Jill Marchant

Gebruikersnaam Jill Marchant

Teksten

Vanaf de aarde

Kunnen jullie het intussen, leven? Ik tast nog steeds in het duister en ik tast nog steeds in het licht. Ken je dat? Wat er ook gebeurt, soms geven toevallige ontmoetingen, passantenpar hasard de juiste hint. Ze tonen je de weg niet, maar ze verschijnenop je weg. Dat ze er zijn, die gelijktijdigheid, treft. Zo was er eens een archeologe.“Soms zakt de zon in de aarde en wordt net op dat momentde maan opgegraven”, zei ze. Toen vertrok ze.Ze kon aan het licht zien dat het tijd was om te gaan.Ze liet stof achter. “Er is altijd een trilling tussen je voeten en de aarde”, zei een vrouwmet haar ogen toe. Ze zei het aan een groep ontwakende vrouwen.“Zoek die trilling, vind ze.” Ik heb haar gevonden, dacht ik, met mijn ogen toe. Tussen ons trilt ook de energie van de aarde. Als zij beweegt, beweeg ik ook.Soms wordt een veer verliefd op een steen. Maar tussen ons is het anders. Wij zijn eenzelfde soort lichaam. Hielden meteen van elkaar.Ze woonde wel in een andere stam. Waar het goed was.Een soort liefde. Toch.Op een dag kon ze aan het licht zien dat het misschien tijd was. Vroeg? Snel? Of het kan wachten tot een volgend seizoen?Hoe weten wilde ganzen die nu al terugkeren dat het tijd is?Hadden ze in het zuiden de lucht uit het noorden geroken? Aan hun veren gevoelddat het hier winter en lente is, tegelijk? Terwijl het nog moet gaan sneeuwen,want anders vinden de verwarde bijen de weg niet meernaar hun eigen voedselvoorraad. We moeten voldoende nectarbronnen voorzien.Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. Waar we ondertussen staan? En waarom?We moeten ergens beginnen.Ik hield van de volgende ochtenden als tevoren. Ik vertelde waarom.Ik had aan de lucht geroken, ze was langzaam zacht. Winter. Lente.Als zij beweegt, beweeg ik ook.Maar dan nog kreeg ik haar niet overtuigd om op te staan en niet zomoe te zijn – de gevoeligheid van de meeste mensen.De avond heeft een verleden, dat de ochtend zich kan herinnerenof moet doen vergeten. De stam is gebarsten. Er is pijn. Er was een eenheid – nu getekend door een breuklijn. Er waait stof op, zwaar, grijs. Wat valt er?Wat valt er nog op te graven? Wat willen alle geliefden? En nu? Gaat het verder? Waar naartoe?Hoe verklaren we deze liefde aan de hand van de cyclus van de natuur?“Ik ben altijd blij als ik overdag de maan kan zien”, fluistert iemanddie door een burn-out en verdriet heen straalt. Ik ben ook blij voor haar.“Vanaf de aarde groeit alles in de lucht”, zegt iemand die een stralend boeket van haar biologische bloemenboerderij voor me schikt.Ze kent de bodem. Daarom neem ik het van haar aan.Soms moeten we tien keer op een dag opstaan. Wat er ook valt op te graven,vanaf de aarde groeit alles in de lucht. “Waar zijt ge?!”, riep ik vanop de bodem de lucht in. Hoog.