Lezen

De typologische reeks en de menselijke blik

Zaal 2 – De typologische reeks en de menselijke blik   In de jaren 1990 kregen fotografen en beeldend kunstenaars genoeg van interessante mensen. Ze besloten om onbekende personen te gaan vastklikken op beeld. Hierbij kregen ze oog voor de gewone mens en zijn uniekheid. De menselijke waardig- en onwaardigheid en hun kwets- en onkwetsbaarheid. Kleine mensen werden vereeuwigd met een groot-formaat camera. Dankzij deze techniek kon de fotograaf elk rimpeltje, elk foutje en mooie en minder mooie details, genadeloos vastleggen. Alsof dat niet genoeg was, konden deze foto’s dan ook nog eens op groot formaat haarfijn afgedrukt worden.   In deze periode ontstonden portretten in zogenaamde typologische reeksen: series van min of meer gelijkvormige beelden op hetzelfde formaat. Het doet een beetje denken aan het spelletje “zoek de tien verschillen” waar kinderen zo dol op zijn. Maar dus ook volwassenen. Stiekem. De omgeving of interieur op de foto zijn soms met opzet gekozen door de fotograaf. Ze zijn vaak een knipoog naar het karakter van de vastgelegde personages.   Beeld 1: Rineke Dijkstra: Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992 Je ziet een foto van een tienermeisje in badpak. Ze ziet er wat eenzaam uit, achtergelaten bijna. Haar lange armen hangen wat ongemakkelijk langs haar lichaam. Haar benen staan bewust in een klassieke contrapposto. Dit laatste is eigenlijk gewoon een moeilijk woord voor: haar gewicht op één been en haar heupen en schouders een beetje onnatuurlijk tegendraads. Op die manier ziet ze er een “gemaakt” ontspannen uit. Haar blote voeten zijn bedekt met zand, zoals dat wel eens gebeurt als je op het strand loopt. Op blote voeten. De nadruk ligt op haar individualiteit en kwetsbaarheid. Het moet nogal een bijzonder beeld geweest zijn: haar tengere gestalte in contrast met de gigantische camera met statief in het zand bij de branding. Rineke Dijkstra nam haar tijd om de camera heel precies in te stellen, met haar hoofd onder een zwarte doek zoals fotografen dat in lang vervlogen tijden deden. Doet het schilderij je denken aan “De geboorte van Venus” van de Italiaan Sandro Botticelli uit 1628? Nee? Dat geeft niet.   2. Sergey Bratkov: Sasha, uit de serie “KIDS”, 2000 Courtesy Regina Gallery   Helemaal wat je verwacht van een kinderportret! Of niet. Er is weinig aandoenlijk of kwetsbaar aan dit modieus geklede meisje. Behalve dan de manier waarop ze onverschillig voor zich uitstaart en gezellig een sigaretje rookt. De badkamer – die beter eerst een grondige renovatie had ondergaan alvorens als decor te dienen – is geen voor de hand liggende locatie voor een mooi kinderportretje. Het meisje lijkt te volwassen voor haar leeftijd. Dat valt mee want het was precies de bedoeling van de Oekraïense fotograaf Sergey Bratkov toen hij deze reeks maakte. Hij maakte portretten van de kinderen van Russische ouders die hun kroost naar een modellenbureau hadden gebracht. De mannelijke en vrouwelijke Lolita-figuren moeten voldoen aan de verwachtingen van de volwassenen en hun dromen van een beter leven (rokend in groezelige badkamers).

Mandy
33 0

Nestdrang

Nestdrang   Met mijn zwangere buik kijk ik toe hoe Bert de breedte van de gang opmeet. Is de gang van ons kleine rijtjeshuis breed genoeg voor de fietskar die we gaan kopen? Terwijl we allebei dromen van zonnige fietstochten met idyllische picknicks op geruite dekentjes voel ik ons kuikentje fladderen in mijn buik.   Fast forward 1 jaar later. Het musje dat ik voelde fladderen in mijn buik, is een stevige peuter die ik met een arm nauwelijks kan vasthouden op mijn rechterheup terwijl ik door de kamer fladder. Met mijn kuiken op de heup zoek ik de ontbrekende kledingstukken. Op de zetel pikken we de sjaal op, op de tafel ligt zijn muts, en waar zijn z’n sokken? Zijn snaveltje staat ondertussen niet stil en met zijn vingertje wijst hij in het rond. Ik kijk op mijn gsm: 8:06, ik moet me haasten.   Onder luid verzet wurm ik mijn piepende kuikentje met moeite in het harnas van zijn nestje en rits ik de gele slaapzak dicht. De donzige witte pluimpjes op zijn hoofd stop ik weg onder de muts. Als een gevangen vogeltje stribbelt hij tegen en wappert hij hevig met zijn armpjes. Nog een snelle blik op mijn horloge, 8u15… Dat wordt weer krap en het ergste moet nog komen. Ik manoeuvreer me tussen de krappe paar centimeter die er nog over zijn tussen de muur en de fietskar en trek het gevaarte richting de deur. Ik maak de voordeur open. Vooruit, achteruit, vooruit, achteruit… zo manoeuvreer ik stapje voor stapje de fietskar. Tevergeefs. Ik haal diep adem. Als ik me druk maak, dan lukt het zeker niet van de eerste keer. Nu een beetje schuin, en hetzelfde ritueel; vooruit, achteruit, beetje schuin, vooruit, achteruit en… het laatste stukje moet ik met een kort rukje de kar door de deur trekken. De deurstijlen geven intussen al een beetje mee. Want waar we in onze dromen geen rekening mee gehouden hebben, dat was de breedte van de deur…    

Marthy
0 0

schrijfsessie

Schrijfsessie: een scène schrijven   De doelgroep: jongeren van 18 tot 24 Beginsituatie: een groep die graag wil schrijven, maar niet veel ervaring heeft Doel: associëren, inspiratie aanscherpen, schrijfplezier ervaren, personages neerzetten in de ruimte en de tijd, zelf een conflict installeren   Eerste opdracht: associatie                                                                                  (30min) Check je favoriete afspeellijstje op je muziekdrager. Noteer de titels van de eerste tien songs. Schrijf ze op in de volgorde van het afspeellijstje. (Vertaal ze naar het Nederlands als dat nodig is.) Schrijf nu zoals je droomt: verbind deze losse stukken tot een geheel. (Of nog: schrijf de liedjes als het ware aan elkaar.) Doe deze opdracht snel: je krijgt twintig minuutjes de tijd om de songs met elkaar te verbinden.   Tweede opdracht: personages                                                                      ( 2 x 35 min)   DEEL 1   Kies een scène uit een serie of film die je leuk vindt. (Check YouTube, of gebruik je tv of dvd-speler. De scène duurt best slechts enkele minuten.) Bekijk de scène. Demp het geluid, zet de ondertiteling aan en bekijk de scène opnieuw. Schrijf de ondertiteling over.     DEEL 2   Behoud de ondertiteling (de uitgesproken tekst), en schrijf de scène verder uit (omschrijvende tekst). Wat heb je gezien? Omschrijf …       …hoe de personages eruit zien.       …hoe ze de woorden uitspreken.       …de lichamelijke bewegingen die ze maken.       …wat ze erbij denken. Laat een song van je afspeellijstje op de achtergrond spelen die kunt verbinden met wat in deze scène gezegd wordt. De scène is maximum één A4’tje lang, Times New Roman 12.     Opdracht 3: ruimte en tijd                                                                                                  (30 min) Neem de scène die je net uitschreef erbij. Plaats de personages nu in een andere ruimte. Als de scène zich afspeelt in een koffiebar, laat ze dan nu hetzelfde zeggen op bijvoorbeeld het strand. Verander ook de tijd. Als het ochtend is op je scherm, maak je er bijvoorbeeld middernacht van. Vervang het liedje door eentje, dat je kunt verbinden met de ruimte of de tijd.     Opdracht 4: conflict                                                                                                          (30 min) We gaan terug naar de scène uit de vorige opdracht. We gaan terug naar je afspeellijstje. Zoek er een song uit die totaal niet bij één van je personages past. (Kies er dus één personage uit.) Laat het personage nu dingen denken en voelen die je uit dit liedje kunt halen (binnenkant).Let wel: verander niet wat hij of zij zegt. Herschrijf de scène uit opdracht 3 vanuit de spanning tussen wat het personage innerlijk ervaart en wat er uit hem of haar komt. (Opnieuw maximum een A’4tje) De bewuste contrasterende song speelt op de achtergrond.

claire
0 0

Gelukkige verjaardag ma.

