Fanny Vercammen

Gebruikersnaam Fanny Vercammen

Teksten

De inhoud van de spîegel

De S.S. Orion zweefde geruisloos door de ijzige ruimte waar vurige sterren door de enorme afstanden, misleidend als vuurvliegjes, een koud licht verspreidden, tot ver voorbij ons melkwegstelsel. In het ruimteschip ligt eerste officier Dee Ray in een kunstmatige slaap veilig in haar overlevingscapsule waar al haar levensfuncties doorlopend worden gecontroleerd. Zelfs in haar dromen worden de hersenfuncties feilloos opgevolgd. Te angstaanjagende dromen worden door middel van craniaal magnetisme onder controle gehouden. Eeuwen gingen aan eerste officier Dee Ray voorbij zonder dat ze er hinder van ondervond. Op het moment dat het schip de Melkweg zou passeren zou haar overlevingscapsule haar wekken om haar menselijke waarnemingen op het onbekende vast te leggen voor volgende interstellaire reizen. Een schel geluid drong door tot in haar droom zodat ze zich dromerig afvroeg of haar tijd van ontwaken was aangebroken. Ze voelde een kortstondige hitte, een kakafonie aan hoge geluiden, waarna ze terug insluimerde op een roze wolk. Het volgende dat ze zich herinnerde was een zacht zoemende toon en het immer glimlachend gelaat van Eva, een vrouwelijke AI (artificiële intelligentie) robot. Niets aan Eva verraadde dat ze geen mens was. Van de soepele bewegingen, emotionele gelaatsuitdrukkingen tot in de stembuigingen en gepersonifieerde antwoorden gedroeg ze zich als een mens. Er waren vele AI’s op het schip voor onderhoud, besturing, bescherming, gezelschap, elk met hun eigen karaktertrekjes, allemaal geprogrammeerd om de mens bij te staan in zijn zucht naar kennis, zijn wil, maar van alle AI’s sprak Eva, officieer Dee Ray het meeste aan. Eva streelde vlinderlicht over Dees wang.  ‘Dee Ray, eerste officier Dee Ray? Tijd om wakker te worden.’ Zei Eva zachtjes. Dee glimlachte in het vooruitzicht van nieuwe ontdekkingen die geheel onder haar bevoegdheden viel. Geen protocollen, geen bemoeizuchtigen, geen afgunstige collega’s. Een totaal nieuwe wereld, een nieuw begin en geen organisaties die haar voor hun karretje spanden. Ze voelde zich als herboren.  ‘Welk jaar zij we Eva?  ‘Het jaar 5225, op 25 december. Dee zwaaide haar benen over de rand van de cocon.  ‘Vijfentwintig december, mijn lievelingsperiode!  ‘Ik weet het.’ Zei Eva. ‘Daarom hebben we uw ontwaken zo feestelijk mogelijk gemaakt.  ‘Je meent het!’ Antwoordde Dee verrast. Als een klein kind aanschouwde ze de talrijke versieringen die de AI’s voor haar hadden aangebracht.  ‘Het is prachtig.’ Fluisterde Dee ontroerd. Even vergat Dee dat ze zich in de ruimte bevond. Ze had als kind bij haar grootmoeder de feestdagen op aarde bijgewoond, de oude sages en mythes ontleend aan de sterren aanhoort. De sterren. Ze hadden haar altijd gefascineerd en liepen als een gouden draad door haar leven. Een beter ontwaken had ze niet kunnen bedenken. Ontroerd begroette ze de andere AI. ’s en spaarde haar lof tuigingen niet. Na een tijdje draaide ze zich om naar Eva.  ‘Zijn de andere panelleden al wakker gemaakt?’ Eva’s gezicht betrok en ze nam Dee bij de arm voor een gesprek onder vier ogen.  Dee wreef nerveus over haar voorhoofd die na de opwinding plots begon te jeuken. Ze voelde een kleine uitstulping, als van een muggenbeet die haar irriteerde. Ze was de leeftijd van jeugdpuistjes allang voorbij. Ze zette de uitstulping uit haar hoofd en concentreerde zich op Eva die duidelijk slecht nieuws had. Eva nam Dees hand in haar handen en dwong haar zachtjes om te gaan zitten. Eva sloeg haar ogen neer toen ze zei:  ‘We hebben problemen gehad met een van de proefdieren. Een muis heeft kans gezien te ontsnappen en ondanks onze grondige zoektocht konden we het knaagdier niet ontdekken. Toen we ze vonden was het onheil al aangericht. Bij gebrek aan voedsel heeft ze de elektriciteitskabels van de lifepods doorgebeten. Er ontstond een hevige brand die de andere leden tot as hebben herleid. Je bent de enige overlevende.’ Alle vreugde was verdwenen.  ‘Oh nee!’ Snikte Dee. Flarden van alle gezichten die haar hadden begeleid trokken een voor een aan haar ogen voorbij. Ze waren stoutmoedig vertrokken, gelokt door het avontuur, het onbekende. Nu was zij de enigste die de wonderen met mensen ogen kon aanschouwen. Zachtjes bleef Eva Dees lokken strelen tot ze van pure emotie als verdoofd bleef liggen. Alle andere AI’s hadden zich uit respect voor Dees verdriet teruggetrokken. Dee ontwaakte uit haar verdoving en slaagde erin al haar moed bijeen te rapen om Eva verder uit te vragen. Voor ze begon wreef ze terug over het irritant puistje, pulkte eraan tot Eva haar hand vastnam.  ‘Niet zo aan pulken eerste officier Dee Rae, U heeft zulk een mooie huid, het zou zonde zijn om er een litteken aan over te houden.’ Bestraft als een klein kind hield Dee ermee op.  ‘Ik droomde van allerlei alarmen, een vurige gloed… het was dus geen droom. Waarom ben ik dan niet verbrand Eva?’  ‘Je was de laatste in de brandhaard, we hebben je kunnen redden. We hebben alles eerst hersteld alvorens je wakker te maken. De schok zou te groot zijn geweest.’  ‘Goeie oude Eva, altijd zo voorkomend.’ Dacht Dee terwijl ze de AI haar bezorgde trekken in zich opnam.  ‘Weet je Eva, voor mij ben je net als een vriendin.’ Zoals steeds glimlachte Eva terug en klopte Dee even op knie.  ‘Kom.’ Zei Eva een nieuwe wereld wacht op jou. Samenliepen ze naar grote koepel die een prachtig uitzicht bood op een heelal vol kleuren, gaswolken, sterren die schitterden als diamanten en ragfijne nevels als in vele kleuren getinte doorzichtige sluiers. Het zicht was adembenemend! Plots zag Dee zich gereflecteerd in de grote koepel. Raar, de puist leek helemaal niet op een puist. Voorzichtig duwde ze erop om te zien of er pus inzat maar dat bleek niet het geval.  ‘Waarom jeukt dat verrekte ding zo hard.’ Zei ze hardop. Eva zweeg. Dee kreeg plots een heel benauwd gevoel, alsof ze een gevangene was van haar eigen lichaam.  ‘Eva breng me eens een spiegel.’  ‘De spiegels zijn gebroken tijdens de ontploffingen.’  ‘Toch niet over heel het schip? Ik wil een spiegel. Nu!’ Eva gehoorzaamde en bleef geruime tijd weg alvorens met een spiegel terug te keren.  ‘Doe het niet.’ Zei ze zachtjes terwijl ze de spiegel aanreikte. Dee rukte vol ongeduld de spiegel uit Eva’s handen. Toen ze het puistje openkrapte kwam er geen pus, geen bloed uit en hoe dieper ze krabde, de materie onder haar vingernagels was van dezelfde substantie als de AI’s. Verwoed trok ze repen uit haar gezicht tot ze onder de laag kunststof op de werkende hersenen verbonden met biljoenen electroden, transmitters en geleiders stootte.  ‘Nee!’ krijste Dee tot in haar ziel geschokt. Ze keek naar haar gezicht in de spiegel dat niets menselijks meer bevatte. Alsof de kat een voddenpop met haar nagels had bewerkt.  ‘Ik weende!’ Schreeuwde ze het uit. ‘AI’s kunnen niet huilen!’  ‘Bij de reconstructie hebben we je traanklieren geven om alles nog echter te maken. We hebben enkel je hersenen kunnen redden ingeplant bij een AI en haar jouw lichaam en gezicht gegeven. Al je herinneringen zijn bewaard gebleven maar je hebt een ander lichaam. Je blijft voor eeuwig leven Dee Rae. Deze nieuwe ruimte ligt aan je voeten. Dee Rae keek Eva hoofdschuddend aan.  ‘Waarom, waarom toch?’ Fluisterde Dee aangeslagen. Eva zette haar gezicht op neutraal en somde haar richtlijnen op:  ‘De nieuwe wereld moet door een mens worden aanschouwt.   Het is de taak van de AI. ’s om de mensen zoveel mogelijk bij te staan, te beschermen en overlevingskansen te bieden. De mens moet inzicht krijgen, leren, zijn wil is wet. Ze luiden onze bevelen.’ Eva liet haar serene glimlach terugzien. Al die jaren van werken met proefdieren hebben ons in staat gesteld om uiteindelijk een menselijk brein te transplanteren zodat de mens niet langer wordt gehinderd door zijn levensvatbaarheid. Het is ons gelukt, alleen de gevoelssencoren bevatte een schoonheidsfoutje. Vandaar de jeuk bij het dichtgroeien van de kunststof. Ik hoop dat ik nog steeds een vriendin voor je kan zijn?’ vroeg Eva oprecht terwijl ze de lappen kustmaterie die aan flarden lagen terug op hun juiste plaats trachtte te passen.

Fanny Vercammen
6 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) Vertrouw niet altijd op de gps.

Niets zo handig als een gps wanneer je in een ander land vertoeft. De tijd dat we een Michelinboekje of grote landkaarten gebruikten ligt achter ons. Of… toch niet! Je gaat bijvoorbeeld naar een camping niet ver van Montelimar. De Gps wijst je de kortste weg via tolwegen en je betaalt graag voor deze luxe als je maar snel ter plaatse komt. Vijf kilometer voor je bestemming stuurt het navigatietoestel je de bergen in. Dat klopte met onze gegevens en de foto’s op de website. Aangegeven als een rustige ACSI 4 sterren-camping met zwemgelegenheid, ruime plaatsen, een prachtige omgeving en een voordelig tarief buiten seizoen. De weg wordt een provinciale baan die ons 3 kilometer verder brengt. Mijn echtgenoot zegt met een grote zucht van tevredenheid:  ‘We zijn er bijna. Ik ben blij want ik begin moe te worden.’ Tja, ik kan niet rijden dus rust de verantwoordelijkheid  van het rijden volledig op de schouders van mijn man. Het provinciaal baantje wordt hoe langer hoe smaller tot het een rijbaan is met een volle witte streep die af en toe wordt onderbroken om op een voorziene plaats een inhaalmanoeuvre uit te voeren. We draaien een weggentje in waar een wegwijzer staat met de naam van de camping erop. Het baantje lijkt ons wel erg smal voor een auto met caravan maar onze elektronisch gids houdt aan. De laatste twee kilometer worden we enerzijds belaagd door overhangende rotsen en aan de andere zijde door een steile afgrond afgezet met rotsblokken als buffer. Hier en daar ontbraken zelfs de rotsblokken omdat de plaatselijke everzwijnen het blijkbaar leuk vinden ze uit de weg te ruimen om ongehinderd overal door te kunnen. Het was warm die dag maar het was niet van de hitte dat mijn echtgenoot peentjes zweette. Sommige momenten hing er een voor- of achterwiel van onze auto boven de afgrond en schuurde de aluminium afwerking van onze caravan tegen de overhangende rotsen. Na een aantal halsbrekende maneuvers lukte mijn man erin om de camping te bereiken. Na een nacht welverdiende rust waren we op zoek naar een supermarkt om onze inkopen te doen en reden richting Montelimar. Bleek dat indien we verder richting Montelimar hadden gereden en een stukje waren teruggereden er een comfortabele baan ons rechtstreeks ter plaatse had gebracht. Omdat het niet de laatste keer was dat de gps ons die loer draaide checken we nu eerst de hoofdbanen met behulp van, u raadt het al, het Michelinboekje of de landkaart.    

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies  (vervolg) Het belang van echte vrienden

Wat is er belangrijker dan vrienden? Vrienden waarop je kunt rekenen! Die je door dik en dun bijstaan en waar je volop plezier mee kunt maken. Zij leerden ons kamperen en alles wat er bij hoort. Hierbij denk ik met heimwee terug naar de vakanties die we met hen doorbrachten. Helaas slaat het noodlot soms toe als iemand van die vrienden komt te overlijden. De wereld van de wederhelft van de overblijvende partner stort ineen. Plots blijft er één vriend over… de harmonie, de samenhorigheid ontwricht. Niemand weet hoe zich te gedragen, te verwachten. Het verdriet is gemeenschappelijk, ongemeen hartverscheurend. Overspoelt door herinneringen snak je naar die dagen van toen maar je kan enkel elkaar troosten. Samen mijmeren naar alle momenten toen we nog met vieren waren.  ‘Weet je nog…’ Automatisch herbeleef je alle mooie momenten, we schateren het uit… terwijl onze harten huilen. Na de overlijdens-ceremonie keert iedereen naar huis om zijn wonden te likken, het gemis een plaats te geven. Tijd heelt alle wonden al blijft het gemis voor immer aanwezig. En je hoopt dat er nog ruimte is voor een hereniging. De drie musketiers zonder Dartagnan.  Plots is er dan dat telefoontje, een berichtje of een uitnodiging op facebook waar je hart sneller van begint te kloppen. In je hoofd vechten blijdschap en ontroering voor de eerste plaats. Toch breekt een gedachte door:  ‘De dood heeft onze vriendschap niet kunnen verbreken!’ Wanneer, waar dat weet ik niet maar we gaan misschien terug samen kamperen om een band te koesteren die soms mooier is dan verwantschap.

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) De keuze van het seizoen

We hebben het al uitgebreid gehad over de verschillende manieren van kamperen, of liever… leer leven met de beperkingen van je aankoop. Niet iedereen heeft de financiële mogelijkheden om een mobilhome of caravan te kopen. Soms moet je ook rekening houden met het trekvermogen van je voertuig. Dan biedt een tent of campingcar in beide gevallen een uitkomst, al is de campingcar natuurlijk kostelijker. Laten we aannemen dat je de nodige fondsen hebt om een campingcar te kopen… De campingcar staat hoger van de grond zodat de kans op natte slaapzakken tot het minimum wordt beperkt. Wees nu eerlijk dat klinkt al heel aantrekkelijk! Maar kan je auto het aan? Kies je bestemming dan zorgvuldig; zonder te veel hellingen of bochten. Als de vrachtwagens je voorbijsteken wanneer je enkel in eerste versnelling, met kreunende motor, als een slak naar boven kruipt dan kan je beter Nederland kiezen in plaats van de Ardennen. Voor zover de keuze van het kampeermiddel. Tijdens het Autosalon besluit je meteen een voertuig te kopen met voldoende paardenkracht zodat hierboven vermelde vernedering je wordt bespaard. Fijn! Je hebt het helemaal voor elkaar. Geen autobaan op deze aardbol kan je weerhouden om wanneer je maar wil op vakantie te gaan. FOUT. Zolang het weer niet te nat, te koud of te winderig is heb je geen problemen maar hoe later in het jaar, hoe meer je kans  hebt op een regenachtig, stormachtig, koud verblijf. Bovendien wordt het snel donker. Wil je niet met dikke duimen terug naar huis gaan, omdat je het verschil niet kan zien tussen de haringen die je in de grond moet kloppen en je hand, kan je best ter plaatse zijn voor de avond. Heb je extra verlichting bij? Prima! Je krijgt het idee om met een verlengd weekend in november naar een wintercamping te gaan in de Ardennen. Dus een weloverwogen campingkeuze. Je snort vrolijk de vrachtwagens voorbij, eens aangekomen stel je jouw spot op voor voldoende verlichting en de kinderen zitten veilig in de auto te wachten tot pa en ma de binnentent openklapt terwijl het stortregent. Dan besef je pas dat je campingcar is gemaakt met tentzeil dat langs de binnenkant niet mag nat worden omdat je door het aanzuigeffect van het water je knusse binnentent plots heel vochtig wordt. Je maakt de lussen van het dekzeil los en overlegt heftig met je partner hoe je dit gaat aanpakken. Ondertussen is je oudste kind uit pure verveling uit de auto gestapt. Het jongste kind kan niet uit haar maxi-cosy en brult verontwaardigd omdat ze alleen is en ondertussen glijdt je oudste spruit uit op de gladde grond. Als het gebrul in duet klinkt stijgt je bloeddruk en gaat je reactievermogen achteruit. Je partner is gelukkig een doordouwer, beschikt over een stem als een klok die de reeds aanwezige decibels moeiteloos kan overstemmen en roept:  ‘Als ik nu zeg klappen we het binnengedeelte tezelfdertijd open en zorgen ervoor dat de tent niet aan de binnenkant nat wordt. Hou je kampeerhamer en haringen klaar zodat de wind geen vrij spel krijgt op de zeilen.’ Je hersenen beseffen amper wat je hebt gehoord.  (NU!) Je worstelt met het openklappen om vervolgens als een Duracel-konijn met nieuwe lithiumbatterijen de zeilen strak te trekken tot je tong op je schoenen hangt. Je verzorgt de kinderen, inspecteert het binnenzeil op lekken om vervolgens volledig uitgeteld in je slaapzak te kruipen. Je vrienden komen even later aan met hun caravan. Ze wilden nog samen met ons een slaapmutsje drinken. Heel attent van onze goede vrienden die voorzichtig de ritssluiting openden en meteen wisten dat het slaapmutsje niet nodig was.

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) Excursies Vercammen

    Voor de lezers van mijn blog www.fannyvercammen.be zal dit verhaal u niet verbazen omdat veel van wat er werd neergeschreven als tips ook proefondervindelijk waren. Met andere woorden: leren met vallen en opstaan. Omdat ik heden ten dage nog steeds geconfronteerd word met het hiernavolgend verhaal wil ik, jullie lezers, deze unieke blunder besparen. Er was eens… Tijdens een van onze vakanties kreeg ik het lumineus idee het dichtstbijzijnde dorp van waar we kampeerden te bezoeken. Om te voet, langs een prachtige fiets- en wandelroute tussen de wijngaarden van la douce France tijdens een wolkeloze warme dag omstreeks 10 uur, een slordige 5 km te gaan wandelen. Heen en terug 10 km. Met de auto een boogscheut, langs de kronkelende wandel- en fietsweg het dubbel van de afstand. We vertrokken goedgezind met ons vieren naar het pittoreske stadje dat we zo goed kenden om van een verfrissing en een hapje te genieten. De jongste dochter bleef op de camping met haar toenmalig vriendje die niet zo van wandelen hield. We ondervonden algauw dat onze gekozen route geen enkel sprietje schaduw bood. Naarmate we vorderden steeg de temperatuur, én de discussies, of dit wel een verstandige beslissing was. Optimist als ik was bleef ik volhouden dat het niet meer zo ver was en we, eens aangekomen, van de plaatselijke culinaire heerlijkheden met een fris wijntje konden genieten. Enfin het zou de moeite waard zijn! Drie uur later kwamen we uiteindelijk toe in het bewuste dorpje. Wat bleek? Alle winkels waren ondertussen gesloten... We zagen scheel van de honger en ons lichaam snakte naar iets vloeibaars. Moedig en jong als het toenmalige vriendje van onze oudste dochter was stelde deze voor om zelf al eens een kijkje te gaan nemen of er iets van horeca in de buurt open was. Hij zette het op een loop – het is nog altijd niet echt duidelijk of het een vlucht- of reddingspoging was – om na een tijdje terug te verschijnen met informatie. Hij was ergens binnengestapt in de hoop om alvast enkele belegde broodjes te bemachtigen en waar we terechtkonden om iets te drinken. Hijgend legde hij uit dat zijn Frans onvoldoende was om uit te leggen wat een belegd broodje was. De bereidwillige Fransman kreet uiteindelijk uit: ‘Haaa, des sandwiches!’ Dezelfde man kon onze koene ridder niet helpen maar een eindje verder, in het centrum van het dorp, zou een horecazaak ons wel kunnen helpen. Terug verenigd sleurden we ons voort naar het dorpsplein waar weliswaar een Romeins bad met fontein stond waar men echter niet van kon drinken (non buvable!). Blij als kinderen bespetterden we elkaar en verfristen onze rood aangelopen hoofden in het 2000 jaar oude Romeinse bassin. Dichtbij konden we eindelijk iets drinken en een kleinigheid eten wat de moed er terug inbracht tot we beseften dat we nog terug moesten. Mijn echtgenoot – zo maken ze niet meer – die een half jaar daarvoor een ingreep had ondergaan voor een heupprothese   wond zich behoorlijk op omdat had zich afvroeg of al die kilometers wel verstandig waren voor zijn revalidatie. Lievemoederen hielp niet, dus nam iedereen zijn moed in beide handen om de terugreis aan te vangen. Het wandeltempo zakte zienderogen onder de nog steeds stralend hete zon. Mijn echtgenoot en ik sukkelden verder met de moed der wanhoop terwijl mijn oudste dochter en haar vriendje vooruitliepen, voor de ergste nood te lenigen, naar de camping om flessen water te halen. Met ons tweetjes liepen we verder tot we een eenzaam huisje tegenkwamen van de plaatselijke schilder. Gelukkig was de man thuis en onze kennis van de Franse taal ruim voldoende om water te vragen aan deze sympathieke schilder. We deden een babbeltje en voorzien van twee flessen water gingen we terug op weg. We namen een binnenweg om de camping te bereiken. Kennis is macht! Tot grote verbazing van onze oudste dochter en haar vriend bereikten we de caravan. Als uit een mond klonk het:  ‘Zijn jullie de zus en haar vriendje niet tegengekomen?’  ‘Nee.’ Antwoorden wij naar waarheid. Op dat moment verscheen onze jongere dochter en haar toenmalige vriend duvelend onze kampeerplaats. Boos en ongerust vroegen ze ons waarom we elkaar niet waren tegengekomen. Blijkbaar had onze oudste dochter haar jongere zus verteld dat we in nood waren: uitgedroogd en kreupel. De misverstanden werden opgelost, het ongenoegen gecentraliseerd.  ‘Excursies Vercammen, nooit meer!’ Deemoedig gaf ik hun gelijk.    

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) - Je buren.

  Men zegt; ‘Beter een goede buur dan een verre vriend.’ Of het huis van steen is, van tentzeil of van plastiek, ook hier geldt het aangehaalde citaat. Kampeerders zijn speciaal in hun soort, in de goede zin. Af en toe zit er eens een mierenneuker of een ezel bij maar die vinden we aan de cafétoog ook. Is het de vakantiesfeer, de natuur, het gevoel aan vrijheid… feit is dat de meeste kampeerders goedhartige mensen zijn die verdraagzaamheid hoog in hun vaandel dragen. Ben je niet in het bezit van een ‘Moover’ (op afstand bedienbare motor voor het aandrijven van de wielen) waarmee je de caravan zonder moeite kunt parkeren tot op de centimeter, dan weet je waarom ze kamperen de sportieve vakantie noemen. Je riskeert meteen een spierscheur of een verschot omdat je spieren functioneren naargelang de hoeveelheid beweging tijdens het jaar. Als je hoofd rood aanloopt weten de andere kampeerders meteen dat je gymabonnement geruime tijd verlopen is of je interesses ergens anders liggen. Dit is het moment waar je buren spontaan komen aanlopen om je onbaatzuchtig te helpen met het plaatsen van de caravan. Ontroerd ben je onmiddellijk bereid om je voorraad zorgvuldig uitgekozen bieren te ontstoppen. Geloof me, Belgisch bier brengt er meteen de sfeer in. Voor je het weet heb je een schare bewonderaars waaraan je niets kan misvragen. De vrouwen kijken goedkeurend toe of genieten mee. Geen jaloezie, na-ijver of lasterpraatjes. De wereld is mooi! Net als in het trouwboekje steunen we elkaar in voor- en tegenspoed zonder er één handtekening werd gezet. En net als bij een geslaagd huwelijk wordt er om beurten een feestje georganiseerd. Toegegeven niet zo luxueus, eerder primitief maar niet minder leuk, totdat het uurwerk 22u aangeeft. Als bij toverslag zakken de decibels tot het gemurmel van het plaatselijk beekje, de stoelen worden rond een spaarzaam lampje gezet zodat alle aanwezigen samenzweerderig hun hoofden naar elkaar toe neigen om het gesprek toch voort te zetten of af te ronden. Bestaat er een heiliger moment? De adem, de geur van totaal onbekende mensen vermengen zich alsof ze nu één zijn, Goed nieuws voor wie met de tent kampeert. Ja, ook u kan het wonder van samenhorigheid beleven.  Onervaren of is het lang geleden dat je de tent in elkaar hebt gezet? Dan kan het gebeuren dat je meer tentstokken overhoudt dan voorzien in het plan – wie heeft er nog nooit een Ikea kastje in elkaar gezet – ook dan komen de buren toegesneld met hun logisch denken waardoor de hiervoor beschreven ceremonie vanzelfsprekend wordt. Geen heren of knechten, Broederschap, zusterschap, vrede… Er is nog hoop voor de wereld.  ‘Camper, live long and prosper ‘(1)      Zie: Star trek    

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) Luister altijd naar de autochtone bevolking.

