Erwin Abbeloos

Gebruikersnaam Erwin Abbeloos

Opleiding

Ooit heb ik eens deelgenomen aan een workshop creatief schrijven maar zo in een groepje schrijven is niet echt mijn ding. Het gaf me een beetje het chirogevoel van vroeger : je bent erbij zonder erbij te zijn want je kent niemand en er wordt van je verwacht elkaar goed te kennen. No offense, echt waar, maar ik werk liever door observatie en uiteraard een goeie dosis (schrijf)discipline.

Publicaties

Blog : http://erwinabbeloos.over-blog.com/ en artikels in fetisj gay magazines.

Prijzen

Geen enkele prijzen al was het maar gewoon dat ik een schrijfappartement heb in Parijs waar ik 1 à 2 keer per jaar naartoe kan gaan. En dat mijn schrijven zeer gemakkelijk te combineren is met mijn job als leerkracht. En leerkrachten, die hebben toch veel vakantie, neen?

Teksten

Vrouwen en hiv/aids.

Vrouwen in de Strijd Tegen Hiv/aids: Nog Steeds Onderbelicht Al 40 jaar is het aidsvirus bekend, maar de rol van vrouwen in de strijd tegen hiv/aids blijft vaak onterecht onderbelicht. Ondanks het feit dat vrouwen wereldwijd ongeveer de helft van de mensen uitmaken die met hiv/aids leven, krijgen hun specifieke behoeften vaak niet de aandacht die ze verdienen. Het is tijd dat we de situatie van vrouwen met hiv meer onder de loep nemen en hen de zorg en ondersteuning bieden waar ze recht op hebben. De Onzichtbaarheid van Vrouwen met Hiv/aids Volgens de laatste statistieken van UNAIDS zijn wereldwijd twee derde van de hiv-besmettingen vrouwen. In Sub-Sahara Afrika is dit aantal zelfs drie op de vier. Toch wordt er vaak weinig rekening gehouden met de specifieke gezondheidsbehoeften van vrouwen die met hiv/aids leven. Dit heeft niet alleen invloed op de toegang tot informatie, maar ook op de therapeutische ondersteuning die ze krijgen. Het is essentieel dat hiv-medicatie beter bespreekbaar wordt en aangepast wordt aan de unieke situatie van vrouwen. Medicatie en de Verschillen tussen Mannen en Vrouwen Vrouwen hebben specifieke lichamelijke en metabolische kenmerken die invloed hebben op hoe hiv-medicatie in hun lichaam werkt. Zaken als lichaamsgewicht, hormonen, spier- en vetmassa, hartritme en andere aandoeningen moeten in acht worden genomen bij het bepalen van de juiste dosis en het type medicatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de werking van PrEP (Pre-expositieprofylaxe), die varieert afhankelijk van de verdeling van de medicijnmoleculen in het lichaam (vaginaal versus anaal). Ook PEP (Post-expositieprofylaxe) moet soms aangepast worden voor vrouwen die zwanger willen worden. Hetzelfde geldt voor transvrouwen, voor wie hormonale behandelingen invloed kunnen hebben op de keuze van hiv-medicatie. Een belangrijk punt is dat de tolerantie en de neveneffecten van hiv-medicatie vaak veel meer uitgesproken zijn bij vrouwen dan bij mannen. Dit kan variëren van bijwerkingen die het dagelijks leven bemoeilijken tot langdurige gezondheidseffecten die niet altijd goed begrepen worden in de medische gemeenschap. Het Belang van Luisteren naar Vrouwen Er is een positieve ontwikkeling zichtbaar in recente onderzoeken, zoals een enquête van INSERM en AIDES uit 2015 aantoont, waarin veel vrouwen aangaven zich gehoord te voelen door hun arts. Toch is er nog veel werk aan de winkel. Het is belangrijk dat artsen, klinisch seksuologen en andere zorgverleners alert blijven en niet aannemen dat het leven met hiv tegenwoordig gelijkstaat aan leven zonder hiv. De kwaliteit van leven is inderdaad verbeterd, maar vrouwen blijven vaak geconfronteerd met maatschappelijke stigma’s en angst – van seksuele ontmoetingen tot zelfs sollicitaties voor een baan. Daarom moeten we, naast het verbeteren van de medische zorg, ook de sociale en culturele context van vrouwen met hiv onder de loep nemen. Hoe kunnen we hen blijven ondersteunen in het doorbreken van taboes en het verminderen van het stigma rondom hiv? Hoe kunnen we hen blijven empoweren, zodat zij zelfverzekerd kunnen praten over hun hiv-status en de zorg die ze nodig hebben? Vrouwen Empoweren: De Sleutel tot Succes Vrouwen wereldwijd ondergaan nog steeds sociale, politieke, culturele en religieuze ongelijkheden ten opzichte van mannen. Door hen meer actief te betrekken bij klinisch onderzoek en beter te begrijpen hoe hiv-medicatie voor hen werkt, kunnen we hen niet alleen medische voordelen bieden, maar ook hun algehele gezondheid verbeteren. Het empoweren van vrouwen heeft bewezen een positieve impact te hebben op andere vrouwen en kan het algehele welzijn van gemeenschappen verbeteren. Vrouwen moeten niet alleen gezien worden als moeders of reproductieve wezens, maar als volwaardige seksuele wezens die een unieke ervaring hebben met hiv/aids. Deze ervaring verdient respect en aandacht in elk aspect van de zorg. Conclusie De strijd tegen hiv/aids is nog lang niet voorbij, en de rol van vrouwen mag niet langer genegeerd worden. Door hen meer zichtbaarheid en de juiste zorg te bieden, kunnen we niet alleen het hiv-virus beter bestrijden, maar ook de levenskwaliteit van vrouwen wereldwijd aanzienlijk verbeteren. Het is tijd om vrouwen met hiv de steun te geven die ze verdienen – zowel in medische zorg als in de strijd tegen stigma en onwetendheid.   Erwin ABBELOOS, klinisch seksuoloog.

Erwin Abbeloos
1 0

Joost Vandecasteele verlaat Brussel.

Brussel, dat is het lelijke huis dat Verminnen ooit bewierookte. Brussel dat is vuiligheid, viezigheid, ranzigheid en hoerigheid. Brussel, dat is bestuurloos, genadeloos, abbeloos, soms al eens hopeloos en ook al eens grandioos. Brussel, dat is een attractiepark bezaaid met toeristenvallen, trekpleisters, foodketens en biertenten. Brussel lijkt in niets meer op zichzelf en de mensen die aan het roer van het schip staan, hebben haar in haar ziel vermoord. Brussel is een pretpark voor marginalen geworden. De stad is veranderd maar dat ben ik ook. Ik kijk naar de chaos van Brussel met rode mistroostige ogen, met afgrijzen denkend dat het vroeger allemaal beter was – maar zo verzuurd ben ik niet, het was a slip of the tongue. Brussel heeft allang alle charme verloren. Foute burgemeesters, politiek zonder visie, graaicultuur, millenials, schaamteloze toeristen en nonsens bestuur. Dat is Brussel geworden. Ik ken Brussel in elke minuut, ’s nachts en overdag. Ik woon al zolang in de eeuwige kronkels van haar stinkende en rottende ingewanden. ’s Morgens toont ze haar trieste blik bij het ontvangen van de duizenden pendelaars die haar met vuile sokken en aftandse schoenen betreden en vertrappelen. Zielige Vlamingen en Walen die met zwaarmoedige hangende hoofden haar stenen tapijt overlopen naar kelders, bunkers of glazen torens en waar ik liever nooit kom. Loving you is a dirty job but someone’s got to do it. Ik blijf nog een tijdje maar helaas, Brussel, hoe lief ik je ook heb, ik zal ook jouw herinnering binnenkort laten inslapen zoals ik dat met mijn kat Felix de 2de heb gedaan. Ik zal jou laten kwijlen en betijen. Maar altijd aan je denken, in het groot, en dingen doen in het stoemelings (Fragment uit mijn roman: “Doorheen gebroken vensters”).

Erwin Abbeloos
11 0

De komma (herwerkt)