Moeder.Bij leven had ik nooit gedacht dat ik je dit had kunnen zeggen.Een speciale, zeiden ze. En je weet wat ze bedoelen als ze dat over je zeggen he.Een Speciale. Zoveel is zeker, maar dat kan op zo veel manieren ingevuld worden.2 stenen, die kon jij laten vechten op momenten dat je "het in" had.Tegendraads, averechts, grofggebekt en onwaarschijnlijk taktloos. Eigenschappen die jou precies opschrijven voor mensen die je maar half kenden.Eigenschappen die me naar mate ik meer en meer door de wol geverfd wordt niet gans vreemd zijn omdat ik die ook in me heb.In compagnie, kwam je steeds uit een hoek waarvan iedereen dacht, (maar nooit zei... ) van waar komt dat nu weeral. Waar hebben we dit nu weeral aan verdiend?Onze pa zei altijd. "Dee van ons, want zo zei hij dat. Dee van ons, dee kan er me een kou hand aan komen". En uitspraak die de lading volledig dekt.Een koude hand. Eerst schrik je op en voelt het storend, vervelend en ongepast. Maar je bent wel in een keer wakker, allert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap. Als het niet helemaal ging zoals je plande zei je... kom Jef we geun nar hous. Woorden die nog steeds klinken als was het gisteren. En dan haalde je de sleutel van de voordeur al boven. Een sleutel die bengelde aan een zilveren mercedessleutelhanger die je kreeg toen je eindelijk in pensioen mocht. Niet dat je kon autrijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden. Een beetje zoals Hiacinth Bucket.... the lady of the house. En dan gaf je commentaar op hoe Jefke reed. Ook een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house.Je had veel kantjes, heel veel. Grote en kleine.Het 100-voudige van al je kantjes zou ik nu zo graag nog eens willen nog verdragen .. ik zou je zo graag nog eens willen horen... Janneke schiet er na is out en doo is vouf minuute normaal en slaagda gour...... of kom Jef we geun nar hous... Je was er altijd. Steeds present. Steeds heel aanwezig, bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de waggel. De bloem in de saus. Overal was je. Misschien was het dat wat me stoorde. Misschien was het daarom dat je "kantjes" me toen meer opvielen dan de andere rollen die je opnam. De supporter, de zorgzame, fiere oma, de trouwe partner, de bezorgde moeder... de "er met een koude hand aankomende sigarettenpaffende 33-igerdrinkende zwartkijker...

jan pultau
0 0

Billy Sønderland (8)

Om kwart voor zes, op donderdag 1 december, sta ik op de kade in het Brittaniadok. Doesjka is stilzwijgend met me meegereisd naar Zeebrugge. Ze draagt een versleten hoity-toity-jasje en een Wally-in-Space-broek met zilveren ruiten die als schubben strak rond haar benen zitten.   Billy komt aan wal over de ijzeren loopplank. “Of ik ook kaarten meegebracht heb?” vraagt hij. “Ja, een kaart met allemaal klaveren, molentjes erop,” antwoord ik. “Of ze mee mag?” en Billy knikt. Een half uur later varen we de haven uit en op één mijl van de eerste windmolen laat hij de zodiac naar beneden. “Ik zal dan met Doesjka moeten kaarten”, zegt hij plagend.   Doesjka buigt zich over de railing, haar novemberhanden zwaaien naar me, terwijl ik de Evinrudemotor start en in de richting van de molen vaar, die op mijn kaartje aangeduid staat als Senvion n° 7.   Ik klauter eerst op het platform en klim dan tot hoog in de gondel. Een checklist moet ik daar overlopen, een paar manipulaties met het controlebord uitvoeren, de smering van de tandwilekast controleren and that's it.   Als ik door het luik op het dak van de gondel kruip, schittert de winterzon over de Noordzee. In de verte zie ik de eerste toren van het nieuwe Manhattan van Oostende staan, op de Oostoever, waar Vande Lanotte met zijn kameraden Bart Versluys en Jean De Cloedt samen hoog ingezet hebben, de vissers van de Baelskaai weggejaagd hebben, Jan, Piet, Joris en Corneel onteigend, om vele duiten en stuivers te kunnen opstrijken met de bouw van luxeappartementen.   Ten noorden van de Northonbank vaart een hopperzuiger van De Cloedt Dredging, het bedrijf van Gery. Hij komt er slijk uit de haven van Vlissingen dumpen op de Noordhinder, net buiten de Belgische territoriale wateren.   Dichterbij vaart Billy. Hij manoeuvreert de Vlaanderen XX tussen de Gootebank en de Thorntonbank, baggert er en spuit het zand dan op de Thorntonbank. "Om te voorkomen dat de molentjes wegspoelen”, zegt hij tegen Doesjka, die naast hem staat, zonder veel te zeggen. De hartenkoning heeft ze deze ochtend van de keukendeur getrokken en zit nu warm opgeborgen, onder de voering van haar jasje.   De glinstering die ik op het dek van de Vlaanderen XX zie, moet van Doesjka’s broek zijn. Met de elegante beweging van een dolfijn, duikt ze het water in en zwemt in mijn richting met de snelheid van een zwaardvis. Als ze aan de voet van de molen is, steekt ze een arm uit het water en doet teken naar me, alsof ik springen moet, duiken vanop de gondel, om samen met haar naar ons nieuwe eiland te zwemmen.   Ik dagdroom. Billy roept me op via de VHF. “Ze heeft me afgemaakt bij het kaarten,” zegt hij en dat hij over een uur terug zal zijn op diezelfde plaats, één mijl ten zuiden van de eerste molen.   Als ik terug aan boord kom van de Vlaanderen XX, opent Doesjka een flesje Gentse Strop voor mij. Haar wangen blozen. “Komt door de koude wind, ik stond aan dek, met een verrekijker, maar kon je nergens zien, enkel je zodiac, bij één van de molens.”   Ook Billy’s tong is wat losgekomen en hij vertelt, over het drama van 1984. Grote transformatoren met toxische olie erin stonden klaar op de kade in Oostende, bij de Werkhuizen De Cloedt. Ze werden die nacht aan boord van de Vlaanderen XVIII gebracht, om op de Gootebank gedumpt te worden.   “Het is verdomme goed fout gegaan die nacht,” zegt Billy. De zware transformatoren kwamen op mosterdgasbommen terecht. Niemand die nog wist waar ze lagen, want op de Paardenmarkt, de zandbank voor Knokke en Heist waren in 1971 enkel de gifgasbommen teruggevonden.   “Zware brand op de Vlaanderen XVIII,” schreven de kranten toen, maar Billy weet meer. Zijn moeder vertelde het, toen hij zeven was: “De zware brandwonden kwamen door het mosterdgas.” Billy lag die nacht thuis te blèren en moeder ververste zijn pamper; op zee stierven zijn vader en grootvader, Jens en Erik Sønderland.        Over mosterd en molentjes deel 7 van het historische kortverhaal ‘Billy Sønderland’ uit de reeks ‘Waanhoop’