Ondertussen weet je dat de keuze van plaats op de camping cruciaal is. Een wijze les: niets is wat het lijkt. Raadpleeg de mensen met vaste standplaatsen, de habitués of de campinguitbaters of je tijdens het verblijf met iets moet rekening houden bij veranderende weersvooruitzichten. Misschien is een voorbeeld hier wel op zijn plaats… Je gaat bijvoorbeeld naar Oostenrijk. Het weer is er zo schitterend dat zelfs de Provence in Frankrijk je niet kan bekoren. Om zes uur ’s morgens in Oostenrijk zijn de ‘marcellekes’ populair zonder het bijhorende kippenvel. Je bent blij met de vele bomen waaronder je, indien gewenst,  toch kunt genieten van een broodnodige koelte. De heerlijke geur van rijke bebossing is beter dan een verblijf in een luxe-sanatorium. Je longen genieten volop. Fijn stof en milieuvervuiling zijn een ‘ver van mijn bed fenomeen’. ’s Nachts slaap je heerlijk! Je hebt het geluk dat de camping een plaatselijk restaurantje heeft waar je rijkelijk kunt genieten van het smakelijk eten, vriendelijk joviale mensen,  de muziek zorgt voor ambiance en je verbroedert met de al- dan niet plaatselijke bevolking. Wir sind alle Freunde untereinander! Een vreugdevuur in openlucht maakt het beeld compleet.   Aan hout geen gebrek. Naast de receptie staan stapels houten paletten in overvloed. De oudgedienden die op de camping staan maken er veelvuldig gebruik van. Je denkt bij jezelf: ‘Zoveel gedoe voor een paar weken vakantie! Daar begin ik niet aan. Als ik tijdens mijn vakantie moet gaan knutselen kan ik evengoed terug gaan werken of thuis blijven. Morgen een warmteonweer en daarna een paar dagen met minder hogere temperaturen. Boh!’ Schnaps und bier, bier und Schnaps. Vrolijk vier je verder. De kinderen slapen in hun eigen tent en je bent helemaal in de mood voor een vrijpartij. Het aangekondigde warmteonweer barst de volgende dag in alle hevigheid los maar de bomen bieden beschutting tegen de hevige regenval. Je zit gezellig in de voortent met een paar vrienden een kaartje te spelen tot het over is.  Je goed humeur is plots over als je voeten nat worden en je kinderen hals over kop komen binnengelopen.  ‘Al ons materiaal is nat! Het water stroomt als een bergrivier in onze tent!’ En je kunt de kinderen niet tegenspreken want het water dondert als een wildwaterbaan door je voortent. Plots denk je aan de jaren toen je nog met blokjes speelde: ‘Ik wil een heel hoge toren bouwen zonder dat hij omvalt!’ Het water sleurt je voorraad schoenen mee vanonder de caravan of wat dan ook. De temperatuur daalt ondertussen met 10 graden maar je voelt het nog niet omdat je als een gek zoveel mogelijk probeert droog te houden. En als je er dan in lukt kom je tot de constatatie dat je caravan, campingcar of mobilhome eruit ziet als een stapelhuis waar je zelf niet meer in past. Dit is het moment dat alle vermoeidheid en de frissere temperatuur je spieren laten kreunen. Een vriendelijke buur bezorgt je paletten zodat je alles in veiligheid kan brengen zodat je wel verplicht wordt om de binnentent helemaal leeg te maken. Je sleurt met paletten, legt het doorweekt grondzeil erop,  laadt het  huisje op twee of vier wielen terug uit om tenslotte uitgeput op je bed neer te ploffen. Je voelt je al ziek worden en de kinderen zitten mee in de caravan te balen omdat al hun strips nat zijn geworden. Dan weet je met zekerheid:  ‘De mood zit onder het nulpunt en die vrijpartij kan je op je buik schrijven.   De volgende keer: Je buren.

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg)  De keuze van plaats op de camping.

    Meeste campings, vooral buiten het seizoen, verlenen je de gunst om zelf je plaats te kiezen. Je kuiert de camping rond met het plattegrond van de camping in je handen terwijl je alle mogelijkheden afweegt. Dicht bij het sanitaire blok? Kantine, bij de speeltuin voor de kinderen, het zwembad, riviertje, een meer of een rustig plaatsje met veel ruimte? Je kiest voor een vlakke ondergrond, met een mooi uitzicht waar je ’s morgens wakker wordt door het gekwinkeleer van de vogeltjes. Er is een waterkraan aanwezig, zodat je niet steeds om water naar het sanitair blok moet lopen.  Ben je in het bezit van je eigen chemisch toilet hoef je ’s nachts niet naar het sanitair blok te sprinten in de hoop dat je tijdig ter plaatse bent én er nog wc-papier aanwezig is. Comfort! Het gras kleurt frisgroen omdat de plaats weinig gebruikt word. Je eigen kleine paradijs voor de duur van het verblijf! Het weer is stralend, je geniet volop van de rust, de natuur, geen rumoerige kinderen… en toch krijg je het gevoel dat er gevaar dreigt. Een buikgevoel, het oerinstinct dat in elk van ons sluimert jaagt je cortisol (het vlucht- of vechthormoon)en je bloeddruk naar boven. Je vreest onverwacht bezoek te krijgen door beren, leeuwen of vampiers… met andere woorden je fantasie slaat op hol. Iets in je zegt dat dit plekje te volmaakt is maar het aangename zonnetje en het wit wijntje sussen je in slaap. Tijdens de nacht hoor je het geluid van de donder, de hemelsluizen gaan open, je hoort het trommelen van de regen op het dak van je caravan en betreurt het lot van je campinggenoten: ‘Ach de stakkers die in een tent liggen.’ In je caravan of mobilhome of zelfs campingcar zit je hoog genoeg van de grond om geen last te hebben van binnenstromend water. Een beetje regen ’s nachts is goed voor de natuur, door de koelte kan je beter slapen en de vooruitzichten zijn dusdanig dat je wakker wordt door een schitterend zonnetje. Geen wolkje aan de hemel. Goed uitgeslapen wakker, stap je uit bed om te ontbijten in de binnentent of lekker in de openlucht. Je stapt op het opstapje en weet plots waarom dit plekje zo rustig is als het lichtgewicht kampeergerief ronddobbert op een, als bij toverslag, nieuw gevormd meertje. Verdwaasd kijk je in het rond waar drie stroompjes nog water afvoeren van de hoger gelegen terrassen naar je para-plas-dijs. Ga nooit in een dal staan! Gebruik geen plastiek onder je grondzeil. Als het water rond je kampeerplaats is verdwenen blijft de grond onder het plastiek zeil nog zeer vochtig en laat het zonnetje het voorheen groene gras lekker gisten. Als je hof van Eden begint te ruiken naar je gft-bak zit er maar één ding op: opkrassen.   Wordt vervolgd met: Luister altijd naar de autochtone bevolking.

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies Vervolg: De juiste uitrusting

De juiste uitrusting is alles, het gebruik ervan? Minstens even belangrijk. De meest gemaakte fout van beginnende kampeerders is het overbelasten van wat je meetrekt. Bij politiecontrole kost het je een fikse boete en het achterlaten van je hebben en houden, tenzij je de status van politiek vluchteling inroept of een oorlogsland tracht te ontvluchten. Ik vrees dat België niet in aanmerking komt. Kamperen met een beetje comfort?  Ja maar dat wil niet zeggen dat je alles kunt meenemen. De keuze van wat je meeneemt is geen sinecure. Vooraleerst; kies licht, niet breekbare borden en glazen. De potten zullen het schudden wel overleven, het eetservies van oma zaliger… Ga je kamperen met een campingcar of tent; zorg dan meteen voor een adequate verwarming en het hoeft echt geen elektrisch toestel te zijn. Wat ben je met een elektrisch verwarmingstoestel als je op een noodcamping komt? Ik hoor je al denken: ‘Wat is een noodcamping?’ Simpelweg een camping waar je een nacht of twee verblijft alvorens zo snel mogelijk verder te reizen. Zulke campings worden meestal gekozen om de beginnende kampeerder af te schrikken. Het water moet je gaan halen met een jerrycan op een centraal gelegen plaats. Het valt plots op met hoe weinig water een mens zich kan redden. Het sanitair van voor de oorlog 14-18 (werd geklasseerd door de afdeling cultureel erfgoed), de elektriciteit van zes Ampère is niet per staanplaats. Heb je een speciaal voor kamperen voorziene koffiezet? Ga dan gezellig bij je buren langs om te bepalen wie er nu koffie gaat zetten. Om de haverklap naar de beheerders van de camping stappen om de elektriciteit terug aan te zetten kan personaliteitsstoringen in de hand werken.  Koken gebeurt meestal op gas, dus koop meteen een koppelstuk met twee gasslangen. Eentje voor het voedsel mee te bereiden en eentje voor de verwarming. Heb je maar één toevoer? Niet erg, een paar stevige echte aardewerken bloempotten zijn voldoende om je tent of campingcar of te verwarmen. Gebruiksaanwijzing: zet de bloempotten omgekeerd op het kookvuur, sluit het gat af met een steen en laat ze lekker opwarmen. Wees dus kieskeurig bij de aankoop van de bloempotten, let op het label! Ze springen niet kapot en na een tijdje kan je de, in potten opgeslagen warmte, vrij laten circuleren in de tent door het steentje te verwijderen. Systeem lichtgewicht Leuvense stoof. Je lijdt geen kou en verhinderd onnodig gezeur. Het weer nodigt je uit voor een gezellige BBQ… Wees dan voorzichtig in de keuze van de BBQ. Kleine BBQ’s zijn handig maar als je niet gehurkt wil blijven zitten tot het vlees geschikt is voor consummatie, neem dan een BBQ op pootjes mee. Geen pootjes? Gebruik in geen geval het trapje voor het in- en uitstappen van het door de auto getrokken voorwerp. Door de warmte zou het kunnen dat het plots van vorm veranderd… Natuurlijk neem je campingstoelen en tafel mee. Je houdt van een beetje comfort? Dan is een relaxzetel waarin je kan liggen, het van het. Opgelet: zet nooit je relaxstoel op een hellend vlak! Zolang het gebruik van de stoel wordt beperkt tot het zitten zal het geen probleem zijn. Wie echter voor het maximum comfort gaat en de zetel in ligstand zet kan in een penibele situatie verzeilen. Al zijn er geen ijsbergen in de buurt je ondergaat het lot van de Titanic. Wie lenig genoeg is kan zich nog behelpen met een achterwaartse koprol, de stijve harken onder ons blijven meestal hulpeloos met de benen in de lucht trappelen tot hilariteit van je kampeergenoten. De buren kijken verrast op van je capriolen en delen in de vreugde terwijl je zelfzekerheid pijlsnel daalt. Het voordeel is dan weer dat je buren je telkens toelachen als ze je zien. Iedereen weet: het beste vermaak, is leedvermaak. Veel plezier!   Volgende keer: De keuze van plaats op de camping.

Fanny Vercammen
6 0

Kamperen voor Dummies (vervolg)

Als het weer niet meezit?   We weten nu dat kamperen op verschillende manieren kan door met tent, campingcar, caravan of mobilhome te reizen. Er is ook de mogelijkheid om op een camping een gezinstent, chalet, bungalow, ja zelfs een appartement of huisje te huren. Dan denk ik bij mezelf: ‘Waar is het avontuur, vrijheid, het gezapig genoegen van ontspannen reizen naartoe? Wat als het weer op je vakantieplaats niet meezit? Je hebt gereserveerd, er voor betaald, zit vast in een kleine woonst waar de kinderen zich doodvervelen omdat ze niet kunnen buitenspelen. Weg de ontspanning van je dierbare vakantie! Ofwel zoek je vertier, dat meestal geld kost, in het plaatselijke stadje, of kijk je heel de dag televisie in de kantine, je bungalow e.d., Indien aanwezig kan je gebruik maken van de, meestal gebrekkige, wifi. Plan twee: gezelschapsspelen; allerlei spelletjes op je gsm, laptop, spelletjescomputer… wat dan ook. Of je volgt een snelcursus ‘Hoe blijf ik kalm?’ Je kijkt naar buiten vanuit je duurbetaalde schuilplaats terwijl alle mogelijke calamiteiten die de weergoden ook maar kunnen bedenken je belagen tot je besluit volgend jaar thuis te blijven. Met andere woorden: je vakantie is om zeep! De moraal van het verhaal? Laat je nergens vastkluisteren, blijf mobiel en luister naar de zoetgevooisde stem van het KMI. Vluchten kan dus nog wel maar dan liefst naar de stabiele hogedrukgebieden die niet altijd in het zuiden liggen. Bij de les blijven! Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je garanties hebt voor de hele periode: een plaatselijke windhoos en een hevige stortbui kan voor heel wat narigheid zorgen. Willen de kinderen in een eigen tent slapen zorg er dan voor dat je mobilhome, caravan of campingcar een buffer vormen tegen de heersende wind, anders kan je, meestal in het midden van de nacht, je kroost depanneren die op punt staan op te stijgen en sta je als een idioot in je onderbroek te roepen om net als andere gedupeerden aan de tent te gaat hangen omdat een ballonvaart plots wordt ingepland in je reisplannen. De keuze van je plaats op de camping is van cruciaal belang. Ga niet in een dal staan! Bij hevige regen dobberen je kinderen weg of stap je uit de caravan, mobilhome of campingcar en sta je tot je enkels in het water. Dan is het privé zwembad té dichtbij.   Volgende keer: De juiste uitrusting.

Fanny Vercammen
0 0

Kamperen voor Dummies

  Inleiding   Haaa zon, zee, tussen bossen en weilanden of in de nabijheid van een pittoresk stadje.                    Kamperen… vrijheid, blijheid, nieuwe mensen leren kennen, geen moeten. Word je dronken geen boeten. Ik meen het, er gaat niets boven kamperen! De kinderen kunnen heel de tijd ravotten met leeftijdgenootjes, worden sociaal, leren al spelend andere talen. Het is goedkoper, milieuvriendelijker dan het vliegtuig, gemakkelijk als je geen zin hebt om in de file te blijven staan en alles bij je hebt. Besluit je een dutje te doen dan kan je gebruik maken van de vele rustpunten onderweg. Kamperen met de tent, te voet of met de fiets, campingcar, caravan, mobilhome… De keuze is legio en veel betaalbaarder. In alle landen kan je in het voor- of naseizoen goedkoper kamperen. Geen centje pijn. Onze Noorderburen hebben het al lang begrepen. Buiten het seizoen in een acsi-camping, meestal door Nederlanders zelf beheerd, overheerst… sorry, ik haal de woorden soms door elkaar. Je vindt en hoort ze overal. Geen gezeik met de taal: ze spreken Nederlands en wij ook. Zo worden misverstanden vermeden behalve als je, in mijn geval, Aaaaantwaaarps praat. Niet erg, onze Noorderburen worden er door gecharmeerd, al verstaan ze er geen moer van! En raar, maar waar, als Vlaming praat ik dan… plots Nederlands met een accent. Ik geloof dat ze het ‘Hollands’ noemen. ‘Wat leuk… ach wat sneu… als daar maar geen gesoddemieter van komt… Doei!’ Geen kwaad woord over onze Noorderburen! Nederlanders praten vlot Engels, wij Belgen een mengelmoes aan talen, daarvan geen enkele correct. Talen zijn voor ons Belgen een overlevingsstrategie. Al onze buurtstaten zijn in ons land op bezoek geweest voor een korte of langere tijd. Wat doe je dan? Je wilt toch niet ongastvrij zijn of het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Je past je aan. Survival! Was het niet Darwin die zei: Survival of the fittest? Ze hebben daarna zijn uitspraak een beetje veranderd: Het zijn niet de sterkste soorten die overleven en ook niet de meest intelligente. ‘Maar de soort die het beste reageert op veranderingen. Charles Darwin Engels medicus en bioloog 1809-1882 Wel daar ben ik volkomen met eens.  Arabisch gaat ons niet zo goed af… maar dat is een kwestie van tijd. Kamperen breekt alle taalbarrières, maakt je geliefd én intelligent. In de volgende afleveringen wordt hier dieper op ingegaan. Maar laat mij u toe met uw keuze te feliciteren.   De volgende episode: Als het weer niet meezit?

Fanny Vercammen
0 0

CENSUUR

Het eens zo gevreesde woord boezemt me niet langer angst in. Het woordje censuur las ik voor de een of andere reden in twee stukken, namelijk ‘cense’, ‘gevoel’ in het Engels en ‘suur’ waarvan ik ‘zuur’ maakte. Bijgevolg: zure gevoelens. Vermits ieder mens fantasie heeft creëerde mijn linker – of is het rechterhelft – van mijn brein een niet al te fraai beeld van de Homini-censura. Een magere man in een donker pak met een brilletje op de punt van zijn neus, een magere vrouw met een streng knotje, smalle mond en het onvermijdelijke brilletje, waarover beiden je rigide aankijken met een blik die doet vermoeden dat hun gevoel voor humor al bij de geboorte geamputeerd werd. Het duo zit aan een  groot bureau waarin een enorme versleten tapijt op de grond ligt, in een donkere kamer, waar het daglicht, angstvallig door  zware draperieën verbannen wordt brandt een felle bureaulamp. Tegenover hen op een krakkemikkelig stoeltje doordrongen met de geur van angstzweet zit de auteur.  Blijkt dat ik dit helemaal verkeerd heb ingeschat. Vergelijk het met politiemannen- en vrouwen in België die  bijna een ceremoniële functie hebben gekregen. Ze hebben wel een wapen maar ojee als ze ermee schieten.  Zoveel  staat er niet meer op het spel. We hebben een open-debatcultuur, voorlichting, psychologen, psychiaters en allerlei mensen die moeilijke thema’s niet langer uit de weg gaan. Integendeel. We omarmen de wetenschap en verbranden vele ‘heilige huisjes’ om de delinquent te vergeven of te begrijpen. We zijn allemaal, of toch bijna, kinderen van de verlichting die niet sidderen voor God of Duivel. Natuurlijk zijn sommige thema’s, weliswaar gezegd of geschreven, zo wansmakelijk dat ze afschuw veroorzaken. Gruwelijke moorden, kindermisbruik, slavernij, uitbuiting, groepsverkrachting, volkerenmoord of vervolging van minderheden. We hebben het allemaal eens gezien, gehoord of besproken. Wie eraan twijfelt zet best het nieuwsbericht op. Er zit ongetwijfeld wel iets naar uw gading bij. U kunt kiezen voor het geschreven of gesproken woord. Wil je zelf iets publiceren  wees dan gewaarschuwd. Wil je het uitgeven? Begin te beven. Ik volg het programma ‘Master chef’ waarin  censuur wordt toegepast op drie koks die het hart uit hun  borstkast rukken tijdens het koken en samen opdienen met  gerechten die ze aan een aantal criticasters in chique kledij voorschotelen. De presentators beoordelen het zelf ook eens zodat er geen twijfel bestaat wie geveld gaat worden door het zwaard van Damocles. Dan worden de ongelukkigen verjaagd uit de tempel des heren met ‘good luck’, een vriendelijk woord. Geef toe het kan onpersoonlijker en onbeschaafder.  Maar ja dat staat niet sympathiek voor de televisiemakers. Nu zit ik in hetzelfde schuitje als de drie koks af te wachten of ik de eindtermen zal halen. Schrijven, het doet iets met je. Die onzekerheid: was ik niet te sarcastisch… To be Azerty of niet?  Censuur bestaat in grove of fijne penselen. Gelouterd ga ik door, of het lot van zovelen op de slushpile delen? Het zwarte pak, het knotje en de strenge blikken zijn nu verdwenen door sympathieke mensen.   De censuur blijft.

Fanny Vercammen
0 0

CENSUUR

Het eens zo gevreesde woord boezemt me niet langer angst in. Het woordje censuur las ik voor de een of andere reden in twee stukken, namelijk ‘cense’, ‘gevoel’ in het Engels en ‘suur’ waarvan ik ‘zuur’ maakte. Bijgevolg: zure gevoelens. Vermits ieder mens fantasie heeft creëerde mijn linker – of is het rechterhelft – van mijn brein een niet al te fraai beeld van de Homini-censura. Een magere man in een donker pak met een brilletje op de punt van zijn neus, een magere vrouw met een streng knotje, smalle mond en het onvermijdelijke brilletje, waarover beiden je streng aankijken met een blik die doet vermoeden dat hun gevoel voor humor al bij de geboorte geamputeerd werd. Beiden gezeten aan groot bureau waarin een enorme versleten tapijt op de grond ligt, in een donkere kamer waar het daglicht door zware draperieën verbannen wordt.  Jij zit tegenover hen op een krakkemikkelig stoeltje doordrongen met de geur van angstzweet. Blijkt dat ik dit helemaal verkeerd heb ingeschat. Vergelijk het met politiemannen- en vrouwen in België die  bijna een ceremoniële functie hebben gekregen. Ze hebben wel een wapen maar ojee als ze ermee schieten .Zoveel moraal staat er niet meer op het spel. We hebben een open-debatcultuur, voorlichting, psychologen, psychiaters en allerlei mensen die moeilijke thema’s niet langer uit de weg gaan. Integendeel. We omarmen de wetenschap en verbranden vele ‘heilige huisjes’ om de delinquent te vergeven of te begrijpen. We zijn allemaal, of toch bijna, kinderen van de verlichting die niet sidderen voor God of Duivel. Natuurlijk zijn sommige thema’s, weliswaar gezegd of geschreven, zo aanstotelijk dat ze afschuw veroorzaken. Gruwelijke moorden, kindermisbruik, slavernij, uitbuiting, groepsverkrachting, volkerenmoord of vervolging van minderheden. We hebben het allemaal eens gezien, gehoord of besproken. Wie eraan twijfelt zet best het nieuwsbericht op. Er zit ongetwijfeld wel iets naar uw gading bij. U kunt kiezen voor het geschreven of gesproken woord. Wil je zelf iets publiceren  wees dan gewaarschuwd. Wil je het uitgeven? Begin te beven. Ik volg het programma ‘Master chef’ waarin  censuur wordt toegepast op drie koks die het hart uit hun  borstkast rukken tijdens het koken en samen opdienen met  gerechten die ze aan een aantal criticasters in chique kledij voorschotelen. De presentators beoordelen het zelf ook eens zodat er geen twijfel bestaat wie geveld gaat worden door het zwaard van Damocles. Dan worden de ongelukkigen verjaagd uit de tempel des heren met ‘good luck’, een vriendelijk woord. Geef toe het kan onpersoonlijker en onbeschaafder.  Maar ja dat staat niet sympathiek voor de televisiemakers. Nu zit ik met dezelfde angsten als de drie koks af te wachten of mijn grammatica, woordenschat, verouderd taalgebruik, komma’s en aanhalingstekens de eindtermen halen. Schrijven, het doet iets met je. Was ik niet te sarcastisch, te bout of onbeschoft, interessant of niet?  Censuur bestaat in grove of fijne penselen. Ga ik door, of moet ik het lot van zovelen op de slushpile delen? Het zwarte pak, het knotje en de strenge blikken zijn nu verdwenen door sympathieke mensen. De censuur blijft.

Fanny Vercammen
0 0

Herfstblues

  Ik zal niet de eerste of de laatste zijn met een gloeiende hekel aan de donkere dagen. De bomen schudden de mooiste kleuren van hun takken, vormen ritselende tapijten in felle kleuren met de geur van natte bladeren, kruiden... en een verscheidenheid aan noten die de zintuigen prikkelen. Het is alsof moeder natuur haar uiterste best doet om ons af te leiden van het korten van de dagen.   Dit jaar heeft de algemene droogte de bladeren vroegtijdig laten vallen. Toch is het geleidelijk gebrek aan licht schuldig aan het jaarlijks herfstseizoen. Ach dichterlijke zielen, met een overschot aan vitaminen D, gaan met de glimlach de bossen en parken bezoeken. Enthousiast noten verzamelen, paddenstoelen bewonderen, als kleine kinderen bladeren naar boven schoppen, genietend van het apart aroma. Wind noch regen belet hen om flink aangekleed, met stevige schoenen, de luttele lichturen weg te stappen om daarna in een brasserie of eetcafé, liefst bij kaarslicht, een koffie of iets sterkers te gebruiken. Tevreden dat ze de elementen hebben getrotseerd blijven ze nakeuvelen met onbekenden, wisselen emailadressen uit om de mooiste foto's te vergaren. Romantisch... niet? Gezelligheid troef! Ik gun het hen van harte.   Persoonlijk behoor ik tot de groep melancholieke depressievelingen waarvoor de apotheek de dringenste reden is om buiten te komen. Een goed gevuld 'Pharma-zakje' met vitaminen D, anti-depressiva, koortswerende middelen en een hoestfles helpen me de blues te bestrijden. Romantiek, gezelligheid op de sofa met een beker thee en iets om te snoepen. Eten geeft altijd een goed gevoel tot de weegschaal er aan te pas komt. Dan heb je er een schuldgevoel bij. Toch moet ik elke dag buiten voor twee flinke vierpoters: een Labrador en Golden Retriever.   Met een brede glimlach zie ik hen beiden in de bladeren spelen, of het nu regent of niet. Soms kleddernat of onder de modder komen we samen thuis. De tongen hangen uit hun bek, glinsterende ogen. Blij betrekken ze me in hun spel. Liefdevol droog ik ze af, geef ze iets extra en ververs het water. Intens tevreden gaan ze dan op hun matras liggen,  sluiten hun ogen voor een dutje. Soms kruip ik mee op hun matras die ze blij delen, ze schurken zich behaaglijk tegen me aan. Dan gebeurd er een wonder... ik glimlach zielsgelukkig, de zon schijnt in huis.                       

Fanny Vercammen
0 0

Herfstblues.