Dit is een herwerkte versie van de lezerstip "De komma" enige tijd terug. De criticus wou meer van "Abbeloos", wel hier is alvast een voorsmaakje. ‘Tien minuten per dag, meer moet het niet zijn.’ Met de palm van haar linkerhand veegde ze het streepje melk op haar bovenlip weg. Dat heb je met hippe koffies van tegenwoordig, dacht ik. Meer schuim dan koffie. De witte koffiemok waarop haar voornaam met krijt in schoolschrift stond geschreven, bengelde gevaarlijk over de tafel. De letter ‘T’ was weggeveegd waardoor ze nu Marine heette. Wanneer ze sprak, spraken haar armen en handen mee en golfde haar lichaam heen en weer. Praten met Martine was als zeeziek zijn, alsof ze zich steeds verdronk in het uitleg geven over iets wat de andere niet leek te begrijpen, en zo het belang van haar eigen spreken extra wou benadrukken. ‘Het staat geschreven in handleidingen, in magazines voor dummies, al dan niet online, of erger, op zelfhulp websites voor eeuwig beginnende schrijvers.’             Ze had geen ongelijk. Ik kreeg elke dag wel een melding in mijn mailbox voor wie droomt van een literaire carrière. ‘Grijp die kans nu!’, ‘Jouw laatste 12 uren als beginnende schrijver gaan nu in!’ en ‘Echt, wil je me nooit meer terugzien? We betekenden zoveel voor elkaar,’ stalkte een ongekende literaire coach me ooit.             Tien minuten discipline per dag, hoorde ik haar woorden nazinderen. Al was het maar een woord, een slordig idee, een zin, een paragraaf, misschien zelfs een hoofdstuk. Tien minuten per dag om te hakken, te knippen, te plakken, te verscheuren of gewoon te zuchten. ‘Ik mag toch iets van jou verwachten, neen? Ik geloof in jou, ik investeer in jou.’ Ik schonk me nog wat witte wijn in, een Chardonnay die me vannacht zuur zal opbreken.              Mijn aandacht verplaatste zich naar een jonge twintiger met een overdosis hyaluronzuur in de lippen en die sashaying à la Ru Paul in divastijl voorbij wandelde. De lange zwarte cape die levenloos over zijn rank lichaam hing oogde goedkoop. Je zag de witte draadjes als lijkwormen uit de naden kruipen. Maar misschien is het een nieuwe mode. ‘Kijk, daar kunnen we gaan zitten,’ riep hij met een hoge mannenstem tegen zijn volger en wees naar een leeg tafeltje aan het venster. Verwijfd, dacht ik bij mezelf maar ik mag die gedachten niet meer hebben. Goedkope hakjes tikten in sneltempo op de houten vloer. Ik merkte de lange witgelakte nagels op, het had iets van een opgepimpte heks. Hij liet een kwetsbare indruk achter maar het leek allemaal gespeeld, de linkerhand rond zijn witte hals accentueerde het drama maar het kwam toch wat jeannetterig over – weer zo’n slechte gedachte. Rond zijn smalle heupen bengelde een minuscuul rood handtasje waar amper een gsm in kon. Hij wandelde alsof hij in het verlengde van de catwalk liep, hoofd en schouders recht, de blik op ongeïnteresseerd en oneindig, de heupen swingden doorheen het hele restaurant. Focus, girl, focus. Hij wilde drama opwekken maar wat zong Liesbeth List ook alweer? “Als je een stuiver bent, speel dan niet voor een piek.” Nou ja, zeg nu zelf, dat soort volk.              ‘Ik ken die gast,’ fluisterde Martine mijn richting uit. ‘Altijd cinema, hij, enfin zij of hen, zegt een rolmodel te willen zijn voor de lgbt-community.’ Een gemeenschap die allang geen gemeenschap meer was, dacht ik. De slinger was er allang doorgeslagen. Er was geen greintje humor meer te vinden in die nieuwe rolmodellen. De regenboogvlag werd in een neoliberaal jasje gestoken – je kon nu ook al sokken met de regenboogvlag kopen bij C&A maar evenzeer ondergoed, pseudo bio t-shirts, sleutelhangers en potloden. Allemaal voor gay rights. De regenboogvlag was het uithangbord van onverdraagzaamheid geworden. Ik bepaal wat jij moet denken of zeggen. Niemand wist nog wat de oorsprong van de regenboogvlag was. De regenboogvlag was een verlengstuk naar het neoliberalisme. Je bent wie ik zeg dat je moet zijn. In 1985 heb ik daar zelfs nog een leuke column over geschreven.             Ik zuchtte. Het waren rare tijden. Ik herinner me een mailtje van Senne Misplon toen ik hem vroeg om te begrijpen wat zijn deelname aan het homofobe en seksistische Slimste Mens ter Wereld kon bijbrengen omdat hij van zichzelf vindt een belangrijk dan wel een voorbeeldfiguur te zijn. Annemie Struyf heeft om die redenen vriendelijk bedankt maar die vindt dan weer dat in interviews nooit gesproken wordt over de leeftijd van mannen, terwijl in datzelfde blaadje Koen Wouters het heeft hoe hij zich als vijftigplusser voelt. Soit. Voor De Slimste Mens werd er blijkbaar uren vooraf gebrainstormd over wat wel wat niet en hoe je iets mag zeggen en vooral welke woorden je kan, je niet kan, mag en vooral niet mag gebruiken. Soit, een hele gebruiksaanwijzing haalde die jongen boven. “Ik heb ze moeten ‘educaten’, antwoordde hij me en ik dacht: voilà, we zijn het kwijt. Ik had geen goesting meer in welke gemeenschap dan ook.  Martine rolde met haar ogen en zette haar koffiemok neer. Ik zag alleen maar een vulgaire travestiet die uit de donkere hoeken van gore sekscinema’s van de jaren ’70 leek te zijn gekropen. Als je de échte transgenders uit het Bois de Boulogne en Montmartre gekend hebt, was dit maar een triest vertoon. De catwalk van de Primark.              De geur van zijn parfum verspreidde zich over het restaurant, ik zag mensen hun servetten voor hun neus houden, kuchen en zwaaien met de handen alsof ze een pikante peper ingeslikt hadden. Het was het soort parfum dat oude mannetjes droegen, babytalk in extra dosis. Achteraan de diva liep een donkere lookalike te tokkelen op haar gsm alsof de wereldvrede ervan afhing. De ober bracht het marginale duo naar het tafeltje aan het raam, de twee vlijden zich neer en kregen de menukaart. De jongeman hield zijn gsm naar boven en nam in nog geen vijf seconden enkele selfies. Het zoveelste duckface pollueerde zonet het internet. Ik hoorde de flashes van het apparaat tot aan onze tafel. De tuitlippen, de prinsesjes ogen, het scheef hangende hoofd, die witte nagels die leken vast te zitten in de haren– of was het pruik, het hoorde er allemaal bij. Na de sessie legde hij het apparaat op tafel, rechtte de rug en de schouders, zwaaide wat met de handjes om zweetdruppels te voorkomen en liet uiteindelijk met een diepe en luide zucht zijn goedkope cape over de leuning van zijn stoel glijden. De man zat nu halfbloot en leek zich niet bewust van enige elegantie of etiquette. Het was allemaal aanstellerij. Goedkope porno in een chique eettent. Ik draaide me terug naar Martine die met haar vingers op tafel tokkelde om het ongenoegen ‘over zo’n mensen’ te benadrukken. ‘Wie voor een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden.’ Sashay away! Waar waren we gebleven, dacht ik en concentreerde me opnieuw op ons gesprek.

Erwin Abbeloos
9 1

Het status van sekssymbool.

Op uw oproep “Wordt u ook boos om dit levenslange stereotypering” kan ik volmondig ja antwoorden, maar onze meningen hierover gaan totaal verschillende richtingen uit. Stereotypering anno 2023 heet cancelcultuur. Cultuurblind zijn. Als het woord “sekssymbool” het vaakst terugkwam in de postuum van Raquel Welch, dan was de actrice – naast actrice zijn – ook een sekssymbool en daar is niets mis mee.  Eva Berghmans in De Standaard schrijft dat zij zich hierbij ongemakkelijk voelt maar ik voel me misselijk en draaierig omdat ik het betreur dat de auteur van de column de actrice en dan vooral de tijdsgeest niet wil of kan vatten, en dit terwijl ook de boeken van Roald Dahl (in de Engelse versie) schaamteloos herschreven worden.  In de jaren ’60 van vorige eeuw was sekssymbool niet alleen status maar ook kracht. Raquel Welch was niet de enige vrouw die zich profileerde als sekssymbool. Ook Brigitte Bardot, Bo Derek, Yvonne Craig, Ursula Andress, Nichelle Nichols, Jane Fonda, Elizabeth Taylor to name a few. In de jaren ’70 van vorige eeuw denk ik ook aan Farah Fawcett-Majors of Jacqueline Smith. Sylvia Kristel, Catherine Deneuve en Debbie Harry. Joan Collins in de jaren ’80. En wat niet te denken van Amanda Lear! Ook Agnetha en Frida van ABBA kregen het etiket sexy opgeplakt en toch schrijven we ook over hun uniek stemgeluid. Herinner u de opmerking over “Agnetha’s bottom” en haar reactie hierop. Allemaal sterke vrouwen die totaal niet zijn wat wokers van hen maken. We kunnen blijven zeuren over het Hollywood patriarchaat van die jaren, alleen komt dat gezeur uit het jaar 2023 en verliest het daardoor de nuances die deze jaren kenmerkte.  Bovengenoemde vrouwen zijn door de hele LGBT+ gemeenschap omarmd, en daarvoor hoef je niet naar Ru Pauls Drag Race te kijken om dat te begrijpen maar gewoon met enige nieuwsgierigheid de LGBT+ geschiedenis te lezen. Deze vrouwen, actrices, zangeressen en performers werden verheven tot status sekssymbool vanwege de kracht die hun status droeg. Sekssymbool zijn in de jaren ’60 is krachtig en had macht over de (hetero)man. Het is hun performance en hun geschiedenis die bijgedragen hebben in diezelfde jaren tot de LGBT+ emancipatie. Deze vrouwen in hun rol van sekssymbool, hebben generaties sterk gemaakt, onderschat de kracht van het sekssymbool niet. Want in tegenstelling tot wokers die o.a. van vrouwen slachtoffers maken, zijn deze vrouwen altijd bewust geweest van hun macht, hun talent en hun vrouw zijn. Zij deden het zonder sociale media. Dat maakt van hen niet minder sterke vrouwen, ik zou zelfs durven schrijven: integendeel. Welch en co hadden het ook nooit over corrigerend ondergoed of corrigerende antirimpel crème. Moeten we dan bij iedere film met Raquel Welch, bij iedere aflevering van Dynastie of bij ieder ABBA-liedje een sticker met gebruiksaanwijzing kleven? Raquel Welch kan het niet meer zeggen en hoewel ook zij geëvolueerd was zoals eenieder in het leven evolueert, is er écht niets mis mee om een sekssymbool te zijn dat een tijdperk kenmerkt. Dit afschilderen als iets waarbij men zich ongemakkelijk voelt en zelf enkel en alleen negatief focussen op dit (positieve) aspect, is een heel tijdperk cancelen en getuigt van niet veel respect voor de persoon in kwestie want ook Raquel Welch was een sterke vrouw. Zelfs in haar bikini. Net zoals Agnetha Fältskog dat is wanneer zij hunkert naar een man na middernacht. Erwin Abbeloos, Brussel.  

Erwin Abbeloos
12 2

Daniel Defert is overleden.