Bernd Vanderbilt
16 0

Schrijfsessie Jenneke - In 3 lessen op weg naar een kort verhaal

Ik vond dit heel lastig. Normaal gesproken geef ik in mijn schrijflessen altijd van die 'losse' opdrachtjes, nu hoop ik dat er toch een soort van opbouw in zit.  Al heb ik de opdracht van maximaal 3 a 4 schrijfopdrachten rond hetzelfde thema/ rode draad in de sessie wel overschreden, denk ik.  (Misschien wil ik er gewoon te veel in stoppen)  De leerstijlen van KOLB erin verwerken is lastiger dan ik dacht, dat is denk ik niet gelukt, helaas.    Groeten,  Jenneke     RODE DRAAD Elke les accent op een basiselement voor een kort verhaal:                                                  personage, probleem, plot   AANDACHTSPUNTEN Doelgroep en de beginsituatie van de groep: De deelnemers zijn kinderen in de bovenbouw van de basisschool, tussen de 9 en 12 jaar. Beginsituatie: kinderen kunnen zelf een kort verhaaltje schrijven. Vaak beginnen ze gewoon, maar nu gaan ze echt nadenken over hoe hun verhaal in elkaar steekt.    De (vak)leerdoelen: Aan het einde van de totale schrijfsessie, hebben de kinderen  een verhaal met plot geschreven aan de hand van een foto. Gedurende de schrijfsessie is geoefend met Het introduceren van (een) personage(s); personage ‘tot leven wekken’ Het levendig maken van een probleem; Schrijven van het hele plot/verhaal. (gaat  het lukken? /Hoe loopt het af?) samenwerken   LES 1 - Je personage, introductie * welkom + uitleg werkwijze * opwarmoefening * (voor)leesoefening + personage invullen * 1e schrijfoefening: bedenk een personage * kinderen lezen hun stukje voor + TIPS & TOPS * einde les, inleveren stukjes en tot de volgende les! ----------------------------------------------------------------  DE LES 1 minuut - *Welkom + uitleg         Juf verwelkomt alle leerlingen + uitleg werkwijze 10 minuten - Opwarmoefening - *Jij bent …. Kinderen gaan in tweetallen bij elkaar zitten. -Eerst beschrijven ze elkaars uiterlijk (kleding, haren, schoenen, accessoires) (elke minuut wisselen) -Daarna stellen ze elkaar vragen, om de beurt zoals wat is je hobby, je lievelingseten, lievelingskleur, wat wil je later worden, waar word je blij van  etc.  (juf zet tips op het bord) -Hierna vertellen ze om beurten aan elkaar wat ze van elkaar weten: dus hoe de ander eruit ziet en wat ze gehoord hebben, alsof ze de ander kort presenteren.   15 minuten – (voor)lees oefening + personages invullen * 5 minuten - Juf leest voor een fragment uit een boek voor (die een duidelijk beeld van een personage uit dit boek geeft) >. Leerlingen vertellen hierna wat zij nu al over deze persoon weten. *10 minuten -  Hierna lezen we het fragment nog een keer samen (Powerpoint: tekst op het bord) + *Juf maakt – op het bord - samen met de leerlingen een volledige / complete beschrijving van het besproken personage > het personage komt tot leven              (evt. tekening).  (Juf legt accent op typerende eigenschap + bijpassende handeling)   15 minuten – eerste schrijfoefening – bedenk een personage *Leerlingen gaan in tweetallen bij elkaar zitten > juf deelt invulformulieren personage uit Per tweetal bedenken de leerlingen een personage voor hun verhaal In 2 stappen: 1Eerst bedenken ze een naam, dan een typerende eigenschap 2.Ze zoeken er passende handeling(en) bij (bijvoorbeeld iemand die bang is, schrikt van van alles; iemand die netjes is, pakt ook zijn tas heel netjes in). Laat het zien! * Daarna schrijven ze ieder apart een stukje van ca 10 regels, waarin ze hun personage introduceren   10 minuten – kinderen lezen hun personageverhaaltje voor + TIPS & TOPS *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes, zodat iedereen het de volgende les kan teruglezen. -   3 minuten – De juf bedankt de kinderen voor deze les.  De kinderen leveren hun kort verhaaltje in bij de juf.  ---------------------------------------------------------------------------------------------------- LES 2 Het probleem – wat is er aan de hand? * welkom * 3 korte schrijfoefeningen * kinderen lezen hun (voorwerp + probleem) briefjes voor (1e briefje + reactie daarop) 2e helft: je personage in de problemen * eigen personageverhaaltje lezen * problemen bedenken * schrijven: je personage in de problemen * voorlezen + TIPS & TOPS  -------------------------------   DE LES 1 minuut - welkom 15 minuten - 3 korte schrijfoefeningen   5 minuten   1. als voorwerp of ding Je beeldt jezelf in als iets anders. Dus niet als een ander mens, maar als een voorwerp of ding. Bijvoorbeeld een appel, een bezem, een deur of een boom, alles is mogelijk. Schrijf dat voorwerp/ ding op. Beschrijf in een paar zinnen hoe jouw dag eruitziet en wat je zoal doet. 5 minuten – schrijfoefening – 2. als voorwerp ding met een probleem Bedenk vervolgens een ander voorwerp/ding (2) op dat hoort                       bij jouw 1e voorwerp/ding (1)   - (juf maakt 2 kolommen op bord) Bijvoorbeeld:   (appel)  -    fruitschaal (of appelboom)                        (kaas)  -      kaasschaaf     Jij hebt als het eerste voorwerp/ding een probleem met dat andere voorwerp/ ding en schrijft daar een briefje over. (Dus bijvoorbeeld appel schrijft briefje aan de fruitschaal) waarin je je beklag doet 5 minuten  - schrijfoefening – 3.  jouw antwoord op het probleembriefje Schuif nu je briefje door aan je buurman/buurvrouw. Iedereen leest het briefje aan (2) waarin het probleem van (1) wordt beschreven . Alsof jij (2) bent, beantwoord je het briefje van (1). Dus je schrijft nu een briefje terug waarin je het probleem probeert op te lossen – of niet.   10 minuten kinderen lezen hun briefjes voor * laat steeds de schrijvers lezen van briefje 1 (degene die het probleem aankaart) en briefje 2 (degene die antwoord geeft) bij elkaar!! * TIPS & TOPS De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden.  ------ deel 2 van les 2 : je personage in de problemen ------  Juf deelt de personageverhaaltjes van de vorige les uit                                                                5 minuten – lezen                                                                                                     Kinderen lezen hun eigen verhaaltje (les 1) terug, waarin ze hun personage introduceren.   15 minuten - problemen bedenken * Kinderen krijgen 1 minuut om problemen te bedenken voor hun personage. Dat kan van alles zijn: van ' de kat kwijt' tot aan 'ruzie met een andere persoon'  tot  'misselijk van de taart' > stap 1. Binnen 1 minuut schrijven ze zoveel mogelijk problemen op die ze te binnen schieten > stap 2. Kies nu 1 of 2 problemen van je lijstje > stap 3. Schrijf nu een stukje over je personage waarin die te maken heeft met deze problemen.  Laat zien hoe of waar jouw personage in de problemen komt. Bedenk een ( of twee) situatie(s) waaruit hij zich moet redden. Hoe doet jouw personage dat?   10 minuten Kinderen lezen ieder hun stukje voor + TIPS & TOPS: *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes,    ---------------------------------------------------------------------------------------------------   LES 3  Het plot –  op verhaal komen, naar aanleiding van een foto  *korte terugblik *associatieronde *foto kiezen + informatie verzamelen  *schrijf het begin van je verhaal *voorlezen + TIPS & TOPS --------------------------------   DE LES *2 minuten terugblik op vorige 2 lessen: personage + probleem;  .   8 minuten opwarmen - associatie ronde, 3 minuten - Op tafel een stuk of vijf voorwerpen; rouleren > doorgeven van de voorwerpen in de kring en schrijf elk woord wat in je opkomt op papier. (een paar keer rond gaan) 5 minuten -Omcirkel 5 woorden die je hebt opgeschreven. En schrijf met deze woorden een kort stukje. Alles is goed!!               Fantasie!   *15 minuten -informatie verzamelen Vooraf hangt de juf  tiental foto’s van mensen op het bord ter inspiratie. Het personage uit de vorige 2 lessen wordt opzijgeschoven. Vandaag beginnen we met een nieuw verhaal! Met een nieuw personage! stap 1 - schrijvers zoeken in tweetallen een foto uit. stap 2 - Per tweetal vullen ze samen het personage invulformulier verder in, ieder op zijn eigen blaadje stap 3 -  Per tweetal bedenken ze wat voor plan het personage heeft: Je personage is iets van plan. Dat plan kan ook te maken hebben met andere personen in het verhaal. Bedenk samen wat dat plan is en schrijf dat op. ' Mijn personage wil ..... om te bereiken dat .....' stap 4 - : Juf: 'In een verhaal zit altijd een bepaalde spanningsboog. Ook in jouw verhaal. Het plan van jouw personage lukt natuurlijk niet ineens. Er kan gevaar loeren (zoals bij Roodkapje) of er gebeurt iets onverwachts. Er moeten natuurlijk nog een paar van zulke ‘hobbels’ genomen worden. En dat levert spanning op! Bijvoorbeeld ( juf geeft voorbeeld) ‘ Zal het … lukken om … om eindelijk …? > dat is de PLOT-vraag !!!  zoals ‘ Zal het Loes lukken om de trein te halen om zo  op tijd te komen voor de wedstrijd?’ Of ‘ Zal het Tom lukken om centjes te verdienen om zo iets te kunnen kopen voor zijn oma?’ Opdracht > Bedenk  en bespreek met zijn tweeen wat het probleem zou kunnen zijn, dat het plan van jullie personage in de weg staat   20 minuten - schrijfoefening > schrijf het begin van je korte verhaal Nu gaan de schrijvers individueel werken, Ze bekijken wat ze hebben besproken. Bepalen hoe het verhaal begint en hoe het eindigt (Lukt het plan van de hoofdpersoon uiteindelijk, dus wordt het probleem overwonnen? Of lukt het niet?). Ze beginnen met het uitschrijven van hun verhaal van maximaal 1 A4-tje.    15 minuten - voorlezen en TIPS & TOPS Kinderen vertellen per tweetal over hun personage. ieder leest zijn eigen tekst voor: de eerste alinea's of de grove verhaallijn vertellen. Hun verhaal kunnen ze eventueel thuis verder uitwerken Evt emailen naar juf Jenneke Penneke, zodat de verhalen gebundeld kunnen worden!     Jenneke 

