan, borstelde hem af en wuifde hem uit... zijn nieuwe bestemming tegemoet.Op een slag en een keer voelde Paarse Roberta zich beter omdat ze een talentloze rijmelaar op weg had geholpen naar een beter leven. En als dat nieuwe leven hem niet beviel, dan stond het hem vrij om een ander te kiezen. Paarse Roberta filosofeerde verder en goot haar gepeins in de hypothese dat de edelman een heel leven had om een beter leven te ontdekken. Als hij dat wenste.Paarse Roberta wandelde langzaam verder en begon te genieten van al wat er rondom haar gebeurde: de fluitende vogeltjes, het ruisende bladerdak, de tsjirpende insecten en de religieuze gezangen. Paarse Roberta bleef abrupt staan terwijl haar humeur een gek sprongetje maakte voordat het de dieperik induikelde. Ze herkende de stemmen van de drie blinde monniken die haar met belachelijke rijmpjes op pad hadden gestuurd.Door hun gezang hoorden de drie geestelijken haar niet naderen en Paarse Roberta zag hoe die mannen zich tegoed deden aan allerlei wonderlijke spijzen. Ze had honger en de smakelijke geuren deden haar watertanden. Ze dacht aan haar familie die honger leden en die gedachte maakte haar kwaad. Het was niet eerlijk dat sommigen zich zo vol konden proppen terwijl anderen stierven van de honger. Op dat moment besloot haar maag zo luid te knorren, dat de drie monniken verschrikt opluisterden, hun blinde ogen schichtig ronddraaiend."Reiziger zo groot!""U deed ons schrikken.""Zeg, wat is uw nood?"Paarse Roberta beantwoordde het kunstige rijmpje door haar nieuw verworven zwaard te trekken. Het sissende geluidseffect ging verrassend goed samen met Paarse Roberta's furieuze stem."Luister goed volgevreten wietelingen (wietelingen zijn een soort van schijnbare dikke vogeltjes die hun donzig uiterlijk enkel te danken hebben aan hun zware botten en redelijk dun verenkleed)! Het hoort niet dat monniken zomaar rond zwerven en mensen bestoken met raadselachtige rijmpjes die dan leiden tot nutteloze queestes!"Paarse Roberta gaf de bange monniken niet de kans om te antwoorden en donderde lustig verder."Het is tijd dat jullie terugkeerden naar het klooster waar jullie ongetwijfeld uw tijd en energie aan nuttige zaken kunt wijden: echte mensen helpen met echte hulp!"De monniken probeerden zich te verdedigen, maar werden onverbiddelijk door Paarse Roberta afgesnauwd."Ik was nog niet klaar met mijn tirade! Hoe komt het toch dat jullie zo dik zijn? Ik kan niet zeggen dat jullie zwaar bepakt rondreizen. Dus waar halen jullie in vredesnaam al dat eten vandaan?"De stilte die volgde werd enkele tellen later verstoord door Paarse Roberta's knorrende maag. De middelste monnik tastte rond zich totdat hij zijn knapzak vond en die aan Paarse Roberta gaf."Zak zonder bodem. Zit magisch zo vol. Fruit, vlees of desem.""Slechte rijm mijn broeder." Sneerde Paarse Roberta. Ze had onmiddellijk spijt van deze harde woorden en voegde er iets vriendelijker aan toe: "Weet je, volgende keer ga je weer een goed rijmpje vinden."Het angstige gezicht van de monnik klaarde een beetje op en toen het tijd werd om afscheid te nemen, had Paarse Roberta een aangename middag met de monniken achter de rug."We zijn opgelucht.""Dat we naar huis gaan.""Zonder klacht of zucht.""Voor ons ist gedaan.""Beu zijn we de reis."" 't Werd van ons verwacht.""Maar dit ist bewijs.""Nu doen we de plicht.""Terug naar 't klooster.""Helpen waar men kan."Goedkeurend knikkend, merkte Paarse Roberta op dat de drie laatste regels niet meer rijmden en opgelaten wuifde ze de drie monniken uit.Helemaal verkwikt vatte Paarse Roberta de laatste etappe huiswaarts aan. Iedere stap bracht haar dichter bij haar vader, broers en zussen en deed haar hart jubelen tot in haar keel. Toen de rand van haar dorp opdoemde, begon ze te rennen. Ze was thuis! Als een gek stormde ze het huis binnen en schrok omdat het leeg stond. De haard was koud, de kasten leeg gehaald. Ze doorzocht alles, van het kleinste kamertje tot de hoogste nok... maar er was niets of niemand daar. Het leek alsof iedereen hals