In Frankrijk is op 7 februari de socioloog Daniel Defert gestorven. De naam zegt u allicht niet veel maar als we vandaag onze rechten en onze volmondige inspraak als patiënt bij de dokter en in het ziekenhuis kunnen laten gelden, als gevangenen vandaag ook hun stem kunnen laten horen, hebben we dat ook aan hem te danken. Defert was ook de oprichter van het Franse Aides, de grootste aidsorganisatie in het land. Defert was de compagnon van de Franse filosoof Michel Foucault die op 25 juni 1984 is gestorven aan de gevolgen van aids. Met Foucault richtte hij in 1971 een onderzoekscommissie op over de situatie in de Franse gevangenissen. Duizenden gevangen werden ondervraagd over de erbarmelijke wantoestanden in de gevangenissen. Voor het eerst in de geschiedenis konden gevangenen getuigen over de praktijken die tijdens hun detentie gebruikelijk waren. Defert en Foucault creëerden de mogelijkheid om de eigen regie te voeren onder een machtsstructuur zoals de gevangenis en tekenden hiermee de eerste lijnen om ook de macht in de medische wereld in vraag te stellen.  Na de dood van Foucault, was voor Defert het verzwijgen van de waarheid rond de dood van zijn partner met wie hij gedurende 20 jaar zijn intimiteit, zijn ideeën en zijn politiek engagement deelde, ondraaglijk. Vanuit deze woede en vanuit zijn rouwbeleving, richtte Defert Aides op. “Een manier om met hem (Foucault) te blijven was om te blijven doen wat we altijd al deden: samen handelen.” Rond aids heerste in de jaren ’80 van vorige eeuw een zwaar taboe en dat wou hij doorbreken. Hij creëerde de ruimte en de steun die mensen, betrokken bij of getroffen door het aidsvirus, konden bezetten zodat hun woorden, hun belevenis, hun grieven en pijnen in de maatschappij gehoord werden. Defert brak taboes, haalde muren neer, brak met stiltes en bestreed stigma rond mensen met aids. De macht van medische structuren verhinderde aangepaste en oplossingsgerichte strategieën. Zo ontstond een communautaire benadering waarin alle lagen van de bevolking zich konden profileren als expert van de eigen gezondheid. Patiënten creëerden hun eigen preventiestrategieën daar waar politiek en dokters het terrein verloren hadden. In zijn discours op de aidsconferentie van 1989 in Montréal spreekt hij over ‘le patient réformateur’, een reformateur die tot op vandaag nog steeds vruchten afwerpt, die we moeten bewaken, die we moeten omhelzen in een universele benadering van gezondheid en welzijn, met respect voor iedere gemeenschap. In 1994 was ik 26 jaar, ik leefde in de politieke erfenis van het Franse en vooral Parijse 1968. Ons activisme bracht machtsstructuren van hun sokkel. Ontrafelen, deconstrueren, uithollen, dat moesten we doen. Die machtsstructuren, dat waren (en zijn nog steeds) de politiek, de religie, het onderwijs, de medische wereld, de labo’s, de psychiatrie, het staatsapparaat, de politie, de wet, de media en vandaag evenzeer jouw Facebook, Twitter, Instagram en Tik Tok. In ons activisme gingen we sociologie, recht, psychologie, economie, biomedische en farmaceutische wetenschappen studeren, niet om beleerd en geleerd te zijn, maar om onze lichamen, onze seksualiteit en onze identiteit te kennen, om het dokterstaaltje te begrijpen, om recht te staan en om ons te laten horen. We wisten hoe en welke woorden te gebruiken. We gingen netwerken avant l’heure. We hanteerden de media. Wij waren geen salonactivisten, wij zaten in een raad van bestuur, wij kwamen op straat, wij organiseerden ons in vzw’s, in politiek en in syndicaten. We maakten bondgenoten, we verenigden onze krachten. We maakten lawaai, veel lawaai. We waren ‘le patient réformateur’. En ja, de wereld veranderde.  Deze benadering legde falende politieke en medische machtsstructuren bloot. Homo’s, druggebruikers, transgenders, sekswerkers, migranten maar ook andere minderheden die nooit gehoord werden door de politiek, eisten via Aides – en later ook Act Up Paris – het recht op gezondheid, het recht op medicatie, het recht op seksualiteit, het recht op waardig sterven, het recht op arbeid, het recht op huisvesting op. We streden voor onze liefdes, voor onze levens, voor onze lusten omdat niemand ooit een tweederangsburger mag zijn. We verklaarden de oorlog aan de labo’s omdat we onze medicatie nodig hadden.  15 jaar lang heb ik gewerkt bij Aides. Deze unieke belevenis, onder impuls van Daniel Defert, heeft me geleerd wat activisme is, wie die ‘patient réformateur’ is en heeft me vooral een universele kijk op de wereld bijgebracht. Het is onze plicht om een ‘patient réformateur’ te zijn maar polarisatie en identiteitspolitiek verhinderen ons om in verbinding te staan met de andere. Activisme lijkt vandaag herleid tot her en der een column schrijven of een mening publiceren.  De strijd die Defert tegen aids initieerde blijft een unicum maar we kunnen zijn strategieën hanteren om te strijden tegen racisme en voor het klimaat. We moeten bondgenoten zijn, we moeten stoppen met onderling elkaar af te rekenen op huidskleur, op seksuele identiteit of op genderidentiteit. Een strijd waar mensen en gemeenschappen met de vinger gewezen worden omwille van wie ze zijn, is een strijd van de hele gemeenschap. Een universele gemeenschap. Een gemeenschap die zich verzet tegen een gelijkwaardige gemeenschap is er maar voor het eigen gelijk.  Erwin Abbeloos, socioloog en seksuoloog.

Erwin Abbeloos
41 2

Boenke boenke

Het kostte me alle moeite om doorheen het lawaai het gesprek te volgen. Ze sprak luider dan normaal maar haar woorden ebden als losse flodders weg in de muziek. Ik zag dat ze haar best deed, ze articuleerde alsof het spieroefeningen voor de mond waren en ze zich klaarmaakte om een opera te zingen. Niets drong tot me door behalve het lalalala-deuntje van Kylie Minogue en een krijsend figuur dat met allures van een eurocent meezong. Met haar vork prutste ze op haar bord in een hoopje rijst dat tussen de kleurrijke wokgroenten en enkele feloranje scampi’s gekneld lag. Haar bord was een slordig kunstwerk geworden en ik vroeg me af of de paarse bloem die je altijd bij je maaltijd krijgt eetbaar was. Zoiets durf je niet te vragen. De bewegingen van haar hoofd en het rollen van haar ogen benadrukten wat ze wou zeggen, hoewel ik niets had begrepen. ‘Snap je,’ was het enige wat ik hoorde, waarop ik instemmend knikte. Ze gooide haar vork op het bord, veegde in één beweging het vet van haar volle lippen, nam een slok water en legde voldaan de handen rond haar buik. Ik probeerde me dieper te concentreren, ik probeerde de taal die ze sprak op haar lippen te lezen, haar woorden in betekenissen te ontleden en mijn blik te focussen op haar mond maar ik kon het niet helpen. Ik wist niet wat ze zonet allemaal met zoveel overgave en energie verteld had. Misschien werd ik doof, misschien vielen de connecties in mijn hersenen één voor één uit. Misschien was ik al die tijd onbewust afgeleid door mijn eigen gedachten. Dat gebeurt vaak wanneer mensen het te lang trekken, wanneer de monoloog vervelend wordt, wanneer ze eindeloos over zichzelf blijven doorpraten, zichzelf bewieroken of, kan het nog erger, wanneer ze zich als slachtoffer van al het kwaad in de wereld plaatsen. Dan denk ik aan mijn volgende hoofdstukken, mijn personages, mijn invalshoeken en mijn spanningsboog, waar ik nog kan schrappen, wat ik nog kan herschrijven en welke dynamiek ik aan mijn verhaal kan geven. Mijn mentale afwezigheid van vanavond lag ook aan de irritante ‘boenke boenke’-muziek die eerder op de voorgrond dan op de achtergrond speelde. Wat is het plezier om aan een tafel te zitten, een conversatie proberen te volgen die uiteindelijk uitdraait op een onverstaanbare dialoog en waar je voortdurend een instemmend ja dan neen knikte in de hoop dat al dat geknik in het vertelde verhaal klopte. Het restaurant zat vol, stampvol, wat het converseren evenmin bevorderde. Ik die graag luisterde naar wat gezegd werd aan andere tafels. Vanavond niet dus. Ik probeerde haar golflengte te bereiken met een ‘Smaakt, het?’ maar haar woordenwaterval viel niet stil. ‘Neen maar, snap je?’ ging ze verder en greep opnieuw naar haar vork. Ik knikte ja en gaf mijn bescheiden hoofdbeweging ondersteuning met een diepe ‘hmm hmm’. Boenke-boenke-boenke.

Erwin Abbeloos
52 0

In de supermarkt.

