Nadia Lang

Gebruikersnaam Nadia Lang

Teksten

Leven na de dood

Oef, het was gelukt! Edina slaakte een zucht. Het vlammetje van de kaars die naast het bed stond, flakkerde even op.Eindelijk was ze erin geslaagd zich te ontdoen van dat lamentabele lijf! Al dat gejammer aan haar bed de laatste dagen! En al dat geleuter over hemel en hel!Mensen toch, kijk omhoog, aanschouw het eindeloze universum. Denken jullie nu echt dat er alleen op aarde leven is? Goed, jullie weten niet beter natuurlijk. Ze was opgelucht dat ze zich bevrijd had van dat krakkemikkige omhulsel en zich voortaan met leuke dingen bezig kon houden. Ze moest er nooit meer aan denken tijdig haar medicatie te nemen om dat menselijke lichaam leefbaar te houden, geen pijnlijke toestanden meer, ze moest zich niet meer wassen, zich niet meer afvragen wat ze zou aantrekken, zelfs eten was overbodig. Ze keek schamper naar de restanten die getuigden van haar verblijf hier op aarde en besloot nog even alle mooie plekjes van de aardbol te exploreren, plekjes waar ze wegens de beperkingen van dit aardse stoffelijke lichaam nooit geweest was.Ze had zich het leven hier anders voorgesteld. Maar mensen zaten opeengepakt in drukke steden, vervuilden de lucht, vraten zichzelf ziek of slachtten elkaar af in zinloze oorlogen.Slechts een enkeling had echt van de schoonheid van de blauwe planeet genoten. Even later flaneerde ze over de paradijselijke stranden van Bora Bora, Aitutaki en het Anakena strand van Paaseiland met op de achtergrond de moai in het mysterieuze landschap.  Ze ging naar het reusachtige China en India, zwierf door de poesta’s en de steppes van Mongolië. Nu lichamelijke beperkingen niets meer in de weg stonden, keek ze al uit naar de volgende stop.  Geen berg was te hoog, geen zee te diep. Ze verkende het Andes gebergte, doorkruiste de Kalahari en het oerwoud, inentingen waren overbodig.  Ze knuffelde de witte beren op de noordpool en praatte met de pinguïns op de zuidpool. Noch warmte of koude konden haar hinderen. Ze ging alsmaar verder, alsmaar hoger. Tenslotte besteeg ze Mount Everest zonder gezeul met materiaal of zuurstofflessen en hield halt op het dak van de wereld.Tijd om even te bezinnen, de oververmoeide geest leek op aarde niet tot rust te komen. Ze besloot haar geluk elders te gaan zoeken.Even later zwierf ze weeral verder, doorheen het wolkendek, het oneindige universum tegemoet. De koelte van maan of de hitte zon, ze voelde geen verschil. Ze verliet het zonnestelsel en zocht een ander planetenstelsel op. En nog één en nog één…Nee, haar zoektocht naar gemoedsrust bleek uitzichtloos.Uiteindelijk ging ze nog maar eens en kijkje nemen op Rosea waar alles rozengeur en maneschijn is. Die reusachtige planeet waar een onuitsprekelijk rust heerst, waar iedereen op wolkjes loopt, waar de ene de harp bespeelt, de andere de luit. Saaie boel, maar een geschikte plaats om even tot rust te komen.“Ha, ben je daar weer?” zei Sinte Pieter. Edina negeerde hem en installeerde zich op een roze wolkje.Terwijl ze daar zo zat te mediteren, besefte ze opeens dat ze in haar haast om weg te komen, niet echt afscheid had genomen van de mensen daar op aarde die om haar gaven. Opeens schaamde ze zich. Misschien moest ze nog even terug.Ze bewoog zich al in de richting van de poort maar het donderende stemgeluid van Sinte Pieter weerhield haar.“Waar denk jij naartoe te gaan?”“Ik heb geen afscheid genomen op aarde, ik moet nog even terug.” “Neen hoor,” zei Sinte Pieter, “de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven, jij bent nu een engel, jij hoort in de hemel om Hem lof toe te zingen. Ik laat je geen tweede keer gaan. Wanneer heb trouwens je ouders en al je andere voorouders nog opgezocht?”Mokkend installeerde ze zich weer op haar wolkje. ‘Hem’ had ze nooit gezien. Zingen kon ze niet, het klonk zo vals als een kat en haar voorouders kon ze tot in der eeuwigheid bezoeken. En weeral reispap eten zeker? En dan nog met een gouden lepel, als die in de gele brij viel, had je soms de grootste moeite om hem er weer uit te vissen.Ze hield de poort scherp in het oog , vastbesloten te ontsnappen. Toen een groepje zelfmoordterroristen zich aanboden en meteen hun 72 maagden opeisten, ontstond er een felle discussie met Sinte Pieter. Hij probeerde hen uit te leggen dat ze zich van hiernamaals vergist hadden maar de heethoofden luisterden niet. Sinte Pieter die al sinds mensenheugenis aan zijn stoel gekluisterd zat daar aan de ingang, had heel wat meegemaakt maar toen ze hem begonnen uit te schelden voor racist en varken, besloot hij een schare engelentroepen, ook gekend als de buitenwippers, in te zetten om de gewelddadige ketters buiten te smijten.Er ontstond een enorme chaos en Edina zag haar kans schoon. Stiekem gleed ze van haar wolkje en glipte door de poort.Even later was ze weer op aarde. Nu moest ze op zoek naar haar lijfje want zonder kon ze geen contact leggen met haar geliefden. Ze haastte zich naar haar voormalige woonplaats maar moest tot haar grote ontsteltenis vaststellen dat haar lichaam ondertussen gecremeerd was. De afscheidsplechtigheid was nog aan de gang. Ze daalde neer op de schouder van haar man en zei: ik heb je lief, daarna landde ze op de schouder van haar kinderen en fluisterde: ik hou van jullie. Ze zweefde verder naar haar kleinkinderen en gaf hen een kusje. Niemand reageerde, ze was te laat.Ze bleef nog even naar de afscheidstoespraak luisteren. Ach kom nou, dacht ze, niet overdrijven hé, ik mag dan nu wel en engel zijn, hier op aarde was ik dat zeker niet! Ze zou voor eeuwig rusteloos rondzwerven, tenzij ze gedwee weer naar de Rosea ging.Maar er waren nog zoveel andere planeten te verkennen: Alba waar altijd sneeuw lag en schitterde onder miljoenen sterren, Viridi waar je door eindeloos groene weiden met margrietjes en boterbloempjes kon zwerven, Flavum waar zonnebloemen groeiden zover als je oog reikte of Potissimum waar wezens als ET leefden. Ze besloot voorlopig terug te keren naar Rosea. Daar op haar eigen wolkje kon ze tot rust komen. Er viel altijd wel wat te beleven aan de poort. Ondertussen zou ze de jonggehuwden op aarde in het oog houden en als ze een leuk koppel zag, zou ze weer haar kans wagen als nieuwgeboren aardling. 'Gelukkig is hij die tevreden is met zijn lot, hoe dat ook mag zijn,' beweerde Seneca.Hoe zalig het leven daar op Rosea ook mocht zijn, nadat Edina genoten had van een gezellig samenzijn met haar ontelbare voorouders waarbij al weer tonnen rijstpap verorberd waren, werd ze toch weer ongedurig. Het leven op aarde met dat krakkemikkige lijfje mocht dan niet zo eenvoudig zijn, er viel toch meer te beleven dan hier in de hemelse sferen. De eentonige muziek en het kattengejank begonnen haar de keel uit te hangen en dus had ze zich weer geïnstalleerd op haar roze wolkje in de buurt van de poort. De interviews die Sinte Pieter daar dagelijks afnam, zorgden toch voor enige afleiding. Het was vaak hilarisch om aan te horen welke argumenten de kandidaten opvoerden teneinde hun zonden goed te praten om toch maar een plaatsje op Rosea te veroveren. Velen konden echter niet de juiste papieren voorleggen en werden onherroepelijk geweigerd. Maar nu de winter en dus ook de griepepidemie voorbij waren, was het iets rustiger en begon ze zich weer te vervelen. Misschien moest ze eens gaan praten met Sinte Pieter, er waren tenslotte zoveel moedertjes en vadertjes in spe die elke maand gespannen wachtten op goed nieuws. Al bij al was ze toch een succesvol advocate geweest in haar vorig leven, ze zou die weekhartige grijsaard vast wel weten te overtuigen haar te laten gaan. Ze moest alleen het juiste moment afwachten. Nadat een heel lief jong vrouwtje met een schat van een man voor de zoveelste keer een miskraam kreeg, besloot ze beroep te doen op de weekhartigheid van de oude man om haar toestemming te geven hen te helpen.Sint Pieter kreeg zowaar tranen in de ogen bij haar hartstochtelijk pleidooi en voor hij de kans kreeg een oordeel te vellen, had ze zich al uit de voeten gemaakt. Verdorie, dacht hij toen hij haar nakeek, ik heb me weer in de luren had laten leggen.Negen maanden later werd er een kindeke geboren op aard, lief en schattig, een echt engeltje beweerden de overgelukkige ouders. Ze werd met de beste zorgen omringd en had alles wat haar hartje begeerde. Edina beloonde hen haar lieftalligste glimlach.Een groot onheil verwoestte echter het mooie plaatje toen het gezinnetje het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval waarbij zowel vader als moeder het leven lieten en Edina verweesd achterlieten. Haar lijfje zweefde enkele dagen tussen leven en dood. Omdat ze zo veel pijn had, smeekte ze Sinte Pieter herhaaldelijk haar weer naar Rosea te laten terugkeren. Omdat ze volgens menselijke normen minderjarig was, werd ze bovendien in een pleeggezin geplaatst toen ze weer aan de beterhand was. Dit keer had ze niets in de pap te brokken. Verstoken van echte moederliefde en een leuke papa, bleef ze haar smeekbeden aan Sinte Pieter herhalen. Misschien zei ze, kan je ‘Hem’ overhalen mij tot zich terug te roepen. Maar zowel Sinte Pieter als ‘Hem’ hielden zich stoïcijns doof.Uiteindelijk begreep ze de bewering van Epictetus dat mensen niet lijden door gebeurtenissen of door andere mensen, maar door hun eigen gedachten over die gebeurtenissen en die andere mensen.Edina wacht nu rustig af tot haar tijd gekomen is om zich weer op haar roze wolkje te installeren.