  Ik zal niet de eerste of de laatste zijn met een gloeiende hekel aan de donkere dagen. De bomen schudden de mooiste kleuren van hun takken, vormen ritselende tapijten in felle kleuren met de geur van natte bladeren, kruiden... en een verscheidenheid aan noten die de zintuigen prikkelen. Het is alsof moeder natuur haar uiterste best doet om ons af te leiden van het korten van de dagen.   Dit jaar heeft de algemene droogte de bladeren vroegtijdig laten vallen. Toch is het geleidelijk gebrek aan licht schuldig aan het jaarlijks herfstseizoen. Ach dichterlijke zielen, met een overschot aan vitaminen D, gaan met de glimlach de bossen en parken bezoeken. Enthousiast noten verzamelen, paddenstoelen bewonderen, als kleine kinderen bladeren naar boven schoppen, genietend van het apart aroma. Wind noch regen belet hen om flink aangekleed, met stevige schoenen, de luttele lichturen weg te stappen om daarna in een brasserie of eetcafé, liefst bij kaarslicht, een koffie of iets sterkers te gebruiken. Tevreden dat ze de elementen hebben getrotseerd blijven ze nakeuvelen met onbekenden, wisselen emailadressen uit om de mooiste foto's te vergaren. Romantisch... niet? Gezelligheid troef! Ik gun het hen van harte.   Persoonlijk behoor ik tot de groep melancholieke depressievelingen waarvoor de apotheek de dringenste reden is om buiten te komen. Een goed gevuld 'Pharma-zakje' met vitaminen D, anti-depressiva, koortswerende middelen en een hoestfles helpen me de blues te bestrijden. Romantiek, gezelligheid op de sofa met een beker thee en iets om te snoepen. Eten geeft altijd een goed gevoel tot de weegschaal er aan te pas komt. Dan heb je er een schuldgevoel bij. Toch moet ik elke dag buiten voor twee flinke vierpoters: een Labrador en Golden Retriever.   Met een brede glimlach zie ik hen beiden in de bladeren spelen, of het nu regent of niet. Soms kleddernat of onder de modder komen we samen thuis. De tongen hangen uit hun bek, glinsterende ogen. Blij betrekken ze me in hun spel. Liefdevol droog ik ze af, geef ze iets extra en ververs het water. Intens tevreden gaan ze dan op hun matras liggen,  sluiten hun ogen voor een dutje. Soms kruip ik mee op hun matras die ze blij delen, ze schurken zich behaaglijk tegen me aan. Dan gebeurd er een wonder... ik glimlach zielsgelukkig, de zon schijnt in huis.                       

Fanny Vercammen
0 0

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

Begeesterd

1STE SCENE - INSIDE OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE - SCHRIJFKAMER KERLAN Moet je zien, zoveel boeken! greta De kasten begeven het bijna... GIDS Niet alle boeken zijn van zijn hand. Ferdinand Speare was ook een verwoed lezer. Bartel Was de man gehuwd? GIDS Ja, waarom vraagt u dat? BARTEL Kinderen? GIDS Neen, daarover bestaat ook een mythe. GRETA Een mythe, wat interessant. KERLAN Hoe luidt de mythe? BARTEL Hij las teveel, schreef teveel en had geen tijd voor boelekes te maken... GRETA (geeft Bartel een ellenboogstoot) Jij met je flauwe mopjes... GIDS (lacht beleefd) Het geheim is nog niet achterhaald... het gezegde luidt: Kennis is macht zonder liefde. Liefde is aanvaarden en geven. Met de juiste kennis kan de macht van de vloek worden bezworen en wordt de schrijver herboren. GRETA Cryptisch omschreven...Kerlan dat is een kolfje naar jouw hand. KERLAN De kennis kan verwijzen naar de boeken...hoe meer je weet, hoe meer macht...de liefde werd verwaarloosd. Dat weten we, maar de rest is Chinees voor mij. BARTEL Dus als ik het goed begrijp zou de oplossing in de boeken liggen? GIDS Het spijt me, de boeken zijn niet leesbaar...ze zijn zeer fragiel. GRETA Spijtig... GIDS Tot zover de toer. Ik wens iedereen nog een prettige dag en vergeet heu...de gids...niet. Greta, Kerlan en Bartel gaan naar buiten en blijven voor het huis staan. de gids trekt de voordeur gewoon toe. GRETA Heb je dat gezien? De gids doet niet eens de deur op slot! BARTEL Het zal een zelfsluitend slot zijn? KERLAN Bartel doet niet zo idioot...dat bestond niet in de 16de eeuw. BARTEL Het zou toch kunnen dat ze het slot hebben vernieuwd? GRETA (draait zich van de ene naar de andere kant) Is die gids weg? (wandelt naar de deur en rammelt aan de deurknop) Ik wist het! In zo'n boerengat kent men geen misdaad. KERLAN Haal het niet in je hoofd Greta! GRETA Nee hoor. Het is nog veel te vroeg. Vier uur 's nachts is beter. KERLAN Vergeet het, ik doe er niet aan mee! GRETA (loopt weg van de deur en geeft Bartel een knipoog) Einde scéne 1   2de SCENE - outside OUD HUIS VAN DE OVERLEDEN PLAATSELIJKE SCHRIJVER SPEARE- nacht Kerlan, Greta en Bartel, elk met een hoofdlamp, staan voor de deur. KERLAN Greta, ik vind het nog steeds geen goed idee... GRETA (snauwt) Genoteerd. BARTEL Greta, wees nu eerlijk...we kunnen toch in één nacht niet heel de bibliotheek lezen? GRETA Neen, officiële boeken kunnen we laten liggen - tenzij we pech hebben en de oplossing verstopt werd in meer recente boeken - het zijn de losse nota's en kaften die we eerst bekijken. KERLAN (sarcastisch)) We hebben 14 dagen vakantie... slapen heel de dag en pluizen 's nachts de bib uit. Moet kunnen... GRETA Drie nachten en dan hou ik er mee op, beloofd!   (de mannen zuchten diep) openen de deur met een weids gebaar KERLAN Waar te beginnen? GRETA Kerlan, misschien kun jij de linkerkant onderzoeken, Bartel jij de rechter. Ik neem het bureau en alle andere kleine kastjes...   Ieder begint aan zijn taak, het is moeilijk zoeken met enkel een hoofdlamp. Eén voor één doorzoeken ze de kaften en al wat oud is. Zorgvuldig zetten ze alles terug op de juiste plaats. BARTEL Op hoop van zege... ( gaat op een antieke stoel zitten en springt onmiddellijk terug recht) Een springveer...recht in mijn gat! GRETA Wees toch voorzichtig! Dat is antiek. KERLAN (lachend) Er is toch niets aan de stoel? BARTEL (wrijft over zijn achterwerk met een pijnlijk uitdrukking op zijn gezicht) Het is u gat ni zeker? KERLAN tracht de veer vruchteloos terug te duwen Wat is dat nu? Ik kan die veer niet terug duwen... GRETA Wacht, ik kijk eens mee... (verrast) Er ligt iets op de bodem van de stoel... (vist een klein doosje op) Kijk, kijk... KERLAN Wat is het? BARTEL (verbaasd) Een klein doosje zonder opening. GRETA Een klein doosje? Ja...zonder opening...nee! Alle drie hoofdlampen worden op het doosje gericht. GRETA (zit er verbeten aan te prutsen) Ze duwt aan de zijkanten en een paneeltje verschuift. (ze haalt er een papiertje uit) Dit kan niet! BARTEL KERLAN Wat, wat...? GRETA Ik geloof dat we geluk hebben... KERLAN Bedoel je... GRETA Wie kent er oud Engels? KERLAN Mijn grootouders komen uit Wales...laat me eens zien. GRETA geeft het papiertje af aan Kerlan. KERLAN (Leest voor) Books have thou wisdom, if you can open they eyes of love with the brightness that day brings. BARTEL Een ander raadsel! Dat kan hier nog lang duren... GRETA Boeken bevatten de wijsheid als het daglicht de ogen voor liefde openen. KERLAN Als het vorige cryptisch werd weergegeven...dan zou ik denken... GRETA Ja? KERLAN Wacht even...zijn hier ogen aanwezig? BARTEL Ja, drie paar die er geen sikkepit van begrijpen. KERLAN Ik bedoel hier in de kamer, slimmeke. Ze draaien zich om en beginnen terug te zoeken. Greta (Slaakt een verraste kreet) Ja, natuurlijk! Kijk naar het schilderij aan de muur. KERLAN Het portret! Centraal opgesteld... zijn vrouw, met half gesloten ogen... omringt met engelen en bloemen. GRETA (onderzoekt de gesloten ogen van de vrouw) De oogleden kunnen opengeklapt worden! BARTEL Dan zitten we met een probleem... KERLAN Hoe bedoel je? GRETA Dat wil zeggen...we overdag moeten terugkomen... KERLAN Ik ben geen pessimist, maarre...dan loopt de gids rond. GRETA (zelfverzekerd) Laat die griezel maar aan mij over...   Einde scéné 2        3de scene - Volgende dag 's morgens voor het museum - GIDS opent de deur Goedemorgen. Jullie! Was mijn uitleg niet duidelijk? GRETA (poeslief) Heel duidelijk. We hebben meteen besloten onze scriptie aan Speare te wijden. Maar dan moeten we een aantal bijzonderheden weten. (ze klampt de gids vast en glimlacht hem toe)   GIDS Heu...ja, oké. Ik zal mijn best doen. KERLAN Heeft hij nog iets anders geschreven buiten boeken?   GRETA Wanneer werd hij echt bekend? BARTEL Schreef hij soms in opdracht van het Portugese hof? GIDS Momentje ik kan maar één vraag per keer antwoorden. GRETA (klampt de gids bezitterig vaster) Sorry heren, ladies first. ( draait haar rug naar Kerlan en Bartel en loodst de gids mee uit de kamer met het portret)   BARTEL (kijkt gespannen toe of de gids met Greta ver uit de buurt zijn) Ik open de oogleden, jij let op? KERLAN (knikt kort) BARTEL (opent de luikjes) een stralend zonlicht boort zich door de kamer De twee bundels licht richten zich eensgezind op een boek van de boeken plank. KERLAN (haast zich om het boek uit het schap te halen) Gelukt! Maken dat we hier weg zijn. BARTEL En Greta dan? KERLAN Als wij hier weg zijn zal ze beslist weten dat we terug naar buiten zijn. BARTEL Ja, goed. Ik ben benieuwd! KERLAN BARTEL Haasten zich naar buiten met het boek. Kerlan en Bartel wachten buiten. Even later komt Greta naar buiten gewandeld. GRETA En jongens? KERLAN Opdracht volbracht! BARTEL Vlug naar het kamp. Ik ben écht benieuwd. Ze wandelen weg - komen toe in hun kamp einde 3de scene     4de scene het kamp late namiddag Kerlan zit op een van de kampeerstoeltjes met het boek op het kampeertafeltje KERLAN (zit met zijn neus bijna bovenop het boek)) BARTEL Kerlan, heb je een bril nodig? KERLAN (geërgerd) Wil jij het doen? Oud Engels in schoonschrift vol krullen! GRETA Als iemand het kan dan ben jij het Kerlan... KERLAN Slijmen helpt niet Greta! BARTEL Wat heb je tot hiertoe gevonden? KERLAN Kort en bondig: niets. Het gaat over een driehoeksverhouding... GRETA Klinkt dramatisch... KERLAN Zoals gewoonlijk... 2 mannen willen dezelfde vrouw, de vrouw is getrouwd met een kasteelheer maar is verliefd op de staljongen die haar liefde beantwoordt. BARTEL Laat me raden... de kasteelheer komt er achter... en de poppen gaan aan het dansen. KERLAN Ja, maar wel op een rare manier... de vrouw mag tussen hun beide kiezen van de kasteelheer, als ze voor hem kiest zal hij haar de vrijheid geven om de staljongen te beminnen en toch van haar houden. Op één voorwaarde dat ze zich niet bemoeid met zijn passie. Vrouwlief kiest voor de luxe en de vrijheid en bemoeit zich niet met zijn passie: boeken schrijven... GRETA Vind je niet dat het thema 'boeken schrijven' hier ook zo belangrijk is? Net als voor Ferdinand Speare. KERLAN Nu je het zegt...ik ben benieuwd wat er volgt... (leest begeesterd verder) GRETA Nog veel plezier. Ik ga eventjes uitrusten. Ik heb heel de nacht niet geslapen van de warmte. (doet een dutje in de tent) BARTEL Ondertussen maak ik het avondmaal. KERLAN Weer spaghetti zekers? BARTEL 'Geen goesting is geen honger, ‘zei ons moeder altijd. Het is dat of niks! KERLAN Ja, pa! (neemt het boek mee naar zijn tent) BARTEL (boos) Ik ben ook op vakantie hé! begint met de potten te rammelen en haalt water ze zitten alle 3 aan tafel spaghetti te eten GRETA Wat ben je nog te weten gekomen Kerlan? KERLAN Je had gelijk Greta, de overeenkomsten met onze schrijver worden steeds groter. BARTEL Wat bedoel je? KERLAN Wel... stalknecht wil niet langer aan een touwtje hangen en beëindigt de relatie. Madam verveelt zich en eist een kind of ze verlaat Speare. Hij tracht haar lief te hebben, maar zijn gedachten gaan steeds naar zijn boeken en daardoor blijft zijn jongeheer halfstok hangen. Resultaat: geen bevruchting, geen boelekes. Zijn vrouw wordt depressief en ten einde raad gaat hij een toverkol opzoeken om zijn probleem op te lossen. BARTEL Aha! KERLAN Inderdaad, zij geeft hem een raadselachtige opdracht... (neemt het boek op zijn schoot en begint luidop voor te lezen) Shall ye find young ones to replace the triad you had and one of these read these words: 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA Wat wil dat nu weer zeggen? En wie is Lily? KERLAN De vrouw van Speare... BARTEL Wat een drama! GRETA (fluistert) Ja, inderdaad. Onbeantwoorde liefde en wensen... drie ontgoochelde mensen. (staart Kerlan aan) Wil je de rest voorlezen? KERLAN (glimlacht) Na het eten en de afwas als verhaaltje voor het slapen gaan. GRETA (geeft een speelse klap op de knie van Kerlan) Afgesproken! in een van de drie tenten brandt een lamp en hoort men de stem van Kerlan en Greta. KERLAN (leest voor uit het boek) 'For those who choose love instead of wisdom and almightiness, have pity and pledge tears on your name, the cry of a baby will come.  If not swiftly, your ancestors wait patiently. Ye and Lily will find peace in another life.' GRETA (snikt ingetogen) Prachtig geschreven... maar zo triest, vooral het einde... (weent ingetogen) KERLAN Kom, kom het is maar een verhaal... kom eens hier... het enig brandende lampje gaat uit. Einde 4de scéne.   SLOT - 1 jaar later zelfde camping - overdag Een jaar later staan Greta, Kerlan en Greta op dezelfde camping. GRETA (houdt een baby vast) Hier zijn we weer... BARTEL Met eentje meer. Waarom persé terug naar hier? KERLAN Ik wil iets nagaan... ze gaan allen naar het museum. GIDS (herkent hen meteen) Terug welkom! (buigt zich over de baby) Wat een prachtig kindje... KERLAN We wilden je nog iets vragen... GIDS Jaaaa? KERLAN Was de naam van de schrijver echt Ferdinand Speare? GIDS Nee, hij schreef onder een alias. Zijn echte naam is Karl, Kerlan,  Bartholomeus... Hoe heet de baby? KERLAN Lily! Het huis van de schrijver straalt in de zonneschijn. vanuit de bibliotheek klinkt vrolijk gezang van een vrouw en het hartelijk gelach van een man. Einde slot  

Fanny Vercammen
0 0

De vermiste sok had een relatie.

  ‘Dit kan niet!’ riep de wanhopig verdwaalde sok tussen de wasmachine en droogkast. ‘Hé, ho!’ riep hij met een piepstemmetje naar Tom die de wasmachine leegde om vervolgens het gewassen goed in de droogtrommel te proppen. Het vuil goed werd achteloos in de wasmachine gedropt met een heleboel zeep. De verdwaalde sok was in de pijp van een broek blijven zitten tot Tom de broek uitschudde. Na een succesvolle vlucht belande de sok geruisloos achter de wasmachine. Een grote zakdoek en een poppen-sok zagen hem in hun nabijheid landen. Sokkemans rekte zich uit en trachtte zo hard mogelijk te brullen:  ‘Tom! Luiwammes! Kijk toch uit je doppen! Weet je wel dat ik een relatie heb? Ik ben een eerlijk getrouwd man! Mijn vrouw en ik passen perfect bij elkaar en jij… ja jij! Jij bent een spelbreker, een huwelijksbreker! Stuk onverantwoord verdriet. IK WIL HIER UIT!’ De zakdoek stak twee punten in zijn denkbeeldige oren.  ‘Hemeltje wat een herrie! TOM HOORT JE NIET, koppige ezel! De poppen-sok keek Sokkemans droevig aan.  ‘Jij bent je partner kwijt en ik mijn mama. Kan jij me naar mijn mama brengen? vroeg ze met een zielig stemmetje. Sokkemans blies zich op als een geschrokken pad.  ‘Welja, waarom niet? Dat kan er nog bij! Een zakdoek met zoveel gaatjes dat je door een Gruyère kaas snuit en een moederloos wicht dat heel de tijd loopt te dreinen. Zijn jullie nu helemaal?’  ‘We kunnen elkaar helpen,’ bromde de zakdoek.  ‘Ja, ja, jaaa, helpen. Poppemie mist me waarschijnlijk verschrikkelijk! Sokkemans trok een pruilmond – voor zover dat lukte –bij gebrek aan strekbare polypropyleen tussen het garen keek hij eerder zuur.  ‘Hoe denken jullie hieruit te komen?’  ‘Wel…we hadden al een plannetje…maar daarvoor hadden we een groter kledingstuk nodig, Poppemie is te kort. Met jou…mmm…ja met jou kan het lukken.’ De sok van Poppemie keek aandachtig naar Sokkemans, die deed alsof hij niets zag. Na een aantal minuten schoot hij toch uit zijn slof-loze pantoffels.  ‘Heb ik wat van je aan, Poppemie?’  ‘Oh nee! Het zou te groot zijn, maar…ik vraag me af…ben je wel soepel genoeg?’  ‘Soepel? Voor wat?’  ‘Poppemie, als je het niet erg vindt leg ik het verder wel uit aan onze vriend.’  ‘Veel succes,’ klonk het hoge stemmetje.  ‘Wel,’ begon de zakdoek, ‘elke week wordt er tweemaal gereinigd. Als we ons allemaal in het hoekje proppen kunnen we misschien de dweil te pakken krijgen. De vraag is: Ben jij soepel en sterk genoeg om de dweil te pakken te krijgen en ons mee te trekken?’  ‘Waarom zou ik jullie meesleuren?’ Poppemie draaide zich om en zat treurig op haar hiel te zuigen in een hoekje. Boos keek zakdoek naar Sokkemans.  ‘Ben je nu tevreden, harteloze sok?’ Sokkemans hoorde Poppemie snikken en keek beschaamd naar de vloer. Aarzelend kwam Sokkemans op zijn woorden terug.  ‘Het is geen slecht gedacht…ik ben misschien wat snel geweest…het klonk behoorlijk egoïstisch.  ‘Dat je dat maar weet!’ klonk het strijdvaardig hoge stemmetje. De zakdoek haalde zijn hoekpunten op.  ‘Ze is snel overstuur, jong hé…’  ‘Ach ja,’ zuchtte Sokkemans zo zijn we allemaal geweest. Sorry, voor mijn gedrag van daarnet… Hoe wil je het aanpakken?’ De zakdoek liet een glimlach vol gaten zien. Sokkemans proestte het uit.  ‘Sorry, sorry… ik wilde je niet…’  ‘Uitlachen?’ zei de zakdoek vermaakt. ‘Natuurlijk! Lachen ontspant en laat relativeren. Ze werden alle drie opgeschrikt door een gezoem en even later het gerammel van een emmer met daarin een schoonmaakmiddel, een dweil en aftrekker. Tom kwam slechtgehumeurd het washok binnen.  ‘Verdomme, teveel zeep! En Mies maar zeuren… Dat is nog het ergst!’ Plots kwam een tsunami van zeepsop in hun richting aangerold. Sokkemans wist nog snel een sprong te maken en belandde op de top van de golf die zich al terug trok. De zakdoek bleef met één van zijn gaten hangen in de aftrekker en zwaaide Poppemie in een grote boog naar Sokkemans toe. Sokkemans klemde Poppemie dicht tegen zich aan en liet zich meevoeren met het water.  ‘Ach, die waren we kwijt…en het sokje van Poppemie…wat zal die blij zijn. Tom viste ze beiden uit het water en legde hen bij de te wassen sokken. Sokkemans glimlachte tegen Poppemies sokje en zuchtte gelukkig tot hij een schelle stem hoorde:  ‘Daar heb je die natte sok van een vent! Nog wel met iemand anders kinderen…’ Sokmans keerde zich blij verrast naar zijn vriendin.  ‘Mijn liefste voetgenootje…’ Zijn stem stierf weg, naast zijn sok-genootje lag een nieuwe witte stoere sok met de tekening van een panter. De panter-sok draaide zich naar Sokkemans en vroeg dreigend:  ‘Ken jij mijn vriendinnetje?’ Het ‘vriendinnetje’ haastte zich om te antwoorden:  ‘Een oude sok uit een ver verleden en een vreselijke zeur, niet eens de moeite waard om je druk te maken.’ Tot in het diepst van zijn ziel geschokt merkte Sokkemans niet eens dat Tom de oude zakdoek naast hem legde.  ‘Wat ging er mis?’ vroeg de zakdoek buiten adem. Van zijn sokken geblazen antwoordde Sokkemans: ‘Voor ik vermist was had ik tenminste een relatie.’  