over kop was vertrokken. Zelfs de dooie muizen waren weg gegaan. Paarse Roberta begreep er niets van en ging met een verdrietig plofje aan de keukentafel zitten.En toen vond ze het briefje. Ze griste het naar zich toe en herkende het zwierige handschrift van haar moeder."Liefste Roberta,Als je dit briefje leest, weet je dat ik nog leef. Ik ben tot in de Grote Stad geraakt waar ik een baan als Naaister vond. Ik was zo goed in dit werk dat ik op korte tijd heel veel geld heb verdient. Zoveel zelfs dat ik nu een eigen huis heb met mijn eigen Naaisters. Je hoeft nooit meer honger te lijden, mijn allerliefste kindje. Daarom heb ik je vader, broertjes en zusjes al naar de Grote Stad laten overkomen.Ik wacht enkel nog op Jou.Veel liefs,Maman"Paarse Roberta had tranen in haar ogen. Oh, had ze nu maar leren lezen! Dan wist ze wat haar Moeder had geschreven.Tussen een tranendal en een emmer vol verdriet door, werd er hard op de deur geklopt."Wie stoort er mij in mijn onmetelijke verdriet?"*Is dit het einde van het verhaal? Neen! Wie stoort Paarse Roberta? Zal ze ooit haar familie terugvinden? Wie is de vader? Waar gaat dit verhaal heen?Welnu Beste Lezer... hier wordt het nu interessant (of niet). Vol ijver heb ik vier verschillende eindes verzonnen voor dit verhaal. U krijgt de keuze. Ofwel kiest u het einde dat bij u past, ofwel kiest u ervoor om alles of niets te lezen. Maak uw keuze aan de hand van onderstaande titels:*2A Het Korte Einde2B Het Deprimerende Einde2C Een Realistische Conclusie2D Happy End

Wibboo Jozefs
0 0

De Spooktrein

Een bliksemschicht gevolg door een hevige knal.De regen gutste neer en zette het bos in een mum van tijd onder water.Reeën, herten, everzwijnen en andere wilde dieren renden het bos uit, het aangrenzende berggebied in en zochten daar een goede schuilplaats. KNAL! Opnieuw een bliksemschicht gevolgd door een nog hevigere donderslag als de vorige. Arachnia, een spinachtig wezen, die zich schuilhield in zijn hol onder de grond voelde het water binnensijpelen en hij zocht paniekerig naar een uitgang. Hij begon te graven tot hij uiteindelijk uitkwam op de begane grond en vluchtte weg van zijn hol.Hij zag andere dieren ook wegrennen en hij begon opnieuw te panikeren.Deze dieren had Arachnia nog nooit gezien, maar zij leken geen aandacht aan hem te schenken.Behalve dan de laatste kudde, wiens weg hij versperde toen ze passeerden en hij vluchtte dieper het bos in. De kudde everzwijnen volgden hem en ze dreven hem naar de andere kant van het bos.Aan de rand stopte hij en keek achterom.De kudde was nergens meer te bespeuren en toen hij terug voor zich keek zag hij in de berg voor hem een gat en hij begaf zich nieuwsgierig, maar ook een beetje achterdochtig, naar het gat in de bergwand.Benieuw wat hij daar zou aantreffen. De volgende ochtend De intercity trein tussen Inverness en Fort William reed met hoge snelheid over het spoor dat tussen de bergen liep.Rolf, die was opgestapt in Fort Augustus, begaf zich naar zijn vaste plaatsje in deze vrij drukke ochtendtrein. Tegenover hem zat een man die naar schatting even oud was als hij.“Goeiemorgen” zei Rolf.“Morgen”, zei de man, James, op zijn beurt,” Alles oké?”“Blij dat het vrijdag is” zei Rolf, “ er leek wel geen einde te komen aan deze week!” Onderweg praatten ze verder over het verloop van de week en over de plannen voor het weekend, terwijl de trein verder reed.Rolf en James kenden elkaar al jaren.Ze zaten al minstens tien jaar elke dag in deze trein, in deze wagon en op deze stoelen. Rolf was tweeënveertig en was werkzaam als technisch bediende in een bedrijf waar hij al bijna twintig jaar werkte.James was iets jonger dan Rolf, en was al bijna tien jaar actief als veiligheidsbeambte bij de douane van Fort William. Ze waren al zo gewend aan deze rit geworden, dat ze het niet eens meer merkten dat ze een tunnel inreden.Plots minderde de trein vaart, ze keken beiden uit het raam en James zei: “we kunnen er nog niet zijn, dat zou wel heel erg snel zijn.” Uit het niets maakte de trein een noodstop en op het zelfde moment werden ze flink door elkaar geschud.Heel even werd het muisstil en toen werd iedereen opgeschrikt door een helse kreet, die bijna onnatuurlijk leek.Het licht in de wagons viel weg, de motor viel uit en er viel een gespannen sfeer die iedereen in zijn bezit nam. Rolf en James stonden gelijktijdig op uit hun stoelen.