Jenneke
0 0

Billy Sønderland (7)

  We zijn die nacht straalbezopen doch levend thuisgeraakt. Ook tijdens onze wandeling op het strand van Heist is ons niets overkomen. Het strand is daar aan het verzanden. De stroming is er sterk vermindert sinds de uitbreiding van de haven. Meer en meer zand zet zich daar jaar na jaar af. Je moet er al een heel eind wandelen om tot bij de branding te komen en er als een kind over de eerste golfjes te kunnen springen.     350.000 ton munitie ligt daar, gestort net na de eerste wereldoorlog. Dat was snel in een achterkameterje van de senaat bedisseld tussen de toenmalige liberale Minister van Oorlog Fulgence Masson en diens partijgenoot en senator Emmanuel De Cloedt.   Men noemde het een grote verrassing in 1971, toen duikers van Baggerwerken De Cloedt het ‘vergeten’ bommenkerkhof aantroffen voor de kust van Heist en Knokke. Laten liggen (lees: Laten doorroesten) was de oplossing, vonden de Ministers van de Noordzee (Etienne Schouppe in 2010 en Vande Lanotte in 2013) in antwoord op kritische vragen van de pers.   Een fluitje van een cent wordt het straks om een paar van die gifgasbommen te laten exploderen. Elke terrorist in spe kan er dan met een metaaldetector het strand oplopen, bij de eerste ‘piep’ een put van een meter diep graven en er een paar laten ontploffen, vlak naast het dichtbevolkte Heist, naast een schooltje jonge tongen en de gasterminals van Fluxys. Laten liggen dus!     Ook wij blijven deze ochtend liggen. De laatste modetrends in de nachtkledij volgt Doesjka niet en naakt ligt ze naast me in de twijfelaar, op een laken met schelpenmotief. Mijn arm glijdt tussen haar benen, als een pieterjan die door de schorre zich een weg baant naar de open zee. Ze duwt mijn hand weg als een waakzame wachter in het Zwin en de telefoon rinkelt.   De persoonsverantwoordelijk van DEME, een oud lief van Gert De Cloedt, is aan de lijn en zegt dat “ik morgen aan de slag kan bij OWA (Offshore & Wind Assistance), voor het onderhoud van de windmolens op de Thorntonbank.” Ik moet me aanmelden in Zeebrugge, bij de Vlaanderen XX, die in de buurt van de Thorntonbank baggert en daar een zodiac voor me zal neerlaten. Elke dag zal ik één van de molens inspecteren, volgens een bepaald schema.   "Goed," zeg ik en Doesjka draait zich op haar zijde. Haar heupen zijn mooier als de mooiste glooiing in een duin en haar toefje helmgras verbergt het wilde konijntje amper. Ik ga een bad nemen!   Onderweg val ik bijna over die blauwe trein naar Genua. Ik draai de kranen open, om straks languit te liggen weken. Verlangen zal zich van mijn vel losmaken, een eend zal over golfjes dobberen en het zal in dit bad krioelen van de kwallen, die als onzoenbaar, pasgeboren eiwit zullen rondzwemmen.         Het gif der kwallen deel 7 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Billy Sønderland (6)

En of ze zwanger was, Doesjka, in die zomer van 1334? Neen, overmatig had ze zeevruchten genuttigd. Ze moest dan toch overgeven. Ik veegde de kots van haar kinnebakje. Daags nadien hebben we gewoon weer vlas geoogst bij Remboudsdorp op het eiland Wulpen en enkele maanden later ging alles naar de Filistijnen.   De Clemensvloed van 23 november 1334 overspoelde de velden en zette het erf voorgoed onder water. De familie Vanderbilt was nog net op tijd naar Nieuwvliet gevlucht maar landerijen hadden ze niet meer en vader Berend Vanderbilt (°1294 - 1357) trok met vrouw en kroost naar Brugge om zich daar te vestigen als vlashandelaar.     Er is weinig volk in de Old Steamer en Serge Gainsbourg zingt in een luidspreker een liedje over komen en gaan.   “Billy blijft de ganse week op zee,” zegt Natascha me, terwijl ze Doesjka aankijkt, die met haar smartphone zit te prutsen. “Voor mij een oude gueuze van Boon,” en Doesjka bestelt een Bloody Mary. Teleurgesteld is ze. The suicide king of hearts zal ze vandaag niet ontmoeten. Het kaartenspel zal onaangeroerd achter de toog blijven liggen.   Achter in het etablissement beweegt iets, een donkerrood gordijn. Een man komt uit een donker gat tevoorschijn. Een deerne met rood haar klampt zich rond zijn arm. Ze is lang niet zo jong als Doesjka, haar ogen zijn wat gezwollen en ze bestelt een Safir, om zich de mond te spoelen.   Als de man ons tafeltje nadert, herken ik hem. Het is Joachim Coens. “Dat moet verzekers tien jaar geleden zijn dat ik U nog zag.” Joachim kijkt mij verwonderd aan. “Bernd, van ‘t college, in Assebroek”, zeg ik en zijn lichtje gaat branden. “Mò got, dat ik U hier moet tegenkomen. Wat doet gij tegenwoordig nog?”   “Niets, nog niets nieuws gevonden na het faillissement van Windstar.” "Ook niet gezocht,” maar dat zeg ik er niet bij. Hij laat zijn ogen op Doesjka vallen, die aan haar cocktail zit te slurpen, door een zwart strootje, daarna wat bellen onder het ijs blaast om de lucht wat te koelen.   “Ik zal kijken wat ik voor je kan doen,” belooft Joachim, “morgen zie ik Gery De Cloedt, al is die de laatste tijd niet welgezind. Zijn Hedwigepoldertje zal onder water gezet worden en hij weet niet waar naar toe met zijn veertig polopaardjes en drie ezeltjes.”   Doesjka verslikt zich, omdat de gedachte aan een polopaardenlul in een ezelfoef gegiechel in haar opwekt. Ik geef Joachim een bierviltje met daarop mijn telefoonnummer, druk hem de hand, vóór hij vertrekt met Mevrouw Safir, die in een jas van wit en krullend schapenbont gekropen is.   Ik neem nog een slok van de oude Boon, een paprikanootje verdwijnt in mijn mond en ik wrijf zacht over de wreef van Doesjka’s hand, over de littekens op haar onderarm.         Polopaardengelul deel 6 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
1 0