In een vorig leven, werkte ik voor de GB-groep. Het was mijn eerste job, ik had er verantwoordelijkheden, ik was tweetalig, ik zag er best knap uit in dat uniformpje, presentabel zeg maar, in de lijn van wat verwacht werd van een GB-medewerker. Stiptheid was belangrijk, zeer zeker klantvriendelijkheid en ik heb nog steeds in gedachten de tien geboden naar de klant toe. Het was nog geen tijdperk van ‘de supermarkt beleven’ als in een ‘aah-Erlebnis’, als in een retail-orgasme. Klantvriendelijkheid werd verwacht maar je deed het ook omdat in contact zijn met elkaar des mensens is. Niet alleen tijden maar ook de wereld en de wereld van GB – Carrefour is veranderd en lijkt vandaag op niets meer op wat we vroeger zonder morren deden. De supermarkt heeft zijn mojo verloren en het personeel loopt er wat somber bij. Ik stelde me onlangs de vraag: waarom ga ik naar de kassa waar steevast een oudere kassierster zit? Waarom ga ik naar de kassa waar een vrouw van kleur zit? En waarom ga ik niet meer naar de kassa waar een blonde gespierde jongen of een Kardashian-lookalike werken? Ik ken de antwoorden. De oudere kassiersters hebben het nog. Het wat? Hét? Dat contact met de klant, oogcontact ook, die feeling, een woordje over een product dat je koopt – “lekker, die verse kip curry!”, de vraag of je zegels wil voor de potten en pannenactie, zorg dragen voor de te scannen producten, wachten met scannen als de boodschappen niet snel genoeg opgeborgen gaan, het prettig weekend wensen – mét oogcontact dat een glimlach achter het lichtblauwe masker in coronatijden verbergt. De vrouw van kleur is een oase van rust. Omdat ze tweetalig is, rust uitstraalt en altijd een vriendelijk woord heeft. Een gemeend vriendelijk woord. De blonde gespierde jongen spreekt alleen maar Frans (als hij al spreekt) en de Kardashian-lookalike is meer op de gsm/Whatsapp bezig dan me echt op te merken. Echt waar serieus, tokkelen op de gsm én scannen. Is dat een doorslaggevend op sollicitatiegesprekken? Beide profielen scannen aan een allure dat om snelheidsbeperking vraagt. Alles wordt gescand en gescand en gescand – en alles beland in sneltempo via de rolband tegen elkaar opgepropt aan de andere kant. Een kettingbotsing van eieren, spinazie, Sheeba en cava flessen. Allemaal in, op, over en soms door elkaar.  Het zijn tijden! Het gebeurt ook bij Delhaize, iets minder bij Colruyt, en bij Lidl en Aldi is het nog erger maar daar kom ik niet meer. Carrefour zit ergens in het midden. Ik zal er mijn koopgedrag niet naar aanpassen – hoewel ik wel gemerkt heb dat ik al wat meer naar Delhaize ben gegaan. Dan voel ik me de ontrouwe echtgenoot en hoop ik dat mijn lief me niet betrapt op dat ene slippertje.  We zijn het verloren. Enfin, een generatie heeft het niet meer. Wie een beetje sociologie van het werken studeert, begrijpt de veranderingen. Technologie bestaat ook in de supermarkt en zeker ook aan de kassa. Maar ik kan het niet nalaten te denken dat Carrefour en Delhaize nog weinig investeren in het menselijke dat klanten nog zijn, ondanks apps en boodschappen van op afstand te kunnen doen. Een goede vriend die consultant is bij grote namen, beaamt het. “Het is tijd- en winstverlies om te focussen op de klanten.” Nog nooit heeft hij zoveel medewerkers moeten overtuigen om zin in hun werk te geven, iets wat de supermarkt in huisopleidingen hoort te doen, maar niet meer doet. In situ, op de werkvloer en tijdens de werk- en openingsuren, niet in aftandse opleidingslokalen waar talentvolle orators het vuile werk mogen opknappen. Boodschappen doen is een ergernis. Het is een vervelende wekelijkse sleur die ik zo snel mogelijk afwerk. Als ik dat enkel en uniek moment van vriendelijkheid krijg, maakt het mijn ochtend goed. Ik schat nog een 30-tal jaren zelf mijn boodschappen te doen, dan is het aan mensen die vandaag nog niet geboren zijn om mijn boodschappen te doen. Ik heb een compromis met mezelf gemaakt. Ik zal naar de winkel blijven gaan tot de oude kassiersters op pensioen zijn en tot de vrouw van kleur een andere carrière najaagt. Stuur de blonde gespierde jongen naar de Nederlandse les en vraag aan Kardashian de gsm in de omkleedkamer te houden. Het is irriterend, contraproductief, afstandelijk, snobistisch en zéér onbeleefd.

Erwin Abbeloos
0 0

Verloren

Dezer dagen hangen in Brussel Centrum halfgrote affiches, op alle hoeken en de meeste palen, soms met foto’s, soms alleen met tekst, in kleur of zwart wit zoals een goedkope print en waarop mensen hun wanhoop uiten omdat ze iets of iemand verloren hebben.             Of is het verloren zijn?              Snoopy, Punch, Lady en Mirza. Allemaal in de Schildknaapstraat. Verderop, bijna aan het Muntplein, Tijger, Spoetnik, Garfield en Catherine. Een hond, een kat, een viervoeter, een vrouw? Er worden beloningen uitgeschreven maar nergens vermelden de wanhopigen wat die beloning nu juist inhoudt. Het kan 50 euro zijn, dat is een beetje zoals de lotto winnen in een doorsnee gezin dat regelmatig een euro of twee inzet. Voor dezelfde moeite krijg je een doos pralines ‘Made in China’ of een fles goedkope wijn. Erger zijn de schouderklopjes, de ingeoefende tranen en de dank-je-wel-merci-beaucoup beloningen. Daar kan ik écht niet van leven.             Toch blijf ik het vreemd vinden dat mensen Brussel bekladden met zoveel vragen. Aan het Sint-Katelijneplein had ik er ook een tiental opgemerkt toen we afgelopen vrijdag in Restaurant de la Bourse, bij Adil en Sofiane, mosselen zijn gaan eten die er niet waren. Een huisdier, ik kan het nog begrijpen, maar een halsketting? Een portefeuille? Een boek? Een Delhaize boodschappentas? Of zoals vandaag nog: een zetel, een computer, een staanlamp en een paraplu – hartje zomer nota bene!             Het meest vreemde vind ik de hartrubriek in mijn stad van verloren voorwerpen. Een hart, zoals in: ik heb mijn hart aan haar verloren. Maar ook de tijd zoals in: ik verlies mijn tijd. Zichzelf: ik heb mezelf in deze relatie verloren. Het weekend zoals in: ik heb dit weekend niets gedaan, het is een verloren weekend geweest. Een ontmoeting zoals in: wat een tijdverspilling deze date. Een ziel zoals in: ik heb mijn ziel aan de duivel verloren. Een oog zoals in: ik ben hem uit het oog verloren. Een job zoals in: ik ben ontslagen, ik heb mijn werk verloren. Een moeder zoals in: ik heb mijn moeder tien jaar geleden verloren. Punten zoals in: ik heb flink wat punten verloren door mijn onoplettendheid in de klas. Geld zoals in: ik ben in deze weddenschap heel wat geld verloren. Maagdelijkheid zoals in: gisteren heb ik voor de eerste keer seks gehad en het was met die knappe buurjongen maar ik ben zijn naam vergeten. Bij hem heb ik mijn maagdelijkheid verloren. Het hang er allemaal en nog veel meer.             Waar hebben sommige mensen toch het hoofd? Zelfs het hoofd wordt verloren, zoals in: ik wist het niet meer, ik was compleet het hoofd verloren. Lopen die mensen dan verder in het leven zonder een hoofd op hun lichaam? Ik zie ze toch niet, tenzij ze natuurlijk binnenblijven en aan auto-bodyshaming doen.             Als we altijd alles voortdurend verliezen, wat hebben we dan nog over? Waarom dragen we niet meer zorg voor onszelf, waarom letten we niet beter op wat van ons is? Betekent het dat we alles altijd en overal bij anderen verliezen en domweg vergeten weer mee te nemen? Neem nu het meisje dat haar maagdelijkheid is verloren. Gaat ze de volgende dag terug om haar maagdelijkheid weer op te halen? Je ziet dat maagdelijkheid een illusie is, toch?             Gelukkig kan je in de meeste gevallen dat wat verloren is, weer terugvinden. Meestal in een andere vorm, zoals een andere job. Het blijft een job maar het is eens iets anders. Ook een hart kan je terugvinden door iemand anders te ontmoeten. Geld maakt schommelbewegingen en een overleden moeder komt nooit meer terug. Verloren jaren is pure nostalgie, heimwee naar je échte leven. De verloren jeugd behelst een volledige generatie die er wat fluïde en vervelend bijloopt. Saaie mensen, ik zeg het je!             De vergetelheid siert de mens. Vergetelheid vervolledigt de mens. Wat verloren is, is verloren. Wat weg is komt nimmer weer. Berusting heelt. Het is allemaal hernieuwen en herbronnen. Het is eens iets anders uitproberen. Het is leren leven met verlies, ook al is het maar maagdelijkheid.              Veel meer valt er niet over te filosoferen. Ik weet niet hoelang de affiches zullen blijven hangen, ze blijven maar komen en komen. Wat zeker is, is dat je het werkwoord kan vervoegen én met hebben én met zijn. Laten we ook taal koesteren.