“Ik had dit alles aan jou willen kunnen vertellen, papa. Alsof ik ergens nogje goedkeurende blik zoek. Ja. Ik wil graag je ogen terugzien. Al van het momentdat je ze sloot. Zien hoe je kijkt. Van iedereen zag jij mij het vaakst,vanuit je ooghoeken. Je hebt zolang willen weten wat het beste voor mij was.Ik wil je tonen dat ik het nu zelf weet. En ik wil dat je me zegt dat dit oké is …want als ik barsten zie, wil ik ze gewoonlijk lijmen …”Eigenlijk fluistert hij het antwoord heel de tijd. Niet waar hij is, maar:“Het is goed je zo te zien. Je vond jouw soort liefde. Je leeft volop. Voor mijen je moeder erbij. Leef volop.” Gefluister vraagt ‘luister’. Ik luister. Geruisloos.Wat is het geluid van een bloem die openkomt?Beweegt ze zo traag dat wij het niet kunnen horen?Maakt alles wat beweegt niet een minimaal geluid?Een klank waarvan wij de frequentie niet kunnen opvangen? Of we het zeker weten? Ja.Dat denken we. Zo voelt het toch. Wanneer weet je iets zeker? Als je het weet?Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. We wachten.We weten niet altijd waarop, maar we wachten. Beter gezegd: we nemen tijd.Maken minimaal geluid. En toch breken er harten, zo traag dat wijhet niet kunnen horen, maar er wel altijd ergens een klank van opvangen.Wat willen geliefden?Dezelfde weg die omhoog gaat, gaat ook omlaag. Het begin van een cirkelis ook het einde. Is eveneens een begin. Laat het gebeuren.Alles komt in seizoenen. Ook de spullen verdelen. Die zwijgzameoorverdovende bewegingen. Niet willen. Niet weten.Tranen van een mooie man. Van een oogverlichtende vrouw.Tranen van gouden kinderen.Van aan de zijlijn barsten zien. Willen lijmen. Maar niets doen. Durven kijken.En blijven staan. Of we samen? Voldoende aarden?Voor de buitenwereld lijken we rondtrekkende indianen.Elk vertrokken uit onze eigen clan, trekken we afzonderlijk op pad.Naar andere dorpen en nergenshuizen. Met een boodschap. Over een soort liefde.We willen weten of dit mag zijn. Pijlen, perspectieven en windrichtingen verzamelen. Herbekijken dan ons eigen kompas.We komen er toe, in ergenshuizen. Met aarde aan onze trillende voeten.En zij maar zeggen: “Kom je iets vertellen? Hé? Kom je iets vertellen, zal ikeens iets zeggen. Bij mij ging het zo: Pijn, spijt, tijd, slijt.Dus denk er goed over na, weet wat je doet.” In plaats van dat ze luisteren.In plaats van dat ze luisteren naar onze boodschap. Ons gefluister.Naar de bloemen die openkomen. Of we nog altijd? Telkens weer? Genoeg ademen?“Adem in zoals je aan een bloem zou ruiken. Diep, vol. Vertrouw je zintuigen”,klinkt een juiste hint van iemand op de weg. I bless my believers. Ik neem adem.Ik krijg wat ik wil nemen. Leef volop. Tussen ons trilt de energie van de aarde,een soort liefde. Ik heb voor jou gekozen,geliefkozen,geliefde.Wat je ook kiest. Hoe je ook beweegt. In welke vorm dan ook.Hoe dat dan ook klinkt. In mij het geluid van een bloem die openkomt.Als zij beweegt, beweeg ik ook, beweeg jij, mij ook. Ook in het donker. Soms zakt de zon in de aarde.En ook al wordt op dat moment de maan opgegraven, soms duurt de tussentijd.Dat schemerige niemandsland. En toch. Heel eerlijk.Tast ik steeds meer in het licht.Vanaf de aarde groeit alles in de lucht. In welke vorm dan ook.Vanaf de aarde groeit alles naar het licht.