Nadia Lang
0 0

Deadline

Tien luttele dagen om een verhaal te schrijven. Terwijl het mij totaal aan inspiratie ontbreekt.Nog één keer wou ik hier komen.Op deze plek waar ik zoveel mooie zomers doorbracht, hoopte ik mijn gesprek met de muzen weer aan te binden.Op mijn bureautje ligt een wit blad geduldig te wachten in het gezelschap van mijn pen.Soms rimpelt het even bij de aanraking van de wind alsof het zeggen wil, ik wacht, ik wacht op de restanten van jouw schrijversziel.Maar na een lange afwezigheid lag mijn schrijftafel onder een dikke stoflaag en blijkbaar heb ik met mijn stofdoek de laatste restjes van het verleden door het raam uitgeschud. Ik keek ze nog even na toen ze zich bevrijd lieten meevoeren door de wind. Ik keek toe hoe ze zich één maakten met het universum.Ik heb mijn hemelsblauwe jurk aangetrokken, het zou niet eens opvallen als ik met ze meevloog.Het eindeloze zicht op de helderblauwe lucht en het zacht kabbelende water doen mij echter dromen in plaats van te schrijven.Zo vaak was de zee mijn muze maar vandaag ontneemt ze mij alle woorden. Desondanks overspoelen golfjes van geluk mijn lijf en mijn gemoed, ik voel me goed.Ik koester mij in de warmte van de zon, een zomerbries streelt mijn haar, loom geef ik me over aan mijmeringen.Ik hoor een vrolijk kinderstemmetje.‘Kijk eens wat een mooie schelpjes mama.’Onder mij klotsen de golven voorzichtig tegen de rotsen, ook zij willen deze vredige zomerdag niet verstoren.Je moet vandaag niet schrijven, fluisteren ze me toe,morgen misschien of overmorgen,er resten nog 3 dagen.Een zeilbootje verlaat de haven en ik vaar even mee terug in de tijd.Tot het stipje aan de horizon verdwijnt en mijn mijmeringen met zich mee neemt.Nog één keer wou ik hier komen.