Erwin Abbeloos
9 0

Liefde is overal

Liefde is overal Elke maand kruipt ZIZO-redacteur Erwin Abbeloos voor ons in zijn pen. Hij schrijft over het leven, de LGBTI+-strijd, de actualiteit, ouder worden en af en toe ook over ABBA. Voor de column van deze maand kijkt Erwin vooruit naar valentijn en blikt hij terug op de plek die liefde in zijn leven ingenomen heeft.           Schrijven over liefde terwijl alles over liefde al geschreven is. In proza, in poëzie, in scripts. Zingen over liefde terwijl alles al gezongen is. Van pop tot klassiek. Liefde bedrijven terwijl alle liefde al bedreven is. Ach, de liefde. Dé liefde. Ik heb ze bedreven, beschreven, beleefd, bezongen, bewierookt en betraand. Ik heb ze zien aankomen, ik heb ze zien weggaan. Ik heb ze gevoeld, ze heeft me weten te verpletteren. Nu eens was ze opgebrand, dan was ze nergens te zien. Ik heb ze van op afstand beleefd, ik heb ze met één te veel gepleegd en ik heb een keuze moeten maken. Ik ben niet gemaakt voor een driehoeksverhouding. Soms meende ik de liefde te herkennen, soms had ik me vergist en was ze totaal iets anders. Ze heeft me ook bedrogen, beschimpt, verraden en vernederd. Ze heeft me gelukkig ook gekalmeerd, geheeld, gezuiverd, gelouterd. Ik weet dat ze een gemis kan zijn, ze kan ook te opdringerig zijn. Bij de ene doet ze verdomd haar best, bij de andere komt ze niet. Of dat denk je want ze komt altijd en overal. Dat zingt Björk ook in ‘All is full of love’, een liedje uit 1997. Daar staat hoe tot liefde en berusting te komen. Soms zoek je haar, weet je niet waar ze te vinden is, andere keren komt ze onverwacht je leven overhoopgooien. Ze komt in alle vormen, in alle woorden, ze zit in alle settings – van een Grindrafspraakje tot een seksparty. In housewarming parties en beschonken avonden. Ze komt in roze, in wit, in rood en allemaal zachte kleuren. Ook in ruig leer en glimmend latex zit liefde. Ze zit in al wat leeft en beeft, in al wat ademt en beweegt, in al wat hijgt, schuurt en heest.  Dan wordt ze diepe vriendschap. Zomaar. Ineens. Met de jaren. Jij en alleen jij kent ons. Een vluchtige kus wordt intenser dan de vermoeide pornostandjes die met alles en iedereen uitgeprobeerd zijn. Een huis, een omheining, een kat. En jij. In het nu. Praten met je vingertoppen. Liefde spreekt een taal zonder woorden.  Liefde is ook uit elkaar gaan. In ‘Knowing me knowing you’ van ABBA zingt Frida dat uit elkaar gaan het beste is wat ze kan doen. Ze zingt niet dat dat het beste is wat kan gebeuren; ze zingt niet ‘Breaking up is the best thing to do’. Ze zingt ‘It’s the best I can do.’ Zij is het die weggaat. In de jaren ’70 van vorige eeuw dan nog wel, toen het feminisme in een tweede golf streefde naar een gelijkwaardige positie in de maatschappij en seksuele bevrijding. Het laat ook de perfectie van een ABBA-song horen. Alles moet matchen, tot in de details. Lezen, herlezen, schrijven en herschrijven. Weggooien, een stukje overhouden. Dat is schrijven en zo gaat het ook in de liefde. Je houdt er enkel het beste van over. Een breuk is altijd een beetje lijmen en met beetjes groeien.  Wat de liefde ook doet, ze overkomt iedereen. En iedereen verdient ze. Liefde komt wanneer je het leven al aangeraakt hebt, ertegen aan geschuurd hebt, wanneer het niet meer deert, wanneer de scherven nog op de grond liggen. Gebroken glas is ook mooi glas. Wat het met je lijf, je ziel en je huid doet, lees je in ‘Fragments d’un discours amoureux’, van Roland Barthes.  Liefde heeft me in berusting gebracht. Het is een in oneindigheid uitgestrekt landschap met heuvels, dalen en vlakten. Wat de liefde ook doet, ze overkomt iedereen. En iedereen verdient ze. Weet dat, terwijl in de liefde alles al geschreven staat, liefde altijd op een onbeschreven bevlekt blad staat. Il y a de quoi commencer un scénario! 

Erwin Abbeloos
22 1

Duurzaam engagement

Duurzaam engagement. De Vlaamse Vereniging van Studenten heeft een rapport gepubliceerd over het mentaal welzijn bij onze studenten. Uit een grootschalig onderzoek blijkt dat 20% van de ondervraagde studenten psychische problemen heeft die hun welzijn thuis, op school en bij uitbreiding in de samenleving zeer fel beïnvloeden. 17% van de ondervraagde studenten heeft zelfmoordgedachten gehad. Naast het rapport vind je ook het beleidsadvies voor mentaal welzijn met een bundeling van adviezen op vlak van verschillende preventieve maatregelen en wat je als overheid of onderwijsinstelling kan doen om het welzijn van studenten te optimaliseren. Je kan als student of als gewone burger deze regeltjes lezen en opvolgen maar het stramien waarin de adviezen gegoten zijn, mist in mijn ogen een belangrijk element dat even preventief werkt: zelfredzaamheid. Hoe kan ik, als jongere, als student, als burger, mijn zelfbeeld maar ook de zingeving in mijn leven sterker maken? Hoe kan ik de wereld helpen beter te maken? Waar de adviezen vertrekken vanuit geobserveerde negatieve situaties, vertrek ik liever vanuit een positieve, versterkende en krachtige visie op de mens. De geëngageerde mens. De universele mens. De mens die zich duurzaam engageert. Het duurzame engagement. Onrecht bestrijden, het is des tijds. Denk maar aan onze eigen strijd als homofiel, als homoseksueel, als holebi. Vandaag als LGBTI+. Het is niet omdat we deze woorden niet meer gebruiken dat we onze eigen geschiedenis moeten vergeten. Van werkgroepen tot volwaardige vzw’s naar hashtags vandaag. Ik zie nog steeds verontwaardiging maar ik mis daadkracht. Ik zie initiatieven, ik zie acties, bewegingen, hashtags en theaterstukken die na de media-aandacht hun effect verliezen. Ik zie, hoor, voel en ruik woede wanneer de zoveelste betoging onder mijn raam in hartje Brussel voorbijtrekt. Maar ik zie geen duurzaam engagement meer. Ik mis het échte activisme. Het activisme dat lelijk is, dat stoort, dat botst, dat iedereen met zich meeheeft. Het activisme waar je nooit meer slaapt, waar je de macht in de ogen durft te kijken, waar status, huidskleur, taal of gender niet van belang is. Waar structuur is, waar het gaat over iets en waar het niet draait rond één persoon. Waar de persoonscultus niet bestaat. Waar een idee centraal staat, niet de initiatiefnemer. Waar de activist een sociale reformateur is. De échte activist is iemand die zichzelf in de strijd gooit met een solidaire en universele visie op de maatschappij. Iemand die iets doet voor de wereld, niet enkel voor de eigen gemeenschap. Iemand die gevoelig is voor onrechtvaardigheid en waarbij de strijd het eigenbelang overstijgt. Het klimaat is een voorbeeld, net als de strijd tegen racisme een zaak van iedereen is. Een solide engagement geeft je zingeving en versterkt de nood ook om zich nuttig te voelen. Wanneer je je vrijwillig inzet om te strijden tegen iets wat niet alleen jij maar ook de maatschappij als onrechtvaardig ervaart, bijvoorbeeld omdat de politieke antwoorden niet volgen, versterk je je engagement en ga je over tot actie. Wanneer jouw negatieve ervaring wordt belichaamd in een gezamenlijk engagement met gelijkgezinde burgers, creëer je een activisme dat gehoord wordt en duurzaam is. Anders dan safe spaces die in mijn ogen meer stilstand, apartheid, exclusie en isolatie creëren, versterkt het delen van de eigen emoties en ervaringen binnenin een krachtige structuur het engagement. Dan begint het échte werk. Zichzelf blijven informeren, zich verdiepen in studies en misschien zelfs nieuwe woordenschat aanleren. Opleiden en zichzelf opleiden. Kennis is macht. Netwerken en nooit opgeven. Weinig slapen ook. Je geeft niet alleen tijd maar ook ervaring en expertise dat zich misschien al in studies of een professionele activiteit uit. Een sterke structuur is een gezonde structuur waar iedereen elkaar respecteert en waar de cultus rond één persoon niet bestaat. Activisme is geen enkel glamour artikel waard. Activisme is rauw, scherp, alert, hard en soms controversieel, en streeft naar iets wat moet veranderen in een maatschappij. En in een maatschappij wonen we allemaal, dus weg met interviews over zichzelf. Wanneer je je engageert, is vechten voor aparte rechten nooit een oplossing. Politieke waarden binnenin je structuur maken van jouw engagement een sterke sociale beweging. Deze dynamiek kan aangewakkerd worden door een colère bij het aanhoren van bepaalde machtsdiscours in de politiek, de media, de religie of zelfs op sociale media. Iemand die zich duurzaam engageert, is iemand die in alle opzichten ervaring en expertise deelt met het enige doel een maatschappij wakker te schudden en de macht viseert. Iemand die niet polariseert, iemand die niet met holle slogans strooit. Iemand die getuigt, iemand die kennis overdraagt, iemand die de waarheid niet kent maar die in een universeel collectief onrechtvaardigheid bestrijdt en streeft naar gelijkwaardigheid. Zich duurzaam engageren binnenin een sterke structuur geeft voldoening en zingeving. Het is een engagement dat invloed heeft op je eigen leven en het leven van mensen die je niet kent. Je geeft tijd weg die je anders aan je vrienden of je familie zou geven; je geraakt vermoeid en dat kan invloed hebben op je professioneel leven; misschien raakt je gezondheid in de war en het is dan alleen maar de vraag hoever wil of kan je verder gaan in je duurzaam engagement. Je kan strijden voor het klimaat, je kan tegen dierenleed strijden, je kan strijden tegen racisme, je kan ook nuttig zijn bij çavaria. Weet dat zich duurzaam engageren een hele opdracht is. Het blijft een ervaring vol emoties, ontgoochelingen, nieuwe vriendschappen, nieuwe horizonten, soms ook relaties. Het is ook uit je eigen comfortzone gaan. Duurzaam engagement is krachtig maar ook tijdelijk. Je kan snel opgebrand zijn om verschillende redenen wanneer dingen niet vooruitgaan of wanneer de fakkel niet overgenomen wordt door de volgende generatie. Op alles komt slijt, ook op ruw activisme. Tijden evolueren snel en vandaag is duurzaam engagement sterk aanwezig in de digitale wereld. Als je sociale media goed weet te hanteren, is het een mooie aanvulling op je activisme maar kan nooit de plaats innemen. Je moet als collectief niet één keer, niet twee keer maar veel keer op straat komen. Je zal als organisatie aan de politieke tafels moeten zitten, je zal kennis moeten overdragen, je zal het verschil moeten maken om uiteindelijk als organisatie die sociale reformateur te zijn. Je zal uit de comfortzone van hashtags en likes moeten komen. De strijd die mijn generatie tegen aids heeft gestreden is een ongeziene strijd. Ik was net geen student meer toen ik een stem gaf aan mannen, vrouwen en trans personen, toen ik ’s nachts condooms en propere spuiten ging uitdelen, toen ik luisterde naar mensen die ontdekten seropositief te zijn, toen ik meeschreef aan de vooropzet van een LGBTI+ gezondheidscentrum en argumentaties op politieke tafels gooide over de meerwaarde van het PACS (het Franse samenlevingscontract). Maar ook toen de schaduw van Le Pen heel dichtbij zat. Maar ik zag ook de dankbaarheid bij Mamady die ik binnenin een burgercollectief aan een vaste verblijfsvergunning heb geholpen. Ik zou moeten overwegen om hier een boek over te schrijven. Kennis en overdracht van kennis is macht, toch? Duurzaam engagement stopt nooit. Aan de lezer, een zeer geëngageerd 2022!  