Jill Marchant
0 0

Van hieruit bij je

heb je daar woorden voor? wat zou je stilte zeggen, als ze jouw stem had?   je mag kiezenwat je vertelt   wat zou er gebeurenals we datgene wat je gemist hebt hier voor jou zouden plaatsenheb je daar woorden voor?   ja.   ze zijn:ik wil je kennenmaar je bent al gestorveneen jaar geledenzag ik je slapenvoor de eerste keer in mijn leven geloof ikzag ik jou slapenzou ik over jou wakenuren zat ik bij je, tekende bloemende berken buiten kregen gele bladerengoud, zei jetoen je wakker werdzijn er nog duizend mooie dingen gebeurd   we hebben tranen gekregenwe hebben er niet altijdmaar we hebben er wel gekregenik stak een kaars aande kaars die ik op je kamer wilde laten branden telkens ik bij je waszo kon je zien dat we bij elkaar waren geweestde verpleegster zei voor de veiligheid geen vuur, de rest ben ik vergetenik nam ze mee naar huis en schreef jou: ze brandt, ik ben van hieruit bij jeje schreef terug dat dat goed was   telkens ik de kaars uitblieszag ik de mooiste dansde vrij vloeiende vormen van de rook, bewegingen die onze zielons lijf wenst in dit leven   gouden bladeren vielen van de bomenjij was onderweg, wij waren bij jehet was de tweede keer dat ik je zag slapen – zag ik de mooiste dansje laatste adem hangt hier nog ergens in de luchtje bent al gestorvenmaar ik wil je kennen, mama   dat kanhet volle leven, mocht ik leren, is intens, met inbegrip van de doodimmensons hart kan veelen ik moet niet alles doen wat mijn hart kanmaar ik ga doen wat mijn hart zegthet zou goed kunnen zijner zullen nog duizend mooie dingen gebeuren   het zou goed kunnen zijngoud, zei je

Jill Marchant
8 1
Tip

Wachten op de wens

Il était une fois mais pas deux … est-ce que je peux m'asseoir à côté de vous?zo versiert hij een plek naast mij op een bank aan Mont des Arts hij draagt een crèmekleurig maatpakkeurige schoeneneen rode pochet in zijn poche de poitrineJean, een 94-jarige Brusselaar hij is een vriend van Jacques Brel geweestqui n'était pas un voyou d'ailleurs, zette hij zijn vriendschap kracht bij ken je het standbeeld van ‘t Serclaes op de Grote Markt?– ooit lanceerde een verkoper op de zondagse vogelmarkt het verhaaldat wrijven over de rechterarm van ’t Serclaes geluk bracht.wie het deed zou zeker nog terugkeren naar Brusselen mocht een wens doen –ik ben een schieven architekt, ik heb er nog aan meegewerktaan de wensen, vraag ikoui, si tu veux, geeft hij terug elke derde dinsdag van de maandheeft Jean met twee antieke kameraden een vergadering op het Koningspleinna de réunion houdt hij de goede gewoonte aan naar de benedenstad af te dalenen op de Grote Markt een glas te heffenj'aime bien les bières nobles, zegt hijsoort zoekt soort, zeg ik Brussel rolt over onze tongenune Espagnole des Marolles vendait des caricolesken je dit, kwam je daarce coin, cette rue, die sculptuurzie je misschien wat ik zie, jongelingà regarder à nouveau, zeg ik we lachen, de tijd verstrijkten hij vertrekt, peut-être au revoir mademoisellekeje vous laisse à vos amours later die avond in het licht van de volle maanmaak ik op de Grote Markt bij ‘t Serclaes een wens de volgende de derde dinsdag zit ik op hetzelfde bankje klaarom nog eens te wachten op iemandmet hoopmet de lichtheid van de mogelijkheid om een vervolg een kans te gevenwaardoor de eerste ontmoeting een begin kan zijn van ietsik probeer einden te vermijden de laatste tijd om met hem zijn goede gewoonte aan te houden en samen een edel bier te drinkenom in dat kleine gebaar – le temps d'un tchin tchin – mijn vader te willen zieneen glimps van de 94-jarige Brusselaar die hij had kunnen worden als zijn hart om hem nog een keer te horen zeggenje vous laisse à vos amours oui, si tu veuxde afgelopen maand heb ik iemand een langverlangde kus gegeven de afgelopen maand is Jean jarig geweest94 zou 95 worden, had hij mij verteldik wilde hem feliciterenik blijf een uur en half naar de trappen van Mont des Arts kijkenspeur de horizon af naar een rode pochetfluister peut-être au revoirje vous laisse à vos amours