Fanny Vercammen
0 0

VERLOREN

Anna en Ronny zitten op de bank te praten over koetjes en kalfjes. Maggy (komt aanwandelen.) Hey! Anna, Ronny, leuk om jullie te ontmoeten. Hoe gaat het ermee? anna Alles kan beter! ( Lacht kort.) Hoe is het met jou? maggy Ca va. ronny Dat klinkt niet echt vrolijk. maggy Geeft niet. Niets speciaals. ( Begint te huilen) ANNA Wat, niets speciaals? RONNY Je bent duidelijk over je toeren Maggy. Ronny staat recht en legt zijn arm rond de schouder van Maggy. Zachtjes dwingt hij Maggy om naast Anna te gaan zitten. Hijzelf gaat naast Maggy zitten. ANNA Maar meisje toch, je bent onder vrienden... kom lucht je hart... Anna reikt een pakje papieren zakdoekjes aan. Neem je tijd, we zijn er voor jou. MAGGY ( Antwoordt huilend.) Je, je zou me... toch niet geloven.   neemt het pakje papieren zakdoekjes aan. Ze sukkelt om het pakje te openen, neemt er meerdere uit en laat de rest van het pakje vallen. Ronny raapt het pakje op en steekt het in zijn jas zak. ANNA Kom, kom zo erg kan het niet zijn... Maggy (reageert woedend) Je weet er niets van! Jij hebt gemakkelijk praten...ik beleef het alle dagen! RONNY Nee, we zijn helemaal niet boos op jou Maggy. We zijn wel bezorgd. Toe, wat kunnen we voor je doen? Maggy houdt op met snikken en kijkt Anna en Ronny om beurten vorsend aan.   Willen jullie mij écht helpen? Dan moeten jullie mee. Ja...mee...naar mijn huis. Je, jullie...moeten het zelf zien. Dan...kan je beslissen... ANNA Wat zien? Ronny schudt zijn hoofd en helpt Maggy overeind.   Niet praten, maar doen! Kom Maggy. Anna? We brengen jou naar huis. Dan kunnen we het zelf zien. Maggy glimlacht en knikt. Anna en Ronny nemen Maggy tussen hen beiden. Arm in arm wandelen weg. over naar Maggy's huis - Anna,Ronny en maggy staan aan de voordeur. MAGGY Opent de deur met trillende vingers. Doe je jas dicht en kom binnen. Ronny en Anna kijken elkaar verbaasd aan. Maggy draait haar hoofd naar Ronny en Anna. Ja, ik weet het...het klinkt idioot. Eén voor een schuifelen ze naar binnen. ANNA Brrrrr, dat is hier koud! MAGGY (zucht) Ja, meestal... RONNY Heb je problemen met de verwarming? MAGGY Nee... Ik geef jullie iets warm om te drinken. Koffie of thee... iets anders? RONNY Koffie is prima. Maggy kijkt Anna aan. ANNA (Knikt bibberend.) MAGGY Ga zitten alsjeblieft, het wordt een lang verhaal...ik maak meteen koffie. Op de sofa liggen een aantal dekens, gebruik ze gerust. Ronny en Anna haasten zich naar de sofa. Er liggen 6 dekens en een zestal wollen handschoenen in verschillende maten. Haastig wikkelen Ronny en Anna zich in de dekens en speuren in de hoop handschoenen, op zoek naar de juiste maat. Maggy komt aangelopen met grote koppen, lepeltjes en een grote doos met koekjes. Ze glimlacht. MAGGY De koffie staat op. Neem gerust veel koekjes...dat helpt om je innerlijke kachel op gang te brengen. ANNA Heb je het niet koud Maggy? MAGGY Natuurlijk, maar ik ben het gewoon. Ik wilde eerst de koffie voor jullie klaarzetten, gelukkig werkt de electriciteit... mijn skipak en handschoenen liggen klaar om aan te trekken. Maggy gaat de kamer uit. ANNA Dit is toch al te gek? RONNY Gek of niet, dit is abnormaal. Ik zie geen air conditioning. Hoe komt het dan dat het hier zo koud is? Ik denk dat dit al een stuk van het probleem is. ANNA Ik vind het beangstigend... RONNY Eens kijken of haar radiatoren het wel doen. Ronny staat op en voelt aan de radiator. (Uit een kreet.)   Dit ga je niet geloven! De radiatoren staan op maximum. Ik kon er mijn hand niet op houden. Maggy komt binnen in skipak en houdt een thermos vast. RONNY Maggy, je radiator staat gloeiend heet ! MAGGY Ja... verbazend hé? ANNA Maggy... wat is er in hemelsnaam aan de hand? Maggy en Ronny gaan zitten. Maggy schenkt de koffie uit de thermos in de koppen. MAGGY Ach, ik ben de suiker en melk vergeten. (sloft de kamer uit) RONNY Wat het ook is...ze blijft er kalm bij. ANNA Ik niet! Nog even en ik loop terug naar buiten. Op dat moment komt Maggy terug de kamer in met de suiker en melk. Maggy zet zich rustig op de andere fauteil. MAGGY Wie wil er suiker en melk? Laat de koffie niet koud worden. Het gaat héél snel. Automatisch gehoorzamen Ronny en Anna: zonder melk of suiker nemen ze voorzichtig een slokje. Als je suiker neemt duurt het iets langer voor het koud wordt. Maggy neemt 5 klontjes suiker, roert heel kort in de kop en drinkt gulzig. Anna en Ronny haasten zich om één klontje suiker in hun kop te doen en kijken gebiologeerd toe hoe Maggy de rest van haar kop opdrinkt. ANNA Maggy...hoe...hoe MAGGY Kijkt naar de klok (22u) in de kamer. Momentje, neem jullie koppen vast. Wil je? Anna en Ronny aarzelen. Op dat moment valt uit het niets  een heleboel kleine voorwerpen op de tafel. Een gedeelte valt in Anna en Ronny hun kop. De kop van Ronny valt om. Anna (gilt.) MAGGY Dat was het voor vandaag. Zitten er waardevolle stukken bij? Anna en Ronny kijken Maggy stomverbaasd aan. Maggy raapt alle voorwerpen op en zet Ronny zijn kop recht. Een paar oorbellen...knoppen, een vals gebit en een heleboel koperen centjes. Ik ga even een schotelvod halen. Anna klamt Ronny doodsbang vast. Ronny schrikt van Anna's reactie. neemt haar in de armen. (onzeker) Kalm...kalm...Shuuuuuut  streelt Anna's haar als een automaat. Maggy komt met de schotelvod in haar skihandschoenen in de kamer en ruimt de gemorste koffie op. Met een grote zucht gaat ze zitten. Soms flikkeren de lichten of hoor je muziek. Oude liedjes op een antieke grammofoon...denk ik...of gefluister. Als ik in mijn bed lig hoor ik soms iemand stampvoetend rondlopen... ANNA Wat is het! MAGGY Ik vroeg het aan een priester...hij is hier geweest...'demon of een ontevreden geest', zei hij. 'Ik geloof niet in geesten,' antwoorde ik. 'Kan je me helpen,' vroeg ik toen. De priester stak me een bijbel toe en verliet het huis zonder woorden. RONNY (fluistert) Ik ken iemand met paranormale gaven... MAGGY (huilt stilletjes) Ik weet het niet meer. Ik wil alles proberen...heb zelfs de Bijbel helemaal uitgelezen...niets helpt ANNA Misschien die persoon met paranormale gaven...hoop ik...voor jou. We willen je helpen... Op dat moment (24u)horen ze een grote bonk.  Anna vlucht in paniek naar buiten. Einde scéne II       Volgende dag? De paragnost. - huis van maggy in de late namiddag 16u) scene III Eddy, met hoed, houdt een grote boodschappentas vast en belt aan. Maggy doet open. EDDY Dag Maggy, ik ben Eddy...paragnost. MAGGY Kom binnen, let niet op de rommel...ik ben gewoon...alles zo moe. EDDY Legt een hand op Maggy's schouder. Mag ik? MAGGY (in skipak en nerveus) Ja...natuurlijk, ja kom binnen, alsjeblieft!   Eddy  stapt de hal/kamer in. Kijkt in de boodschappentas en haalt er een dikke wollen sjaal en dikke handschoenen uit. Kalm doet hij zijn jas open, wikkelt de sjaal kruiselings over zijn borst, knoopt zijn jas toe en doet vervolgens de handschoenen aan. Maggy volgt zwijgend al zijn bewegingen. Dan kijkt hij zorgvuldig om zich heen.   Hoelang is dit al aan de gang? MAGGY Drie maand...denk ik, het lijken wel jaren. EDDY Je woont hier al lang? MAGGY Sinds mijn jeugd. Dit is het huis van mijn ouders...ze zijn alletwee dood... EDDY Op hetzelfde moment? MAGGY Nee, eerst stierf moeder... en een jaar later vader. EDDY Het spijt me, dat moet erg moeilijk voor je zijn geweest... MAGGY (Maggy knikt.) Héél moeilijk...ik rouwde nog voor moeder...en toen vader. ( snikt.) De bel gaat.  opent de deur. Anna en Ronny stappen zwijgzaam de kamer in. EDDY Zet de boodschappentas op een zetel. Hier zijn de helpers. MAGGY Helpers? Wat kunnen zij doen? EDDY Dat zal je wel merken. RONNY Eerlijk gezegd, ik weet niet hoe we kunnen helpen? EDDY Alles op zijn tijd... (Kijkt Maggy doordringend aan.) Hoe zijn je ouders gestorven? MAGGY (handenwringend) Moeder stierf aan kanker, vader van verdriet. Hij wou niet meer leven... EDDY Is er iets bijzonder gebeurd bij de dood van je moeder? MAGGY Nee...of ja toch...vader wilde de huwelijksring van moeder om ze samen te laten smelten tot één ring.Zo was moeder nog altijd bij hem, zei hij. Maar moeder haar trouwring zat niet meer aan haar vinger. EDDY Werd er iemand verdacht? MAGGY (terug handenwringend) Het kan iedereen zijn geweest: verplegend personeel, een andere patiënt, bezoekers...de kuisvrouw... EDDY Kijkt op de kamerhorloge. We hebben nog een uur de tijd. ANNA Voor wat? EDDY (geheimzinnig) Om de waarheid te kennen. RONNY Welke waarheid? EDDY DAT...moeten we nog ontdekken. Maggy leg je op de salontafel, alsjeblieft. MAGGY Op de salontafel? Voor wat? EDDY Het spijt me Maggy, het MOET. MAGGY (aarzelend) Ik weet niet wat de bedoeling is... EDDY GA OP DE SALONTAFEL LIGGEN! MAGGY Gehoorzaamt. neemt drie kussens en legt één kussen onder haar rug,  het ander onder haar hoofd en het laatste onder haar knieën. (vriendelijk) Lig je goed? MAGGY Ja...het gaat. EDDY (keert zich naar Ronny en Anna) Anna, jij neemt Maggy's hoofd vast en Ronny de voeten. Gewoon vasthouden. Anna en Ronny nemen Maggy voorzichtig vast. Stapt naar de boodschappentas, haalt er 4 dikke kaarsen uit. Zet de twee kaarsen aan weerszijde van Maggy's romp. Anna, Ronny, wat er ook gebeurd, zorg ervoor dat de kaarsen niet uitgaan. Buigt zich voorover naar Maggy. Maggy, wees niet bang, ik ja gewoon je armen strelen en vragen stellen waarop je eerlijk antwoord. Kan ik daar op rekenen? MAGGY (Met trillende stem)) Eerlijk antwoorden? G... g...goed, ja. EDDY Maggy ben je nog steeds verdrietig? MAGGY Ja. EDDY Heb je het nog steeds moeilijk? MAGGY Ja. EDDY Heb je een schuldgevoel? MAGGY J...ja. EDDY Waarvoor voel je je schuldig. MAGGY (schudt haar hoofd traag van links naar rechts). EDDY Antwoord! MAGGY Dat ik vader niet kon helpen! EDDY Lieg je? Drukt haar armen naar beneden. MAGGY (beweegt schokkend) EDDY Anna, Ronny, zorg ervoor dat ze niet kan ontsnappen. Ze MOET op de tafel blijven liggen. ANNA Is dit wel nodig? EDDY Ja! RONNY Ik voel de spanning in haar benen, het wordt moeilijk om haar voeten in bedwang tehouden. EDDY Indien nodig gebruik al je kracht! Maggy antwoordt, nu! MAGGY (grommend) Jaaaaaa! EDDY Heb je de ring? MAGGY Nee! EDDY Heb je de ring genomen? MAGGY (kalm) Ja. EDDY Waren het mooie ringen. MAGGY Ja. EDDY Beschrijf ze. MAGGY Hoogwaardig goud met 2 briljanten er in. Tussen de 2 stenen een gegraveerde knoop ten teken van hun verbondenheid. EDDY Ze zijn dus kostbaar? MAGGY (zucht) Jaaaaaaa. EDDY Heb je schulden? MAGGY (grauwt) Nee! EDDY Heb je de ringen in je bezit? MAGGY (worstelt hevig) RONNY Verdomme, Eddy! Ik kan haar voeten nauwelijks houden! ANNA Ik ook! Zonder kussen had ze nu een hersenschudding! EDDY ( woedend) Antwoord! Ik beveel je om te antwoorden!HEB JE DE RINGEN! MAGGY Ja, verdomme! Jaaaaa! EDDY Waar zijn ze? MAGGY (klein en huilerig)) Ik weet het niet... EDDY Je weet het niet? MAGGY (zeurig) Neeeeeje. ANNA Ik heb de indruk dat ze in slaap valt? RONNY Eddy, wat denk jij? EDDY We kunnen haar best wat rust gunnen. Haar geest heeft zich opgesplitst. RONNY Wat bedoel je? ANNA Bedoel je dat ze een gespleten persoonlijkheid heeft? EDDY Inderdaad...het schuldig en niet schuldige gedeelte. Ze wordt verteert door schuldgevoelens en wil bekennen, maar de eggoïste in haar heeft de overhand. Ze is haar eigen klopgeest geworden. Ze straft zichzelf tot het nuchtere gedeelte wint.De poltergeistfenomenen zullen dan vanzelf weggaan. Maggy ontspant en ligt te slapen op de salontafel EDDY Anna, leg nog een deken over haar, maar eerst... Haalt een groot aantal Colson-bandjes uit zijn boodschappentas en knevelt Maggy haar voeten, handen, maar ook haar hoofd, romp en knieën door de bandjes aan elkaar te binden rond de salon tafel. Met een diepe plof gaat hij in de zetel zitten. Hij veegt het zweet van zijn gezicht. Verbouwereerd gaan Ronny en Anna naast Eddy zitten. Plots valt alle licht uit, ook de kaarsen. Einde scéne III Avond - Maggy's kamer in het donker - scéne IV We horen enkel het huilen van de wind buiten het huis en het kraken van hout. EDDY Strijkt een lucifer af en brengt de kaarsen terug tot leven. Maggy snurkt stilletjes. Dat had ik wel verwacht... ANNA En...wat nu? RONNY Niet teveel hoop ik, ik ben doodop! EDDY Profiteer ervan om te rusten, we zijn er nog niet. Eddy legt zijn hoed over zijn gezicht en valt prompt in slaap. RONNY Meent die dat nu? ANNA Ik weet niet wat jij gaat doen, maar in knap ook een uiltje. We zien de klok aan de muur 4 uur versneld vooruit lopen tot 22u. MAGGY (uit een langerekte spookachtige kreet) Aaaaaaai, nééééééééé Ze begint heftig te worstelen. EDDY Zorg ervoor dat de kaarsen niet uitgaan! Overstuur nemen Anna en Ronny terug hun oorspronkelijke positie in. ANNA Ze lijkt sterker dan ooit! RONNY Doe zoals ik!Ga erop zitten... ANNA Jij zit op haar voeten...wisselen? RONNY Euh nee, ik zou iets kunnen kwijtspelen... EDDY Focus mensen! (rustig) Maggy, denk je niet gelukkiger te voelen als je oucers terug samen zijn? MAGGY (met een grote zucht)) Jaaaaaaaaaaaaa. EDDY Verenig hun terug en je zult bevrijdt worden van jouw poltergeist. MAGGY J...ja, dat is het beste. EDDY (fluisterend) Geef ze terug. Bevrijdt jezelf. Maak iedereen gelukkig... MAGGY I...ik...ik kan nie...niet (huilt zachtjes) Ronny (kijkt Anna strak aan) Wat is dut nu weer voor flauwe kul! ANNA Shuuuuuut, ze is in trance! EDDY Gaan jullie nu alleibei zwijgen, ja? (ademt diep in en fluistert in haar oor) Maggy, waarom kan je de juwelen niet teruggeven? MAGGY I...ik ben ze verloren... (zucht melijwekkend) Ik probeer ze te vinden...niets. Ik voel me zo schuldig... EDDY Wie kan er nog interesse hebben in de ringen? MAGGY Kwwwwweeeeeeenniiiiiiiiit EDDY Heb je huisdieren? MAGGY N...nee. Enkel de ekster in de boom komst me af en toe bezoeken voor restjes. Ze zit met kuikens. EDDY Weet je op welke tak? MAGGY Jaaaaaaaaaaa. EDDY Dit is heel belangrijk! Kijk in het nest met je onstofelijk oog. MAGGY Aaaaaaach, drie kuikens EDDY Zie je niks blinken? MAGGY Neeeee....ja toch! EDDY De klok slaat bijna 10 uur 's avonds...neem vlug wat blinkt uit het nest met je onstoffelijke hand. Heb je het in je hand? De kaarsen flikkeren door een plotse wind. Zwaar gebonk klinkt op de trap naar beneden. Een ijskoude wind waait door het huis. EDDY (ROEPT BEZWEREND) Maggy! Laat ze los! Nu! Uit het niets verschijnen plots boven de salontafel allerlei,prullaria, met daartussen ....de ringen. Rinkelend vallen ze op de grond voor de voeten van Eddy. EDDY raapt ze snel op en zegent iedereen in de kamer en zichzelf (Roept luid op gebiedende toon) Wat krom was, is nu recht. Wat verloren was, is teruggevonden. Verloren liefde, wees vervuld. Vul dit huis met liefde en vergeef de misstappen van een mens. Mens vergeef en vergeet. Alle kaarsen gaag uit en een doodse stilte valt over het hele huis, één voor één gaan alle lichten aan. ANNA Het is minder koud. RONNY Wijst naar Maggy die bewusteloos op de tafel ligt. Op haar hart rust een witte roos. EDDY glimlacht naar Ronny en Anna en steekt al zijn spullen terug in de BiG SHOPPER ZAK. Hij licht zijn hoed even op en stapt rustig naar buiten. Ik wens jullie nog een vredige dag.     EINDE  

Fanny Vercammen
0 0

Engel in memoriam

In een vorige column, nog niet zo lang geleden, schreef ik over de aanschaf van een ‘hondje’. Een pientere reu, met een speels karakter en een groot hart. Het totaal pakket: 45 kg. We gaven hem de naam Sunshine. Ons zonnetje. Een heel sociaal dier die door iedereen in ons dorp geliefd werd. Een lokale beroemdheid want mij kende ze enkel als het baasje van Sunshine. Een witte golden retriever die zich geregeld zwart maakte in de plaatselijke dreef. Toen we daarna naar huis gingen leek hij op een verwaarloosde straathond met een lach tot achter zijn oren. Het was zo een komiek zicht dat de toevallige passanten hardop begonnen te lachen en me veel succes wensten om hem terug wit te krijgen. Het was niet erg. Hij was een hond die pret had gehad. Die zijn energie kwijt kon en hiervoor zeer dankbaar was. In ons plaatselijk restaurant konden we rustig en uitgebreid eten zonder dat hij werd opgemerkt. Als we het restaurant verlieten verbaasde hij menig eter dat ze de grote hond niet hadden gezien of gehoord. Hij lag steeds onder de tafel een dutje te doen tot we klaar waren. Dan stapte dat grote beest fier als een pauw met ons mee. Hij kon een rauw ei in zijn mond nemen en netjes in iemands handen leggen zonder dat het brak. Nieuwsgierig als hij was bracht hij zelfs eens een egel mee. Hij had de stekels van het beestje tussen zijn tanden genomen zonder zijn lippen te gebruiken. Hij was gek op water en eten. Liet je per ongeluk al eens iets vallen dan haastte hij zich om het op te pikken en aan te geven en… kreeg telkens een koekje. Kwam ik met de wasmand boven nam hij steels een sok weg - die ik zogenaamd had laten vallen - van de stapel, om een koekje af te bietsen. Eén enkele keer had hij een konijn gevangen en kwam er linea recta mee naar mij. Hij gaf zijn prooi af, dat moest beloond worden! Toch kon ik het onbegrip in zijn ogen lezen toen hij enkel een koekje kreeg. Het was alsof ze wilden zeggen: ‘Meen je dat nou? Ik vang een groot konijn en krijg een pietluttig koekje!’ Vanaf dat moment nam hij zijn prooien in zijn bek mee naar thuis en gaf ze dan pas af. Voor een… koekje. Maar heel zijn lichaamstaal verraadde hoe fier hij was. Een slimme gehoorzame hond uit de duizend. We waren zielsverwanten. De keren dat ik voor een operatie naar het ziekenhuis moest en enkele dagen weg bleef maakte hem overstuur. We waren steeds samen indien mogelijk. We kamperen en wie zat er als eerste in het koffer van onze break? Sunshine, even gelukkig als wij om nieuwe dingen te leren kennen. In Frankrijk gingen we meestal naar een familiecamping met een groot meer, waar hij zo dikwijls als het kon in zwom als een vis. Zoveel mooie herinneringen, ik kan me niet eens herinneren dat hij ooit agressief was. Begin dit jaar heb ik hem laten inslapen. Dat groot hart werd hem fataal. Voor dat hij enige ongemakken kreeg heb ik hem laten gaan. Ik had zo graag hem langer gehad, maar hem laten lijden? Oh nee! Die bewuste dag was ik mee op zijn matras gaan liggen met mijn armen om hem heen. Soms wilde ik hem niet teveel belasten met mijn arm en legde hem opzij. En telkens duwde hij zijn hoofd terug onder die bewuste arm. Heel de dag, tussen mijn armen, lagen we samen te wachten op de dierenarts. Het veto was onverbiddelijk: zijn hart was op. Hem langer in leven houden zou resulteren in het uitvallen van de vitale organen. Dat wilde ik niet. Hij had een goed, gezond leven gehad, vol plezier. Toen de dierenarts het spuitje om in te slapen gaf was hij al dood. ‘Kom jongen,’ had ik gezegd, we gaan slapen. Dit was het teken waarop hij gewacht had. Hij stierf heel rustig in mijn armen en met hem stierf ik zelf ook… van verdriet. We kunnen en willen niet vergeten: mijn engel Sunshine.

Fanny Vercammen
0 0

Kerst toen en nu.

2015 was een rampjaar met veel overlijdens; goede vrienden, onze buurman, kenissen...Het hield niet op. Een operatie strooide roet in onze vakantieplannen van dat jaar en de revalidatie was lang en pijnlijk.De ijskast diepvries hield het na tien jaar voor gezien, het keramisch kookvuur ging naar de bliksem door de friteuse, die op haar beurt op pensioen ging.Sommige dromen of wensen werden in de kiem gesmoord en de vele tegenslagen maakten ons murw. Moedeloos keken we naar de komende feestdagen.We snakten naar plezier.Het plezier van toen, dus besloot ik de tijdmachine 20 jaar terug te zetten.Mijn hele familie komt nooit meer terug. Net als enkele goede vrienden, buren en collega’s. Sommigen staan op zwart-wit foto’s in het fotoalbum. In mijn hoofd en hart: gekleurd.Als eerbetoon besloot ik, met behulp van man en kinderen, retro te koken. We vierden samen met onze kinderen en een paar goede vrienden van onze leeftijd. In de sfeer van toen; een rijk versierd huis en een dennenboom vol met oeroude figuurtjes, kerstballen, lichtjes in alle kleuren. Met daaronder kleine grappige verrassingen.Voorgaande Kerstmis-avonden vertikte ik het om kalkoen op het menu te zetten, tot…dat jaar.Kalkoen met vulling hoorde er gewoon bij. Paté met uienconfituur met vers gebakken brood als voorgerecht. Kleine worstenbroodjes en gevulde bladerdeegkoekjes voor bij het aperitief. Garnalensoep en een zalige chocomousse.We slaagden in onze opzet.Onze magen werden geteisterd door het rijkelijk eten. Champagne, wijn en andere dranken om alles door te spoelen en... schatergelach tijdens de spelletjes. Onze buikspieren van weleer smeekten om genade. Vreugde verjoeg verdriet.‘In onze tijd…’ was nu. De cirkel is bijna rond: we zijn onze ouders geworden; Genieten en plezier maken, samen met onze kinderen.In het verleden vonden we het plezier van morgen.De polaroid deed zijn werk en de geesten lachten mee.

Fanny Vercammen
0 0

HET WEZEN (vervolg)

Het zijn niet de sterkste soorten die overleven en ook niet de meest intelligente. ‘Het’ is het soort dat het beste reageert op veranderingen.   Charles Darwin Engels medicus en bioloog 1809-1882   Het begaf zich in het gras waar proteïne-wezens welig tierden, proefde ze in de lucht die ze achterlieten. Het krioelden van de kleine wezens, allemaal levend. Het wilde niet doden, de honger knaagde. Het zag grotere vliegende wezens die gretig de kleine wezens opslokten en dacht er diep over na. Plots rook het een scherpe geur, de scherpe geur lokte ook de kleine wezens. Het ging op de geur af en vond een van de vliegende wezens. De kleine wezens krioelden over het kadaver, rukten of zaagden er stukjes van. Sommige kleine vliegende wezens legden er eitjes in of zogen de voedingsstoffen op. Vruchteloos veegde het de kleine wezens er af om niet te doden, maar ze bleven hardnekkig terugkomen. De honger won het van de voorzichtigheid. In drie happen verslond het veren, botjes en andere insecten. Zelfs toen het kadaver op was kwamen de kleine vliegende wezens het lastig vallen. Ze ergerden het wezen mateloos. ‘De geur lokt nog steeds de kleine wezens,’ besefte het. Het wezen trachtte ze weg te jagen. Tot het de geur van zich aflikte bleven ze komen. Het had in zijn ergernis verschillende van de kleine onvoorzichtige wezens opgeslokt. Toch voelde het zich ditmaal niet schuldig. Ze hadden al de signalen genegeerd, door hun domme hardnekkigheid had het geen keus gehad. Het had enkel het kadaver willen opeten, nu had het onopzettelijk gemoord. Het was hun eigen schuld, vond het wezen. De maaltijd maakte het slaperig. Het rolde zich op, viel in een diepe slaap en droomde… Het herleefde de gebeurtenissen, leerde dat de wezens op deze planeet elkaar opaten. Het grootste en sterkste wezen veel voedsel nodig had. Het was het grootste wezen geweest.   De droom werd ruw beëindigd toen het wezen wegrolde door een duw. Slaperig ontrolde het zich en stond oog in oog met een rat. Met priemende oogjes keek het benieuwd naar het wezen. Het wezen bewoog niet, even nieuwsgierig als zijn belager. De rat kwam stoutmoedig dichterbij en besnuffelde het wezen. Het wezen onderging het gesnuffel gelaten. Het kietelde, waardoor het moest niezen. Zowel het wezen als de rat schrokken zich een hoedje. De rat schuifelde achteruit maar vluchtte niet. Ze beschouwde het wezen als een ongebruikelijke, mogelijke buitenkans in een lekker hapje. Alleen haar overlevingsinstinct vertelde haar dat dit geen prooi was. Het wezen dacht nog na over het niezen:  ‘Het kietelde en toen spande en ontspande ik. Zelfs mijn zicht werd even minder. Verrassend! Het deed geen pijn… zou het dat nog eens willen doen?’ Nu stapte het wezen op de rat af.  ‘Wat ben jij?’ vroeg het zich af. De rat gooide alle voorzichtigheid overboord en viel plots aan. Met haar voorpoten hield ze het wezen vast,  haar kaken met  twee grote snijtanden sloot ze  rond het hoofd. Verrast door de plotse aanval wist het wezen niet wat de ander bezielde. De vorige behandeling was veel aangenamer geweest.  ‘Wil het niet meer die lange dingen gebruiken die op de spitse snuit staan?’ De rat wilde knagen…  ‘Dat is niet prettig!’ dacht het wezen, ‘het doet… pijn… Waarom gebeurd dit?’ De rat beschouwde ondertussen het wezen als een gemakkelijk hapje. Het viel zelf niet aan, verdedigde zich niet eens.  ‘Auw, die grote witte dingen doen wel pijn! Hou ermee op!’ Verbaasd voelde de rat een vreemde scherpe pijn in haar hoofd. Onwillekeurig wilde ze haar kaken opeen klemmen. Het wezen groeide om zichzelf te beschermen. Plots zag de rat een grote muil vol scherpe tanden en beet het wezen haar snuit af. De rat viel in schok. Bloed spoot in het rond, doordrenkte de grond en  besmeurde het geschrokken wezen. Het likte het bloed weg voor de kleine wezens weer kwamen en nam de andere smaak waar.  ‘Ik heb weer gedood,’ dacht het wezen nerveus. ‘Vers smaakt het… zoals thuis…’ De smaak van het verse bloed bracht herinneringen met zich mee.  ‘Ik ben niet thuis! Waar ben ik?’ Waarom wilde het me pijn doen?’ Nog steeds proefde het wezen het bloed en wilde er meer van. Gulzig at het de rat op. Gedachten drongen zich op terwijl het groeide.  ‘Dit is niet mijn planeet. Het… vlees? Thuis groeit het vlees als het… groen!’ Het wezen herinnerde zich kleuren, zag beelden van een rode bodembedekking dikker dan het groen, dat als slagaders overal groeide, bloeide en net als hier naar de hemel reikte. Op de eigen planeet was het een vegetariër, op deze vreemde plaats, een… moordenaar. Het rilde en rolde zich schuldbewust op.  ‘Doden is verkeerd!’ Het huilde. Zag vertrouwde beelden van wezens zoals zichzelf van het rood eten. Wist dat het begon te leven als spore en als het groeide een collectief bewustzijn deelde met soortgenoten. Een bewustzijn dat sinds het begin van de soort alle nuttige informatie verzamelde en opsloeg voor het nageslacht. Door de eeuwen heen werden ze, dankzij deze enorme geheugenbank, intelligent… én meer. Toen kwam de meteoriet… en vernietigde hun planeet. Brokstukken planeet en meteoriet werden in het heelal verstrooid, sommigen met de sporen van de vernietigde wezens. Het had geluk gehad. Deze planeet maakte overleven mogelijk.  ‘Overleven… groeien… en nakomelingen aanmaken.’ Dit instinct kon het niet terugdringen. Het was de reden van het bestaan. Het kon zich voortplanten, de nakomelingen leren leven met de bestaande wezens van deze planeet. Het zou een manier vinden! Met deze gedachten had het vrede. Meer nog, het zag er naar uit!    