VDAB: wat een soep

VDAB: wat een soep   Samen sterk? 17 oktober 2016, 14u30. Door de gutsende regen kom ik drijfnat en vol verwachting aan bij de VDAB. Ik heb een eerste afspraak met Laure, mijn 7de GTB-trajectbegeleidster in 7 jaar. Kom ik vandaag dichter bij de job van mijn leven?   In eigen werk Samen sterk in werk. Zal Laure de slogan van haar werkgever waarmaken? Voor mij, werkzoekende met een handicap? Of voor zichzelf? Haar voorgangers serveren altijd dezelfde smakeloze soep. Beetje Maggi(e) erbij? Ik proef geen verschil. Ik blijf op mijn honger zitten. Zelf koken geeft me meer ongelukken dan maaltijden. Doodgaan van de honger? Daar ben ik te levenslustig voor. Hulp bij het koken: dat lijkt me wel wat.   Aan tafel met Laure grijp ik mijn kans. Ik bespreek meteen mijn lievelingsmenu: een werkweek tot 20u bij één of meerdere werkgevers. Kijken en luisteren. Informatie delen, schrijven of spreken met en voor mensen: da’s mijn ding. Ik wil inspireren en vooruit helpen.   Een werkstage georganiseerd door de VDAB? Geweigerd. Ik werk 1 dag per week. 1 dag te veel. Al 15 jaar ben ik administratief medewerkster. Ik factureer schade en registreer verblijfsgegevens bij een vakantiedomein. Ik kan en wil meer. Zeg ik mijn vast contract van 8u per week op, dan pas ik perfect in het profiel dat VDAB voor ogen heeft. Garandeert stage en begeleiding van VDAB mij een job van meer dan 8u per week?   Met grote ogen kijkt Laure me aan. “Vrijwilligerswerk?” probeert ze. “Het levert werkervaring en je toont wat je kan”. “Doe ik” antwoord ik. Eén voormiddag per week help ik vrijwillig aan de inschrijfkiosk van het ziekenhuis. Met mijn aanwijzingen registreren patiënten zich voor hun afspraak bij de dokter. Solliciteren bij het ziekenhuis? Doe ik. Bij elke passende vacature opnieuw. Nooit iets van gehoord. Ondertussen staat er wel een pas aangeworven onthaalmedewerkster aan de kiosk naast die van mij. Wat heeft zij meer dan ik? Uiteraard 2 benen die het doen. En verder? Ik zie bij Laure de moed in haar schoenen zakken.   Het ziekenhuis voert een nieuw systeem in voor parkeren met de blauwe parkeerkaart voor mensen met een handicap. Terwijl ik aan de inschrijfkiosk help, hoor ik de receptioniste sakkeren. Het invoeren van de gegevens van de parkeerkaart neemt veel tijd in beslag. Ze komt niet meer aan haar andere taken toe. Misschien zitten daar wel werkuren in voor mij? bedenk ik me luidop. Ik vraag Laure of ze een afspraak maakt met de personeelsdienst van het ziekenhuis om een stage als onthaalmedewerkster of receptioniste te bespreken. “Ja” zegt Laure. Ik denk dat ik haar niet goed versta en vraag om haar antwoord te herhalen. Ja, ik hoor het goed: “ja”. Samen sterk in werk.   Vandaag, 28 november, nog niks gehoord van Laure of het ziekenhuis. Wel van uitzendbureaus. Enthousiast bellen ze me op: “Of ik nog werk zoek?”. Ik, even enthousiast: ”Ja”. Een beetje voorzichtig voeg ik eraan toe: “Je hebt gelezen dat ik rolstoelgebruiker ben en deeltijds werk zoek?” Keer op keer stilte aan de andere kant van de lijn, gevolgd door gestamel: "Oei, nee, niet gezien". Samen sterk in eigen werk. De slogans van VDAB en haar commerciële collega’s houden vooral zichzelf in stand.   U begrijpt dat “Juffrouw, u begrijpt dat ik geen muren ga uitbreken om een lift of toegankelijk toilet te installeren?” is het antwoord van meer dan één personeelsverantwoordelijke tijdens mijn sollicitatiegesprekken.   Cijfers & letters Ook GIBO en VOP overtuigen niet om me aan te werven. Heb jij er al van gehoord, van GIBO en VOP? Het zijn maatregelen recht uit de soep van de VDAB gevist. Soep die niet smaakt, verkoopt niet. Beseft de VDAB voldoende wat werkgevers nodig hebben?   Als ik me in de schoenen van werkgevers verplaats dan kom ik hier op uit: tijd kost geld. Een loonsubsidie maakt die tijd niet goed. De GIBO is een interne beroepsopleiding op de werkvloer, gekoppeld aan een arbeidscontract. Tijdens de opleidingsperiode ervaart de werkgever hoe goed ik pas in het profiel dat hij nodig heeft. Details komen in beeld: kan ik overweg met de mastodont van een printer/kopieermachine waar ik nauwelijks overheen kan kijken? Ja hoor, al duren mijn handelingen net iets langer.   Om dat en ander rendementsverlies te compenseren, bestaat de VOP. De VOP dient tot in ’t kleinste kamertje: mijn collega en ik gaan op hetzelfde moment naar het toilet. Terwijl ik haar de wc hoor doorspoelen, zit ik er net op. Met een gemiddelde loonsubsidie van 50% ben ik naar alle waarschijnlijkheid één van de goedkoopste werknemers met een bachelor-diploma. Op zoek naar werk. Het doet me denken aan het aantal dure en minder dure auto’s op onze wegen: hoewel een Dacia Logan een betaalbare auto is, zie ik hem weinig rijden. Het aantal Mercedessen dat ik onderweg tegenkom, kan ik niet op 2 handen tellen.   Like & share Ben jij een werkgever die positieve ervaringen heeft met een werknemer met een lichamelijke beperking? Met een GIBO of een VOP? Deel die ervaring met je zakenpartners, werkgeversorganisatie, de VDAB, de redactie van deze column…   Wie weet, vind ik zo mijn toekomstige werkgever? Of hij mij. Samen sterk in werk, toch?