Jill Marchant
116 9

Sensorgevoelig

Nog vier minuten.De mensenzee stort de stad in.Ik trek tegen de stroom in de trappen van het Noordstation op.Hoe de wind ook waait,we vloeien samen.De man die aan de voet van de ingang accordeon speelt, krijgt enkele euro's in zijn hand gelegd. Hij sluit zijn hand, maakt een zachte vuist, een gebaar van kracht. Deze ochtend oogt vriendelijk. Iemand heeft zonet voor de muziek gezorgd en vooral, voor de mens erachter. Het maakt mij essentieel blij wanneer we elkaar iets meer geven dan ons kleinste kleingeld dat we kunnen missen, dat we niet zullen voelen. Waarom zouden we niet willen voelen? 'Alle kleine beetjes helpen'en toch … in één keer een verwarmende koffie of een maaltijd kunnen betalen, dat ís iéts. Iets is soms even alles.   Voor de man met het draaiorgel die door Brussel trekt, vouwde ik dit weekend een briefje van vijf euro. Hij had mij uit mijn raam zien zwaaien, had gelachen en met zijn handen draaiend rond elkaar in de lucht getoond hoe ik het briefje waardering voor zijn wandelingen vouwen kon. Ik liet het waaien. Origamigeld is een mooie gift. We keken samen hoe mijn bijdrage door de lucht reisde. Het gaf ons de tijd om er samen om te lachen. Een euro zou te snel gevallen zijn. We zouden het niet gevoeld hebben. Nu hadden we tijd. Een moment van uitwisseling tussen het verzenden en het ontvangen. Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelenals we elkaar iets geven.   Tijdens de wintermaanden werd ik steeds gegrepen door zijn vingers die de koude trotseerden. Ook doorheen de donkere dagen speelt de accordeonist 's ochtends solo aan de trappen van Brussel-Noord. 's Avonds dan weer zag ik hem samen met kompanen muziek maken aan het Centraal Station. Zijn accordeon krijgt er gezelschap van een contrabas met twee gele en één rode snaar, een gitaar en een cimbalom. Hoe ze ook besnaard zijn, ze vloeien samen. Er is tijd om iets te geven, iets te voelen, iets door de lucht te laten reizen. Ik vouw een glimlach bij de muziek die we van hen krijgen.   Ik reis in de tijd.Nog drie minuten.Achter mij in de mensenzee zie ik een meisje met een krant in haar handen. Ze leest geconcentreerd de voorpagina terwijl ze verder wandelt. Haar zo te zien brengt me in contact met het gevoel gegrepen te kunnen zijn door iets. Op de voorpagina prijkt zeer terecht steeds weer een artikel over onze planeet, onze aarde en dus ook òns klimaat. Een gevoel van hoop grijpt mij. De voorbije nachten sliepen verschillende verbonden harten in tenten op het Troonplein tijdens Occupy for Climate. Het gegeven dat er 'voor' iets een actie plaatsvindt en al zeker als het de grond die ons draagt betreft, de natuur in ons, de natuur waarin wij zijn, raakt mij. Ik voel me vanochtend door de medemensenzee gegrepen en ik heb het grijpende een hand gegeven. We vloeien samen.   De glazen deur die tot de grote stationshal leidt, is gesloten. Ergens vangt een sensor mijn vorm op. De twee ramen waaruit de deur bestaat, openen zich langzaam. Ze vertrekken vanuit het midden en schuiven elk naar een kant.Nog twee minuten.Van zodra ik voldoende centimeters deuropening detecteer, stuw ik de voorband en het stuur van mijn plooifiets vooruit. Te snel. De sensor is in de war door mijn verschijning en de deuren blijven steken. Te veel prikkels. Een prikkel is nochtans een veranderende omstandigheid in de omgeving van de sensor en dat was ik, maar met te veel impulsen en sensorgevoelig.Nog één minuut.   Ik glip toch gauw door de smalle opening. Meteen ben ik me breekbaar bewust van het feit dat ik als van glas ben, transparant. Dat het meisje dat mij zonder het te weten hoop had gegeven, mij ziet. Ik draai me om, zoek haar. Ik had een beter voorbeeld willen zijn, met respect voor mijn omgeving en diens gevoeligheden. Ik zie haar tussen de geblokkeerde ramen staan. Met haar rechterhand duwt ze rustig de glazen deur verder open. Ze houdt de krant op dat moment in haar linkerhand. Vervolgens wisselt ze van hand, houdt rechts de krant,duwt de glazen deur open aan de linkerkant.Wanneer de deur helemaal open staat, wandelt ze er beheersd door. Ook zij kijkt nog eens achterom, glimlacht tevreden om haar werk, knikt, wrijft in haar handen – nog zo'n gebaar van kracht. Ze is transparant, sensorgevoelig en een voorbeeld.   Zij zal de toekomst hoeden.Wij samen.We vloeien samen.De trein vertrekt.Ik reis in de tijd, door de medemensenzee gegrepen.Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen als we elkaar iets geven.