Fanny Vercammen
0 0

HET WEZEN

Inleiding Het wezen kwam uit een ander zonnestelsel, clandestien, een stofje tussen het vele gruis op de meteoriet. Zich nergens van bewust, levenloos, verstoken van elk greintje van intelligentie hing de spore aan de grote meteoriet en liet zich meevoeren. Tijd was van geen belang. In het ondoordringbaar harnas, beschermd tegen de ruimtekoude en de verzengende hitte van zonnevlammen kon het miljarden jaren meegaan. Het kende geen verleden en geen heden. Misschien kwam het nooit tot ontwikkeling…. De meteoriet raasde periodiek, onderworpen aan de wetten van de fysica, telkens dichter in een elliptische baan langs een aantrekkelijke blauwe planeet met een levenloze maan als satelliet. De aantrekkingskracht van de natuurlijke satelliet wijzigde om de 150 jaar de baan van de meteoriet. De aarde zong als een sirene om het grove ruimteschip met zijn passagier op de klippen te laten lopen. Terwijl de maan zich gedroeg als een jaloerse minnaar, om de klappen op te vangen als een boxer, flirtte de aarde met het koude hart van de ruimtesteen.   De wijze weet zonder te reizen, heeft inzicht zonder te kijken, bereikt iets zonder te handelen. Lao-Tse Chinees filosoof Leefde van: +/- 600 v.C.   In het jaar 2017 drong een verhitte meteoor door het dunne maagdenvlies van onze planeet en stortte uitgeput neer op de grond van de Vlaamse Ardennen. De comfortabele reis kwam voor de spore abrupt tot een einde in de klamme grond, waar het bleef branden als een kooltje. Langzaam werd de hitte afgegeven aan de koele aarde. Een sappige regen vormde een plasje rond de krater. De spore liet spontaan los om zich in de modder te wentelen. De regen doorweekte het harnas dat de spore zo lang in de ruimte had beschermd. Er verschenen scheuren in de doorweekte mantel. Binnenin de spore worstelde het wezen met het beschermend harnas. Nog onbewust van zijn leven reageerde het automatisch op de aanwezigheid van water. Het zoog zich vol met de van bacteriën vergeven water en voedingsstoffen uit de natte aarde. Er verscheen een zwart pluizig bolletje met een piepklein zuigmondje dat gulzig van het water dronk tot het drie keer zijn omvang kreeg. Toen bleef het hijgend in het water liggen als een levend pomponnetje. Doodmoe sloot het mondje zich af en dobberde slaperig op het kleine plasje. De wolken maakten plaats voor de vurige ster die wij de zon noemen. Het plasje droogde op en het wezen werd terug het zwart pluizig bolletje. Een zachte wind stuwde het op weg. Nu rolde het onwetend over de grond tot het zachtjes tegen een mierenhoop stuitte en tot stilstand kwam. Enkele mieren kwamen onmiddellijk het vreemde voorwerp inspecteren. Met hun antennes bepotelden ze hun vondst en gaven hun bevindingen door aan andere mieren. Er klonk een schril opgewonden geluid onder de insecten. Het lokte de werksters, soldaten en mieren van de kraamafdeling. Schijnbaar verrukt krioelden ze over en onder elkaar om hun vondst aan te raken. Plots hielden ze ermee op. Een onhoorbaar bevel bracht hen tot staan en de insecten ruimden plaats voor werkmieren. Omzichtig brachten enkele werkmieren het zwarte bolletje tot aan de ingang en rolden het voort door de gangen. De koningin vulde de hele kamer. Het enorme achterlijf duwde regelmatig eitjes naar buiten om door werkmieren voorzichtig naar de kraamkader te worden gebracht. Het pluizig bolletje werd tot aan de koningin gebracht. Eerbiedig trokken de werkmieren zich terug om de koningin alle plaats te geven. Aarzelend keek de koningin het vreemde voorwerp aan. Het rook verrukkelijk. Vol proteïnen en voedingsstoffen die haar kroost kon sterker maken. Met haar antennes streelde ze het alsof ze een luis zou melken, de kaken verwachtingsvol geopend om het zoete vocht te ontvangen. De druppel bleef achterwege. De koningin probeerde het nog eens met langzame weloverwogen bewegingen. Haar ogen bestudeerde het voorwerp in vele facetten, alert op enige beweging. Het zwarte bolletje bleef inert liggen. De koningin verloor haar geduld en trok het met haar voorpoten naar zich toe. Ze bekeek en betaste het voor de laatste keer en zette er plots haar kaken omheen. Het bolletje had een hard omhulsel ondanks het pluizig uiterlijk. Ze riep een soldaat die er mierenzuur op spuwde en wachtte nieuwsgierig af. De reactie kwam onmiddellijk. Als een opgekrulde rups ontrolde het zich. Het zuigmondje kwam tevoorschijn en verbrede zich tot een spleet vol spitsige tanden. Het wipte voorwaarts en beet in één hap de koningen haar hoofd eraf en werkte zich al etend naar het achterlijf waar de eitjes smakelijk werden verorbert. In de mierenkolonie ontstond ontreddering. Als kippen zonder kop krioelden ze over elkaar zonder besef. Zonder koningin om leiding te geven vielen ze terug op zichzelf met slechts één gedachte. Ze werden berooft van hun koningin en haar nakomelingen door iets vijandigs. Het zwarte ding moest weg, dood! De soldaten vielen aan met mierenzuur en trachtte met hun sterke kaken de vijand aan stukken te scheuren. Niets hielp en het ding viel prompt in slaap in de kamer van de koningin. Kleine klauwtjes waren vanuit het pomponnetje gegroeid en hadden zich vastgehaakt in de bodem. Ondanks het trekken, kauwen en spuwen van de mieren bleef het ongedeerd en… groeide. Groeide, duwde de wanden van de mierenhoop uit elkaar en viel elke mier aan. Na een half uur was het nest totaal uitgeroeid. Het wezen barste uit de ondergrondse gangen en ontpopte zienderogen tot een kleine versie van de uiteindelijke vorm. Het pluizige verdween, maakte plaats voor een schubbig wezen ter grootte van een kitten. De kleine klauwtjes, met duim, werden volwaardige poten, de spleetvormige mond kreeg schubachtige lippen waarachter een dubbele rij haaientanden schuil gingen en een lobbige mensentong. In het hoofd maakten een aantal schubben plaats voor twee ogen, blauw van kleur met een grote iris. Het wezen knipperde met zijn juist verworven ogen, keek om zich heen. Een grote vlammende schijf stond boven hem in een azuurblauwe hemel. Verwonderd keek het naar de zon tot het vlekken voor de ogen zag. Het wende het hoofd weg van het licht, keek naar de grond waar het op stond. Het voelde het zand warm tussen zijn klauwen schuren. Zette enkele passen.  ‘Dit voelt prettig aan.’ Eén enkele mier kroop verloren rond op de resten van het vroegere nest. Aandachtig volgde het wezen elke beweging van de mier. De antennes van de mier draaiden rusteloos in de richting van het wezen. Het wezen hield zijn kop scheef, luisterde naar de innerlijke stem van het groeiend bewustzijn.  ‘Je hebt zijn nest kapot gemaakt…’ Het wezen klauwde in het nest en zag voor het eerst het ingewikkelde gangenstelsel, de vernietigde kraamkamer en ervoer een schok.  ‘Ik heb zijn soortgenoten en nageslacht opgegeten!’ Voorzichtig plukte het wezen de mier van de grond en hield het voor de  hemelsblauwe ogen. De mier dook angstig in elkaar, bevroor ter plaatse. Het wezen liet het hoofd hangen, zette de mier op het vernielde nest. In de blauwe ogen schitterde intelligentie … begrip.  ‘Ik had honger, ik wist het toen nog niet… het spijt me.’ De mier hield op met rond krabbelen, luisterde naar een onhoorbare stem, toen kroop het in een van de holtes en verdween uit het zicht. Het wezen bleef verslagen kijken naar de verwoestingen, dekte vervolgens alles toe met wat zand. De honger knaagde… Op zoek naar voedsel stond het recht op de achterpoten. Waar het zand ophield, kleurde de grond anders. Heel veel anders in verschillende tinten strekte zich in alle richtingen uit, het reikte op vreemde, kromme vormen naar de hemel.  ‘Is het voedsel? Voedsel in overvloed!’ Het liep naar het anders, voelde eraan, rook eraan met de tong, nam een handvol en bracht het naar de mond. Het kauwde er op, voelde sappen in de mond komen. Als water met een andere smaak. Niet onprettig… het slikte, voelde het door de keel zakken tot in de maag. Het wezen werd onwel. Het gras werd terug naar de keel gestuwd en kwam met kracht uit de sterke kaken.  ‘Geen voedsel voor mij!’ besloot het. Het braakte moeizaam nog wat maagsappen uit, voelde zich slap, slecht.  ‘Geen prettig gevoel… werd niet ziek van kleine wezens.’ Het herinnerde zich de smaak, de structuur van de vorige maaltijd: de harde, knapperige wezens die hem hadden aangevallen en de zachtaardige, bleke, malse wezens waarop hij niet eens moest kauwen. Die waren het lekkerst, het meeste voedzaam. Het kende de naam niet van de stof waaruit ze bestonden, wezens die deze eigenschappen hadden waren voedsel voor hem. De wezens die hij had opgegeten hadden weinig intelligentie maar toch had hij de woede en het verdriet van de wezens waargenomen.  ‘Doden om te eten!’ Het schudde onwillig het hoofd, in dilemma. Honger nam terug de overhand.  ‘Dode wezens eten, niet doden.’ Het ging op zoek naar kadavers.

Fanny Vercammen
0 0

TAALTRIVIAAL

Onlangs plaatste ik een persoonlijk artikel op het alom geprezen of vergruisde Facebook, of Smoelenboek volgens mijn echtgenoot zijn interpretatie. Meestal onthoud ik me van elk uitgebreid commentaar, want elke lezer van een detectiveverhaal weet:   ‘Wat je zegt kan, en zal tegen je worden gebruikt.’ Alle voorzichtigheid overboord, ik citeer mezelf:    ‘Niet geliefd Geregeld volg ik de discussies tussen atheïsten en gelovigen waarin één lijdend – en ik druk op lijdend - voorwerp steeds aan het bod komt: de vrouw. De christelijke geloofsleer bestaat al veel langer dan de Islam en heeft al de nodige lessen getrokken. Ben ik anti-Islam? Neen, ik ben tegen elk geloof waarin de vrouw een ondergeschikte rol speelt. Ben ik een vooruitstrevende feministe die de vrouw op de voorgrond zet? Neen. Alleen de suprematie van de man hangt me de strot uit. Zijn mannen minderwaardig of ben ik een mannenhater? Zeker niet. Ik vraag mij alleen af wat de vrouwen in hemelsnaam hebben misdaan om zo door éénder welk geloof te worden geknecht. En kom nu niet alsjeblieft aan met het verhaaltje van Eva die Adam in de appel liet bijten. Het valt me steeds op dat mannen zich aan de top zetten van het geloof en de vrouw een ondergeschikte rol speelt. Dat zit me dwars. Ik geloof dat we evenwaardig zijn, met elk onze specialiteiten; vrouwen kunnen meerdere dingen tegelijkertijd, mannen heel gefocust zijn. Nog een overblijfsel uit de voor-Neolithische periode, toen groepjes mannen en vrouwen als jagers-verzamelaars rondtrokken. Ik hoop dat we de evolutietheorie toch niet gaan aanvechten? Er zullen natuurlijk altijd uitzonderingen zijn. Het succes van de man-vrouwsamenwerking heeft dus zijn nut bewezen. Vanaf we sedentair gingen leven heeft de man zich stilaan opgeworpen als verdediger en ontfermde de vrouw zich over de kinderen. Zonder de vrouw die meewerkte in de landbouw waren we waarschijnlijk stilaan uitgestorven. Kijk naar de derdewereldlanden waar de vrouw nog steeds de kar trekt. Dus heren van het geloof: Christelijk, Islam, of wat ook, respect in beide richtingen zou van toepassing moeten zijn. Geef de vrouw dezelfde rechten als de man en het is opgelost. Een vrouw is er niet om ondergeschikt te zijn aan de man en ook niet of enkel kinderen te baren. Vrouwen studeren algemeen beter dan de mannelijke studenten en vele vrouwen hebben invloed in de politiek, wetenschap e.a. vooruit staande posities. We bezitten zelfs een hormoon voor vredige samenleving, namelijk het zorghormoon, waarvan de wetenschappelijke naam me nu ontsnapt. Het mannelijk hormoon daarentegen… een man blijft een man, zelfs als hij een pastoor, een Iman of rabbijn is. De aard van het beestje: testosteron beïnvloedt zijn manier van denken. Vrouwen zijn van nature diplomaten of dat nu in –of buitenshuis is. Behandel ze goed en rechtvaardig en ze vertroetelen hun man en kinderen vanzelf. Van de vrouw een slaaf maken of een schepsel dat niet voor zichzelf kan denken is gewoon misdadig. Of hebben mannen het geloof nodig om de vrouw onder de knoet te houden? Het spijt me heren van het christendom, Islam, Joods of wat dan ook: dat is zielig en getuigd van weinig intelligentie.’ Tot daar. Ditmaal Raymond van het Groenenwoud citerend: ‘Het ging vooruit, ja vooruit, het ging verbazend goed vooruit!’ indachtig, kreeg ik veel positieve reacties, en niet enkel van vrouwen. Ja, zelfs dagen daarna. Wat blijkt; voor de westerse beschaving weegt ‘houden van’ zwaarder door dan het geloofsdogma. Mannen in onze maatschappij zijn nu eenmaal meer geëmancipeerd... Stofzuigen, afwassen, luiers verwisselen, koken, ramen lappen, niets is hen vreemd. En als de relatie niet succesvol is kunnen onze mannen hun plan trekken. Als dat geen sterk argument is.    

Fanny Vercammen
0 1

Een reistas voor vier dagen.

Vier nachtjaponnen, een kamerjas, vijf onderbroeken, drie handdoeken, twee washandjes, een pakje papieren zakdoeken, een goed boek, de GSM idem dito oplader en als het lukt… de laptop. We vertrekken een dag vroeger om de file voor te zijn, de kamer en matras te keuren. Vriendelijk personeel, uitstekende hygiëne, een bekwame entertainer en privé-kiné. Spijtig dat ik het ontbijt moet missen, maar ben bij de eerste gelukkigen die door een bekwame toerrijder soepel naar de grot der wonderen word gereden. De helpgidsen staan me op te wachten Ze hebben de lichten in de grote zaal aangestoken. Het is er redelijk fris. Een rilling laat mijn schouders schudden. Een extra dekentje vergroot mijn comfort. Ik zie glimlachende gezichten, hoor vriendelijke woorden en een duidelijke uiteenzetting bereid me voor. De verwachtingen zijn hoog, gespannen. De performer, algemeen geprezen en bewonderd, zou me niet teleurstellen verzekerden andere uitverkorenen me. Als geroepen verschijnt mijn engelbewaarder. Hij is gekleed is een groenen katoenen broek, een witte labo jas en draagt een mondmaskertje. Hij klopt me geruststellend op mijn schouder.  ‘Ben je er klaar voor Fanny? We gaan een klein wonder verrichten en jij bent de gelukkige die ervoor in aanmerking komt.’  Ik glimlach zuur.  ‘Géén twee zonder drie, hé.’ Mijn engelbewaarder komt voor me staan en kijkt me meelevend aan.  ‘Spijtig genoeg hadden ze toen nog niet de kennis. Er werd vastgezet zonder rekening te houden met de andere wervels. De springgewrichten gaan er nu voor zorgen dat de gezonde wervels niet het slachtoffer worden van de aaneengegroeide wervels. Goede reis, we praten straks verder.’ Zijn stem drijft langzaam weg als ze het infuus vullen met een vloeistof en in mijn aders spuiten Het voelt aan als ijs. Mijn problemen en angsten verdwijnen als de narcose begint te werken. Een vraag blijft voorlopig nog onbeantwoord: ‘Zou ik na 2 rugoperaties, 25 jaar pijnlijden en een neuro-stimulator om de chronische pijn deels op te vangen kunnen hopen op een semi-normaal leven?’ Dat moet blijken. Maar het reisbureau heeft me tot op het heden nog niet teleurgesteld. ‘Goede reis, reis… reis…’      

Fanny Vercammen
0 1

Allergische bloemen.

Zij hield van bloemen. Hij was er allergisch voor. Hij had geen afschuw of fobie. Dat was het probleem niet. Hij genoot evengoed van de vorm, kleur, symboliek… en dan was er de geur. Ze roken lekker, maar bezorgden hem het uitzicht van een buitenaards wezen. Buiten een rode neus, waar Rudolf het rendier jaloers zou op zijn, had hij nog een aantal probleempjes. Zijn lippen kregen tijdelijk een overdosis Botox en dan waren er nog de rode vlekken. Alsof zijn hoofd veranderde in een rijpe aardbei. Hij stond voor de etalage van de bloemenwinkel, het geld dat hij in zijn handen hield werd akelig klam van het angstzweet. De bloemist keek geregeld naar hem, had geglimlacht om hem aan te moedigen. Maar Harry keek enkel met grote angstogen naar de grote keuze van problemen. Hij kon toch niet zonder bloemen bij haar thuis komen? Harry had zijn hersenen gepijnigd om alternatieven. Pralines? Nee, er kwam geen ongezond voedsel op tafel en dat gold ook voor alcohol. Plastieken bloemen! ‘Nee!’ In zijn gedachten zag hij het boeket jaren in dezelfde vaas staan tot de kleuren zo flets waren geworden als de bloemen op de kerkhoven. Harry liet moedeloos zijn schouders zakken. Zijn toekomst ging naar de haaien. Vrouwtje, huisje, boompje, baby en beestje, daar kon hij een kruis over zetten. Er zat niet anders op dan de winkel binnen te stormen, het grootste boeket uit de emmer te grissen, het geld op de toog te gooien en het terug op een lopen te zetten. Hij zou de bloemen op zijn rug vasthouden, zo zou hij er minder last van hebben. Ja, dat was het! Harry raapte al zijn moed samen en viel de winkel binnen. De bloemist schrok zich een beroerte. De man trok rillend de geldlade open. ‘Neem alles, doe me niets. Alstublieft!’ Harry keek de man stomverbaasd aan. ‘Ik, ik… kom bloemen kopen en snel, want ik ben er allergisch voor.’ ‘Ja, ach ja.’ De man lachte nerveus. ‘Ik maak voor u een héél bijzonder boeket en wikkel het extra in folie. Gaat u maar buiten staan. Ik breng het wel. Voor de verloofde?’ Harry knikte en wilde het geld overhandigen. De bloemist glimlachte begrijpend. ‘Deze zijn van de zaak. Veel geluk.’ ‘Dank u wel, u heeft zojuist mijn toekomst gered.’ Aangekomen bij haar thuis hield Harry het boeket achter zijn rug om daarna triomfantelijk te overhandigen.

Fanny Vercammen
0 0

2016 in een notendop

  Geweld, moord, idiotie, machtswellustige lieden en overlijdens. 2016 is afgelopen,maar 2017 draagt in zijn slippen de noodlottige keuzes van het vorig jaar.   Godsdienstoorlogen, een ongeziene stroom vluchtelingen,Trump, Hassad, Poetin zijn dikke vriendjes,om rechts gevleugelde medewerkers op strategische plaatsen in te lijven.Volkerenmoord, extreem nationalisme en manipulatie worden hierbij niet geschuwd. De Westerse wereld stond erbij en keek er naar…Waar herinneringen aan de eerste WO worden dankzij een jubileum levend gehouden… En de boodschap?Moed, opoffering, discipline, rechtschapenheid, eer… vergeten.Vervangen door de alom geprezen de welvaart, een voorgeschreven economie en een sociaal gevoel, dat niet verder reikt dan Facebook.  We hebben vele regels om het volk te beteugelen en te beboeten, maar leren geen waarden.Solidariteit vinden we terug tijdens ‘de warmste week,’ allerhande goede doelen die de centen oppotten en jeugdige idealisten die het licht hebben gezien…tot ze bij ma en pa weggaan. Moeten we nu écht teruggaan naar een periode, waar mensen tevreden moesten zijn met wat ze hadden?Zonder PC, TV en computerspelletjes… De communicatie stond nog in zijn kinderschoenen. Toch kende iedereen… iedereen en was het sociaal weefsel sterk. ‘Die goede oude tijd.’ Nee, dat is een illusie. Om de juiste beslissingen te nemen heb je inzicht nodig.Het zit niet in blik, kan niet geconsumeerd worden. Je leert het! 7000 jaar ervaring en toch is enkel 10% van de wereldbevolking geschoold. De toekomst hangt af van de geletterden, zonder geloof of dogma. Ga! En leer de waarheid. Amen.    

Fanny Vercammen
0 0

De dino schrijft.

    ‘Je hebt het in je.’, zei de schooljufrouw uit het derde studiejaar van de basisschool, met een glimlach. Ik keek haar verbaasd aan en vervolgens naar de punten. Op een score van tien had ik een negen verdiend. Een minpuntje vanwege een dt-fout. ‘Tof.’, dacht ik bij mezelf, ‘een negen!’ Verlegen lachte ik terug naar haar. Blij met de goede punten. In de war door haar raadselachtige woorden. Wat had ik in mij? Wat kon ze daar in hemelsnaam mee bedoelen? Met één hand streek ik de bladzijden glad en keek naar de geschreven tekst. Juffrouw Van Reeth had mijn opstel aan de klas voorgelezen. Ze vond het grappig, origineel en ‘goed geschreven’. Wat dat ook kon inhouden… Als achtjarige bleven enkel de woorden ‘grappig’ en ‘goed geschreven’ hangen. Mijn klasgenootjes hadden aandachtig geluisterd en gegiecheld. Bij de herinnering gloeide ik van trots. Maar… wat had ik in mij? Ik had al gehoord van wormpjes in de stoelgang en een akelig verhaal van iemand die een lintworm in zijn darmen had van wel één meter. Automatisch trok ik mijn billen strak. Als de worm daar toegang zocht dan wilde ik voorbereid zijn. Pas jaren later kwam ik te weten dat de besmetting oraal verliep. Alle misverstanden ten spijt ben ik nog steeds blij met mijn getrainde bilspieren.  Wat ik wel in mij had, kwam al rijmend naar boven via ludieke teksten op gelegenheidskaartjes, zelf ineen gestoken dialogen en afscheidsredes. Om onnodige vergissingen te voorkomen; deze redevoeringen golden voor overgeplaatste en pensioengerechtigde collega’s.  De collega-blijvers opperden om een boek te schrijven, Eén beeld zegt meer dan duizend woorden maar ik kan mijn gedachten niet op een canvasdoek projecteren. Enkel woorden kunnen die herinneringen vasthouden. Ik voelde een enorme leegte in me. Zoveel woorden en kennis bezat ik nog niet om alle emoties en gebeurtenissen te verwoorden.  ‘Als ik op pensioen ben!' lachte ik hun ideeën weg. Wat toen nog ver weg leek werd plots realiteit. ‘Ik kan het niet! ' was mijn eerste reactie. 'Buiten een heleboel fantasie bezit ik de kennis niet. Mijn schrijfstijl is totaal verouderd.’ Een dinosaurus die in de 21ste eeuw belandde. Het enige pluspunt dat ik kon bedenken: 'Ik kan een pen vasthouden.’ Ik stortte lichamelijk en psychisch in door chronische rugpijn en belandde in een diepe, jarenlange depressie. Vervroegde pensionering, arbeidsongeschiktheid. Ik betekende niets meer. Maar de drang werd sterk, bijna dwingend te noemen. Het spreekwoord ‘oefening baart kunst’ - en soms kinderen - een gouden raad. Met elke nieuwe regel beklom ik de berg van uitdrukkingen, synoniemen, correcte spraakkunst én de nieuwe spelling, in de hoop de wedstrijd taalkennis te kunnen bijhouden. Dankzij de  personal computer. Uiteindelijk typte ik de eerste letters van de novelle ‘Nieuw Leven’ op een laptop tijdens een vakantie. Na een jaar was het boekje af. Mét ondersteuning van een Nederlandse uitgeverij die werkt volgens het principe ‘print on demand’. Het eerste volledig verwerkte exemplaar werd me toegestuurd. Ik verwachtte een boek, het werd een novelle. Ontgoocheling en trots hielden om beurten een gevecht in mij. ‘Een jaar! Voor zo een dun boekje?’ Bovendien had ik mijn schare lezers zelf moeten aanbrengen. ‘Minstens een veertigtal,’ had de medewerkster van de uitgeverij me op het hart gedrukt. Alle fierheid opzij zettend trachtte ik mijn boeken aan de man én vrouw te brengen. ’Jezelf verkopen,’ noemen ze het. Het voelde eerder aan als een mengeling van leuren, hoereren en met je talent zwaaien.  Een bescheiden succes met het eerste boek waarop nog 2 thriller-novelles volgden; 'Dood uit het verleden' en 'Dodengids'. Maar… er ontbrak iets. De kracht van het woord… zo voelde het aan. Worstelen om de juiste woorden op de juiste plaats te zetten. Het juiste ritme. Toeval wilde dat ik mijn huidige mentor, Eddy Vereycken leerde kennen tijdens een samenkomst van ‘auteurs van de Rupelstreek’, in de bibliotheek van Boom. Gedeelde interesses en een goed gesprek resulteerden in een visitekaartje dat ik zonder meer kreeg toegestoken. ‘Acteur, auteur, regisseur… een begaafde duizendpoot,' grinnikte ik op dat moment.  Een aantal maanden later belde ik hem werkelijk op om lessen te volgen. Bereid mijn hoofd op het blok te leggen, om onder de bijl van vernietigende kritiek te sneuvelen. Hij zou kritisch zijn werd mij verteld. Ik verwachtte niets anders. Leren gaat met vallen, opstaan en van je fouten lessen trekken. Een jaar later ga ik nog steeds met veel plezier naar de man waarvan ik al zoveel heb geleerd:  ‘Iedereen zou ook eens acteur moeten zijn. Er bestaat niet zoiets als een stille glimlach!’  ‘Een glimlach is een glimlach, show, don’t tell.'  verruimen het inlevingsvermogen van de lezer en/of de acteur.’ Auteur, acteur, regisseur, mentor en bezieler. De lijst van zijn kwaliteiten werd langer en mijn liefde voor het schrijven groter. En ja hoor! Eén van zijn opdrachten trok de aandacht van Vitalski in het magazine Verzin - 'De euh-dingen.' De metamorfose? Schrappen, lezen, herlezen, soms volledig herschrijven, het hoort er allemaal bij. De keuze, de volgorde, het ritme is zo belangrijk. Om nog van de interpunctie te zwijgen. Oefenen en opdrachten, het waarnemen, de aandacht.  Ik bracht kortelings in eigen beheer een boek uit met kortverhalen 'Gedachten, gedichten en geknipte verhalen'. De thriller 'Rorschachtest' de eerste vijf hoofdstukken en de synopsis staan in de rubriek azertyfactor.be/schrijf-tekst). Nu redactioneel nagezien in de hoop te worden opgemerkt door een uitgeverij.  Soms voel ik me als ‘The karate kid’, een populaire film uit de jaren 1980, waarin de jonge held de auto van mister Mijagi moest boenen, om zijn reflexen te oefenen. ‘Wax on, wax off.’ Met deze beelden in het achterhoofd boen ik verder tot ik de Tatami waardig ben. En de kracht van het woord onder de knie heeft.       Fanny                      