“Hallo!” riep Rolf.Van alle kanten hoorden ze paniekerige kreten en mensen in het wilde weg rennen. Opnieuw werd de trein door elkaar geschud en opnieuw hoorden ze een helse kreet.Heel even werd het muisstil, maar toen sloeg de paniek pas echt toe.Rolf dacht bij zichzelf: “ we moeten iets doen om de mensen te kalmeren”Hij dacht na. James was intussen naar de stuurcabine gerend om te kijken wat er gebeurt was.Toen hij daar aankwam zag hij dat de bestuurder bewusteloos lag, met zijn hoofd op het stuur.Hij rende naar de man toe en probeerde hem weer bij zinnen te krijgen. Hij nam een stuk chocolade uit zijn jaszak en toen hij er uiteindelijk in geslaagd was de bestuurder weer bij bewustzijn te brengen gaf hij hem een stuk.“Hier neem dit” zei James, “zo kom je weer terug wat op krachten”“Wat is er gebeurd?” vroeg hij aan de bestuurder.De bestuurder keek James met grote ogen aan en nam eerst een hap van de chocolade richtte zijn aandacht terug op James en zei toen met een beverige stem:“Ik zag plots twee gele ogen, ze kwamen steeds korter bij.Ik kon nog net op tijd aan de noodrem trekken en toen viel ik in een diep, zwart gatHet laatste dat ik zag waren dezelfde gele ogen, groot en angstaanjagend vlak voor me.” James keek door het raam naar buiten, maar hij zag alleen een dikke, angstaanjagende duisternis.Iets vertelde hem dat er iets in huisde, maar wat?Hij kreeg er onwillekeurig een rilling van die door zijn hele lijf liep, alsof het angst was die langzaam bezit nam van hem.   De paniek die over de mensen in de trein heerste was ondertussen een beetje afgekoeld iedereen was terug een beetje rustiger geworden.James had de taak op zich genomen zich te ontfermen over de mensen in de trein. Hij probeerde met iedereen te praten en te helpen waar hij kon.Hierbij kreeg hij hulp van enkele anderen en daar was hij hen enorm dankbaar voor.Hij had ook contact proberen op te nemen met Scotland Yard, maar omdat ze in een tunnel zaten had hij geen bereik en moest hij noodgedwongen een andere oplossing zoeken. Rolf was bij de bestuurder van de trein gebleven en samen probeerden ze de motor terug te starten.maar hoewel ze nu al bijna een halfuur bezig waren hadden ze nog steeds geen succes.Rolf besloot dan maar de trein in te gaan en op zoek te gaan naar technische hulp.Toen hij de wagons afging vond hij enkele mensen met een technische achtergrond die meteen bereid waren te helpen. Onderweg kwam hij James tegen en ze praatten even over de stand van zaken.James vertelde hem dat hij een paar mensen aan het zoeken was die bereid waren met hem naar buiten te gaan en te proberen het einde van de tunnel te bereiken zodat ze hulp konden zoeken.Aanvankelijk vond Rolf het geen goed idee, maar hij zag zelf ook geen betere oplossing en dus ging hij met tegenzin akkoord. en zette hij zijn weg verder naar de locomotief. Na een klein kwartiertje kwam James ook de locomotief binnen met enkele bereidwillige mensen.Na een korte briefing openden ze de voorste deur deur met behulp van de noodopener en gingen ze op weg.Met zijn vijven gingen ze de angstaanjagende stille duisternis in, zij het allen met een klein hartje.   “Brrr, wat hangt er hier voor griezelige sfeer” fluisterde James.Hij zag overal gigantische spinnenwebben en een vieze gel-achtige slijm hangen.“Ik wil het liefst zo snel mogelijk het einde van de tunnel bereiken” fluisterde een vrouw, Beth, die naast James was komen lopen, en ze huiverde. Af en toe hoorden ze een geluid achter hen en draaiden ze zich bliksem snel om, om dan te zien dat er steeds gewoon iets viel.James was onwillekeurig blij dat Beth erbij was.Hij kende haar weliswaar niet heel goed, hij wist dat ze ook al jaar en dag op deze trein zat maar ze hadden nooit echt kennisgemaakt. Naarmate ze wandelden werd het steeds koeler en wist James dat ze bijna bij het einde van de Tunnel moesten zijn.Plots stopte hij, hij had iets gehoord achter zich.