Jill Marchant
0 0

Moment des arts

met mijn ogen toeluister ik naar zijn ademhalingzwoel zwelt de nachtluchten ik denk aan al mijn liefdes in deze stad   met zijn ogen toespeelt hij met zijn gevoelbij een adempauze kijkt hij naar de volle maan - naar meerkijkt dan vanop de berg naar de kunst achter zijn rug: Brusseldan naar de oprijzende moerasoevers voor zichtrappen waar passanten arm in arm, hand in hand, hand in haarop Mont des Arts op dat moment - een hoogtepunthun blik nog even laten zweven over de benedenstad   een zilveren gloed vloeit over het gouden midden van het panoramavan koper is de soundtrack die hij met zijn ademtochten speeltvoor vele levens vanavondof we nu klimmen of dalen   ik ben de avond daarop rond hetzelfde tijdstip teruggegaanom hem meer te gevendan de munten die ik de avond voordien in mijn portefeuille vondwe herkenden elkaar'je suis revenue pour vous remercier''merci'we glimlachten magnetischeen jongeman danste naar ons toehij bonsde met zijn rechterhand op zijn hart, mouvement du respecten legde tien euro in de instrumentenkoffer, geste doréwij drie met onze handen op onze harten op de trappen waar passanten arm in armgenoten van dat moment des arts onder de volle maan   van zijn mond gleed naar zijn hals een tedere trilling - zo ontstaat het geluid van saxofoonde muzikant blies sterren de stad inze stijgen verder naar het bovenmaanse   ik heb het hem gevraagd en zijn naam en waar en wat hij het liefst en hij zei'op deze hellingmet de lucht tussen onsals ik ze tussen mijn lippen perskan ik mijn onderdak betalen'   in Brusselzwelt zwoel de nachtlucht vol sax