pedl
11 0

Monogamie herbekeken

Monogamie herbekeken Voel jij je ook in je eer gekrenkt als je partner je “bedriegt”? Gekwetst omdat je partner een ander net zo leuk, of misschien zelfs leuker vindt dan jou? Vind jij ook dat de slaapkamer is wat een liefdesrelatie onderscheidt van een vriendschapsrelatie? Dat we het bed horen te delen met maximum één partner (tegelijkertijd)? Dat wij liefst het alleenrecht hebben op het lichaam én de gedachten van onze geliefde?   Sta me dan alsjeblieft toe je mee te nemen en samen een ander licht te laten schijnen op monogamie en polyamorie.   Monogamie betekende vroeger trouwen met één persoon en ermee getrouwd blijven de rest van je leven. De meer gangbare, moderne definitie luidt (volgens Wikipedia): “De situatie van het aangaan van een verbinding uit liefde met één persoon. Wanneer iemand meerdere malen achtereenvolgens één (seksuele) partner tegelijkertijd heeft, dan wordt dit in de volksmond ook wel seriële monogamie genoemd.” Wikipedia definieert polyamorie als: een levenswijze waarin men open staat voor het hebben van meer dan één liefdesrelatie tegelijkertijd, waarbij ruimte is voor seksualiteit, op voorwaarde dat dit gebeurt in openheid en eerlijkheid en met medeweten en instemming van alle betrokkenen. Er wordt een groot belang gehecht aan ethiek en goede communicatie tussen partners en vaak ook met de partners van partners.”   Let op de woorden ‘situatie’ en ‘levenswijze’. Als ik vrienden hoor praten over hun lief, dan heb ik vaak het gevoel dat ze inderdaad in een ‘situatie’ zitten.   Zelf heb ik tien jaar een situatie gehad. Het was een leuke situatie, met ups en downs, zoals dat nu eenmaal gaat. Mensen zagen ons als het perfecte koppel en dus zag ik dat ook zo. Vanzelfsprekendheid is een dooddoener. En die krijg je als je je te veilig gaat voelen in een relatie. Je denkt “ik ben van straat!” en je gelooft dat, nu je hem of haar hart veroverd hebt, dat voor altijd is. Dat je er verder geen moeite meer moet voor doen. Je leunt lekker achterover in de zetel en kabbelt samen zelfgenoegzaam verder. Het bed, dat vergeet je.   Bedenk: veiligheid is een illusie. Je hebt geen controle over je partner. Hij of zij kan altijd verliefd worden op iemand anders.   Zich aangetrokken voelen tot iemand anders. En waar ligt voor jou de grens? Waarom vinden we het oké als onze beste vriendin nog andere vriendinnen heeft maar maken we er een drama van als ons lief anderen ook leuk vindt? Want geef toe: meestal hoeft hij of zij ons niet eens “lichamelijk” te bedriegen. Het denken aan iemand anders, beschouwen we vaak al als ontrouw. Zoals Esther Perel het erg mooi verwoordt: “…want de erotische huivering is zo intens dat de kus die je maar in gedachten geeft zo krachtig en betoverend kan zijn als uren daadwerkelijk vrijen.”   Dat brengt me bij het volgende punt. Waarom mag onze partner enkel ons leuk vinden? Heb je er al eens over nagedacht hoe dat komt? Hoe kinderlijk dat verlangen naar monogamie eigenlijk is? Het is namelijk een verlangen dat stamt uit onze kindertijd[1]. Als kind had je – als het goed was – de onvoorwaardelijke liefde van je ouders. Alles wat je deed was superfantatisch. Je stond bovendien altijd in het middelpunt van de belangstelling. Je ego werd gevoed. Groeide en groeide tot een bijna kwaadaardig gezwel. De geboorte van een broertje of zusje liet je even wankelen, zorgde voor een deukje in je ego. Jaren later zoek je in een ander wat je mist uit je kindertijd. Onvoorwaardelijke liefde voor jou “zoals je bent”. En het liefst ook alleen voor jou. Nu je zelf kan kiezen, is er geen plaats voor “broertjes” of “zusjes”.   Verder is monogamie een voorbijgestreefde begrip, in het leven geroepen om economische redenen. Zoals Esther Perel het in haar TED-talk treffend zegt: “Het was belangrijk dat een man wist welke kinderen van hem waren, zodat er later, bij zijn overlijden, geen discussie mogelijk was over voor wie de koeien nu waren.” De vrouw was economisch afhankelijk van haar man: zij bleef immers thuis voor de kinderen terwijl hij de kost ging verdienen.   Vind je het niet op zijn minst opmerkelijk dat vandaag bijna alles in overvloed kan? Dat er zoveel overconsumptie is? Alles mag beter en meer zijn behalve onze relaties. Terwijl liefde nu net een oneindige bron is waar in principe iedereen uit kan putten, moest ons ego niet zo in de weg staan.   Ik ben bevriend met een koppel dat al jaren polyamoreus leeft. Aanvankelijk waren ze monogaam. Zij voelde na tien jaar dat het niet helemaal klopte voor haar. Ze voelde zich regelmatig aangetrokken tot andere mannen terwijl de liefde voor haar man onveranderd bleef. Hun relatie ging niet slecht. Het kon alleen beter. Dus praatte ze er met hem over. De relatie werd in vraag gesteld. Daar is lef voor nodig. Het werd het begin van een nieuw hoofdstuk. Natuurlijk is dit niet zonder slag of stoot gegaan, maar ze besloten ervoor te gaan. Ze herschreven hun huwelijksbeloften en groeiden samen naar een rijkere manier van zijn   Wat zij aanhalen als de grote voordelen zijn: Je moet gewoon open praten met elkaar. Soms is dat moeilijk. Natuurlijk voelen we ons soms jaloers, maar dat is allemaal bespreekbaar. Alle gevoelens mogen er gewoon zijn. Op die manier leer je elkaar op een veel dieper niveau kennen. Je krijg continu een spiegel Soms zal je je bijvoorbeeld onzeker voelen: “Is zij mooier dan ik? Is ze leuker dan ik?” Door daar met je partner over te praten, zul je vaak merken dat die onzekerheid uit jezelf komt en dat het niet je partner is die de onzekerheid in jouw hart voedt. Je leert minder afhankelijk te zijn van de ander en meer vertrouwen te hebben. Hieruit kunnen we besluiten dat we veel ruimer gaan denken en onszelf veel ruimer kunnen ontwikkelen. We geven onszelf meer uitdaging.   Daar staat tegenover dat we regelmatig ook tijd nodig hebben om alleen te zijn. Om indrukken, ervaringen en gedachten te verwerken en ons weer op onszelf af te stellen.   Hoe zou je het vinden om je helemaal vrij te voelen? Om ook je partner die vrijheid te geven? Bang? Ben je nu niet bang dan? Bang dat hij je misschien bedriegt, dat al je vrienden het weten behalve jij? Ben je niet bang dat zij stiekem innige mails stuurt met een collega die ze elke dag ziet? Stel je je geen vragen als ze de hele avond op haar gsm zit te tokkelen? Af en toe glimlacht zonder dat ze het zelf beseft? Hoe veilig voel je je echt? Hoe zeker ben je van je relatie?   Het gaat er niet om of monogamie of polyamorie beter is. Geen van de beide is perfect. Hou gewoon voor ogen dat we allemaal vrije mensen zijn. We kunnen misschien allemaal op elkaar lijken maar tegelijkertijd zijn we ook erg verschillend. Begrip voor die verschillen en elkaar aanvaarden, dat is waar het in elke relatie om zou moeten draaien. Daarnaast moeten we de ander niet verantwoordelijk stellen voor ons eigen geluk. We kunnen en mogen van de ander niet verwachten dat hij tegelijkertijd ons beste maatje, een tijger in bed, een Jeroen Meus in de keuken en een supernanny is.                 [1] Volgens Esther Perel in het boek “Erotische intelligentie”.

Mandy
11 0

Workshop creatief schrijven voor zakelijke schrijvers

  Beginsituatie: Deelnemers kunnen vlot en helder formuleren. Deelnemers kunnen doelgericht schrijven. Deelnemers weten wat lezersgericht schrijven inhoudt. Leerdoelen: Deelnemers leren hoe ze hun teksten kunnen verlevendigen door: hun schrijfproces creatiever aan te pakken; zintuiglijk en beeldend te schrijven; de schrijffase uit te stellen en (meer) tijd te nemen voor de transformatiefase. Deelnemers krijgen vooraf de vraag om een zelfgeschreven zakelijke tekst (max 1 A4) mee te brengen.   SESSIE Kennismaking Namenrij alfabetisch (5 min) “Ik ook” Deelnemers staan recht. Om de beurt vertelt een deelnemer iets over zichzelf. Bv.: “Ik ben Karen en ik heb twee kinderen.” Als een andere deelnemer ook twee kinderen heeft, zegt die ‘ik ook’ en is hij/zij aan de beurt om iets te vertellen. Als een deelnemer iets over zichzelf vertelt waar niemand ‘ik ook’ kan op antwoorden, mag ze gaan zitten. Het spel is afgelopen als iedereen zit. (10 min) Eerste, korte oefening op zintuiglijk schrijven Denk aan je laatste vakantie. Waar was je? Met wie? Wat deed je? Beschrijf wat je zag, hoorde, proefde, voelde, rook. Schrijf in de tegenwoordige tijd. Max 10 lijnen. (10 min) Enkele vrijwilligers lezen hun tekst voor. De groep geeft feedback: wat deed deze tekst met jou? Wat raakte jou? Hoe kwam dat? (10 min) Deelnemers even laten reflecteren op de vraag: Is er een verschil met de zakelijke teksten die je schrijft? Hoe komt dat? Wie wil, mag zijn antwoord delen met de groep. (5 min) Overzicht van de workshop en inzicht in het creatief schrijfproces Elke deelnemer noteert voor zichzelf de acties die hij/zij onderneemt tijdens het schrijfproces van een tekst. Om het concreet te maken, kan de tekst die ze mee hebben als voorbeeld dienen. Een actie per post-it (5 min) Moderator plakt de post-its in het schema: 9 fasen van een creatief schrijfproces. Moderator geeft mee dat de verschillende fasen best niet door elkaar lopen, maar dat het proces niet lineair hoeft te verlopen. In deze workshop ligt de focus op de transformatiefase en de eerste schrijffase. (10 min)   Enkele technieken om input te genereren door associaties Deelnemers vormen groepjes van 4. (1) Deelnemers krijgen de opdracht om in hun eigen tekst 2 kernwoorden te omcirkelen (moeten zn zijn). Ze geven een woord aan hun linkerbuur en het andere woord aan hun rechterbuur. Deze krijgen de opdracht om binnen 1 min een kettingassociatie te maken van minstens 10 woorden. Het laatste woord van de ketting geven ze terug aan degene die hen het beginwoord gaf. Deze krijgt de opdracht om een woord te bedenken dat de twee woorden verbindt. (10 min) (2) Deelnemers omschrijven in max. 1 zin het onderwerp van hun tekst en schrijven dit in het midden van een A4. Dit blad geven ze aan het groepslid dat nog geen woord van hen kreeg. Deze krijgt 10 minuten om minstens 50 woorden te bedenken die hij/zij associeert met het onderwerp. Hij/zij noteert ze op de A4 en geeft de A4 terug aan de eigenaar. (15 min) (pauze)   Beelden en/of metaforen bedenken Deelnemers krijgen 10 min om op basis van het verzamelde materiaal een beeld of metafoor te bedenken dat hij/zij kan gebruiken in zijn/haar tekst. (10 min) Korte feedbackronde: enkele deelnemers vertellen wat dit hen heeft opgeleverd (5 min). Op zoek naar originele invalshoeken Deelnemers zoeken een partner waar ze nog niet mee samenwerkten vandaag. De partner stelt zoveel mogelijk vragen over het onderwerp van de tekst. Wat zou hij/zij te weten willen komen over dat onderwerp? De ‘bevraagde’ beantwoordt de vragen indien mogelijk. Na 10 min. even tijd nemen om kort de vragen te noteren waar de schrijver zelf nog niet aan gedacht had. Wisselen. (25 min) Free writing (10 min) Deelnemers starten aan een nieuwe versie van hun tekst. 10 minuten doorschrijven. Afsluiter: wat neem je mee? Deelnemers schrijven met dikke stift een woord op een A5 en tonen dit aan de groep. Kort ingaan op deelnemers op hun blad geschreven hebben. (10 min)