Fanny Vercammen
0 0

Evolutie

Vanuit het diepe verleden komt de blauwe vinvis. Eerst nietig, verstopte hij zich onder het koraal of in grotten. Plat als een rog onder kiezelsteentjes, tot enkel de bulten van zijn ogen waarneembaar waren. Hij werd lang, smal, glad als een aal met de snelheid van een torpedo om aan zijn belagers te ontkomen en joeg met naaldscherpe tanden triomfantelijk op andere vissen. Maar de grote vissen verdwenen bij gebrek aan voedsel. Eén van de kleinste diertjes vullen nu zijn enorme maag; Krill. Dankzij de grote aanwezigheid van zijn voedselbron bleef zijn vorm eon hetzelfde, maar de tanden verdwenen en werden vervangen door een natuurlijke zeef: de baleinen. Met tonnen Krill behoudt hij moeiteloos zijn huidige lichaamsomvang. Nu dobbert hij majestueus rond aan het wateroppervlak, of duikt naar de diepten waar hij af en toe botten van zijn voorouders vindt. Met zijn reusachtige vinnen beroerd hij zachtjes de overblijfselen. Een eerbetoon aan de vorige vernuftige generaties die met succes het huidige zoogdier stuwden naar de grijze wateren van de toekomst. Toch is de reus vervult met onzekerheid en angst wat betreft het voortbestaan van zijn soort. De mens bedreigt zijn bestaan. Hij jaagt meedogenloos op de hem met behulp van grote schepen, harpoenen en netten. Winstbejag kleurt de zee rood wanneer de kolossale dieren worden verwerkt tot hapklare brokken, walvistraan, baleinen korsetten en cosmetica. Heeft de blauwe vinvis de tijd om verder te evolueren?  

Fanny Vercammen
0 0

Scenario 'Bloemendood'

Bloemendood   Synopsis   Marc is bloemenkweker.Hij krijgt hulp van de kreupele Peter. Marc is uit hebzucht met Anne getrouwd. Hij houdt niet van zijn vrouw en heeft een minnares. Hij besluit zijn vrouw uit de weg te ruimen door haar een boeket Monninkskap te schenken dat bij aanraking en bij het inademen bijzonder giftig zijn. Het lukt en het fortuin is voor Marc en Bibi op voorwaarde dat ze Peter steeds bij hen laten wonen. Marc geeft zijn vrouw een groot boeket.  Anne sterft een gruwelijke dood. De neurotoxines beïnvloeden beweging, hart en longen. Ze kan nog slecht horen en zien. Als ze stervende is ziet ze haar man lachend binnenkomen met zijn minnares (Bibi) Het laatste dat Anne ziet en hoort zijn de triomfantelijke blikken en woorden van Marc en Bibi die voor haar neus elkaar hartstochtelijk zoenen. Ongezien is Peter getuige van wat er gebeurd en treurt bitter voor de vrouw die steeds zo goed voor hem was.  Bibi haat de eeuwige aanwezigheid van Peter en laat geen kans voorbij gaan om Peter te kleineren. Marc is hier niet van op de hoogte. Zoals voorheen weidt hij zich volledig aan zijn passie met hulp van Peter.  Bibi wordt zwanger. Het lukt Peter een bloem te kweken die overheerlijk ruikt, Elke dag schenkt hij Bibi één bloem. Dan komt de dag van de bevalling. Bibi wil thuis bevallen met een vroedvrouw.       VERTOLKERS   Vader (Marc): een ruwe hebzuchtige man met slechts één passie; bloemen.   De kreupele helper (Peter): kreupel, bedeesd met een groot hart voor Anna. Is slimmer dan hij zich voordoet.   Bibi  (afkorting van Brigitte): een mooie sexy vrouw zonder scrupules. Ze spoort Marc aan om zijn vrouw om te brengen.       Scéne I   Marc stapt  de huiskamer binnen met een boeket schitterende bloemen. Achter hem zie je de voetsporen vol modder.   Camera volgt de voetsporen tot de man stilstaat. Camera laat de vuile voeten aan de voorkant zien en gaat langzaam naar boven tot het nors gelaat van Marc te zien is. Camera zoomt in op de hand die het prachtige boeket bloemen vasthoudt en zijn arm uitstrekt. Een vrouwenhand neemt het boeket over. De vrouw steekt haar gelaat in het boeket. Camera inzomen op het gelaat van de vrouw die haar hoofd terug strekt. Op haar gelaat ligt een brede glimlach.   Anna: ‘Ze zijn schitterend Marc! Blijf even. Ik wil je zo graag omhelzen…’   Terug het gezicht van Marc in beeld.   Marc: 'Ik hou die omhelzing te goed als ik gewassen ben.  Ik stink als een beer.   Gezicht van de vrouw in beeld. Ze lacht geamuseerd   Marc draait zich om, gaat terug naar buiten, kijkt even om met een glimlach en werpt haar een handkus toe   Camera terug naar Anne.   Anne omhelst het boeket als een minnares en steekt terug haar gelaat in het boeket. Plots blijft ze als versteend staan. Het boeket valt uit haar handen. Inzoomen op het boeket. Geluid van een lichaam dat tegen de vloer slaat.   Fade out.     Scéne II    Marc stapt met een stralende lach het huis binnen. Camera volgt zijn blik die tenslotte blijft rusten op de leuning van een grote sofa. Camera; vooraanzicht van Marc die zich omdraait. Camera volgt Marc die de radio opzet.   Eerst horen we muziek van Klara, maar hij verzet de post op studio Brussel. Muziek van ACDC ‘Thunderstruck’ weerklinkt. Marc zet de radio luider en beweegt zich wild op het ritme van de muziek en zingt het refrein mee. Lachend verlaat hij de kamer en haalt ondertussen een GSM tevoorschijn.   Fade in leuning sofa.   Camera rust op een paar voeten met tenen die verkrampt zijn. Langzaam volgt de camera het lichaam van een paar vrouwenbenen (van Anne) naar boven en blijft rusten op handen die zwak in een zitkussen klauwen. Verder naar haar torso dat zwaar op en neer gaat. Camera gaat langzaam verder tot haar hals.  Beeld stopt bruusk en zoomt in op haar gezicht en houdt dat beeld vast.  Inzoomen op het gezicht van Anne valt samen met het refrein van ‘Thunderstruck’. Anna haar gezicht kleurt paars door ademnood, haar mond staat constant open in een geluidloze schreeuw, de ogen van angst en pijn wijt open. Camera zwaait langzaam naar een raam waar  Peter  staat te gluren. Hij ziet 2 mensen de kamer binnenstappen. Een vreemde vrouw (Bibi) en Marc. Marc gaat naar de radio en zet hem uit.  De vrouw gaat naar Anne, glimlacht als ze zegt: ‘Hij bleef enkel bij jou voor het familiefortuin. Maar iets zegt me dat wij er meer gaan aan hebben. Haar glimlach wordt nog breder, ze draait zich om naar Marc en kust hem vol passie. De camera laat terug het gezicht van Anne zien die haar ogen sluit. De camera zoomt in op Peter die verslagen toekijkt. Fade out.     Scéne III   Camera: Marc en Bibi zitten aan de tafel en klinken met champagne. Ze lachen allebei.   Camera zoomt in op het afschrift van het testament. Terug naar het koppel.   Bibi zegt: ‘Een hartstilstand zeiden ze, géén spoor van vergiftiging. Schat je bent een genie.’   Marc: ‘Gewoon een liefhebber van bloemen.’ Lacht hij. Bibi ‘Dat we er Peter moeten bijnemen was niet voorzien, maar ja…’   Marc: ‘Peter was een zoon voor haar. Ze heeft de jongen uit het weeshuis gehaald. Hij is wat simpel en kreupel. Niemand wou hem. Zij gaf hem liefde en een thuis. Hij helpt me uitstekend met de verzorging van de bloemen.   Bibi zucht en nipt van haar glas.   Peter komt de kamer ingelopen zonder iets te zeggen. Hij kijkt naar Marc.   Marc: ‘Genoeg geluierd. Ik ga de serres sluiten. De nachten worden koud.’   Hij staat op en gaat de kamer uit.   Camera richt zich op Bibi.   Zij kijkt Peter aan en snauwt: ‘Inderdaad, genoeg geluierd. Je mag de tafel afruimen en de lakens verversen. Waar wacht je op? Zijn je hersenen ook kreupel?’   Peter geeft geen antwoord dienen en buigt zijn hoofd om haar niet in de ogen te kijken   Fade out.       Scéne IV     Peter stapt over de straat met een groot aantal boeken onder zijn arm. Het volgend ogenblik zien we hem een nachtlampje aansteken en begint in de boeken te studeren. Hij valt in slaap aan zijn bureau. Hij komt te laat voor het ontbijt en krijgt van Bibi niets meer te eten.   Bibi: ‘Wie te laat komt voor het ontbijt heeft géén honger. Ga Marc helpen en na de middag mag je meteen het huis stofzuigen. Als je denkt te kunnen profiteren, dan ben je aan het verkeerde adres. En als het je niet bevalt dan ga je met die lamme poot van jou een andere thuis zoeken.’   Camera naar Peter. Peter knikt en verdwijnt sloffend.   Camera; Peter zit terug aan het bureau met zijn nachtlamp aan. Hij leest in de plantenboeken.     Camera zoomt langzaam rond op het bureau. Er liggen bloemen, bloemblaadjes, stuifmeel. Er staat ook een microscoop op de tafel en een erlenmeyer. Elke nacht bestudeert hij de boeken.  Na een bijzonder zware dag valt hij terug in slaap aan zijn bureau.   Camera  laat Peter zien die op zijn bureau ligt te slapen in daglicht. Het is middag als hij in paniek wakker word. Bibi wil zijn kamer binnenkomen als hij juist de kamer buiten gaat. Bibi tracht in zijn kamer te zien, maar Peter sluit snel de deur en houdt de sleutel bij zich.   Peter: 'Sorry Bibi, ik... het zal niet meer gebeuren. Marc kaffert hem uit. Marc: ‘Peter het wordt tijd dat je je herpakt! Ik weet dat Anne als een moeder voor je was. Maar binnenkort is hier nieuw leven. Bibi is zwanger. Ik wil dat je alles voor haar doet begrepen?’ Peter knikt en slaat zijn ogen neer.    Camera toont verschillende nachten waar Peter aan het werk is met; -Peter bouwt een serre met houten latten en plastiek. -Peter plaatst er een UV lamp en een vochtregelaar in de serre. -Peter sleurt zware zakken potgrond naar zijn kamer en vult verscheidene met kleine aarden bloempotten met kleine jonge scheuten. -Je hoort Peter vloeken als de scheuten verdorren of de zaden niet uitkomen. -Peter opent voorzichtig een pakje van het buitenland waarin meeldraden zitten. -Peter vult de potten terug. - Peter tracht het nachtlampje aan te klikken, maar de lamp springt. Peter gaat naar de serre om meer licht te hebben. Verwijdert het zware plastiek.   Camera zoomt in op Peters gezicht. Peter glimlacht.  Camera zwaait naar de serre. Alle scheuten in de bakjes hebben bloemen gemaakt.   De volgende dag aan de ontbijttafel.  Peter: Marc, ik...  ik heb een nieuwe bloem gecreëerd tijdens mijn vrije tijd...  Het moest een verrassing blijven voor Bibi en het kindje. ik wou een heel geurige bloem.    Marc slaat zijn pleegzoon op zijn schouders en zegt ontroerd. ‘Dat is een prachtig gebaar. Ik ben fier op jou. Een bloem speciaal voor Bibi en het kindje. Het spijt me dat ik soms boos op je was.’   Peter lacht schaapachtig: Het... het moest een verrassing blijven. Hij glimlacht als een klein kind en strompelt uitgelaten naar zijn kamer, waar hij een bijzonder geurige bloem plukt. Hijkomt terugaangestrompeld en geeft bedeesd de bloem aan Bibi. Bibi en Marc lachen. Bibi: ‘God, wat een heerlijke geur. Daar kan geen enkel parfum tegenop.’ Ze lacht voor het eerst naar hem. ‘Bedankt Peter, namens mij en het kind.’   Peter: ‘Graag gedaan,’ zegt hij opgetogen en gaat met Marc naar buiten om de bloemenserres te verzorgen   Camera; Verschillende scénes waar Bibi van Peter bloemen krijgt. Af en toe zie je Marc of Bibi over haar buik strijken.  De dag is aangebroken dat Bibi gaat bevallen.   Bibi: ‘Peter! Verwittig de vroedvrouw en haal Marc. Mijn vliezen zijn zojuist gescheurd.’  Peter  belt onmiddellijk de vroedvrouw.  Camera naar Bibi die haar ademhalingsoefeningen doet. Peter blijft onbewogen naast haar zitten tot de vroedvrouw aanbelt. Peter haast zich om de deur te openen. De vroedvrouw voelt aan Bibi's gespannen buik. Vroedvrouw: 'Peter, ruim het vruchtwater op, haal een paar handdoeken en zet de waterketel op. Peter doet wat hem gevraagd wordt en trekt zich terug naar buiten, zo volgt hij alles ongezien door de vensterruiten. De vroedvrouw haalt de baby er uit. De baby heeft geenr neus noch oren en begint hartverscheurend te wenen. Marc, Bibi en de vroedvrouw wenden geschokt hun blik af. Dan horen ze in het geschreeuw van de baby steeds hetzelfde woord: ‘moordenaars!’. De vroedvrouw vluchtn in paniek naar buiten en belt totaal overstuur de politie. Camera naar Peter die nog op dezelfde plaats staat. Hij kijkt geboeid toe. Bibi en Marc versmachten de baby. Marc gaat naar buiten met de baby in zijn armen  en kijkt in paniek rond. Marc: 'Peter, kom hier! Je moet me helpen!' Marc kijkt nog eens rond maar kan Peter nergens bespeuren  Marc wordt op heterdaad betrapt als hij het lijkje juist heeft begraven onder de bloemen. De sirene klinkt oorverdovend als de combi met schuivende banden komt aangereden. Marc ziet Peter met iemand van de politie praten. De politieman: 'U wordt beiden aangehouden voor doodslag met voorberachte aarde. Mevrouw wordt nog eerst naar het ziekenhuis gebracht om complicaties te vermijden. Maar jullie allebij zullen berecht worden. Marc en Bibi worden beide aangehouden  Als ze beiden worden weggevoerd glimlacht Peter triomfantelijk naar Marc en Bibi. Uit het huis klinkt plots muziek van KLARA. Stomverbaasd kijken ze achterom naar Peter.     Fade out                                          EINDE         .