Nadia Lang
0 0

Een engel

Met haar kleine gestalte loopt ze een beetje verloren in de drukte.Ik hoor haar iemand vragen waar ze de metro naar Malaga kan nemen.De vrouw reageert niet, waarschijnlijk een toeriste die de taal niet begrijpt.Dan kruisen onze blikken elkaar en ik glimlach:‘Volg mij maar, ik neem de metro naar Malaga.’ Het frêle figuurtje kijkt mij met dankbare ogen aan.  ‘Ik volg als een schaduw, ik zal jullie niet lastig vallen.’   ‘Ik heb zo’n verdriet,’ hoor ik haar opeens zeggen terwijl ze dapper achter mij aan dribbelt.   ‘Hij is een vrouwenloper. Vanochtend is hij gaan vissen. Hij zal wel even schrikken als hij straks vaststelt dat ik er niet ben.’ Ik zwijg, voel dat zij haar hart wil luchten.Ik vertraag mijn pas.   ‘Hij is jaloers op mij. Gisterenavond was er een dansavond. Ik dans heel goed, alle mannen komen mij halen. Hij kan er niks van maar ik heb wel gezien dat hij ondertussen aanpapte met die blondine. Hij heeft haar zonder twijfel zijn curriculum vitae voorgelegd.’ ‘Ik heb zo’n verdriet.’ In de metro installeert ze zich op de bank naast mij alsof we ons leven lang vriendinnen geweest zijn.Ze is zo klein dat tippen van haar voeten amper de grond raken.   ‘Ik weet wel dat hij bij me blijft voor het geld. Hij heeft niks, ik betaal alles. Maar dat deert me niet. Ik heb geld genoeg.’ Wanneer we 20 minuten later Malaga centrum bereiken, ken ik het hele levensverhaal van deze intrigerende ‘poor little rich girl.’Even speel ik met de gedachte voor te stellen haar biografie te schrijven. Op de rambla van Malaga is het druk. Ik voel me bezorgd, bijna verantwoordelijk voor deze fragiele dame.  ‘Ken je hier de weg? Zullen we straks afspreken, dan gaan we samen terug?’ stel ik voor. Maar dan tovert ze een stralende, bijna ondeugende glimlach tevoorschijn, gaat op haar tenen staan en slaat haar armen om mijn nek. Ik krijg zowaar een knuffel en een dikke kus.  ‘Jij bent een engel. Ik had zo’n verdriet maar nu voel ik me beter. Ik ga een zakje noten kopen. Er is een klein winkeltje in de stad waar ze echt vers gebrand zijn, veel lekkerder dan wat ze verkopen aan die toeristische standjes. Ik ben lang voor jou terug.’ Ze maakt een pirouette en verdwijnt kwiek als een balerina tussen de menigte. Tevergeefs probeer ik nog een glimp op te vangen dan de 92-jarige mysterieuze danseuse.Een goed gevoel overspoelt mij.Misschien was het een engel.

Nadia Lang
0 0

Hij zweeg als een graf

Het liep tegen elven toen hij thuiskwam. Muisstil, omdat hij vermoedde dat ze al sliep, sloop hij op kousenvoeten naar de in het duister gehulde woonkamer, schonk zichzelf een slaapmutsje in en plofte voldaan in zijn zetel. Vrouwlief die half ingeslapen op de sofa lag, kwam langzaam overeind. Een vaag odeur van parfum prikkelde haar neusgaten en ze was meteen klaar wakker. Ze meende die geur te herkennen. Of toch niet? Ze gebruikte al jaren geen parfum. Ze knipte de lamp aan en begroette hem met een vlammende scheldtirade.‘Weet je hoe laat het is? Dat is nu al de derde keer deze week. Maar nu is het genoeg. Ik zal je eens vertellen hoe laat het is...’Hysterisch raasde ze verder.Hij zweeg als een graf. Dat was olie op het vuur.Hoe luid ze ook schreeuwde en tierde, hoe hard ze ook huilde, de eindeloze woordenstroom gleed van hem af als een zondvloed van een marmeren grafsteen. Onverschillig aanhoorde hij haar verwijten. Hij maakte zijn glas leeg en verdween zonder ook maar één woord te zeggen naar de slaapkamer. Haar boze woorden galmden nog even door de gang. Toen werd het stil.Ze kroop in een hoekje van de sofa en huilde hartstochtelijk. Ze wou niet naar bed, kon het niet aan naast hem te liggen. Het bed in de logeerkamer was niet opgemaakt.Tranen stroomden over haar verhitte wangen terwijl ze op wraak zon. Ik kan dit niet langer aan, dacht ze. Ik vermoord hem!Ze schrok van deze onverwachte ingeving die maakte dat ze kalm werd. Allerlei scenario’s speelden zich voor haar af. Een vuurwapen had ze niet, een keukenmes zou hij haar zo afhandig maken, bovendien was ze niet zo koelbloedig. Hem verstikken met een hoofdkussen leek ook geen optie. Dan maar gif. Gif, ja, je stapt gewoon de apotheek binnen en vraagt een flesje arsenicum waarop de behulpzame apotheker de gebruikelijke vraag stelt: kent u het gebruik mevrouw?Met de huisapotheek zou het wel lukken: een cocktail van slaappillen, kalmeerpillen, bloeddrukverlagers en nog wat van die antidepressiva die ze een tijdje geslikt had. Ten stelligste af te raden in combinatie met alcohol. Morgen was het hun huwelijksverjaardag, dat vroeg om een speciaal etentje. Hij zou vast beginnen met zijn scotch on the rocks. Als ze de soep niet te vlug opdiende zou hij nog een tweede nemen.Ze zou haar specialiteit bereiden. Een pikant oosters soepje, zijn lievelingskostje.Extra pikant dit keer.Als hij nu maar thuis kwam eten...Suf gepiekerd viel ze uiteindelijk in een fleecedekentje gewikkeld in slaap. ’s Morgens was hij al vroeg weer naar kantoor vertrokken. De onderhandelingen over de fusie was na wekenlang onderhandelen eindelijk een feit. Na de eindeloze besprekingen en de saaie zakendinertjes was hij aan wat rust toe. Bovendien was het vandaag hun huwelijksverjaardag. Hij voelde zich een beetje schuldig, de voorbije weken waren heel stresserend geweest en hij begreep dat ze zich verwaarloosd voelde. Gelukkig had zijn perfecte secretaresse, die de belangrijke data in zijn agenda bijhield, hem er gisteren aan herinnerd en tijdens de middagpauze was hij een flesje parfum kopen. Hij herinnerde zich de geur nog perfect, maar de naam was hem ontsnapt. De gedienstige verkoopster had hem geholpen met enkele teststrips en hij had het onmiddellijk herkend. Tevreden had hij de strip in zijn borstzakje gestopt.Ze had zich echt uitgesloofd. Het decor was perfect; de sfeerverlichting, de zachte romantische muziek, de tafel gedekt voor een tête à tête en de glazen die fonkelden als kristal in het schijnsel van het kaarslicht lieten niets aan de verbeelding over. Ze had zelfs enkele rozenblaadjes gestrooid op de hagelwitte tafelloper. Wie zou vermoeden wat hier beraamd werd.Toen hij thuiskwam, stelde hij opgelucht vast dat ze in de keuken was. Snel moffelde hij het cadeautje onder een kussen. Dat zou hij geven als ze zich na het eten in de sofa nestelden.In de keuken werd hij verwelkomd door de geur van zijn favoriete gerecht. Ze had een sexy jurk aangetrokken en begroette hem met haar verleidelijkste glimlach. Hij kuste haar en bedacht hoe heerlijk ze straks zou ruiken, het zou weer net als vroeger zijn.Terug in de woonkamer zette hij zich met een zucht van tevredenheid in zijn zetel genietend van een scotch en soda. Terwijl Michele Torr zong, emmène moi danser ce soir, schonk hij zich nog een tweede drankje in. Hij zette de stereo iets luider en ging naar de keuken. De soep was klaar. Joue contre joue et serrés dans le noir… Fais-moi la cour comme aux premiers instants… Comme cette nuit où tu as pris mes dix-sept ans… hoorde ze Michele Torr zingen. Ze hield het potje met het dodelijke mengsel boven zijn soepkom die ze net had uitgeschept.Ze schrok zich rot toen ze plots zijn armen om haar heen voelde. Het potje viel ondersteboven in de kom.Flirtons ensemble enlacés dans le noir…“Deed ik je schrikken?” vroeg hij terwijl hij argeloos het potje uit de soep viste.Michèle Torr zong ondertussen haar volgende liedjeQuand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe l'avou je m'emflame, flame, flameEt tampis pour les larmes, larmes, larmes“Zal ik deze alvast meenemen?” vroeg hij terwijl hij aanstalten maakte om de soep mee te nemen.Met vuurrode kaken hield ze hem tegen.“Dat was een potje met zeezout, de soep is niet meer eetbaar. Zullen we maar uit eten gaan?”Hij dacht aan zijn pakje onder het kussen en wat zou volgen.“Ik heb een beter idee, we bellen de uithaalchinees en eten gezellig thuis.” Quand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe me donne corp et âme, âme, âmeEt tampis pour les drammes, drammes, drammes