Jill Marchant
0 0

De kleine prinses

Er zit een geheimzinnig meisje recht tegenover mij in metro 5 – richting Erasmus.Ze heeft een paraplu op haar schoot liggen en ze houdt hem stevig vast.Ze kijkt door het raam.Haar opa staat naast haar.Zijn arm rust beschermend op de leuning van haar zitplaats.We staan stil in Beekkant. De metro naast ons komt ook tot stilstand.   “Een slang! Die mevrouw houdt een slang vast!”, roept ze luid.Ze wijst naar de metro naast de onze.Verschillende mensen uit onze wagon kijken benieuwd rond.Haar opa fronst.Metro 5 naast ons vertrekt in de andere richting, naar Herrmann Debroux.Zien speelt zich niet af in dezelfde hersendelen als wetenen er volgt zo’n moment waarbij je je afvraagt of wij nu bewegen, of zij.Het is een optische illusie,een waarneming van onze ogen die onze hersenen anders interpreteren.   Ik denk aan ‘De Kleine Prins’.Hij tekende een boa die een olifant had ingeslikten grote mensen zagen er een hoed in.Ik zie nog hoe de vrouw aan de andere kant van het raamhaar sjaal op haar schoot legt, terwijl de metro vertrekt.   Het kleine meisje friemelt aan haar paraplu.Ze kijkt me guitig aan en ik fluister ‘kapoen’ langs mijn glimlach weg.Opa Frons haalt zijn arm van de rugleuning,legt zijn hand op de paraplu en houdt haar tegen.“Niet opendoen”, zegt hij kort “We zijn er bijna. Nog één halte.”Het kleine meisje kijkt heel even erg beteuterd.Daarna kijkt ze me opnieuw met speelse ogen aan.Ze plooit haar dichtgeklapte paraplu voorzichtig een stukje open.En ze toont me – alsof ze me een geheim laat zien –voorzichtig de prent van een prinses.   Ik denk opnieuw aan de kleine prins.Opa Frons zag 'de hoed'. Hij zag een sjaal en een paraplu.Het kleine meisje zag een boa en verbergt in haar regenscherm geheimen.Zij wilde mij per se, met een zekere urgentie zelfs, nog voor ze uit moesten stappen,de verborgen prinses tonen.Dat had haar opa misschien nog niet goed begrepen.Zien speelt zich immers niet af in dezelfde hersendelen als weten.

Jill Marchant
0 0

Iemand vraagt waarom

“Het was vandaag een goede dag, want het had erger gekund”, zegt iemand. “Ja”, zegt iemand.“Zonder man voel ik mij geen vrouw”, zegt iemand anders. “Dan ben je jezelf nog niet tegen gekomen”, zegt nog iemand anders.   Een vrouw met kroezelhaar wordt wakker en vraagt wat hij net gezegd heeft. Hij herhaalt dat van dat snot. Zij kuist dat snot af en zegt “dankjewel”. Hij kijkt haar aan. Zij kijkt weg. Hij blijft haar aankijken. Zelfs al fluitend blijft hij haar aankijken.   Hij fluit een laaiende sirene na. Of, ik denk toch dat hij dat doet. Er was een politiewagen onze tram voorbij geflitst. Daarom denk ik toch dat hij dat doet, de man met het kroezelhaar. Net daarvoor had hij tegen een slapende vrouw gezegd dat haar kind met kroezelhaar snot had hangen. Al fluitend blijft hij haar aankijken. Deze tram, deze stad vol allene mensen grijpt mij van binnen uit naar de keel.   Een vrouw in kleurrijke gewaden zit te dicht bij me. Het heeft niets met haar te maken. En ik vind de kleuren die ze draagt wel mooi. Ze zit enkel te dicht bij me. Een jongeman met zijn haar in een kuif naar rechts gestreken, draait zijn hoofd naar links. Zo blijft hij een tijdje zitten. Een man met een aktetas zegt dat hij vandaag de neiging heeft om achteruit te vallen. Hij zegt het zomaar luidop in tram 81. Niemand weet tegen wie hij het zegt. Wie hier iets op dient te reageren. En wat juist.   Een vrouw met een roze Iphone praat erg snel. Ze zweert dat ze iemand anders het volgende gaat zeggen, en wel snel: “Ben jij aan het liegen? Weet je, mij moet je niets wijsmaken. Dat ik dat met javel moet kuisen… zal het gaan. Jij wil gewoon echt problemen veroorzaken”. Ergens is iemand het zwarte schaap. En ergens staat een bus onaangeroerd javel. Een Spaanse toeriste die gisteren Brugge bezocht, zegt dat ze alleen zegt wat ze denkt. Dat moet dan veel zijn, denk ik, maar zeg het niet. Een vrouw met een boek op haar schoot stopt niet met praten. Sommige gesprekken zouden moeten gewist kunnen worden.   Anderen dan weer bewaard. Iemand vertelt dat ze in een Worddocument het woord ‘thuisvoelen’ schreef. En dat ze het volgens ‘autocorrect’ verkeerd geschreven had op die manier. Het zouden twee aparte woorden moeten zijn. En volgens haar slechts één. Ze vindt thuisvoelen veel mooier zo. Ik ook. Een gladgeschoren dertiger belt naar huis, zegt ‘koekoek’ en dat hij later thuis zal zijn dan gepland. Iemand vraagt waarom. Een vrouw met kort bruin haar zegt nerveus in de telefoon “Ook al ben je bang, toon het niet aan de kat die in de boom klom en er niet meer uit wil. Dat zou projectie zijn. Ken je dat, projectie?” Blijf rustig. Ik kom er aan”. Ik stap de tram uit en blijf rustig. Iemand heeft mij eens geleerd niet te lopen, maar te wandelen over een zebrapad, herinner ik me onvermoed. De sluitende tramdeuren piepen. Ik hoor nog iemand van binnen uit zeggen dat ze van zodra ze kan, ze de ruimte zal gaan klaarzetten. Die zin had ik niet willen missen. Twee blinde mannen wensen elkaar goed thuis.   Het was vandaag een goede dag. Niet om van achterover te vallen, maar gewoon, goed. Al moet ik af en toe mijn keel eens schrapen. En de ruimte, kijk omhoog, kijk maar. De ruimte staat klaar.