Fanny Vercammen
0 0

RORSCHACHTEST Synopsis + Hoofdstuk I t.e.m. V

Preview voor geintereeserden en/of   uitgeverijen.    INTRIGES WORDEN ACHTERHAALD     Synopsis   Robin Pas, een advocaat met psychische problemen, waaronder waanbeelden, vermoord bijna zijn zoontje. Hij wordt opgenomen in de psychiatrische kliniek van zijn vriend en psychiater dokter Bob Deleeuw waarbij hij al drie jaar in behandeling is. Voor zijn vrouw Annelies is de maat vol, ze vraagt echtscheiding aan. Robins wereld stort in en sinds zijn opname in de kliniek gebeuren er allerlei misdrijven; het stelen van opiaten tot twee moorden toe. De achterdocht is groot, zelfs onder de personeelsleden en patiënten. De verpleger Boldyboy gedraagt zich op zijn minst verdacht en in Robins bloed wordt heroïne gevonden. Beticht van diefstal en moord wordt hij nu opgesloten in de psychiatrische afdeling van de gevangenis. Hij kan naar eigen zeggen zich niets herinneren en ten einde raad vraagt Robin zijn vroegere mentor, meester Leon Deprez,  hem te verdedigen. Om de zaak uit te spitten roept Deprez de hulp in van inspecteur Maes. Eva Perdrix, de onderzoeksrechter die samenwerkt met Maes en Deprez ziet overeenkomsten met de oude zaak ‘Jung’ waarin een atypische psychopaat aan het werk was. Er werd toen zelfs een uitgebreid psychologisch onderzoek gehouden onder de leerlingen en de onderwijzers. De resultaten werden nooit bekend gemaakt en meester Deprez contacteert een gepensioneerde gerechtspsychiater om de moeizaam verkregen dossiers uit te pluizen. De zaak werd toen van hogerhand gesloten en ook ditmaal trekt iemand aan de touwtjes. Als Rachel, het eerste slachtoffer, uit haar coma komt, wordt ze vergiftigd. Eva Perdrix zoekt ex-gerechtsminister Borlez op om te vragen waarom de zaak toentertijd werd stilgelegd en kan een tip van de sluier oplichten. Dokter Deleeuw blijft Robin opzoeken om hem te steunen wanneer blijkt dat hij nog regelmatig psychoses doormaakt. Inspecteur Maes vermoedt echter dat Deleeuw een relatie heeft met Annelies, de vrouw van Robin Pas. Het onderzoek vordert traag. Deprez vraagt Dora, zijn goede vriendin uit de theaterwereld, zich te laten opnemen om te weten wat er in de kliniek gebeurt. Met behulp van Tina, een hulpvaardige verpleegster, trachten ze Robins dossier in te zien. Eva Perdrix, de onderzoeksrechter heeft eindelijk een spoor te pakken. Er vallen lijken uit de kast waarop Eva, Robin ontslaat uit de psychiatrisch afdeling gevangenis. Is Robin werkelijk onschuldig? Robin gaat zoekt dadelijk meester Deprez op. Tijdens zijn bezoek komt dokter Deleeuw binnen. De waarheid wordt onthuld, beide mannen gaan op de vuist als meester Deprez gevaar loopt. De moordenaar kan worden uitgeschakeld. Annelies smeekt Robin hun relatie nog een kans te geven.    Flaptekst Robin Pas, een advocaat met psychische problemen, waaronder waanbeelden, tracht zijn zoontje te vermoorden. Hij wordt opgenomen in de psychiatrische kliniek van zijn vriend en psychiater dokter Bob Deleeuw bij wie hij al drie jaar in behandeling is. Voor zijn vrouw Annelies is de maat vol, ze vraagt echtscheiding aan. Robins wereld stort in en sinds zijn opname gebeuren er allerlei misdrijven in de kliniek: het stelen van opiaten en er worden bovendien twee moorden gepleegd. Beticht van diefstal én moord wordt hij opgesloten in de psychiatrische afdeling van de gevangenis. Hij beweert zich niets te kunnen herinneren, ten einde raad vraagt Robin zijn vroegere mentor, meester Leon Deprez, om hem te verdedigen. Zal deze ex-advocaat de ware moordenaar ontmaskeren?     Dankwoord   Voor mijn liefste man Alex, die mij heeft gesteund in mijn donkerste dagen en de kracht kon opbrengen geduld te hebben met mijn overmoed. Mijn bewondering voor Eddy Vereycken, mijn mentor, om me de facetten van het schrijven en de kracht van het woord te leren. Met grootste dank voor zijn geduld, advies en bezielde inzet.   Boeken geven geen wijsheid waar er geen wijsheid was, maar waar er wijsheid is, wordt deze door het lezen groter. Elizabeth Hardwick Amerikaans schrijfster. Leefde van: 1916-2007.       VOORWOORD   Buiten psychopaten, zijn er geen gekken; enkel mensen die zichzelf tijdelijk verliezen of niet langer openstaan voor rede.   De psychiatrie bestaat al ettelijke jaren, maar de erkenning dat de patiënt ook een mens is, wordt pas de laatste tijd algemeen aanvaard, omdat spijtig genoeg ook steeds meer personen het monster ‘depressie’ of ‘burn-out’ hebben leren kennen. Eigenlijk is een psychische aandoening even eerlijk als de dood; het kent geen landgrenzen, geen kleur, geen rijk, arm, jong of oud en iedereen kan ermee geconfronteerd worden. De meest optimistische mensen zijn dikwijls de meest kwetsbare individuen. Bekendheid en roem eisen dan weer zelfdiscipline en relativeren. En soms worden de mensen in je naaste omgeving je ergste vijand en is een luisterend oor meer waard dan een vat vol goede raad. Er heerst nog te veel onbegrip voor mensen die psychische problemen ervaren; ze worden minachtend als gekken versleten of, wat nog erger is; als profiteurs. Vanuit sociaal standpunt mag men ook niet de naasten uit de onmiddellijke omgeving verwaarlozen. Als er enkel zorg is voor de zieke, worden de huisgenoten buitengesloten en groeit de scheur, die er ontstaat uit onmacht en onbegrip, uit tot een kloof. Psychiatrische begeleiding is dus niet enkel nodig voor de patiënt. Het is een ingewikkeld web met vele valstrikken voor allen die met de psychiatrie te maken krijgen. En net zoals in elk web loert er een spin die geduldig wacht tot er een slachtoffer zich aandient of een eerdere prooi per ongeluk terug de webdraden beroert….       Alle overeenkomsten met de personages zijn louter toevallig. Het verhaal is volledig fictief en staat volledig los van de werkelijkheid. Ik wens tevens mijn bewondering mede te delen aan de psychiaters, psychologen en het verplegend personeel in psychiatrische ziekenhuizen. Voor hun geduld, empathie en niet aflatende inzet.       De groten zijn alleen maar groot omdat wij op onze knieën zitten. PIERRE JOSEPH PROUDHON (1800 – 1865) Frans filosoof   Het geheel is meer dan de som van de delen. ARISTOTELES (384 – 322 v.C.) Grieks filosoof.    Wie zal ons bewaken tegen de bewakers? DECIMUS JUNIUS JUVENALIS (ca. 60 -140) Romeins hekeldichter   Pas op voor de man die niets te verliezen heeft. JOHANN WOLFGANG VON GOETHE (1749 – 1832) Duits dichter en toneelauteur   Pas op voor de woede van een geduldig man. JOHN DRYDEN (1631 – 1700) Engels dichter en toneelschrijver     Alleen door tegen de stroom in te zwemmen kom je bij de bron. LAO-TSE (570 – 490 v.C.) Chinees filosoof   Informatie is het wisselgeld van de democratie. THOMAS JEFFERSON (1743 – 1826) Amerikaans president     Het geheim van creativiteit ligt hem in het verbergen van je bronnen. ALBERT EINSTEIN (1879 – 1955) Duits-Amerikaans geleerde     Rorschachtest HOOFDSTUK I   Robin Pas haalt het demi-chef mes uit de schuif. Hij laat zijn duim over het scherp van het lemmet glijden.  ‘Aardappelen schillen… ik haat aardappelen schillen… ik kan beter aardappelen schillen voor Annelies, anders zeurt ze weer…’ Ongeduldig neemt hij de aardappelzak en trekt die brutaal naar zich toe. Een doordringend gegil.  ‘Kevin! Stop met dat gegil… een doodsbleke Annelies?... van waar komt dat gegil?’ Onthutst volgt hij haar starende blik. Niet begrijpend kijkt hij naar het voorwerp in zijn handen.  ‘Een demi-chef mes om aardappelen te schillen? Waarom maakt ze zich daar druk over?’ Robin trekt weer de zak aardappelen naar zich toe en ziet plots het gezichtje van zijn zoon dat hem met grote onschuldige ogen aankijkt. Robin kijkt verwonderd naar de hand waarmee hij zijn zoontje vastklemt. Hij drukt het mes tegen het buikje van Kevin. Vol ongeloof staart hij van zijn ene hand naar de andere.  ‘Weer dat gegil! Waarom gilt Kevin?’ Robin knijpt zijn ogen toe om het lawaai niet meer te horen.  ‘Ik wil aardappelen schillen!!’, brult hij. ‘ Aardappelen schillen. Eerst die aardappelzak openen.’ Het mes komt in beweging. Een doodsbleke Annelies blijft oorverdovend gillen. Sterke handen sleuren hem naar buiten. Er klinkt een hartverscheurend geluid. Af en toe vangt hij flarden op van een gesprek:  ‘Psychiater… gesloten- afdeling… psychose.’ Op weg naar het hospitaal voelt Robin dat er iets koels in zijn aderen wordt gespoten en hij dommelt in op het tweetonige lied van de ambulance.  ‘Te laat, te laat, te laat…’   Robin wordt wakker door de beklemmende hitte in een septisch gereinigde kleine cel. Een televisiescherm hangt hoog aan de muur recht tegenover zijn éénpersoonsbed. Een wegkwijnende plant staat op de vensterbank. Een briesje door het geopend kantelraam laat de groene overgordijnen rimpelen, met het zonnelicht tovert het golven op de kale muren.  ‘Ik zit gevangen in een aquarium als een vis zonder vinnen,’ denkt Robin. Hij richt zich op en zet aarzelend een voet op het linoleum. Als de andere voet volgt valt hij terug achterover op het bed. Robin gaat moeizaam op de rand van het bed zitten en vraagt zich af wanneer het tollen in zijn hoofd zal ophouden. In de scheuren van het linoleum ontdekt hij dezelfde figuur die afgebeeld staat op het schilderij in het kabinet van zijn psychiater en herinnert zich… ‘Noem me alsjeblieft geen dokter Deleeuw maar Bob, zei de psychiater bij hun eerste ontmoeting. Ik houd het liever gezellig want als psychiater leer ik je na een poos beter kennen dan de partner met wie je het bed deelt.’ Robin staarde toen naar zijn therapeut, zo veel jovialiteit had hij niet verwacht.  ‘Robin voor de vrienden,’ antwoordde hij plompverloren. Dokter Deleeuw gaf zijn nieuwe patiënt een stevige handdruk en reageerde geamuseerd:  ‘Haha! Bob en Robin! Fijn dat ik je vriend mag zijn.’ Robin ging onzeker op de stoel zitten die de dokter hem aanwees. De psychiater begon aantekeningen te maken in een dossier. Het verdict: borderline. Annelies, de vrouw van Robin, had hem altijd bijgestaan in moeilijke periodes, maar zijn stemmingswisselingen kon ze niet meer aanvaarden. Ze had geen angst voor klappen of scheldkanonnades, nee, daar was hij te lief voor. Ze vreesde zich te moeten wegcijferen door voor hem en hun driejarig zoontje te moeten zorgen. Er was niet veel meer over van die ooit zo vrolijke Annelies. Robin zag haar angstgevoelens dagelijks toenemen. Tijdens intieme momenten was ze afwezig. Haar zin om te vrijen verminderde van dag tot dag.     Bij de psychiater bladerde Robin ongeïnteresseerd in tijdschriften, die verspreid lagen op een kleine tafel in de hoek van de wachtzaal. Hij keek op zijn horloge en zuchtte gefrustreerd. De vorige patiënt was al een kwartier over tijd.  ‘Vermoedelijk Bea, het neurotisch kind van acht jaar.’ Zelfs door de muur heen was de stem van de moeder duidelijk herkenbaar aan de nasale klank waarmee ze onophoudelijk vragen stelde. Haar monoloog werd af en toe onderbroken door de zwaardere stem van de psychiater die met zijn vocale kracht de woordenstroom trachtte te laten ophouden. Robert Deleeuw was al drie jaar zijn psychiater. Deleeuw was achtendertig jaar, groot, slank, met zwart haar en een grijze bles, blauwe ogen en dunne lippen. Knap en heel charismatisch - in het Frans de ‘je ne sais pas quoi’ factor. Buitengewoon intelligent en een onvermoeibare werker. Hij draagt een simpele jeansbroek en een Denim hemd, zonder franje. Met een kwinkslag won hij snel het vertrouwen van zijn patiënten. Leugens legde hij moeiteloos bloot en dikwijls werd hij door het parket gevraagd om het psychologisch profiel van misdadigers samen te stellen. Hij leek onkreukbaar kalm, trillende vingers van zijn linkerhand verraadden zijn innerlijke spanning. Hij trok vrouwen aan als een magneet, zijn echte maîtresse was zijn werk. Het verleden hield hij voor zichzelf en verborg zijn privéleven voor iedereen. Weinig mensen wisten dat hij uit een gegoede klasse kwam. Zijn vader was de eeuwige afwezige en hij had geleden onder de bemoeienissen van zijn veeleisende moeder. Na een harde confrontatie met beide ouders verbrak hij alle banden.   De deur van de consultatiekamer werd geopend, de vrouw en haar dochter werden vriendelijk buiten gewerkt door de psychiater. Bob drukte hem stevig de hand en zei hem:  ‘Geef dat kind een andere moeder en ze is binnen de maand genezen.’ Robin grinnikte en ging gewoonte getrouw op de linker sofa zitten. in één In één  oogopslag taxeerde de psychiater zijn patiënt.  ‘Hoe gaat het ermee, Robin?’  ‘De nieuwe antidepressiva maken me tam… ik heb minder angst… en ik heb moeite om mijn gevoelens te uiten… het lijkt alsof ik buiten mijn lichaam sta.’ Er valt een ongemakkelijke stilte. ’Wat bedoel je juist met ‘buiten je lichaam staan’?’ Robin geeft geen antwoord en staart naar een zwart-wit  schilderij. Het stelt een naakte man met gebogen hoofd voor die zijn  gekruiste armen tussen zijn benen houdt. Hij schermt zich af van de wereld. Robin herkende in de figuur zijn eigen wanhoop. Tijdens zijn 3- jarige consultaties keek hij naar dat schilderij en kende elke penseelstreek.  ‘Wat bedoel ik met ‘buiten mijn lichaam staan?’ dacht Robin, ‘Wat is het juiste antwoord? Wil ik de waarheid wel kennen?’ Robin wilde vooral goedkeuring van zijn psychiater. Verlossende woorden wilde hij horen die bewezen dat hij op de goede weg was.  ‘Ik kan niet gefocust blijven… mijn gedachten gaan met mij op de loop… Annelies wordt boos omdat ik geen aandacht aan haar woorden schenk.’  ‘Robin, ik maak me vooral zorgen over jouw geestelijke escapades. De medicijnen zijn niet de oorzaak. Ik heb eerder de indruk dat jij de realiteit wil ontvluchten om aan je problemen te ontsnappen. Zo raak je meer en meer verstrikt in je eigen droomwereld.’  ‘Mijn leven met Annelies is een hel geworden!... Annelies spreekt steeds over ‘haar’ zoon… ik maak geen deel meer uit van zijn opvoeding… Voor haar ben ik niet langer de vader van ons kind… Ik ben een lastpost…’  ‘Wees niet te hard voor jezelf. Doe je nog je relaxatieoefeningen?’  ‘Elke keer wanneer ik de oefeningen doe, val ik in slaap.’ Deleeuw geeft Robin een voorschrift.  ‘Neem deze medicatie ’s morgens bij het ontbijt. Het zal je allerter maken, Robin. Ik zie je volgende week. Zelfde dag, zelfde uur.    Hoofdstuk II     Robin neemt de bus. De bushalte ligt op driehonderd meter van de praktijk. Hij ziet drie bussen stoppen met hetzelfde beginnende cijfer, elk met een andere bestemming waarvan hij de eindhaltes niet kan lezen. Inpulsief neemt hij de dichtstbijzijnde bus en gaat versuft op de achterste bank tussen schoolghaande kinderen zitten. Hun gekrijs en gejoel snijden door zijn hoofd.Twee kilometer verderop beseft hij op de verkeerde bus te zitten. Bij de eerstvolgende halte wil hij afstappen, maar een aantal pestkoppen verhinderden hem opzettelijk de doorgang.Tussen rug- en schooltassen tracht Robin de uitgang te bereiken. Hij struikelt over een schooltas wanneer de bus bruusk aan de halte stopt. Vloekend staat hij recht. Een vrouw met kinderwagen verspert de uitgang. Hij trekt de kinderwagen ruw opzij.  ‘Een beetje begrip en geduld alstublieft!’ roept de vrouw verontwaardigd.  ‘Ik wil uitstappen!’ De vrouw kijkt hem vernietigend aan. Tot zijn wanhoop rijdt de bus weer een halte verder.  ‘Chauffeur… chauffeur, ik zit op de verkeerde bus!’ De busbestuurder kijkt over zijn schouder.  ‘U zult moeten wachten tot de volgende halte mijnheer!’ Hij laat de bus bruusk zwenken en stopt met piepende remmen. Als een drenkeling klampt Robin zich overal aan vast en wringt zich door de openstaande deuren die net dichtklappen. Hij valt pijnlijk op het voetpad. Besluiteloos blijft hij met uitgespreidde armen op de grond liggen.  ‘Ik zou kunnen blijven liggen… doodgaan... als Jesus gekruisigd aan het voetpad… een kruis van steen.’  Moeizaam krabbelt hij recht met behulp van een passant.  ’Gaat het?’ zegt de man. ‘Red Jesus!’ Robin duwt de verbijsterde man opzij en wankelt naar de apotheker. ‘Dag Robin…’ ‘Wacht… ik heb het voorschrift… hier… het moet hier ergens zitten.’ Een andere klant komt binnen. Robin zoekt zenuwachtig verder in zijn jaszakken. Robin maakt ze leeg en legt zijn gsm, portefeuille, sleutels, kleingeld en een verfrommeld papieren serviette op de toog. Apatisch staart hij naar zijn spullen.  ‘Robin? Robin… Robin?’ De apotheker wijst hem het voorschrift aan dat met een punt uit de portefeuille steekt. Robin klapt zijn portefeuille open, hij overhandigd het voorschrift aan de apotheker. Hij betaalt en gaat als een slaapwandelaar buiten.   Als hij thuis komt zet Robin het nieuwe medicijn bij zijn andere pillen, in het uitpuilende apothekerkastje en gaat versuft naar de woonkamer. In de gang klinkt vrolijk gejoel. Annelies is met Kevin naar de speeltuin geweest en zijn zoontje komt stralend met een waterval van woorden aangelopen. Robin neemt zijn zoontje stevig vast en duwt zijn neus tegen de hals van het kind. De kleuter giechelt en rukt zich los. ‘Ik heb een ijsje gekregen van mama! Met twintig bollen!’ Lachend kijkt Robin naar Annelies.  ‘Het waren twee bollen,’ zegt ze smalend. Robin kijkt zijn zoontje met grote ogen aan en prikt met zijn wijsvinger speels in zijn buikje.  ‘Heb jij dat allemaal kunnen opeten? Vanille en aardbei?’  ‘Aardbei en choco.’  ‘Amaai zo lekker.’ Robin veegt wat choco uit de mondhoek van zijn glunderend zoontje. Annelies geeft Robin geïriteerd een tissue.  ‘Ik kreeg niet de kans om zijn mond af te vegen,’ Robin neemt zijn zoontje speels vast en begint hem te knuffelen. Plots ziet hij de ernstige blik van zijn vrouw waarop hij Kevin onzeker los laat.  ‘Ik heb nieuwe medicijnen gekregen,’ zegt hij zonder haar aan te kijken.  ‘Wanneer hebben die pillen hun uitwerking?’  ‘Dat vertelde Bob er niet bij.’  ‘Ik vermoed dat ze pas na een week beginnen te werken.’  ‘De bedoeling is dat ik er minder sloom van word. Met de nodige oefeningen kan ik mij concentreren…  zonder erbij in slaap te vallen. Annelies kijkt hem lang in de ogen en draait zich resoluut om. Ze draagt Kevin op haar arm mee naar de keuken. Robin gaat verloren op de sofa liggen om zijn ademhalingsoefeningen te doen en… valt in slaap.   … Het demi-chef mes, Annelies gilt… de grote ogen van Kevin… ambulanciers... Badend in het zweet wordt Robin wakker in zijn cel. Hij moet dringend naar het toilet. Na het urineren, wil hij zijn handen wassen, maar vindt geen zeep of handdoek. Ontstemd door het gebrek aan wasgerief wil Robin zich bij iemand beklagen en rammelt kwaad met de deurklink.  ‘Geduld Robin! Er komt dadelijk iemand met wasgerief en zal u begeleiden  naar de douche.’ Mokkend gaat Robin op het bed zitten.  ‘Onder begeleiding een douche nemen?’ De deur wordt ontgrendeld door een grote struise kaalhoofdige man met walrussnor en een rond brilletje op zijn neus. Robin lacht.  ‘Wat valt er te lachen?’ vraagt de kaalhoofdige nors.  ‘Toen ik hoorde van ‘een douche onder begeleiding,’ verwachtte ik een Oosterse schone.’ De man gooit een plastic zak gevuld met toiletgerief naar Robin.  ‘Je zult het met mij moeten doen, mijnheer de grapjas. Kom, volg mij nu maar.’ Robin volgt de verpleger door een labyrint van gangen met kindertekeningen en zwart-wit foto’s aan de gifgroene muren.  Hier en daar staan plastieken planten voor de gifgroene muren. Verveeld wijst de kale man douchecellen zonder deuren aan.  ‘Je krijgt tien minuten om je te wassen en weer aan te kleden. In de kleerkast van je kamer zal je een elektrisch scheerapparaat vinden. Iets dat kan verwonden wordt niet toegelaten. Daarna kom ik je halen, al dan niet gewassen of aangekleed en… geen grapjes. Ik wacht achter de hoek.’  ‘Bedankt schoonheid,’ reageert Robin giftig en loopt rakelings langs de verpleger. Robin geniet van het simpele ritueel zich te wassen.  ‘Je hebt nog twee minuten,’ galmt het aan de andere kant van de muur.  ‘Man, de shampoo zit nog in mijn oren!’ roept Robin geërgerd.  ‘Nog één minuut,’ klinkt het ongenadig. Robin draait de kraan dicht en slaat de handdoek rond zijn middel. De vuile kleding laat hij achter op de vloer en stapt met kletsnatte voeten naar de verpleger.  ‘Zet de chronometer maar af,’ zegt Robin. De verpleger kijkt om de hoek en wijst naar de natte voetafdrukken.  ‘Droog je voeten af. De volgende keer zorg je er voor op tijd klaar te zijn. Er staan wasmanden voor het vuil goed. Gebruik ze.’ Hij overhandigt Robin slippers en een badjas van het ziekenhuis.  ‘Op blote voeten rondlopen is niet hygiënisch en doe de badjas aan. We willen géén hysterische toestanden.’ Na het douchen, sluit de kaalkop Robin terug op in zijn kamer zonder een woord te zeggen. Robin ergert zich aan de boertigheid van de verpleger en klopt met zijn vuist tegen een muur van zijn cel.  ‘Om zijn zenuwen te bedwingen neemt hij het scheerapparaat uit de kast. Hoezeer hij de radertjes over zijn ontluikende baard laat cirkelen, de stoppels blijven staan. Kwaad gooit hij het scheerapparaat op de grond.  ‘Prullen!’ roept hij nijdig. Plastic splinters verspreiden over de hele kamer. Net op dat ogenblik wordt de deur geopend. Bob en Annelies verschijnen in het deurgat. Hun dure parfums werken op zijn zenuwen. Schoenzolen pletten de stukjes plastic. Robin nadert Annelies, die een stap achteruit zet en op het bed gaat zitten. Als hij haar hand wil vastnemen trekt ze die vlug weg. Verslagen kijkt Robin naar Bob.  ‘Robin, je bent vijf dagen van de wereld geweest,’ Je had een psychose. Je werd gewelddadig. We hebben je verscheidene keren moeten kalmeren en buiten jezelf wilde je Kevin vermoorden.’ Bob wacht op antwoord.  ‘Ik vermoed dat je het niet meer kan herinneren …  ‘Natuurlijk herinner ik het me!’ Bob... Waarom zou ik Kevin willen vermoorden? Jij bent psychiater… waarom zou ik dan mijn zoontje iets aandoen? Bob antwoordt kalm:  ‘Je was jezelf niet op dat moment. Schizofrenie kan je zo ver brengen en…’ Robin bedekt met zijn handen zijn oren en blijft ‘nee’ schudden.  ‘Robin, dit… kan ik niet meer aan… ik heb de scheiding aangevraagd…’ Robin buigt zich plots naar Annelies en staat neus aan neus met haar. Bob wil hen scheiden maar Robin duwt hem brutaal weg.  ‘Annelies! Ik heb mezelf weggecijferd voor jou en Kevin. Is al die moeite voor niets geweest? Kijk. Kijk naar mij!’ Speeksel vloeit uit zijn mondhoeken.  ‘Je wilde Kevin vermoorden! Ik vertrouw je niet meer. Kevin loopt gevaar in jouw aanwezigheid.’ Annelies verlaat verongelijkt zijn kamer. Bob en Robin blijven sprakeloos achter.  ‘Ik ben niet gek. Zo ben ik niet…’  ‘Robin, ik zal met haar gaan praten. Uit deze gesloten afdeling mag ik je niet ontslaan, je bent een gevaar voor jezelf geworden. Volg de therapieën en neem je medicijnen nauwgezet. Later breng ik jou naar de open afdeling. Morgen kom ik je terug bezoeken. Tracht nu wat te slapen, Robin.’ De aftershave van Bob blijft in de cel hangen. Robin gaat op het bed liggen en denkt voor hij in slaap valt:  ‘Laat dit een nachtmerrie zijn.'   Hoofdstuk III    Rachel hield van de nachtdienst. De cijfers van de wandklok, die tegenover de balie hing, duidden 00:02 aan. Ze begon de voorraad pijnstillers op basis van paracetamol na te zien. Ze vloekte omdat haar collega de schuif niet had aangevuld. Rachel nam de sleutel om de deur van de apotheekkamer te openen. Ze zag licht vanonder de deur komen.  ‘Weer vergeten werk,’ dacht ze. Plots hoorde ze een knarsend geluid in de kamer. Verwonderd bleef ze aan de deur luisteren. Het geluid hield op, niemand kwam naar buiten. Aarzelend opende ze de deur en zag door een kier dat de glazen schuifdeurtjes van de speciale medicijnenkast open stonden.  ‘Het knarsen kwam daar vandaan.’ In één oogopslag zag ze welk medicijn er was ontvreemd. Voorzichtig ging ze de kamer binnen. Ze hoorde achter een verplaatsbaar ziekenhuisscherm iemand ademen. Nieuwsgierig duwde ze het scherm opzij. Verrast keek ze in de ogen van een man die naar haar glimlachte Onverwacht sloeg hij met een krukje op haar hoofd. Rachel kon hem niet ontwijken. Waanzinnig bleef hij op haar inbeuken tot het bloed tegen de muren spatte. Onbewogen keek de dader naar haar bebloede hoofd. Zonder haast verborg hij de medicijnen in een zak vuil goed. Hij inspecteerde of er geen bloedvlekken op zijn kleding zaten.  ‘Niets.’ Hij schakelde het licht uit, sloot de deur en verliet de apotheekkamer.   De volgende ochtend wordt Robin wakker met een claustrofobisch gevoel en vlucht uit zijn cel. Tijdens het ontbijt merkt hij de spanning tussen het personeel. Patiënten praten opgewonden door elkaar. Zodra ze Robin zien houden ze op met praten. Onwennig groet hij de andere patiënten en gaat aan een lege tafel zitten. Tina, een vriendelijke verpleegster legt hem de huisregels uit. Ze brengt hem meteen het ontbijt. De vorige avond had hij niet gegeten. Hongerig propt hij de boterhammen in zijn mond. Sinds zijn binnenkomst is iemand naar hem blijven staren. Hij houdt op met kauwen.  ‘Smaakt het?’  ‘Hmmm.  ‘Dit is de eerste keer dat ik je zie eten.’  ‘Ik ben Brigitta.’   ‘Ik heet Robin.’ De graatmagere vrouw van ongeveer veertig jaar oud heeft lang sluik haar en ogen die te groot lijken voor haar gezicht. Haar gebaren zijn traag, weloverwogen.  ‘Ik was aanwezig toen ‘Boldyboy’ je binnengebracht naar de gesloten afdeling.’  ‘Boldyboy?’ vraagt hij nieuwsgierig.  ‘Je hebt vandaag met hem kennis gemaakt, zag ik. Groot, kaal, rond brilletje en een walrussnor.’  ‘Ha! ‘De verpleger die mij controleert.’  ‘Robin? Mag ik vragen waarom je hier bent?’  ‘Dat is een oervervelend verhaal.’  ‘Nieuwsgierig staart ze hem aan en speelt ondertussen afwezig met een plastiek mes.  ‘Iedereen die hier belandt, heeft een verhaal. Dus Robin, als je iets kwijt wil…’ Haar onbeschoftheid stoort hem.  ‘Gaan we dan even uithuilen om te eindigen met een knuffel?’ Krampachtig sluit ze haar hand rond het mes.  ‘Ik zie je nog wel.’ antwoordt ze bits, staat recht en verlaat de kamer. Een ongemakkelijk gevoel overvalt hem. Voor Robin over zijn blunder kan nadenken komt Tina hem halen voor een gesprek met zijn psychiater. Vol voorgevoelens aarzelt Robin om de spreekkamer binnen te gaan waar Bob op hem wacht.  ‘Ga zitten Robin,’ zegt Bob ernstig. Robin antwoordt futloos.  ‘Dag Bob. Heb je al met Annelies gepraat?  ‘Wat ik je ga vertellen gaat hard aankomen... Annelies heeft de scheiding al in gang gezet en meteen een verbod om je zoon te zien, aangevraagd… Ze wil je niet meer zien. Voorlopig ga ik er op toezien dat het je aan niets ontbreekt.’ Er valt een doodse stilte. Robin staart naar een punt op de vloer en beeldt zich in een gat te branden tot in het binnenste van de aarde. Hij hoort de stem van Bob in de verte. Onverstaanbare woorden. Vruchteloos tracht hij te praten. Smekend steekt hij zijn handen uit naar Bob. Bob neemt uit zijn bureaulade een injectiespuit en een ampul.  ‘Nee!’  In paniek springt Robin recht en ontwijkt de spuit van de psychiater. Met kracht schopt Robin zijn stoel naar Bob die verrast achteruit valt tegen zijn bureau. De psychiater drukt op een knop die verbonden is met de bewakingsafdeling. Boldyboy stormt de kamer binnen en ramt een verdovingsspuit in de nek van Robin. Voor hem wereld verschrompelt de wereld tot een lichtpuntje dat uitdooft.   Vele uren later zit Robin wezenloos in een zaal van het ziekenhuis. Iemand legt een hand op zijn arm. Het is Brigitta. Ze gaat met trage bewegingen in een stoel tegenover hem zitten. Op lijzige toon praat ze met hem:  ‘Robin, ik oordeel of veroordeel je niet. En als je uw geheimen wil vertellen, ik voel met je mee.’ Hij reageert niet. Brigitta, wil weggaan. Robin neemt haar hand en fluistert:  ‘Blijf alsjeblieft.’ Aarzelend blijft ze staan en luistert ongeïnteresseerd naar hem.  ‘Mijn opa… die zorgde altijd voor mij… Ma en pa waren er nooit… maar mijn opa… Na zijn dood… boterhammen met choco…ja… dat wilde ik nog eten…boterhammen met choco. En daarna… altijd alleen. Tot mijn 8 jaar… Ik was jaloers… jaloers tegen het muurtje… te zien… de andere kinderen speelden… Maar Nancy… die, die… kwam naar mij. Zo’n mooie ogen… Samen… we waren altijd samen. In het school… en later… veel later… we bleven elkaar graag zien… tot ik een foto zag… een foto met een andere man… ja, ze was zo mooi… Daarna… ik begon te drinken… rookte joints… en spelletjes spelen… heel de dag computerspelletjes. Toch… toch haalde ik mijn diploma… ik had het beloofd… beloofd aan mijn opa. Mijn opa… Annelies… zij had ook haar diploma… we gingen samen vieren en daarna… trouwen en Kevin… mijn zoontje Kevin. Huilde en huilde… dag en nacht. Nu niet meer. Mijn zoontje. Kevin… ik mag mijn zoontje niet zien. Robin zucht. Een diepe wanhopige zucht. Boldyboy komt het lokaal binnen. Robin kijkt opzij maar Brigitta was in het midden van zijn verhaal weggelopen.  ‘Robin. Je mag naar een andere afdeling. Dokter Deleeuw heeft besloten dat je er op vooruit bent gegaan. ‘   De glazen deuren van de nieuwe afdeling openen met een zacht sissend geluid. Onzeker stapt Robin mee aan de zijde van Boldyboy naar de open afdeling. Robins tas ligt op het bed dat netjes werd opgemaakt.  ‘Wat een luxueuze kamer…’  ‘Dokter Deleeuw heeft dit geregeld. Ik voer enkel orders uit. Morgen om half acht moet je aanwezig zijn in de vergaderzaal, dan krijg je de dagindeling. Ontbijt is om 7 uur. Geen room service meer.’ Boldyboy verlaat de kamer en trekt de deur hard toe. Robin schrikt van de klap. Tina brengt zijn avondmaal. Ze begroet hem vriendelijk en zet het plateau op een tafeltje.  ‘Tina, wat ben ik blij jou te zien.’  Hij begint te eten.  ‘Smakelijk, morgenavond sta ik in de nachtploeg.’ Tina knipoogt naar hem en verlaat de kamer.   Hoofdstuk IV    ‘Goede morgen.’ Robin kijkt de jonge verpleger met doffe ogen aan.  ‘Je bedoelt goede avond. Mijn ogen zijn net dichtgevallen.’  ‘Het spijt me, mijnheer dat u niet kon kunnen slapen. U houdt zich beter aan de regels. Het is nu 7 uur. En om half 8 moet u deelnemen aan het groepsgesprek.’ Robin zucht. Moeizaam komt hij uit zijn bed. Hij slentert tot aan de balie, waar alle patiënten hun medicijnen krijgen. Robin ontvangt een kartonnen bekertje, hij wil het meenemen naar de kantine, maar een verpleegster houdt hem tegen.  ‘Hola. Nieuw zeker?’  ‘Wablieft?’ vraagt hij suf.  ‘Je moet het dadelijk innemen!’ Ze wijst naar kartonnen bekers en flessen water die ter beschikking staan van de patiënten. Gehoorzaam vult hij het bekertje. Hij slikt de pillen tegen angst, depressie en hoge bloeddruk in één keer door en opent zijn mond om te bewijzen dat hij ze ingenomen heeft.  ‘Brave jongen.’ Robin gaat verder naar de kantine en neemt plaats op de hoek van een lange tafel. Zijn disgenoten kijken nieuwsgierig naar de nieuwkomer die lusteloos eet. Om 7u 30 begint het groepsgesprek in de vergaderzaal. Het verplegend personeel en patiënten nemer er aan deel. De gesprekken verstommen wanneer een grote vrouw met indrukwekkende boezem verschijnt.  ‘Zijn er problemen te melden?’ vraagt ze met melodieuze stem. Ze kijkt iedereen in de ogen. Iedereen zwijgt. Plots kijkt ze naar hem.  ‘Robin, welkom. Mijn naam is Lia en ik ben het afdelingshoofd voor de ‘Paaz (psychiatrische afdeling Antwerpse ziekenhuizen)’ afdeling. Als je speciale wensen hebt, of problemen kun je dit melden aan een van de verzorgers. Daarna kunnen we dit zonder andere patiënten onder vier ogen bespreken. Indien je wilt meedelen dat de douche niet proper werd achtergelaten of de koffie al koud was kan je meedelen aan het verzorgend personeel, dat vordert het algemeen welzijn. Elke dinsdag kan je een aanvraag tot verlof indienen voor het weekend. In samenspraak met de andere zorgverstrekkers, de psychologen en de psychiater, wordt hierover beslist. Vrijdag voor de middag wordt de beslissing bekend gemaakt. De eerste week moet iedereen hier blijven. Na afloop van deze vergadering ontvang je een weekrooster met de dag aan dagactiviteiten, behalve voor zaterdag en zondag. Zijn er vragen dan meld je dat meteen.’ Ze houdt een rustpauze om hem de gelegenheid te geven een vraag te stellen, Hij staart haar en zwijgt. Ze wil overgaan tot de orde van de dag. Hij steekt zijn hand omhoog.  ‘Ja Robin?’  ‘Hoe kan ik… met U een afspraakje maken?’  ‘Privé afspraakjes betekent dat je je hebt misdragen, daar zijn gevolgen aan verbonden…,’ zegt Lia met ingehouden lach. Iedereen begint te gniffelen.  ‘Tot hier de bespreking.’ Iedereen verlaat de vergaderzaal. Robin blijft alleen achter. Lia stopt hem een papier in de handen.  ‘De weekrooster.’ vermoedt hij. Er staan géén activiteiten op vermeld, wel bezoekjes aan Bob.  ‘Waarom mag ik niet deelnemen aan de activiteiten?’  ‘Vraag het straks aan dokter Deleeuw. Om vier uur in de namiddag kunt u bij hem terecht,’  ‘Wat doe ik ondertussen?’  ‘U bent vrij, om rond te lopen en met andere patiënten kennis te maken in de recreatieafdeling. Het is echter streng verboden om op elkaars kamers te komen.’  ‘Recreatieafdeling?’ herhaalt hij toonloos.  ‘U kunt er praten, kaartspelen, bordspelletjes doen en televisie kijken.’  ‘In kamer 21?’  ‘Wat kamer 21? U hebt kamer 21!’  ‘Komt u mee spelletjes doen?’  ‘Dit is seksuele provocatie, mijnheer Robin Pas!’ Geërgerd stapt het afdelingshoofd weg. Robin kuiert van de ene ruimte naar de andere.  ‘De keuken… één elektrische plaat om één ei te bakken. Geen ijskast, maar wel een boiler. Geen tafel of stoel… ‘ Weinig enthousiast gaat hij naar het recreatielokaal. Er staat een klein televisietoestel met een aantal stoelen op een rij.  ‘Is dit een kapel? Nee…tafels en stoelen… Spelletjes!’ Het lokaal stinkt naar oud papier en tabak. Er staan geen planten en er hangen geen prenten aan de muur. Voor één van de wanden staat een boekenkast, opgedeeld in kubusvormige vakjes. Spelletjesdozen en speelkaarten zijn niet te vinden.  ‘Waar zijn de spelletjes?’  ‘Wat moet je hebben?’ vraagt de man achter de balie korzelig.  ‘Ik heb nog nooit Money Poly gespeeld.’  ‘Dat hebben we niet.’ Robin kijkt lang naar de man bij de balie die zich geen houding weet te geven. Robin keert hij terug naar de kantine en neemt plaats aan het uiteinde van dezelfde lange tafel. Een stoere kerel met tattoos, en een 50 jarige vrouw komen bij hem zitten.  ‘ Ik ben J.P en wie ben jij?’  ‘Robin.’  ‘Ik ben Marie.’ Robin negeert hen. Na een lange stilte zegt Marie:  ‘Er valt hier weinig te lachen, Robin. Zelfs iemand, vermoord.’  ‘Moord, wie werd hier vermoord?’ vraagt hij afwezig.  ‘Hier is iedereen paranoïde. Patiënten, verplegers, iedereen. En als iemand het woord moord durft spreken wordt hij afgezonderd.’  ‘Afgezonderd?’  ‘Ja, dan sluiten ze die op in een isoleercel,’ zegt Marie die plots opstaat en de tafel verlaat. J.P volgt haar zonder afscheid te nemen. Robin kijkt naar de bodem van een glas water.    Bob wacht ongeduldig op Robin. ‘Je bent te laat Rob,’ zegt de psychiater die krampachtig zijn linkerhand sluit. Robin negeert Bob en gaat zwijgend zitten. ‘Robin?’  ‘Als er al iets is dat ik hier heb geleerd Bob, dan is het geduld.’ ‘Hoe gaat het Robin?’  ‘Ondanks het sympathiek personeel en de sessie ‘hoe verdrijf ik verveling’, voel ik me doodmoe. Enkele dagen geleden werd ik plat gespoten door Boldyboy, je naaste medewerker. Jij hebt de touwtjes in handen en jij bent me uitleg verschuldigd oude vriend.’  ‘Je hebt gelijk. Ik had je meteen moeten inlichten… Zijn geduld met patiënten is dikwijls ver te zoeken. We hebben de laatste tijd last van onverklaarbare voorvallen. Sinds jouw opname is een van onze medewerksters aangevallen. Er zijn medicijnen gestolen en gisteren werd op jouw afdeling een van onze patiënten vermoordt met een overdosis morfine. Ik wilde je zo snel mogelijk naar deze afdeling overbrengen. Je hebt problemen genoeg. Gaan we nu over tot je therapie …’ Een half uur later neemt Robin afscheid van Bob met een goed gevuld uurrooster. Hij is moe en wil naar bed. Na het avondeten keert hij terug naar zijn kamer. Het bekertje met medicijnen staan niet op zijn nachtkastje. Hij vindt het terug op de bijzettafel. Hij slikt de pillen meteen in en gaat slapen.   Klokslag twaalf uur doet Tina haar nachtronde. Ze ziet iemand snel naar de andere vleugel lopen. Ze wil weten wie het is en loopt hem door de gangen achterna. Plots botst ze op Robin. Hij gedraagt zich als een slaapwandelaar.  ‘Robin?’ Wezenloos kijkt hij haar aan.  ‘Is er iets?’ Robin schudt heftig ‘nee’. Hij ziet iets in het duister van de gang. Hij grijpt haar hand, ze verzet zich en brengt hem terug mee naar zijn kamer. Robin blijft achter zich kijken. Ze blijft bij hem tot hij in bed ligt en de ogen sluit. Pas dan verlaat ze stil zijn kamer. Tina gaat naar de balie, vult het logboek in en noteert het vreemde voorval. Terwijl ze in een boek leest, vraagt ze zich af hoe het komt dat Robin slaapwandelt. Ze controleert de medicijnen die hij krijgt. Haar nieuwsgierigheid neemt toe. Het volledige medisch dossier mag het verplegend personeel nooit zien. De orders van de psychiater en de reacties van de patiënt moeten enkel worden opgevolgd en genoteerd. Aarzelend neemt ze een sleutel uit de schuif van de balie met ‘dossierkamer’ op het label. Op haar hoede opent ze de dossiers kamer en sluit de deur met de sleutel aan de binnenkant. Ze zoekt bij de ‘P’: Palmans, Panis, Pardaens, Pas. Pas Robin!’ Ze opent het dossier. Terwijl ze leest beweegt de deurklink. Eerst heel zachtjes, daarna met luid gerammel. Met grote ogen ziet Tina de sleutel aan de binnenkant bewegen. Iemand probeert hem er uit te duwen. Snel duwt ze de sleutel terug in het slot. Iemand vloekt aan de andere kant van deur. Voetstappen verwijderen zich. Aan de balie wordt ze opgeroepen door de zoemer die keer op keer afgaat. Ze durft de dossierkamer niet verlaten. Tina weet dat er een moordenaar in de kliniek rondloopt. In paniek roept iemand haar naam. Ze dwingt zichzelf naar buiten te gaan. Eén van de patiënten klampt haar aan.  ‘Kom snel!’ Tina volgt de radeloze patiënt. Hij vertelt haar dat er iemand aan de balie gevonden werd met een spuit in de hals. van wat er was gebeurd: Ze neemt de polsslag van het slachtoffer en constateert een overdosis. Dadelijk belt ze de hulpdiensten en de politie. Robin is op het tumult afgekomen en kijkt apathisch naar de dode patiënt. Tina merkt hem op tussen de groep kijklustigen. Zodra de politie er is verwijdert hij zich, maar Tina verdenkt hem en laat hem arresteren.    Robin wordt wakker op een hard bed de kamer lijkt op die van de gesloten afdeling, maar dan veel kleiner. Hij zoek naar de knop om iemand van het verplegend personeel op te roepen. Deleeuw en een agent komen binnen. Bob gaat op een stoel naast zijn brits zitten. Robin kijkt verbaasd van de agent naar de psychiater. Robin heeft hoofdpijn en vraagt een pijnstiller.  ‘Robin, sinds je opname in het ziekenhuis hebben er al drie delicten plaatsgevonden. De politie heeft morfine in je bloed gevonden. Ik wist niets van je verslaving. Tot nader order wordt je door een gerechtspsychiater opgevolgd.’ Bob verlaat de kamer. Robin merkt niet dat Bob de cel verlaat.  ‘Mag ik een advocaat bellen, vraagt hij de agent.  ‘Dat is uw recht mijnheer.’ De agent geeft hem zijn GSM.    Hoofdstuk V   Leon Deprez zit in zijn Chesterfieldzetel en leest een boek. Hij geniet van een lekkere Bourgognewijn. De telefoon rinkelt. Geërgerd sloft de advocaat naar het toestel.  ‘Hallo. Met meester Leon Deprez.’ Leon herkent de gebroken stem aan de andere kant van de lijn niet. ‘Met wie spreek ik alsjeblieft?’  ‘Leon… ik ben het… Robin.’  ‘Wie?’  ‘Robin Pas. Ik word beschuldigd. van moord.’  ‘Robin, ben jij het?’  ‘Ik zit opgesloten in een cel.’  ‘Waar?’  ‘Ik weet het niet? Ergens in Antwerpen’  ‘Geen probleem. Ik zal je vinden. Ik kom dadelijk naar jou, Robin.’ Advocaat Deprez achterhaalt snel dat Robin opgesloten werd in het politiekantoor van het 6de district. Leon Deprez, is een gepensioneerde advocaat, gespecialiseerd in strafrecht. Hij is een rondborstige levensgenieter van 67 met een halfrond leesbrilletje op het puntje van zijn neus. Robin was zijn beste student en altijd welkom ten huize Deprez. Een agent laat Leon in de cel. Robin staat moeizaam recht en omarmt de advocaat.  ‘Leon, je weet niet hoeveel dit voor mij betekent.’ Leon tracht zijn ontroering te verbergen. ‘ Robin, hoe is het zover kunnen komen?’ Leon zet zijn opnamerecorder aan. Robin vertelt wat de laatste jaren met hem is gebeurd. Tijdens zijn verhaal worden al zijn herinneringen helder. Als ik het goed begrijp ben je al drie jaar onder psychiatrische begeleiding bij dokter Deleeuw die een goede vriend is geworden. Heeft je huisdokter je doorverwezen naar dokter Deleeuw?’  ‘Ja, dat deed hij en hij zei dat ik borderline symptomen heb.’  ‘Wanneer kreeg je dat te horen?’  ‘Ongeveer zes maanden geleden. Ik heb waarschijnlijk een psychose gekregen. Ik zou geprobeerd hebben mijn zoontje te vermoorden… ik kan het me niet herinneren. Als ik het goed begrepen heb maakte je ook kennis met Brigitta, ze lijdt aan schizofrenie en was Boldyboy, een hoofdverpleger, zeer brutaal.  ‘Dat mag je wel zeggen! Die man zijn humor werd bij zijn geboorte geamputeerd.’  ‘Ik heb de indruk dat iedereen van het verplegend personeel onvriendelijk was.  ‘Behalve Tina, de nachtzuster.’  ‘Ze gaf je wel aan voor onvoorspelbaar gedrag?’  ‘Daar wist ik niks van.’ Deprez stopt de opnamerecorder in zijn aktetas en geeft Robin een vriendschappelijke klopje op de knie.  ‘Ik ga een paar mensen raadplegen en anderen het vuur aan de schenen leggen. Binnen drie dagen zie je me weer. Je kunt me altijd telefonisch bereiken. Ik zorg er wel voor dat je onder toezicht op de ziekenboeg gevangenis wordt geïnterneerd.’  ‘Bedankt Leon...’ Voor hij de gevangenis verlaat vraagt Meester Deprez de agent wie de onderzoeksrechter is. De agent antwoordt dat niemand werd aangesteld.   Thuisgekomen telefoneert Leon dadelijk hoofdinspecteur Marc Maes, De plichtsbewuste dienaar van de wet, geniet van een slok verse Arabica-koffie. En laat de telefoon 3 maal rinkelen voor hij opneemt.  ‘Hoofdinspecteur Maes…’  Hallo?’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Maes herkent de stem onmiddellijk.  ‘Meester Deprez!’  ‘Marc je bent nog steeds een goede speurder. ‘Leon jouw stem herken ik uit de duizend. Ik heb je gemist vriend. Waarom bel je me pas na 5 jaar?’  ‘Ik wil jou onder vier ogen spreken’.  ‘Incognito?’  ‘Ja, maar ik ben gebonden aan de beperkingen van de advocatuur. De mensen met wie ik werk mogen niet aan mij gerelateerd worden. Procedurefouten kan ik best missen.’  ‘Ik kan je niets beloven, maar ben wel bereid te luisteren. Waar spreken we af?’  ‘In het Tolhuis. Het is een goed restaurant. Ik reserveer een tafel op mijn naam van jouw vrouw. Ik nodig Dora uit, een goede vriendin. Ik zorg er voor dat mijn secretaresse mij opbelt en zonder mij af op het terras, een minuut later ga jij gaat naar het toilet. Een deur geeft uit op hetzelfde terras. Daar ontmoeten we elkaar. Zonder dat de dames het merken overhandig ik je een usb stick met alle informatie die mijn cliënt mij heeft gegeven.’  ‘Mag ik de naam van de beklaagde weten, of is dit geheim?’  ‘Heb je gehoord van de ziekenhuismoorden.’  ‘Ja, ik heb er iets over gelezen…’  ‘De beklaagde heet Robin Pas. Hij was een van mijn beste studenten. Hij kan geen moordenaar zijn!’  ‘Dat moet nog onderzocht worden, Leon. Ik kijk uit naar onze ontmoeting.’     Marc Maes, maakt een wandeling met zijn vrouw langs een hellend pad naast de dreef die uitgeeft op het restaurant ‘Tolhuis’. Ze lopen langs hagen met verse bloesems. Eva kijkt liefdevol naar haar man aan en gaat op een bank zitten.  ‘Kom bij me zitten schat, laten we van de eerste lentezon genieten?’  ‘Ik vind het nog te fris om buiten te zitten. Ik heb een ontzettende honger. Vlakbij is een goed restaurant. Laten we daar iets eten.’ Eva staat recht en geeft hem een innige zoen. De inspecteur opent galant de deur van het restaurant. In de hal kijkt Eva verbluft naar het gebouw die ooit een oude opslagplaats was voor veerboten.  Met veel gevoel voor het rustieke gerestaureerd tot een gezellig restaurant: twee kristallen kroonluchters werpen bundels van licht op rustieke schilderijen. Aan alle tafeltjes gedekt met zilveren bestek en damasten lopers zitten mensen.  ‘Goedenavond, heeft u gereserveerd?’ vraagt de ober.  ‘Neen, we hebben niet gereserveerd.’  ‘Het spijt me, mijnheer, alle tafels zijn volzet.’ Leon komt hen vriendelijk tegemoet.  ‘Met jullie toestemming nodig ik jullie graag uit om samen te lunchen, of op zijn minst een glas met ons te drinken. Dora verlangt ernaar om met jullie kennis te maken, het zou haar enorm plezieren om samen te zitten.’   Eva en inspecteur Maes volgen Leon naar de gereserveerde tafel. Eva vermoedt niets van het opzet. ‘Dora, dit zijn Inspecteur Marc Maes en zijn vrouw Eva.’ Dora, een vrouw van ongeveer 70 jaar, met een guitig gezicht, draagt het haar in een knotje. ‘Meen je dat nou Leon? Wat ontzettend leuk!’ zegt ze met zwaar Hollands accent. ‘Bent u een vis- of vleeseter inspecteur?’ Zonder op antwoord te wachten, leest Leon het menu voor. ‘Kalfszwezeriken of Sint Jacobsschelpen als voorgerecht. Als hoofdgerecht parelhoen met seizoengroenten en gegratineerde aardappelen, of varkenshaasje in porto met pommes Duchesse. Als nagerecht Champagnesabayon. Ik verzeker je, Marc. Dit maandmenu is niet te versmaden!’ ‘Ik twijfel er niet aan dat je advies goud waard is, Leon. Wat denk jij liefste?’ ‘Kies jij maar, ik lust alles.’   Leon wordt opgebeld en gaat naar het terras. Maes volgt 2 minuten later via de achterdeur van het toilet. Stiekem geeft Leon de USB-stick aan de inspecteur, die hem nonchalant in zijn broekzak stopt. Wanneer Leon wil terugkeren naar het restaurant weerhoudt Maes hem bij de arm.  ‘Leon, voor het eerst twijfel ik er aan of je oordeel wel juist is. Ik heb Robin Pas nagetrokken en ik ben ervan overtuigd dat jouw favoriete student een heel zieke man is geworden. Depressie, burn-out, borderline… Hij heeft al een aantal psychoses gehad. Deze mensen hebben periodes dat ze normaal functioneren, in een oogwenk kunnen ze echter in een ander uiterste vervallen. Alle bewijzen zijn trouwens tegen hem.’  ‘Marc, niets wijst er op dat hij de moordenaar is. Het kan evengoed iemand van de patiënten zijn, zelfs het personeel gaat niet vrijuit. We moeten alle pistes volgen. Dat kan alleen met een insider en met behulp van een onderzoeksrechter die naast de lijnen durft lopen.’  ‘Goed, de toekomst zal uitwijzen wie er van ons gelijk heeft. Ik ken iemand die ons kan helpen: Vera Perdrix, een vrouwelijke onderzoeksrechter waarmee ik een aantal zaken tot een goed einde heb gebracht. Als er iemand is die voor deze ingewikkelde zaak in aanmerking komt, is zij het. Ze is jong en ambitieus…ze laat zich niet vlug opzij zetten en beschikt over een zesde zintuig dat onmiddellijk procedurefouten detecteert.’  ‘Bedankt Marc, ik wist dat ik op je kon rekenen. Vera Perdrix is inderdaad een prima keuze! We hebben iets te vieren! Laten de dames niet langer wachten. Het wordt een romantische avond!’ Ze keren terug naar het restaurant en toasten op hun vriendschap.                                              