Nadia Lang
0 1

Marisol

Zoals gewoonlijk heerst er een gemoedelijke sfeer in het Caffè Italiano. In deze gezellige coffeeshop bekijken gehaaste mannen in costuum nog even de financiële kranten, verdiepen jonge gasten in jeans en T-shirt zich in de laatste nieuwsberichten of Facebook op hun smartphone terwijl vrouwen van verschillende leeftijden damesbladen bekijken. Allemaal slurpend van een espresso, cappuccino, ristretto of lungo. Achter de bar verkondigt een reusachtig reclamebord : “Il caffè deve essere nero come diavolo, bollente come l’inferno e dolce come l’amore.” Koffie moet zwart zijn als de duivel, heet als de hel en zo zoet als de liefde.Er staan enkele kleine tafeltjes maar vooral de grote ronde tafels waar je altijd kan aanschuiven voor een kopje koffie zonder verplichting tot enig vormelijk gesprek met andere bezoekers, nodigen uit tot verpozing. Op die manier is er altijd wel een plaatsje ook als je alleen bent. Ik vind het heerlijk hier ’s morgens even halt te houden tijdens mijn ochtendwandeling. Alleen maar toch nooit alleen.Ik vlei me neer aan één van de grote tafels waar slechts één andere gast verscholen achter een krant zit te wachten om bediend te worden. Een handtas neem ik nooit mee, in mijn jaszak heb enkel mijn huissleutels, een pakje papieren zakdoekjes en wat klein geld voor een koffie. In afwachting dat iemand mijn bestelling opneemt begin ik al vast mijn kleingeld te tellen en stel vast dat ik net iets te kort kom. Niet erg denk ik, het is redelijk druk vandaag, even een korte adempauze en dan vertrek ik weer voor mij iets gevraagd wordt. Maar ik voel dat de man aan de overkant van de tafel mij stiekem geamuseerd gadeslaat, waarschijnlijk heeft hij begrepen wat mijn probleem is. Hij legt zijn krant neer, tast in zijn zak en legt wat klein geld voor me op tafel. ‘Nee, nee, dank u’, mompel ik verlegen terwijl ik mijn centjes weer in mijn jaszak stop. Maar dan staat de dienster opeens aan onze tafel met de vraag: ‘Wat mag het zijn?’Als ik wil rechtstaan hoor ik de gulle man aan de overkant zeggen: ‘Twee espresso's graag, voor mevrouw en mij.’ Voor ik enig bezwaar kan maken is ze al weer verdwenen. Wanneer de dienster even later de koffies brengt, neemt de man met een galant gebaar het dienblad van haar over en vraagt mij met een glimlach hem te volgen. En ik volg, als een lam dat naar de slachtbank geleid word. Een beetje verderop zet hij zich een aan tafeltje voor twee. Dit kleine tafeltje in de hoek heeft een intiem karakter en creëert een soort vertrouwelijkheid waar ik me als getrouwde vrouw niet comfortabel bij voel. Ik weet mezelf geen houding te geven tegenover dit intrigerend figuur die mij nog steeds met een vriendelijke maar tegelijk geheimzinnige glimlach gadeslaat. Ik roer driftig in mijn kopje en bestudeer de kringetjes met zoveel aandacht alsof er niets interessanter te beleven valt terwijl ik tracht zijn blik te negeren met zoveel moeite als je alleen maar doet bij iemand die je meer interesseert dan een ander.Hij leunt genoegzaam achterover in zijn stoel en zegt dan: ‘ Ik ben Gino, aangenaam. Mag ik jouw naam weten in ruil voor de koffie?’Gino! Ik had het kunnen weten, een knappe zelfverzekerde Italiaan die mij het hof probeert te maken.‘Marisol’, antwoord ik zo neutraal mogelijk.‘Marisol. Wat een mooie naam! Zee en zon. Heb je altijd hier aan zee gewoond?’‘Geboren en getogen in de stad maar toen mijn man hier een baan aangeboden kreeg, kwamen we aan zee wonen.’Zo weet hij meteen dat ik getrouwd ben en niet geïnteresseerd, denk ik.‘Marisol, Marisol, herhaalt hij nog een keer met zangerige stem alsof hij een melodietje neuriet.Zijn blik, zijn houding, zijn warme stem maken dat ik me meer en meer ongemakkelijk voel. Ik drink mijn koffie en sta op. ‘Nogmaals bedankt, ik moet er weer vandoor,’ zeg ik in een poging om weg te komen, alhoewel mijn pauze in dit etablissement vanwege de aangename sfeer en de rustige muziek meestal veel uitgebreider is.‘Blijf nog even, misschien heeft het lot ons hier vandaag samengebracht,’ zegt hij zacht.‘Ik geloof niet in het lot,’ antwoord ik bijna stotterend.Het is niet het lot dat mij hier vandaag binnen deed gaan, neen ik deed dat uit vrije wil. Uit gewoonte, omdat ik dat leuk vind.Maar iets in zijn houding maakt dat ik me terug neer zet.Het timbre van zijn stem en zijn rustgevende aanblik maken me zenuwachtiger dan ik zou mogen zijn. Het gesprek dat begint met wat vormelijke informatie mondt langzaam uit in een vertrouwelijkheid die past bij ons intieme hoekje. Wanneer ik op mijn horloge kijk, merk ik dat de tijd voorbij gevlogen is. ‘Ik moet er nu echt vandoor’, zeg ik met een beetje spijt in mijn stem.Gino glimlacht, een zelfzekere maar warme glimlach. Hij heeft een scherp gehoor en dat tikkeltje spijt is hem niet ontgaan. En dan ligt plots zijn hand op de mijne. ‘Wanneer zie ik je weer? Ik wil je graag mijn huis in de duinen laten zien, je hebt er prachtig zicht op zee...’Lap, denk ik, dat heb je dan met die Casanova. Ik had het kunnen weten.Terwijl ik mijn jas aantrek zeg ik plagend: ‘Zullen we dat misschien aan het lot over laten?’