Jill Marchant
0 1

Waar leggen we het nu

Afronden. We moeten het afronden. “Als het moet, dan moet het”. Wacht even. Ik vraag me af waarom het moet? Want ze zeggen toch evengoed “Alles mag, niets moet?” Wat klinkt het luidst? Wat echoot, wie fluistert, wie voegt werkelijk iets toe aan de stilte, wie zwijgt? Bon, mijn vragen spartelen tegen en tegenspartelen gaat steeds slechts voor even. Uiteindelijk is het altijd voor ieder een kwestie van accepteren. We moeten dus stillekes afronden.   Nog een vraag. Het komt niet voort uit uitstelgedrag, ik wil het echt graag weten: wat is dat dan, afronden? En hoe doe je dat met iets piekerig, iets dat zich niet laat vangen, dat gloeit, dat waait in de wind en danst op muziek. Kneed ik het het best samen? Het prikt een beetje. En prop ik het zo binnen de lijnen van een cirkel? Ik probeer het eens.   Ik geraak stilaan buiten het afgeronde geheel. Als voorbij een hek waaraan ik mijn kleren scheurde. En ik hoor het nog woelen achter mij. Ik wil dat het stilt. Ik wil dat alles zou kunnen stillen. En dan weer na een tijdje zijn eigen geluid aanneemt. Maar vanaf dan ook steeds weer kan stillen. Als iemand wil dat het stilt.   Zo, het zit er in, in de cirkel. Het is er in gepropt en opgeborgen. Zou het daar nu veilig zitten? Daarbinnen blijft het nog bestaan. En woekeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tenzij het na een tijdje stilt, want iemand wil dat het stilt. Bovendien, waar leggen we het nu. Deze cirkel is slechts schijnbaar rond, er zullen nog vragen komen.   Het zou moeten kunnen doven als een smeulend vuurtje – want het is waar dat het warmte gaf. Neen, want dat het als as uiteen valt, dat wil ik niet. Dat het vervliegt en verdampt, evenmin. Weg is zo... weg. Het zijn geen stappen waarop je kan terugkomen. De theepot 'Himalaya' die we leegdronken, kunnen we er toch ook niet terug uitgieten.   Weet je wat het mag van mij? Het mag zoals een zonsondergang gaan. Mee met de zon onder gaan. En wanneer de zon terug opkomt, zal het er deel van geworden zijn. Want het is waar dat het straalde. En het werpt vanaf nu mee een nieuw licht op de te komen nieuwe dagen.

Jill Marchant
0 0