“Hoorde je dat?!” vroeg hij gespannen terwijl hij zich omdraaide. Ook Beth draaide zich razendsnel om.“Ja” fluisterde ze met een gespannen stem.Ze keken rond zich heen, maar zagen niet meteen iets en ze besloten daarom meer vaart te maken.“Hoe sneller we uit deze tunnel komen, en we de politie er kunnen bijroepen hoe beter” dacht James bij zichzelf. Uitgeput plofte Rolf neer in de dichtstbijzijnde stoel.Hij had het afgelopen uur steeds van vooraan de trein naar helemaal achteraan de trein gelopen, en geprobeerd te helpen waar hij kon. Nu kon hij even adem halen.Na enkele minuten voelde hij zich slaperig worden en stond daarom terug op.Slapen was het laatste waar hij nu aan mocht denken.Zijn gedachten dwaalden af naar de mensen in de tunnel en hoopte dat James oké was. “Hoe was het met hen?”“Waar waren ze nu?”“Hadden ze al contact kunnen leggen met Scotland Yard?”Zijn hersenen werkten op volle toeren en hij begon lichtjes wanhopig te worden.Hij hoopte in het diepste van zijn hart dat zijn beste vriend oké was en het idee dat er hem iets zou overkomen probeerde hij te onderdrukken. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij niet eens doorhad dat er iemand tegen hem praatte.Pas toen hij het woord monster hoorde werd hij op slag terug in het heden gesleurd.Hij zag dat de mensen weer her en der rondliepen.En hij zag dat de lichten terug waren aangegaan. Hij begon te lopen op weg naar de locomotief.Toen hij daar aankwam zag hij dat de mensen terug leven in de trein hadden gekregen, een van hen stond nog buiten.Ze legden hem uit dat er door de schok enkele zekeringen waren gesprongen en dat ze die hadden vervangen, maar Rolf’s aandacht werd afgeleid door iets anders. Hij zag twee grote lichtgevende bollen recht voor de trein en ze kwamen steeds korter.Hij wist niet wat het was, hij werd verblind door een groot licht, dat steeds korter bij kwam.Hij dacht dat elk moment zijn laatste kon zijn. hij zag twee gigantische ogen op de trein afkomen, angstaanjagend en vol haat.Dit monster had zijn aandacht volledig op het ding gericht dat zijn rust kwam verstoren en het was duidelijk dat het zich aangevallen voelde. het beest was zeker een meter of drie hoog en had veel benen, Het deed Rolf denken aan een spin en de man achter hem riep de naam Arachnia uit en Rolf voelde een rilling over zijn rug lopen toe hij die naam hoorde.Zijn grootvader had hem ooit verteld over een beest Arachnia, een spinachtig wezen dat in bosrijke omgevingen leeft en alles wat in zijn directe omgeving komt verslind. Hij zag het beest steeds dichterbij komen terwijl het zijn bek opensperde en op de trein afkwam tegen volle snelheid.Nog veertig meter, dertig, twintig, tien…hij liep naar buiten om de man, die daar nog stond te gaan redden. Toen hij buitenkwam schreeuwde hij: PAS OP!!!.De man draaide zich om en slaakte een kreet van angst toen hij de arachnia zag aankomen.Rolf zette zich voor hem met zijn armen beschermend voor de man en kneep zijn ogen toe.Hij deed nog een laatste schiet gebedje voor hij zou verslonden worden.Rolf dacht bij zichzelf dat het einde wel heel lang uitgesteld werd.Op dat moment hoorde hij het kletterende geluid van een toeter en hij opende zijn ogen.hij zag een jeep naderen achter het beest en toen hij beter keek zag dat hij er in blauwe letters opstond: Scotland Yard. Zijn hart sprong op toen hij zag wie er ook in de auto zat; zijn beste vriend James.Versuft draaide het beest zich om en richtte zijn aandacht op de wagen.Op dat moment gebeurde er veel dingen tegelijk. Rolf hielp de man terug de trein in en keek nog een keer achterom.De Arachnia had zich volledig op de wagen gericht en Rolf rende terug naar buiten, zijn vriend te hulp.Hij had niet door dat de deur beschadigd was en in zijn snelheid brak hij een hendel af en stormde naar buiten.hij had zelf blijkbaar nog niet door dat hij iets in zijn handen had.Verblind door woede, want zijn beste vriend werd aangevallen, rende hij als een wilde op het beest af en probeerde zijn aandacht te wekken. De Arachnia sloeg zijn poten in het rond en daarbij raakte hij Rolf.Die werd door de tunnel geslingerd en kwam met een smak tegen de muur van de tunnel terecht.