‘Maar jij gelooft niet in het lot’, zegt hij vriendelijk en zijn hese stem klinkt zowaar bijna smekend. Ik vermoed dat hij acteur is of zanger of misschien is hij gewoon een commediant.‘Maar jij wel. Arrivederci a presto, se il destino vuole.’ (Tot weldra als het lot het wil)Met deze woorden verlaat ik haastig het caffè voor ik me weer door die dwingende ogen laat tegenhouden. Die ogen, zwart als de duivel, die stem heet als de hel en die vleiende woorden zoet als de liefde. Wanneer ik de volgende morgen bij de bakker sta, kijkt Marie de bakkersvrouw mij veelbetekenend aan. ‘Je hebt dus kennis gemaakt met de grote baas,’ zegt ze met een knipoog.Ik trek verwonderd mijn wenkbrauwen op.‘Gino Salvatore,’ zegt ze, ‘de eigenaar van de coffeeshop.‘Oh is hij de eigenaar?’ antwoord ik stomverbaasd en tegelijk gegeneerd alsof ik me betrapt voel. Ach ja! Marie levert de croissants in de coffeeshop.‘Wel, een vriendelijk man hoor, hij bood mij een koffie aan,’ zeg ik nonchalant.‘Weet je, die man is een beetje eenzaam sinds zijn vrouw overleden is. Hij zoekt wel vaker gezelschap in zijn coffeeshop.’ Zo zo, denk ik, het had dus niets te betekenen. Misschien heb ik het me allemaal ingebeeld.‘Hij heeft een prachtig huis in de duinen maar hij zal zich daar nu wel eenzaam voelen zo afgelegen van de wereld,’ zegt ze terwijl ze mijn brood snijdt. Ik betaal het brood. Gelukkig komt er ondertussen een andere klant binnen en kan ik me uit de voeten maken. Ik hoop dat Marie mijn rode kaken niet heeft opgemerkt. Bah, aan zee als er zoveel wind is, hebben wel meer mensen rode kaken. Onderweg naar huis loop ik voorbij de coffeeshop. Neen, niet vandaag, denk ik. Alhoewel, als hij daar vaker een praatje slaat moet hij me al eerder opgemerkt hebben. Misschien zou mijn afwezigheid vandaag veelzeggender zijn dan mijn aanwezigheid en hij komt waarschijnlijk ook niet alle dagen. Tenslotte heb ik hem niet eerder opgemerkt. Ik vraag me af hoe lang hij al weduwnaar is.Ik haal diep adem en ga binnen. Ik besluit me vandaag op een hoge kruk aan de bar te zetten, kwestie van zo onopvallend mogelijk de het gezelschap te bespieden. Mijn poging om onopgemerkt te blijven, valt helemaal in duigen wanneer ik mijn jas uitdoe en hem over mijn stoel wil hangen. Plagerig glijdt hij langzaam van het te kleine leuninkje en wanneer ik hem probeer op te rapen stoot ik zo onhandig tegen de barkruk dat die met veel kabaal tegen de vlakte gaat. Zoveel lawaai blijft hier niet onopgemerkt. Twee behulpzame handen zetten hem weer overeind.‘Destino ha voluto!’ zegt een bekende stem zacht maar triomfantelijk.(het lot heeft het zo gewild)Het schaamrood vliegt nu naar mijn wangen.Even later zitten we weer in ons intieme hoekje. Het huis in de duinen is werkelijk prachtig gelegen. Vanuit de grote ramen heb je een oninneembaar zicht op duinen waar het helmgras zich gehoorzaam buigt onder de strakke westenwind. In de verte ligt het strand. De wind blaast het fijne zand als stof over een gladgestreken laken terwijl de dartele golven hun witte schuimkoppen op het strand gooien. De zee lijkt groen vandaag met slordige zwarte strepen die het spel van de blauwe lucht en de opgejaagde wolken imiteren. Een eenzame vissersboot heeft het ruime sop gekozen en trotseert de golven.Genietend sta ik voor het raam en tuur dromerig in de verte. Het is nu iets iets meer dan een jaar geleden dat ik Gino ontmoette. Die dag in het caffè begon de zon weer te schijnen. Mijn dwaze hart dat niet meer hopen kon, bloeide open als een bloem in de zomerzon. Ik durfde weer te leven. Marie die stiekeme koppelaarster, zij drong er steeds op aan dat ik weer onder de mensen moest komen en de coffeeshop vond ze een uitstekende gelegenheid. Maar ze had gelijk, we zijn nog zo jong, er ligt nog een heel leven voor ons.Een stom auto-ongeval had mij heel jong weduwe gemaakt net als Gino. Samen vonden we de moed om verder te gaan en maakten we een einde aan die lange jaren van troosteloze eenzaamheid.Vanuit de keuken komt de vertrouwde geur van versgemalen koffie mij tegemoet. Ik voel een liefdevolle arm om me heen en warme lippen die zachtjes mijn wang beroeren. ‘Buongiorno mia cara, ben je al wakker?’Elke morgen drinken wij nu samen onze koffie. Zwart als de duivel, heet als de hel en zoet als de liefde.  