Erwin Abbeloos
10 0

Rolmodel

Elke maand kruipt ZIZO-redacteur Erwin Abbeloos voor ons in zijn pen. Hij schrijft over het leven, de LGBTI+-strijd, de actualiteit, ouder worden en af en toe ook over ABBA. Geïnspireerd door de finale van K2 zoekt K3 heeft hij het in zijn nieuwste column over rolmodellen: van K3 tot Erika Vlieghe.   Dat de Nederlandse Julia Boschman de derde K3 wordt, verbaast me niet. Ik zou zeker niet schrijven dat dit een gemiste kans is, de audities van jongens, mensen die zich non-binair voelen en mensen van kleur ten spijt. Studio 100 is een commercieel bedrijf en daarom twijfel ik niet aan het verkooppraatje van Gert Verhulst dat in alle media staat. Zorgwekkender vind ik het wanneer jonge mensen K3 – en co – als rolmodel beschouwen. Want zeg nu zelf, K3 is vervangbaar en inwisselbaar maar waar is de meerwaarde? Wat is de échte identiteit van de meidengroep? Wat is de échte identiteit wanneer Marthe, Hanne en Julia niét K3 zijn? En wat is (‘mijn’) identiteit? Ik heb nooit een rolmodel gehad. Hooguit was ik fan van of was ik zot op maar nooit heb ik iemand beroemd zodanig als voorbeeld in mijn leven toegelaten dat ik mezelf op die persoon zou gemodelleerd hebben. En me zo naar het hebben en zijn, het doen en laten van dat model te conformeren. Alsof ik niet zou bestaan. Ik dus. Kunst daarentegen kan me inspireren, uitdagen of beroeren. Iemand heeft iets te zeggen. Of niet, want soms is kunst puur entertainment en moet je er geen enkele politiek boodschap, correct of niet-correct achter zoeken. Er mag al eens op de dijen geklets worden en met de witte servetten gezwierd worden. Voor mij staat een rolmodel niet op brooddozen. De Franse filosoof Michel Foucault vertelt dikwijls in zijn interviews dat homo's – en bij uitbreiding alle LGBTQ+-mensen - beter moeten waken om zichzelf heruit te vinden en zich niet al te snel conformeren naar de mainstream, de gedachtenpolitie of een algemene waarheid. Daarom is een rolmodel zien in een pure platte commerciële setting en zeuren dat Studio 100 met K3 niet divers is, van een ander allooi. Diversiteit gaat evenzeer verloren in reclame en de diversiteit die op brooddozen staat, brengt geen politieke aardverschuivingen met zich mee. Het   gaat   helemaal   mis   met   onze   diversiteit.   Door   het   leven   te   beleven   enkel   via  de smartphone leven we ééndimensionaal en is er geen ruimte meer voor nuance. We leven te veel in perceptie, we zien te weinig waar we in leven, soms zien we helemaal niet waar we in leven. In de realiteit. In reclamespotjes zie ik mensen van kleur, LGBT+- mensen en de hele bende huppelen en knuffelen. Ik zie hoe gelukkig ze zalig onder elkaar lachen bij het aanprijzen van slechte voeding, alsof in dat eten iets toegevoegd is dat je euforisch zou maken. Onze lichamen worden voortdurend vergiftigd door de voedingsindustrie en toch dansen we mee in het ballet van het neoliberalisme want ons mantra “Ik herken mezelf niet” is belangrijker dan onze universele identiteit die we allemaal hebben. We strijden tegen het klimaat maar we kopen nog steeds wegwerpkleding en we willen dat onze pakjes morgen al aan onze deur staan. We willen onze oude kleren niet meer maar verkopen het liever dan dat we het aan een goed doel schenken. We zijn tegen het uitbuiten van werkkrachten, we zijn verontwaardigd over hoe mensen zonder papieren behandeld worden, en toch bestellen we onzevoeding online en gaan we liever mensen zonder papier filmen dan hen daadwerkelijk aan papieren te helpen. Op straat zijn we kwaad maar op televisie en bij uitbreiding op social media, is zichzelf gerepresenteerd zien belangrijker dan de planeet te redden en lachen we ons een kriek in al die vrolijke schijnsettings. Gretha Thunberg noch Anuna DeWever staan op brooddozen. Waar willen we onszelf gerepresenteerd zien?  Identiteit kan je niet vinden in platte commerciële televisie of in een popgroepje dat om de zoveel aantal jaren van personeel verandert. Identiteit is een sociale constructie die fluïde is met de jaren. Ik haal het voorbeeld van Michael Elliot Glatze aan, geboren in 1975 en stichter van Young Gay America. Na zijn studies aan het Darthmouth Collega in de jaren ’90 van vorige eeuw, zet hij zijnqueer-studies in de praktijk en wordt hij een hardleerse activist en journalist. Eerst in San Francisco waar hij regelmatig bijdragen levert voor het magazine XY. Hij is ook de auteur van een gids “XY Survival Guide – Everything you need to know about being young and gay”.   Met Young Gay America viert en promoot hij samen met zijn partner een “levensstijl”. Hij werd geapprecieerd voor zijn visie en voor zijn kritische columns. Maar na een breuk met zijn laatste mannelijke partner met wie   hij   tien   jaar   geleefd   heeft,   probeert   hij   verschillende   religies   zoals   het   boeddhisme,   het mormonisme, de evangeliste leer en verwerpt hij de homoseksuele liefde. Vanaf 2011 publiceert hij verschillende open brieven waarin hij zelf zijn ‘perverse dwalingen’ veroordeelt.  Dit verhaal kan je met verschillende ogen lezen. Ik onthoud het verhaal rond wat heet “de ware identiteit van de persoon.” In zijn hoogdagen van zijn gay-activisme schrijft hij dat hij zichzelf nooit graag heeft gezien. Hij zegt later zelfs dat zijn gay-identiteit een vermomming was die tien jaren geduurd heeft. Het was haast als een modeverschijnsel. De valse ik tegenover de echte ik.  Ik onthoud ook de commentaar van zijn hoofdredacteur Benoît Denizet-Lewis bij XY in The New York Times Magazine van 16 juni 2011: “Al vanaf een zeer jonge leeftijd, had hij (Michael Glatze) theorieën rond identiteit en seksualiteit uitgewerkt. Hij was enorm gefascineerd door de gay, de queer identiteit die hij op een bepaald moment ook heeft aangenomen maar die voor hem niet authentiek waren. Ik heb zijn seksualiteit altijd aangevoeld als een theorie, meer dan een realiteit.”  De grootste waarheid over jezelf kan nooit een theorie zijn. Je kan jezelf niet toepassen. Je kan alleen jezelf zijn. De queertheorie is en blijft een theorie die identiteit weliswaar bespreekbaar maakt maar die identiteit ook verwoest. Queer-theorie en queer-identiteit komt ook in verschillende lagen waarin mensen elkaar gaan uitsluiten zonder elkaar te kennen. Jezelf zijn is een universeel zijn. Daar heb je geen theorieën voor nodig. Kennis, ervaring, nuance, nieuwsgierigheid en leergierigheid kunnen helpen. Ik heb geen idool en ik heb ook geen rolmodel. Als ik vandaag iemand zou moeten kiezen, dan is het wel professor Erika Vlieghe. Met veel bewondering kijk ik naar haar interviews en zij is altijd de enige die overal en altijd een mondmasker draagt. Een beter universeel en solidair rolmodel als symbool kan ik niet bedenken.

Erwin Abbeloos
0 1

ABBA

Onlangs vroeg iemand me wat ik altijd had willen worden. Wat en niet wie. Zonder twijfelen zei ik “Madonna.” Het klonk als een statement en hoewel ik niet de kronkelende MTV Like-a-virgin bruid of de fetisj SM-meesteres bedoelde, refereerde ik eerder tot wat Madonna anno 1985 in Desperately Seeking Susan en later met het innemende Live To Tell mij inspireerde. Madonna heeft me toen het huis uitgejaagd, naar New York en naar Parijs gebracht. Naar muziek, dans en schrijven. Naar seks, soms ook naar liefde. Maar ik miste iets.             ABBA heeft me altijd terug thuisgebracht. Ook vandaag nog.             Niet Madonna maar ABBA is de rode draad gebleven, niet als rolmodel, eerder als inspirerende steun voor mijn teder hartje en mijn soms trieste ziel. ABBA is altijd thuiskomen, vooral als je al zo lang ver weg bent van je home. Ik was 17 toen ik vertrok omdat je als tiener weet dat je het huis uit moet, omdat homo zijn en thuis blijven wonen niet te combineren viel, ook al liet je je kleine zus achter. ABBA is altijd dat hokje gebleven waar je graag in wil en mag blijven, al neem je allerlei bochten in de snelwegen van het leven of sla je aan kruispunten de verkeerde straat in. ABBA heelt, door hun muzikale perfectie, door de melancholie die ik sterk genegen ben en waarbij je niet weet of je tranen van verdriet zijn of van puur geluk omdat je zoveel moois hoort en het je sterk maakt. Als er een hemel zou zijn, dan zijn het de stemmen van Frida en Agnetha die je er hoort. Ik kan écht vol goede energie zitten na intens geluisterd te hebben naar ABBA.             Madonna en ABBA hebben me respectievelijk het leven ingestuurd en naar huis teruggebracht. Of ABBA vandaag nieuwe generaties inspireert, kan ik niet weten. Madonna has been en ABBA blikt met tevreden geladenheid terug. Live To Tell en I Still Have Faith In You komen samen. Na de muziek, na het dansen, na de wilde seks en de intensiteit van de liefde, komt het schrijven. Hier ligt de berusting, hier ben ik terug thuis en ben ik Frida, Agnetha, Benny en Björn eeuwig dankbaar.  