KarenC
0 0

Billy Sønderland (5)

Het is de eerste keer dat ze in mijn armen wakker wordt, op een zondag. We liggen in een bedkast, in een hofstede in Remboudsdorp, op het eiland Wulpen voor de Vlaamsche kust. Het is zaterdag 20 juli 1334 en ik heb de godganse dag vlas getrokken op de velden van de Vanderbilts. Mijn pollen zijn stijf. Zij heeft honderden handenvollen samengebonden, na zonsondergang mijn rug gemasseerd, met die jonge handen en wat zeehondenvet.   In de namiddag zullen we de Sincfal overzwemmen, onze kleren in de takken van een duindoorn hangen, om puur op het strand te liggen, tureluurs te volgen in hun vlucht. Dat er iets op komst is, zegt Doesjka, het meisje dat enkele weken geleden als een Russische regenboog uit de wolken kwam gevallen. Een openbaring was het geweest, die verschijning van fris en betoverend poollicht boven een hete zomerduin en hier op dit strand van Cadzand, voelen haar tienertietjes gezwollen aan. We hebben karakollen leeggepeuterd, mosselen op de tong gevoeld en oesters leeggelikt. Ik denk dat ze gaat overgeven.     Lang mag dit sprookje echter niet duren, omdat ze mijn neus dichtknijpt, ik de mond openen moet. Ik voel een ijsblok tegen mijn verhemelte, word wakker, open mijn linker oog en haar lach hangt boven mijn twijfelaar. Haar borstjes kruipen haast uit het witte XXL T-shirt dat haar deze nacht omhullen mocht en ze draagt het zwarte opblaaskroontje weer.   Ben ik iets vergeten? Haar verjaardag blijkbaar. Er knalt een kurk en een scheut champagne vloeit over mijn borst en dartele aardbeien liggen in een tupperwarepotje, te wachten op wat slagroom of een eerste beet.   “Ik neem je mee,” zeg ik haar, “over zeeën en oceanen, naar de monding van de Amazone, om er kleurrijke parkieten, kaketoes te vangen, om ze te pluimen en met hun veren een indianenjurkje voor je te maken, het over die fijne schouders van je te hangen, er je schoonheid, je onschuld mee te verbergen voor mijn dierlijke inborst.”   Ze lacht en ik geef toe dat ik lieg, “gewoon naar Heist, een avondwandeling over het mijnenstrand en dan naar The Old Steamer.”   “Ik wil hem best eens ontmoeten, die Billy,” zegt ze en met een scherp mes snijdt ze het groen van een aardbei, alsof ze een koning scalpeert en hem dan tussen haar tanden de kop leegzuigt.         Aardbeien vóór de storm deel 5 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
1 0

Blauwe pen

Blauwe pen Rineke Dijkstra – Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992   De pubertijd is een periode van grote veranderingen, zowel emotioneel als fysiek. Puberjongens en –meisjes voelen zich kwetsbaar, zelfbewust en ongemakkelijk. Rineke Dijkstra weet met haar reeks pubermeisjes in badpak precies de vinger te leggen op dat ongemak. Het Poolse meisje op dit portret poseert houterig in een stijve contraposto. Maar als kijker maakt het beeld je ook ongemakkelijk. Het meisje kijkt je recht aan en je kunt niet anders dan haar ook aankijken. Het voyeuristische gevoel wordt benadrukt door de hoge graad van realisme van de foto en het levensgrote formaat. Het realisme is een gevolg van de fotografische techniek die Dijkstra toepaste. Door een frontale flits te gebruiken wordt het meisje sterk uitgelicht ten opzichte van de achtergrond. Alle imperfecties zijn zomaar voor iedereen te zien.   Sergey Brakov: Sasha Kinderportretten zijn van alle tijden. Al in de zeventiende-eeuw werden kinderen geportretteerd als kleine volwassenen. Op 17de-eeuwse portretten zie je ze afgebeeld tegen een effen achtergrond. Hun pose is meestal een beetje stijf, ze hebben hun zondagse outfit aan en er is geen spoor van een glimlach te bespeuren. In die zin sluit Brakov met dit portret aan bij een kunsthistorische traditie. Sasha’s leeftijd stemt duidelijk niet overeen met de volwassen uitstraling van haar pose. Maar Brakov gaat nog een stap verder. De jonge Sasha poseert hier niet als een statige volwassene, maar wel als een femme fatale, een 21ste-eeuwse Lolita. Ze houdt zelfs een sigaret aan haar gestifte lippen. Brakovs portret moet je wellicht lezen als een sociale aanklacht. Hij portretteerde namelijk kinderen van Russische ouders die hun kinderen naar een modellenbureau hadden gebracht. Met zijn foto’s projecteerde hij letterlijk en figuurlijk de verwachtingen van de ouders op de kinderen in de portretten.

Marthy
0 0

Billy Sønderland (4)

Het is namiddag, rond drieën, op deze black Friday 28 november 2016 en de zon schijnt zowaar weder, zelfs op de gevel van het hoekhuis aan het begin van de Garenmarkt. Dit is het huis waar vorige generaties Vanderbilt woonden; nu ik. Er is een bistro aan de overkant van dit huis, Bistro Christophe, van Christophe, met kleine tafeltjes op het trottoir, waar ik een plaatsje vind naast enkele toeristische reizigers.   De trein heeft mij teruggebracht, de zak met de zilveren muizen die naast mijn voordeur stond, is verdwenen, ook geen Doesjka achter het raam. Onderweg lag hij voor me, op het oranje tafeltje in mijn wagon, de hartenkoning. “Heeft U ook een geldig vervoersbewijs?” vroeg de conducteur, die zijn rechter wijsvinger tegen zijn rechterslaap hield en daarbij een duim omhoog stak, alsof hij zichzelf door de kop ging schieten.   Ik toonde mijn railpass en stak de hartenkoning in mijn binnenzak, waar hij nu rust terwijl ik een Westmalle Dubbel bestel en onderweg tuurde ik in de richting van het westen, omdat die nietsvermoedende zon daar stond, boven grijze gedrochten, loodsen in de Zeebrugse achterhaven. Als mechanische everzwijnen waren ze daar in de grond aan het wroeten, kranen, bulldozers en werfwagens, die Dudzele en Lissewege onder het gras proberen te rijden, om er bredere bruggen en wegen aan te leggen, waarover ze zullen denderen, vrachtwagens met containers vol brol en biezonderheden, koelwagens met één miljoen kortharige groene kiwi’s, gele neven en nichten, ook uit Nieuw-Zeeland, of tonnen tilapia's, pangasiusvissen en lieve kleine piranha's, morsdood, onder strakgespannen folie en in weer andere dozen steken sinterklaasplastiek, hardhouten fallussen met een metalen onderkant, om flessen te openen, altijd grappig. Hier, in Brugse souvenirwinkels hangen ze, naast valse chocoladetieten en eindelijk verschijnt ze achter mijn raam op de eerste verdieping van de Garenmarkt nummer één.   Doesjka! Ik maak een scholbeweging met mijn glas en kijk toe, hoe ze de beide wreven van beide handen in beide heupen legt, trots haar jonge heupen heen en weer wiegt, een pirouetje draait. Een zwarte opblaaskroon prijkt op het hoofd van mijn teenage queen of spades, Pallas, godin van reine maagdelijkheid. Ze draagt een slobbertrui gebreid door de engelen van de wellust, horizontale strepen, paars, oranje, rood. Het zijn de kleuren van de vlag die prijken zal op ons eigenste eiland, ons nieuwe paradijs ergens in de Noordzee en haar adem blaast damp op het enkele glas. Ze tekent een hartje en ik voel. Ja, hij zit er nog! In mijn binnenzak. Met een zwaard door zijn kop.   De bodem, een slok door mijn strot en dan mijn trap op. Doesjka vleit zich neder in de sofa. Met een duimspijker bevestig ik de kaart die Natascha me toestak, aan de keukendeur. Als Doejska een hand op mijn sleutelbeen legt, een wijsvinger tegen mijn nek wrijft, zeg ik haar dat ik een zakje verse garnalen meegebracht heb, dat ik ze voor haar pellen zal, voorzichtig opbaren zal in de buik van een leeggelepelde tomaat, met wat mayonnaise, peterselie, en dat ik slechts een zoen van haar wil, alvorens ik mezelf vanavond, later, vannacht, onder een milde maan te slapen leg.         Teenage Queen of Spades deel 4 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Verdiend geluk