Nadia Lang
0 0

Als je nog een jaar te leven had

Verslagen zit ik aan mijn stoel gekluisterd. De woorden van de dokter evaporeren zonder enige betekenis in de kille ruimte. Alleen die ene zin herhaalt zich in mijn hoofd. Je hebt nog hooguit een jaar te leven... Ik kijk van haar weg, mijn oog valt op de grote klok die achter haar aan de muur hangt. Tik tak nog een jaar, tik tak nog een jaar min een minuut. De klok tikt onverbiddelijk verder terwijl zij praat. Nu staat ze op uit haar stoel en komt met uitgestoken hand mijn richting uit, mijn kwartiertje spreekuur is voorbij. Tik tak. Een jaar min 15 minuten. Ik zit nog altijd als bevroren op mijn stoel, voel haar hand op mijn schouder.  ‘Je weet dat je mij altijd mag bellen of mailen als je vragen hebt Edina’, hoor ik haar zeggen. Ja ze noemt me bij mijn voornaam, we kennen elkaar al jaren en zo gaat dat tegenwoordig.  ‘Dank u Erica’, antwoord ik afgemeten. Mijn stem klinkt hol, als van een robot. Mijn ten dode opgeschreven lijf komt langzaam in beweging. Ik neem mijn jas en hoor de robot de dokter nog een prettige dag wensen. Wanneer ik op de straat sta, besef ik niet eens welke richting ik uitloop. Lange tijd zwerf ik door de mij zo bekende straten zonder te beseffen waar ik ben. Doch mijn instinct, of is het de geprogrammeerde robot, brengt me veilig thuis. De frisse wind heeft inmiddels de nevelen in mijn hoofd weggewaaid en ik doe een poging de juiste woorden te vinden om mijn wederhelft te vertellen dat hij het binnen een jaar zonder mij zal moeten stellen. ‘Dag liefje, hoe was het bij de dokter?’ vraagt hij als ik binnenkom. Ik kijk hem aan en glimlach zo waar. ‘Goed hoor, ze had de uitslag van de laatste bloedproeven, ik hoef mijn medicatie niet meer te verhogen.’ Die nacht slaap ik opvallend rustig, alsof mijn getormenteerde lichaam blij is dat de strijd bijna gestreden is. Misschien heeft de robot de controle overgenomen.    Tik tak een jaar min 2 dagen. De volgende ochtend staat er een stralende zon aan de hemel. Wanneer Stef vraagt of er boodschappen gedaan moeten worden zeg ik: ‘Het is zo een mooie dag. Ik heb zin in een strandwandeling. Laat ons naar Wissant rijden, dan gaan we een moules frites eten bij Hedwige en het strand onveilig maken.’ Hij kijkt me verrast aan. ‘Is dat niet te vermoeiend voor jou?’ ‘Neen hoor’, lieg ik, ‘ik heb er echt zin in.’ Zo gezegd, zo gedaan. Tegen de middag zitten we aan ons van ouds vertrouwde tafeltje bij Hedwige en bestellen een moules frites. Ze kent ons nog, we kwamen hier vroeger vaak en we slaan een gezellig babbeltje over het weer en andere wereldproblemen. Daarna gaan we warm ingeduffeld richting zee. Het strand is verlaten in deze tijd van het jaar en ondanks de stralende voorjaarszon is het nog erg fris. Dapper begin ik aan onze wandeling die na nog geen half uurtje inderdaad te vermoeiend blijkt. Met de moed der wanhoop vecht ik tegen de pijn, de strakke westenwind en de opkomende tranen. Tot Stef merkt dat er iets mis is.  ‘Wil je teruggaan liefje, ben je moe?’ vraagt hij bezorgd.  Opeens wordt het me allemaal te veel en verlies ik de controle over mezelf. Ik werp me in zijn armen en begin te huilen als een kind. ‘Ik ga dood, ik ga dood!’ krijs ik wanhopig.  Heb ik daar 24uur over moeten nadenken om het dan zo klakkeloos voor zijn voeten te werpen. Daar staan we dan, als twee verwaaide vogelverschrikkers, ineengestrengeld op dat verlaten strand. Alleen de wind is getuige van onze tranen, onze wanhoop. Stef haalt zijn zakdoek boven en doet een onhandige poging om mijn betraande gezicht af te vegen. Later in het kleine cafeetje vertel ik hem van mijn bezoek bij Erica, de bloeduitslagen en de onafwendbare afloop. Die avond zijn we beiden vreselijk moe en gaan we vroeg naar bed. Ik slaap heel onrustig, gekweld door de meest absurde nachtmerries. Ik zie mijn moeder die ik nooit heb gekend, ik zie papa die vorig jaar overleden is en mij met zijn liefste glimlach wenkt. Mijn grootmoeder en andere bekende en onbekende doden die blijkbaar al op me wachten. Drijfnat van het zweet word ik wakker.    Tik tak, een jaar min 3 dagen.  ’s Morgens aan de ontbijttafel is het opvallend stil. Ik kijk naar Stef die schijnbaar in een nacht 10 jaar ouder geworden is. Net zoals ik bij mezelf vaststelde toen ik deze morgen in de spiegel keek. Zijn lieve, vertrouwde gelaatstrekken zijn die van een getekend man. Hij schuifelt een beetje onrustig over en weer op zijn stoel en vraagt opeens: ‘ga je het ook aan Wout vertellen?’ Ik schud langzaam mijn hoofd. ‘Neen, nog niet.’ Mijn stem klinkt schor. De gedachte van je geliefde gescheiden te worden is verscheurend. Maar hoe neem je afscheid van je enige kind?  Maar er is meer. Veertig jaar zijn we nu getrouwd. Elke blik, ieder woord, het kleinste gebaar, we begrijpen elkaar zonder woorden, onze eigen gebarentaal. ‘Zullen we nu eens eindelijk die reis gaan maken?’ vraag ik. Hij schrikt van mijn vraag. ‘Er is altijd wel een dokter aan boord hoor.’ Ik probeer het luchtig te laten klinken. Stef heeft altijd een passie gehad voor schepen. Ik heb hem dan ook leren kennen in de maritieme wereld waar we beiden werkten. Als jongeman had hij nog wedstrijden gezeild en ook ik was een fervente fan van deze sport. Toen we jonger waren hadden we een boot, dat was onze hobby. Nu we iets ouder zijn beperkt deze hobby zich tot het maken van foto’s van alles wat zich op het water beweegt. Maar een cruise maken dat is onze grote droom.  Neen, niet van die overdreven toeristentoestanden op zo een Costa schip. Echt varen. Het leukste zou het zijn om mee te varen op een cargoschip. Dat kan als betalend passagier maar gezien mijn precaire gezondheidstoestand misschien niet zo voor de hand liggend. Opeens hebben we een doel! Uren lang schuimen we het internet af en boeken uiteindelijk onze droomcruise naar de Noorse Fjorden. We nemen een luxekajuit met een groot balkon. Eigenlijk wat buiten budget maar dit zal onze laatste reis samen worden.   Tik tak, een jaar min 4 dagen Wout belt. ‘Hallo mama, hoe gaat het met je?’  ‘Goed schat, we hebben een cruise geboekt naar de Noordse Fjorden!’ Gelukkig ziet hij mijn verschrikte gezicht niet en de tranen die in mijn ogen opwellen. ‘He tof zeg! Wanneer ga je?’ ‘Al vrij snel, in juni dan zijn de dagen het langst.’ Ik voel me rot, een verrader, een leugenaar, hoe lang kan ik dat volhouden?o ‘Is het goed als we het Pinksterweekend naar zee komen?’ ‘Ja leuk schat, die twee deugnieten van je komen toch ook mee’ ‘Natuurlijk mama, bij oma mogen ze altijd wat meer, dat is altijd feest!’ Met een ‘dikke knuffel’ nemen we afscheid. Ik leg mijn smartphone neer en beging hartstochtelijk te huilen. Gelukkig is Stef niet in de buurt, hij zou weer helemaal van streek zijn.     Tik tak een jaar min 5 dagen Ik heb vorige nacht een besluit genomen. Al sinds mijn tienerjaren droom ik ervan een beroemd schrijfster te worden. Ik ga een dagboek schrijven. Doorheen de moeilijke momenten die mij te wachten staan zal ik alle mooie herinneringen weven. Zodat iedereen waar ik afscheid van moet nemen, zal weten hoeveel ik van hen hield.  Dat zal mijn nalatenschap zijn.          