“Nee!!” riep James uit.Hij liep naar zijn beste vriend toe terwijl de rest zich op de arachnia richtten. Toen hij bij Rolf aankwam begon hij er tegen te praten maar hij zag meteen dat die buiten westen lag.Hij reageerde in ieder geval niet en hij legde zijn vingers in zijn hals.Hij voelde niet meteen een hals slag en zijn stoppen sloegen door.Rond hem heen gilde en tierde iedereen het uit, maar James hoorde dit niet. “NEE!” riep hij uit.Rolf!! Wanhopig begon hij Rolf te reanimeren. Hij hoorde een onnatuurlijke, ijselijke gil achter zich maar reageerde hier niet op. Anderen kwamen rond hen staan maar James had alleen aandacht voor zijn beste vriend.Hij had door de heisa niet door dat de arachnia verslagen was, hij was te druk bezig zijn vriend proberen te reanimeren. langs alle kanten stonden nu mensen in tranen het tafereel gade te slaan.“James, hij is er niet meer” zei een dokter, die ook op de trein zat, met een bevende stem.James kon zijn tranen niet meer bedwingen en hij gooide zich over het lichaam van Rolf. Hysterisch begon hij te wenen.Zijn beste vriend die hij hier had ontmoet, hij was er niet meer.Hij wist niet wat hij moest doen.Na al die jaren was hij zo gewend geworden aan de aanwezigheid van Rolf en dat werd nu van hem weggenomen.Alsof zijn lichaam in twee werd gescheurd, of zo voelde hij zich toch. Leeg en uitgeput.   “één jaar later.” James zat met zijn hoofd op zijn handen rustend, op een bankje in het station te wachten op de trein.De tragische gebeurtenis waarin hij zijn beste vriend had verloren stonden een jaar later nog steeds op zijn netvlies gebrand.Hij dacht dat hij die beelden waarschijnlijk nooit meer zou kunnen vergeten.De treinrit naar zijn werk zou allicht nooit meer hetzelfde zijn.Hij had de eerste maanden zelfs niet het lef gehad om op de trein te stappen, maar dankzij Beth, De vrouw die hem enorm had gesteund in zijn verlies van Rolf, maar zelf ook steun nodig had omdat ze zelf ook bij het incident aanwezig was geweest. Sindsdien is zij een heel goede vriendin geworden van James en hij was dankbaar dat hij haar had.De tunnel waar het incident zich had afgespeeld was definitief afgesloten en nu nam de trein dus een ander traject.Daar was James blij om want hij had zich niet kunnen voorstellen dat hij elke dag opnieuw geconfronteerd zou worden met de plaats waar hij Rolf had moeten afgeven. Een tijdje later zat hij in de trein op weg naar zijn werk.Twee stations nadat hij was opgestapt stapte ook Beth op en nam plaats tegenover James.Zij zat nu op de plaats waar Rolf altijd had gezeten, daar had James opgestaan.Al had Beth meteen gezegd dat ze niet wou dat James haar als een vervanger zou zien voor Rolf, maar James had haar gezegd dat hij dat nooit zou doen. Uiteindelijk kwam de trein aan in Fort Augustus waar Rolf altijd opstapte en daar hield de trein even halt en werd er één minuut stilte gehouden voor een man die doorzettingsvermogen en kracht bezat.En geen schrik had om zijn vrienden te beschermen. James kreeg er tranen van in zijn ogen, iets wat Beth ook had gezien en ze zette zich naast hem neer en omhelsde hem innig. “Laat het maar gaan, hij was je beste vriend en jullie hebben samen dertien jaar op dezelfde trein, in dezelfde wagon, en op de banken tegenover elkaar gezeten. Het is dus niet abnormaal dat je je er nog niet kan overzetten.” fluisterde Beth in zijn oor. “Bedankt voor je steun…, voor alles.” snikte James.Toen ze elkaar loslieten keek James uit het raam en zag een bankje staan op het perron. “Ooit zien we elkaar weer vriend” zei James zacht en toen de trein verder reed bleef hij naar het bankje staren tot het uit zicht verdwenen was

Andy Meeus
0 0