Ik opende mijn ogen voor het eerst in een koude, vochtige stal. Het was er schemerig; het enige, grijze licht was afkomstig van de slordig met hout dichtgespijkerde ramen. Ik lag op een versleten, muffe handdoek met een onbestemde kleur in een hoek van de grote, tochtige ruimte. Ik rilde; een ijzige wind waaide door de kieren in de deur en de ramen en af en toe streek een kille tocht langs mijn magere lijf. Onder de deur lag een plas water, die alsmaar groter werd door de grote sneeuwvlokken die door de stevige novemberwind naar binnen geblazen werden. Ik hoorde muizen rondscharrelen in het hooi dat in een andere hoek bijeengeveegd was. Ik raakte niet gewend aan het duister en merkte ­- eerder door te voelen dan te zien -­ dat ik niet alleen op de handdoek lag. Overal om me heen voelde ik beweging en hoorde ik de piepende ademhaling van lotgenoten, die zich in dezelfde onaangename situatie bevonden als ik.   Een streep winterlicht gleed over de handdoek en piepende scharnieren van een slecht geoliede deur deden me angstig in elkaar krimpen. Ik huilde zachtjes. Ik hoorde opgewonden kinderstemmen en een sussende vrouwenstem. Een jonge vrouw kwam de stal binnen met een emmer in haar hand. Toen ze de emmer neerzette, bewoog een van mijn lotgenoten naar haar toe en begon gulzig te drinken van het frisse water, waarmee de emmer tot de rand toe gevuld was.   Na een tijdje doezelen, tilde iemand me op en duwde me in een container. De ruimte was veel te klein en al snel hoorde ik gehuil en jachtige ademhalingen. Ik dook weg in een hoekje en kroop tegen één van mijn lotgenoten aan. Mijn instinct zei dat het mijn zusje was. Toen de container plots in beweging kwam, zochten we trillend steun bij elkaar. Ik hoorde geschuifel en het leek of er een gevecht losbarstte in het midden van de trein. Tot mijn ontsteltenis eindigde het voor een van de vechtersbazen niet goed. Ik hoorde een reutelende ademhaling, die alsmaar onregelmatiger werd en uiteindelijk niet meer te horen was. Na wat een eeuwigheid van indommelen en wakker schrikken leek, ging de deur van de container een klein beetje open. Drie grote, stevige mannen schoven een gigantische bak met water naar binnen en gooiden droge broodkorsten de wagon in. Onmiddellijk draaide het uit op een nieuw gevecht, waarbij ook hier weer een aantal van mijn reisgezellen het niet overleefden. Mijn maag rammelde en ik kroop zo stil mogelijk over de vloer van de trein, terwijl ik probeerde zo laag mogelijk bij de grond te blijven en tegen niemand op te botsen. Een aantal keren moest ik noodgedwongen flink van me afbijten. Ik grabbelde wat broodkorsten bij elkaar en kroop, op dezelfde manier als ik gekomen was, terug naar mijn zusje in de hoek van de vieze, donkere container.   Dagen, weken of misschien zelfs maanden later, waarbij één keer per dag water en broodkorsten de trein ingeduwd werden, werd de deur van de container volledig opengegooid. Ik kneep mijn ogen dicht tegen het felle zonlicht dat de trein binnenstroomde. Toen ik om me heen keek, zag ik een ware veldslag. Er waren niet veel overlevenden.   Alles was nieuw: de geuren, de kleuren, de geluiden. Ik werd bij mijn zusje geplaatst. Ze zat te trillen van angst. Ik ging naast haar zitten en leunde tegen haar aan, hopend dat ik haar zo kon zeggen dat alles in orde kwam. Ik was een optimistisch iemand. Ik zag overal het goede in. Zo zag ik dat de zon stralend door de ramen scheen en de ruimte in een zomerse gloed liet baden. Ik zag een straat met vrolijk babbelende mensen en kinderen, die dubbel zoveel afstand aflegden als hun ouders door een eind voor hen uit te rennen en dan zo snel mogelijk terug te sprinten. Van plezier kraaiende baby's werden voortgeduwd in wandelwagentje, terwijl ze met hun tot knuistjes gebalde handen in de lucht zwaaiden, grijpend naar loom voorbijvliegende hommels en sierlijk voorbijfladderende vlinders. Honden snuffelden aan alles wat hun pad kruiste en bekeken iedere voorbijganger van top tot teen. Zo donker de koude winter in Slovenië was geweest, zo vrolijk en warm was de zomer in mijn nieuwe wereld.   De lichte, glazen deur, die uitgaf op de drukke winkelstraat, werd opengeduwd en een vrouw en drie kinderen kwamen de ruimte binnen. Aan de balie werden ze begroet door een dikke man, met vettig haar. Hij sprak ons altijd heel vriendelijk toe en liefkoosde ons, maar stuurde ook regelmatig een vrouw in een witte jas op ons af. Ze had dingen die ons prikten en een koude dop waar -­ zo leek het tenminste -­ een koptelefoon aan verbonden was. Na een bezoek van de lieve mevrouw voelde ik me altijd ziek en uitgeput. Het duurde dan een aantal dagen voor ik mijn aangeboren optimisme terugvond en terug aan het raam kon gaan zitten om naar de eeuwig interessante voorbijgangers te kijken. Telkens wanneer een kind opgewonden naar me wees en zwaaide, aan de mouw van zijn moeder of vader trekkend, sprong ik juichend in het rond en zwaaide even enthousiast terug, hen in gedachten overtuigend -­ soms zelfs smekend -­ mijn zusje en mij in hun gezinnetje op te nemen. De vrouw, die net binnengekomen was, vroeg of ze even mochten rondkijken. Na een bevestigende knik van de baas liepen ze de ruimte door. Ze begroetten ons allemaal even hartelijk en bleven een tijdje vertederd naar de kleinsten onder ons staan kijken. Langzaam maar zeker kwamen ze dichterbij. Na veel "Oh"'s en "Ah'"s bij andere lotgenoten zag ik de kleine jongen zijn moeder aanstoten en naar ons wijzen. Hij praatte opgewonden, maar zijn moeder kwam maar aarzelend dichterbij. Toen ze ons zag, verzachtten haar ogen echter en ze gaf me een lieve aai. Ik voelde het: dit was ons moment. Ze zouden Zusje en mij meenemen; het was voorbestemd! Veel te snel draaiden ze zich om en verlieten mijn tijdelijke huis.
Toen ik een teleurgestelde blik naar buiten wierp, zag ik de kleine jongen met een zielig gezicht naar me kijken.
 Ik zuchtte, draaide me om en viel in slaap.   Ik schrok op toen de deur openging. "Kom, jongen," zei de vriendelijke, maar kordate stem van de baas, "Ik heb voor jou een thuis gevonden." Ik kon mijn oren niet geloven! We hadden een thuis; een echte thuis! De baas tilde me op en legde me in de armen van de vrouw die eerder op de dag naar ons was komen kijken. Er was nu een man bij, die met een glimlach om zijn lippen zijn hoofd schudde en ons naar buiten leidde.
 Maar toen ik over de schouder van mijn nieuwe mama keek, brak mijn hart. Zusje bleef eenzaam en alleen achter en keek me bedroefd na. Ik worstelde om los te komen, maar de vrouw was te sterk. Ze fluisterde me kalmerende woordjes toe en aaide me over mijn rug. Toen de deur achter ons dichtviel, begon ik zachtjes te huilen. "Vaarwel, Zusje, morgen zal ook jij een nieuwe thuis vinden," zond ik haar in gedachten toe.   Mijn nieuwe gezin bracht me naar een gezellig huis met een grote tuin. Ik genoot van het groene gras, de trampoline en de schommel. Ik maakte kennis met mijn nieuwe zusjes en broers en met mijn nieuwe leven. Ik kreeg een eigen plek om te slapen, met schone en zachte lakens. Kortom, ik kreeg de liefde, waar ik zo hopeloos naar verlangd had en die ik zo hard verdiend had. Met heel mijn hart wenste ik voor Zusje hetzelfde. Terwijl ik tevreden zuchtend rondkeek op de plek waar ik terechtgekomen was, wist ik eindelijk wie ik was: ik was Thor, hond en trouwe viervoeter van een eigen gezin!  

L.C.
0 0