Nadia Lang
0 0

Schrijversblok

Hulpeloos zit ik voor mijn pc. Een wit blad voor me wacht geduldig om beschreven te worden. Tevergeefs tracht ik me die prachtige zinnen te herinneren die vorige nacht ontsproten aan mijn slapeloze brein. Een angstaanjagende gedachte schiet me door het hoofd. Papa heeft Alzheimer, zou ik…? Nagelbijtend bekijk ik het maagdelijk witte scherm. Ik troost mezelf met het feit dat ben ik nog jong ben, 59 lentes, neen ik heb gewoon last van een schrijversblok. Ik heb al maanden niet geschreven. Nou goed, het wil met niet te binnen schieten. Dus zal ik alvast beginnen met een klaaglied over mijn troosteloze toestand. Dat wil geen kat lezen mens, zeg ik tegen mezelf. Saaie, deprimerende lectuur. Wie zit daar nu op te wachten. Lezers willen drama, opwinding, mysterie, spanning, seks. Nou goed, als ik die zwarte gedachten van me afgeschreven heb, lukt het misschien wel weer. Schrijven is voor een auteur een primaire levensbehoefte zoals eten, drinken of slapen. En kijk, ja hoor, ondertussen staat er een eerste paragraaf voor me. Een nieuw begin, na maanden van inactiviteit. Ik feliciteer mezelf, vastbesloten er morgen aan te beginnen.   Ondertussen heb ik enkele schamele pogingen ondernomen om weer te gaan het schrijven. Twee nietszeggende paragraafjes die het begin moeten vormen van een verhaal dat ik zelf nog niet ken. Misschien ben ik niet eerlijk want wat ik schrijf gaat over mezelf. Ik ken het verhaal dus maar al te goed.  Een onzichtbare sluier heeft mijn creatieve brein bedekt en verhindert de zwarte gedachten te ontsnappen, ik ben er nog niet aan toe mezelf bloot te geven. Maar een onbekende kracht drijft me naar mijn pc en dwingt me te schrijven. Ik wil de sluier wegrukken, het uitschreeuwen, mijn verhaal vertellen. Ik wil mezelf bevrijden uit deze waanzinnige toestand. Waar zal ik beginnen?