Erwin Abbeloos
18 0

15 zijn.

            Zijn denken, zijn schrijven, zijn drang naar de onbeschaamdheid van het leven werden beïnvloed door ‘De Verkeerde Minnaar’ van Mireille Cottenjé en ‘De Schaamte Voorbij’ geschreven door Anja Meulenbelt. De eerste auteur maakte een diepe indruk op hem en Meulenbelt vond hij uiteindelijk een conformistische trut, al bleef dat boek op hem kleven. De dames zouden hem doen geloven in vrijheid van liefde en seks en de twee titels zouden zeker voorgoed zijn onvermurwbaar militantisme onder zijn huid graveren en hem in een onuitputtelijk streven naar wat later totaal onmogelijk zou blijken, het goede in de wereld en in de maatschappij te betrachten. Wat goed is, zal nooit kunnen zegevieren maar hij beloofde er iedere dag het beste van te maken, voor zichzelf – niet uit eigenbelang maar sinds zijn jeugd leeft hij met het gebrokene en daarom probeerde hij zijn eigen leven en dat van anderen te herstellen -, en voor de ander. Leven in continu herstel levert misschien niet veel op maar hij zou met niemand ruilen. Deze twee boeken waren zijn eerste pornoboeken en hoewel de ‘Happy Hooker’ van Xaviera Hollander ook in de boekenkast stond, hadden Cottenjé en Meulenbelt de meeste invloed op hem. In pornoboekjes ergerde hij zich overigens aan de spelfouten in de teksten. Porno was daarmee zo banaal, zo ordinair, zo seventies. Vriendschap in porno bracht verbondenheid op een totaal ander niveau, dacht hij. De camaraderie die zich uitte in seks vond hij verbluffend en origineel. Het voelde goed aan. Alsof het zo moest zijn. Hij kende de boeken van Michel Foucault nog niet maar onbewust werden de kiemen gelegd voor zijn latere bedenkingen. Porno had zich niet alleen genesteld in zijn lijf maar ook in zijn hele bestaan en zijn gedachtegang.             Daarom geloofde hij in magie. Hij geloofde dat mensen die elkaar niet kenden op een of andere manier met elkaar in verbinding stonden, dat bepaalde mensen elkaar moesten ontmoeten, niet zozeer voor seks of voor liefde maar omdat een of ander noodlot hen naar die ontmoeting dreef om zelf vooruit te geraken in het leven. Soms moesten mensen elkaar gewoon een tijdje ontmoeten en dan weer solo verder gaan.             Hij schreef in schriftjes met lijntjes, met grote en kleine ruitjes, op losse bladen en in kantlijnen van schoolboeken. Alleen hij kende het geheim achter vertellen. De vragen waarop hij antwoorden zocht waren geen echte vragen. Ze waren een aanzet om te denken en op te merken hoezeer mensen naast elkaar konden leven, hoe mensen elkaar de mond dichtsnoerden, hoe mensen het niet zo nauw met elkaar namen, hoe mensen niet bereid waren om toegevingen te doen, laat staan compromissen te maken. Hij schreef hoe hij zag hoe tijden veranderden, hoe, zonder het te merken, de jaren achter hem kwamen te liggen. Wat wist hij over wat hij vandaag deed waar het hem later zou brengen. Mensen voelden de verzuchtingen van hun eigen levenservaringen in hun eigen nek niet meer. En uiteindelijk zouden het diezelfde mensen zijn die er ook in zouden slagen hem het zwijgen op te leggen.             Tot zijn geheim barstte.

Erwin Abbeloos
7 0

16 zijn

Een tekst is nooit af. Een tekst is zoals in het leven, zoals mijn leven, dacht hij. ‘Zijn’: de tekst is, de tekst staat er (maar hij is nog niet af). ‘Hebben’: je hebt de tekst in handen, je hebt de tekst van links naar rechts, van rechts naar links, van boven naar onder en terug geschreven – maar hij is nog niet af; bezitten is niet zo belangrijk in het leven. ‘Worden’: de tekst is zoals jij: in wording. Dat was zijn belofte daar onder ede in zijn slaapkamer: altijd worden. Zijn en hebben zijn volstrekt onbelangrijk in het leven.             Hij trok als een bezetene aan zijn sigaret, alsof het zijn laatste genot op aarde was en hij het aardse ging ruilen voor het hiernamaals. Hij voelde een lichte erectie opkomen. In gedachten rookte hij sigaretten met sportieve mannen gekleed in korte sportshorts. Seks en sigaretten gingen voor hem altijd samen. De rook stapelde zich in zijn mond op en hij blies meteen alles weer uit. ‘Nooit de rook aan je longen laten komen,’ maande zij hem aan en hij rookte verder.             Ze had de sigaretten, ze had het allemaal: een platenspeler met ingebouwde cassettespeler en radio, honderden 45 toeren platen mét alle singles van ABBA, Gerard Lenorman en twee versies van ‘Patrick mon chéri’. Ze had ouders die amper thuis waren en ze had een beroemde schoonbroer die de sigaretten leverde. Ze had een bromfiets waarop hij niet mocht rijden, hij had een tweedehands meisjesplooifiets. Ze had een grote labrador, hij had een poedel. Ze kon zwemmen, hij bleef aan de rand staan met een zwemband rond zijn heupen en twee meisjesachtige vrienden erbij. Ze had twee zussen die het huis uit waren, hij had een afwezige familie. Voor haar verjaardag kreeg ze een huis, hij deelde zijn kamer met zijn broer. Ze had onafhankelijkheid, hij had eenzaamheid.             Ze trok hard aan het laatste stukje sigaret. Ze draaide een beetje in slow motion met haar hoofd alsof ze door te veel nicotine flauw ging vallen. Ze namen afscheid. Hij bleef vertwijfeld achter en hoopte dat het ooit allemaal beter zou worden. Hij had zich nog nooit zo eenzaam gevoeld.

Erwin Abbeloos
8 1

17 zijn.

            Hij keek uit naar de liefde, hij verlangde naar seks, naar geld, naar een carrière in de muziek of in de literatuur. Hij keek er naar uit om vrienden en vriendinnen te hebben, met honderden zullen ze zijn, dacht hij. Hij keek uit naar een vriendje. Een knappe, sterke en geile man. Hij wou zelf een knappe, verzorgde man zijn en die ook nog eens goed met woorden en oneliners overweg kon. Hij wou zingen, hij wou dansen. Hij wou schrijven. Hij wou een groot huis of een modern appartement in het midden van de stad. Met veel ramen.             Maar wat is toekomst als je 17 bent. Hij moest nadenken over wat hij later wou worden. Hij was altijd meer bezig met wie te worden dan met wie of wat te zijn. Hij was moe. Uitgeput. De school wou alles, elke vezel, elke ader, elk beender en elke gedachtegang. Alles. Hij voelde zich vernietigd door de school en door zichzelf. Ik weet wie ik ben maar waarom moet ik iets zijn, dacht hij.             Hij wou zijn eerste fouten maken, met rust gelaten worden en zijn generatie op de straatstenen, onder de lakens en aan de toog van een bruin café aftekenen om later zonder spijt te kunnen zeggen: wat was het goed. Hij wou bochten maken, muren doorbreken, de schaamte voorbij. Hij wou aan de andere kant zijn, los van God.             ‘Ik lees op je informatiefiche dat je toneel of dans wil doen,’ zei de vrouw op een zuur toontje terwijl ze met een middelvinger een tikje aan haar scheve bril gaf. Haar verpletterend streng voorkomen benadrukte in haar gelaat nog meer de stijfheid van haar functie als PMS-psychologe. Ze liet een zuinig misnoegend ‘hum hum’ vallen en gooide ostentatief het briefje dat hij vorige avond zorgvuldig en met alle hoop van zijn bestaan had ingevuld. ‘Wel, jongeman, wat heb je hier op te zeggen?’ Haar armen hingen als gekruiste degens over haar bolle borsten. Hij snoof zweet- en maandstondengeur. ‘Ik weet het niet, mevrouw’ zei hij en boog zich wat achterover. De vrouw hinnikte als een lomp boerenpaard. ‘Maar jongen toch’, lachte ze zijn toekomst weg. De geur van nylon vermengd met zweet hing als een donderwolk over hun conversatie. De stank was niet meer te harden. Zij bepaalde zijn richting, zij bepaalde zijn leven, een leven nu voorgoed gekleurd door stank.             Hij verliet het klaslokaal. ‘Zeg tegen, laat eens kijken... Jan Smeyers dat hij mag binnenkomen’. Ze keek hem niet meer aan, hij was nog slechts het hoopvol foldertje dat een waardeloos papiertje werd en dat ze uiteindelijk in vier scheurde en dopte in haar lege kop koffie.             Misbegrepen fietste hij terug naar huis. Schouders recht, borstkas vooruit. In nog geen vijf minuten had hij zin aan zijn eigen leven gegeven. Het zou zijn geheim zijn. Hij zou zwijgen en hij zou in het leven enkel vrouwen toelaten die bij het voorbij wandelen een discreet wolkje parfum achterlieten.

Erwin Abbeloos
10 0

We moeten vrouwen van de wereld afschermen.