Nadia Lang
0 1

Te licht

Al van bij mijn geboorte werd ik te licht bevonden voor deze wereld. Met een gewicht van amper tweeëneenhalve kilo, wekte ik meteen het medeleven op van mijn omgeving. De dokter vertelde dat het beter zou wezen mij een tijdje in de couveuse te leggen. Maar mijn dappere moeder, die negen maanden lang ongeduldig had uitgekeken naar mijn blijde intrede in deze wereld, bekeek de man minachtend en vertelde hem resoluut dat ze het moederhuis niet zou verlaten zonder haar nieuwbakken dochter en dat een kind niet beter verzorgd kon worden dan door zijn eigen moeder, al was dat kleine wicht nog zo klein en mager. Met een blik die duidelijk te verstaan gaf dat ze geen tegenstand duldde, pakte ze heldhaftig haar spullen. Zo werd mij verteld door mijn grootmoeder want mijn moeder verliet mij nog voor ik drie jaar werd. Misschien werd zij, net zoals ik te licht bevonden, te licht voor deze wereld, te licht voor het moederschap. Een ongeneeslijke ziekte werd haar fataal en dus heb ik mijn dappere moeder nooit gekend. Is het omdat ik nooit een voorbeeld had, dat ik twijfel aan mijn moederlijke instinct? Natuurlijk was er mijn fantastische grootmoeder die zich over mij ontfermde. Mijn schijnbaar onschuldige en weerloze toestand, wekte het medelijden op van deze kordate dame die zelf op jonge leeftijd moederloos werd en door haar oudere zussen werd opgevoed. Als kind had ik al snel begrepen dat mijn grootmoeder ondanks haar scherpe woorden en haar strenge wetten, een peperkoeken hart bezat dat ik met mijn grote bruine ree-ogen deed ontdooien als sneeuw voor de zon. Oma’s schijnen nu eenmaal veel toleranter dan mama’s en dat hebben peuters en kleuters begrepen nog voor ze leren spreken. Toen mijn vader enkele jaren later hertrouwde, werd ik overgedragen aan de zorgen van een stief mama. Een jonge vrouw, veel jonger dan mijn vader en dus absoluut onbekend met de grillen van een moederloos meisje dat bij oma altijd het pleit won. Alhoewel het arme mens echt haar best deed, waren mijn tienerjaren niet echt gemakkelijk. Vooral omdat zij ondertussen zelf moeder was geworden van een jongen, ik kreeg dus een broertje, wat haar ware moedergevoelens wakker maakte waardoor ik mij verwaarloosd voelde. Al was ik nog zo jong, ik had al vlug begrepen wat ‘echte’ moederliefde betekende. Ach ja, ze was lief en vriendelijk maar in wezen bleef ze steeds een vreemde voor mij. En papa, tja mannen hebben zulke dingen niet echt door. Of om het met de woorden van mijn grootmoeder zaliger te zeggen: een moeder kiest voor haar kinderen, een man voor zijn vrouw. Ik was amper negentien toen een jongeman verliefd op me werd. Al was de verliefdheid niet echt wederkerig, ik voelde me gevleid dat ik eindelijk het middelpunt van het universum geworden was. Ik zei dan ook zonder aarzelen ‘ja’ toen de onschuldige jongeman mij blozend ten huwelijk vroeg. Bovendien had ik het gevoel dat ik een goede daad stelde. Ik maakte geen deel uit van dat nieuwe gezin, dat ondertussen nog uitgebreid was met een dochter en een zoon en dus konden zij nu eindelijk hun eigen leventje leiden zonder mij. Te licht bevonden als stiefdochter. En toen werd ik verliefd. Ja, voor het eerst in mijn leven. De lieve jongeman die mij bevrijd had uit mijn moederloze thuis, werd zonder pardon gedropt. Als ik er nu aan terug denk, voel ik mij een meedogenloos monster. Te licht bevonden voor het huwelijk. Al snel was ik terug gescheiden en trouwde ik met mijn droomprins. Eind goed al goed, zou je zeggen. Op mijn dertigste werd ik moeder van een zoon. Een wolk van een baby zoals men zegt. Mijn grootmoeder was ondertussen een oude vrouw en mijn stief mama begreep niet echt dat ik op dat moment nood had aan ‘mijn moeder’. Ik had zoveel vragen die niemand voor mij antwoordde. Het leek wel of ik plots alleen op de wereld was, alleen met een baby die mijn aandacht opeiste en geen medelijden of weet had van mijn onervarenheid. Ik verwende hem als een prinsje en meende dat het zo hoorde. Te licht bevonden voor het moederschap.

Nadia Lang
0 0

Gelukzoekers

Wat zet iemand ertoe aan naar het buitenland te verhuizen ? Ik bedoel als je hiervoor geen enkele aanwijsbare reden hebt zoals bv je werk of je geliefde.  Waarom zou je familie en vrienden achterlaten om in een vreemd land met een vreemde taal je geluk te beproeven?  Vanwaar die onrust?  Is het de drang naar avontuur of gewoon verveling?  Om de zin van het leven te vinden?   Om nieuwe mensen te leren kennen en andere culturen te ontdekken? Er zijn duizend vragen en duizend antwoorden.  Michel wil eens wat ‘anders’ doen in zijn leven, hij is het bekrompen België beu. Vooral de koude ongezellige winters, de drukte en de slechte lucht doen hem dromen van een leven in de zon.  Ik verlang vooral naar gemoedsrust, ik hunker naar stilte, vooral stilte in mijn hoofd.  Ons turbulente leven de afgelopen 30 jaar en enkele tegenslagen in het verleden zijn waarschijnlijk geen onbelangrijke factor.   Het blijft natuurlijk een grote stap, vooral als je ouders een dagje ouder beginnen worden of je nog kinderen hebt die wel volwassen zijn, maar je nog niet echt hebben losgelaten. Uiteindelijk beslissen we enkele maanden in Frankrijk te gaan wonen en hier in België een pied à terre te houden. Op die manier kunnen we ervaren hoe het leven daar is maar blijft toch altijd de mogelijkheid naar ‘huis’ terug te keren. Maandenlang hebben we het internet afgezocht naar een geschikte maar vooral betaalbare woning. Tenslotte zijn we geen miljonairs maar jonggepensioneerden met een bescheiden inkomen.   Uiteindelijk valt de keuze op Saint Marsal, een middeleeuws dorp in de oostelijke Pyreneeën, regio Lanquecoc-Rousillon, op ongeveer een uurtje rijden van de kust en van de Spaanse grens.  We huren een klein huisje van een schotse weduwe die daar de wintermaanden doorbrengt maar in de volgens haar te warme zomer Schotland verkiest.

Nadia Lang
0 0

Opleiding

geen

Publicaties

Joske & Marie uitgegeven bij Freemusketeers in april 2012 (pod)
isbn 9789048423507
Joske wordt in 1901 geboren in een eenvoudig gezin en groeit op in Antwerpen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Ze verliest haar moeder op zeer jonge leeftijd, maar is de oogappel van haar vader. Dankzij haar intelligentie en grenzeloze fantasie overleeft ze de moeilijke jaren met Marie, een ingebeeld vriendinnetje. Als jonge twintiger ontmoet ze haar droomprins Edward en enkele jaren later wordt hun liefde bezegeld met de komst van hun zoon Louis. Deze wordt in 1940 verplicht naar Berlijn gezonden om tewerkgesteld te worden in een fabriek. Wanneer ze niets meer van hem horen, besluit Edward naar Berlijn te vertrekken op zoek naar Louis, maar ook hij verdwijnt spoorloos. Zal Joske hen ooit terugzien?
http://shop.lecturium.nl/boek/6954/Joske en Marie