In De Standaard heb ik met veel interesse een commentaar stukje “Een vrouwenuurtje misbruiken om goedkoop te scoren”, getekend Inge Ghijs, gelezen. Haar redenering schaadt vrouwen eerder, duwt en behoudt hen in een slachtofferrol, eerder dan te streven naar gelijkwaardigheid of empowerment. Dat we vrouwen opnieuw achter slot en grendel gaan steken – dat vrouwen zichzelf achter slot en grendel gaan steken, dat is wat ik begrijp uit het opiniestukje. De adjunct-hoofdredacteur schrijft of de lezer ooit gehoord heeft over vrouwen die getraumatiseerd zijn na seksuele intimidatie of over vrouwen die zich vanwege hun uiterlijk meer op hun gemak voelen als er geen mannen in de buurt zijn. Het is de lezer onderschatten. Op de eerste vraag kan ik al antwoorden: ja, ik ken een vrouw – maar ook een man – die seksueel geïntimideerd zijn. Op de tweede vraag kan ik volmondig antwoorden dat ik ook vrouwen ken die zich niet zo goed op hun gemak voelen wanneer er mannen in de buurt zijn. Maar is het antwoord dan dat we vrouwen moeten ‘opsluiten’, afsluiten of uitsluiten van de maatschappij waar ook mannen aanwezig zijn? Eigenlijk neemt zij de verdediging van safe spaces op. Maar in de maatschappij zijn nu eenmaal ook mannen en gelukkig beantwoorden de meeste mannen niet aan het profiel van mannen die zij beschrijft. Want, wees eerlijk en scoor ook niet goedkoop: kan ze zeggen over welke mannen het gaat? En doet zij hier eigenlijk ook niet aan etnisch profileren? Het doet me denken aan de heisa rond Sabrine Ingabire toen ze zei dat ze zich ongemakkelijk voelt in een restaurant met alleen maar ‘witte’ mannen of Dalilla Hermans die schrijft dat ze liever geen columns leest die geschreven zijn door ‘witte’ mannen, of Rachael Moore die bij hoog en laagt zweert dat ‘witte’ homomannen nooit iets gedaan hebben voor homomannen van kleur. Fleur Pierets zegt dat ook. Persoonlijk heb ik er geen problemen mee dat vrouwen aparte fitness of zwemuren krijgen. Het ontwricht de gang van zaken in mijn leven niet en de meeste burgers liggen hier evenmin wakker van. Maar het stelt andere fundamentele vragen die het samenleven in een openbare ruimte aanbelangt. Want dan moeten we, om apartheid en segregatie tegen te gaan, wel eerlijk zijn en niet goedkoop scoren. Iedere identiteitsgroep mag dan onder dezelfde voorwaarden de openbare ruimte opeisen net zoals de vrouwen die een uurtje apart willen fitnessen of zwemmen. Wat gebeurt er dan nog van een samenleving – het woord zegt het toch zelf, toch, ‘samen’ (= verbinden)? Moeten we integendeel mannen en vrouwen niet eerder sterken in gelijkwaardigheid in plaats van in gelijkheid? Ik herhaal: ik heb helemaal niets tegen aparte uren voor vrouwen (of andere groepen, mannen bv. of mensen met overwicht) maar geven we hier niet een verkeerd signaal? Blijven we vrouwen – en bij uitstek andere minderheidsgroepen – dan niet verbergen en in (valse) veiligheid zetten, apart zetten dus, zonder hen te versterken en de realiteit van de wereld te laten zien? Waar is empowerment in het zich afzonderen in safe spaces? Is het tenslotte niet de taak van een samenleving, van ons allen, u en ik, om aan de rest van die boze wereld te laten zien dat vrouwen gelijkwaardig zijn? Doen we dat door aparte openbare ruimtes te voorzien? De redactrice schrijft dat er een identitair debat aangegrepen wordt, maar dat is het al van in het begin. Dat idee heeft het debat al ingehaald. In de identiteitspolitiek zijn man zijn en vrouw zijn achterhaald en moet genderfluïditeit vooropgesteld worden. In ons – want het is van en voor ons allemaal – zwembad kunnen we ook denken aan genderfluïditeit: een man die zich vrouw voelt, die nog steeds de fysieke eigenschappen heeft van een man maar die zich in sommige situaties eerder vrouw voelt, wat doet de schrijfster van het commentaar stukje met deze persoon? En wat met transmannen en transvrouwen? En gaan heterovrouwen zich nog veilig voelen wanneer een lesbische vrouw een seconde te veel zal kijken? En last but not least: wordt het hele zwembad dan afgesloten met een soort van zeil want vanop een nabijgelegen brug heb je wel inkijk op het hele hebben en zijn van het zwembad. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die moeite hebben met diversiteit, integendeel. De identiteitspolitiek en de woke-waanzin echter vernietigen diversiteit: zij gebruiken en misbruiken sociale media of het debat om andere mensen ideologisch de les te spellen en zijn zelf niet in staat kritisch of empathisch te kijken naar de wereld. Conformisten zijn bang om een foute mening te hebben dat ze niet meer in staat zijn om na te denken en te kijken naar de andere kant. Integendeel, cancel cultuur en safe spaces die de adjunct-hoofdredacteur allicht genegen is, getuigen van hun vervreemding ten opzichte van de wereld waarin wordt samengeleefd en verbonden. Het lijkt op goedkoop scoren, ja, om mensen in woke-waanzin en met kleppen op de ogen voor diversiteit tegen elkaar op te zetten zoals het commentaar dat weergeeft. Dat is inderdaad een pak makkelijker dan mensen met elkaar te verbinden. Haar commentaar werkt in elk geval niet verbindend en ik kan alleen maar betreuren dat feminisme anno 2021 onder het juk van dergelijk commentaar en de algehele woke-waanzin en politieke correctheid het eigen doel mist, vrouwen in hokjes duwt en hen vraagt zich te isoleren, te vervreemden van de maatschappij en hen vraagt om alleen te spreken in safe spaces en dus zo segregatie in handen houdt. Door identiteitsgroepen en identiteitsdenken leg je het debat zélf het zwijgen op, sterk je vrouwen niet en ben je als woke-feminist(e) deel van het probleem. Ik had nooit gedacht dat DS daar in mee zou gaan. Nu goed. Ik ben een grote voorstander van de vrije meningsuiting en ik respecteer haar mening. Iets wat niet altijd van de wokers gezegd kan zeggen. Ik wil hier gewoon een weerwoord schrijven, een andere visie delen vanuit universeel perspectief.

Erwin Abbeloos
8 1

Wokers gebruiken hun privileges niet eens!

In een oproep van verschillende cineasten en andere gekende en minder gekende figuren in Frankrijk om een sans-papiers te ondersteunen, beloofden duizenden burgers op 17 en 18 mei 1998 in een plechtige ceremonie georganiseerd door de burgemeester van Saint-Denis om honderden mensen zonder papieren te ondersteunen in het behandelen van een regularisatieprocedure. Dit appèl en deze actie van ongeziene burgerdaadkracht kwam er na het verdrijven van mensen zonder papieren die in de Parijse Eglise Saint-Bernard een onderkomen hadden gevonden maar door de politie hardhandig uit de kerk gezet werden. Onder andere actrice Emmanuelle Béart was het boegbeeld van een beweging voor de sans-papiers. De bezetting van de kerk is er niet zomaar gekomen maar was het antwoord op de toen heersende – linkse – politiek om mensen het land uit te zetten. De oproep was een succes. Die dagen – en avonden – stonden mensen zonder papieren ons op te wachten om hen met alle mogelijke middelen – en privileges – te helpen in de legaliteit te brengen. De meesten kregen hun dossier in orde, niet door schietgebedjes of gemediatiseerd medelijden, maar door concreet bezig te zijn met het dossier van een sans papier. Loonfiches, huurstrookjes, belastingaangiftes, getuigenissen werden allemaal uitgepluisd en versterkten de mogelijkheid tot regularisatie. Wat was onze rol om een sans-papier te ondersteunen? Je onderhield een concrete en reële relatie met iemand. Je toegewezen sans-papier kon je altijd bereiken en werkte samen met jou aan een regularisatieprocedure. Daar kwam veel papierwerk en slapeloze momenten bij kijken. Concreet wierp je met een advocaat een juridische kijk op het dossier, je leerde de geschiedenis van het verblijf van de man of vrouw in kwestie te kennen en je schreef alle mogelijke overheden aan om de irregulariteiten aan te vechten. Je maakte ook afspraken met diezelfde overheden en je ging naar loketten en bureautjes om je sans-papier te verdedigen. Geloof me, dat maakte indruk op de administratie. Je was ook de contactpersoon wanneer iemand door de politie werd gearresteerd. Dat was ook naar het politiekantoor gaan om de persoon te gaan halen en zijn/haar rechten te laten gelden. In België zie ik vandaag hetzelfde scenario bij de sans-papiers, alleen komt er van de geprivilegieerde witte mensen en mensen van kleur geen actie. Gejammer op Instagram, klaagwoorden op Facebook en ergernissen in de media. De woke-vlam lijkt vandaag gedoofd. De dokters leggen de pleisters maar de wonden liggen nog dieper. Ik zie echter niemand met een gekende naam of een gekend gezicht dat, net zoals Emmanuelle Béart, collega’s en netwerkboekjes oproept om een sans-papiers te ondersteunen. Opiniestukken schrijven, zeggen dat je er ’s nachts van wakker ligt of blijven zeuren over hoe schandalig het allemaal wel niet is, brengen geen oplossingen. Ondertussen vergaan de levens van deze honderden mannen, vrouwen en kinderen. Met deze een oproep aan alle gekende en minder gekende witte “Lives Matter” en mensen van kleur: gebruik je privilege om deze situatie mee helpen te doorbreken en levens te redden. Zet je irritante woke-visie nu eens om in concrete actie. Sluit je social media af en ondersteun een sans-papier. Doe je dat niet, ben je deel van het probleem. Geef een menselijk gezicht aan je actie.

Erwin Abbeloos
28 0