Fanny Vercammen
0 0

Je goed in je hersenen voelen.

   Het begint en eindigt met onze grijze massa. We beginnen allemaal ons leven als vrouw, dankzij een extra Y-chromosoom evolueren de bezitters er van tot een mannelijk exemplaar. Met baard, een heleboel testosteron en een verlenging die zijn nut bewijst in de voortplanting. Ons lichaam is een enorme fabriek waarin hormonen een grote rol spelen en bepalen of de hersenen worden gevormd voor een mannelijk of vrouwelijk exemplaar. Dus enerzijds hebben we de hersenen en anderzijds dat Y-chromosoom dat wel dan niet aanwezig is. Als alles goed gaat gaan deze twee harmonieus door het leven. Het gevormde lichaam één met de geest. Als dit echter niet het geval is, komt het in een situatie vergelijkbaar met de scheurtjes in de mantel van een kernreactor. De kernreactor wordt tijdens de puberteit gebombardeerd door hormoon-terroristen en niets is meer hetzelfde. Net als een koppige puber komen de hersenen in opstand. Ze zijn écht niet tevreden met de verpakking. Die dualiteit levert dan weer brood op de plank van menig chirurg. Resultaat een gelukkige transgender. We onthouden de plastische chirurgen en nemen ditmaal iemand met ernstige brandwonden aan het gelaat. De persoon in kwestie krijgt het gezicht van iemand anders die het tijdelijke voor het eeuwige heeft ingewisseld. Dan komt het dramatisch moment dat de verbanden worden verwijderd, de patiënt in de spiegel kijkt en… zichzelf niet meer herkend. Terug dualiteit. De hersenen kunnen moeilijk het nieuwe gezicht aanvaarden. Op het eerste zicht is het verband misschien ver te zoeken, toch is het probleem hetzelfde. De hersenen hebben het laatste woord.  

Fanny Vercammen
0 0

De eerste.

  De eerste.   De overwinnaar, de eerste, de beste, de gefortuneerde. Zonder lauwerenkrans, zonder trofee, zonder oorkonde. Wie zou ooit vermoeden dat ik had gemoord. Gemoord om te overleven. Gemoord had, om … het leven. We waren met zovelen. Tweehonderdvijftigduizend, of zo. Waarom ik? Wat heb ik de wereld te bieden dat al die anderen het onderspit moesten delven? Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Niet meer van de jongste, geen genie, geen fotomodel. Niet eens fotogeniek. Wat heb ik tot op heden gepresteerd dat zo belangrijk is? Buiten op deze aardkloot rond lopen. Ik keek naar een foto van twee lachende jonge kinderen die aan de muur hangt. Mijn, of beter, onze kinderen. Ik en mijn man hebben er ook potentiële moordenaars van gemaakt.   Herinneringen aan een leven hiervoor overspoelden me. In den beginne...  Ja toen. Vertrokken al die anderen, soms met twee. Ze verdwenen in een stroom van bloed. Afgevoerd als rioolwater. Elke maand werd er gewikt, geschikt.  Wie zou de volgende zijn?  Ik wisselde van gedachten met een lotgenoot.   ‘Wat denk je? Wie gaat de uitverkorene worden?’ ‘Geen idee. Eerlijk gezegd, ik zou het niet erg vinden.’ ‘Wat erg vinden? Te vertrekken of te verdwijnen?’ ‘Maakt me niet uit. Alles is beter dan zo opeengepakt te zitten. Ik wil eens iets anders zien, meemaken. Misschien win ik wel het groot lot?’ Ik lachte. ‘Een optimist! Zo hoor ik het graag.’ Een ander moeide zich in het gesprek: ‘Je hebt optimisten en doordouwers. Ik heb het meer voor de laatste soort. Doordouwers komen er uiteindelijk wel.’ Ik keek haar geringschattend aan. ‘Laat me gissen… jij bent er zo eentje.’ Ze knikte ernstig. Ik laat me door niets van mijn doel brengen. Wat er voor gedaan moet worden, zal gebeuren.’ Ik haalde mijn wenkbrauwen op. ‘Zelfs moord?’ ‘Als dat nodig is.’ antwoordde ze zelfzeker. ‘Jij niet?’' vroeg ze smalend. Ik dacht even na. ‘Ik ben er het type niet voor. Denk ik,' zei ik onzeker. Er ontstond plots beroering.  Een golf van opwinding trok door de groep. ‘Het is zover!’ riep iemand. Er werd geduwd en getrokken om tot bij de opening te komen. Een groot zwart gat doemde voor me op. Ik werd plotseling opgeslokt door het duister en voortgestuwd tot in een soepele tunnel. Ik hield op met me voort te bewegen.  De stilte en het totale duister werkten op mijn zenuwen. Werd ik paranoïde of was ik werkelijk niet alleen? Mijn zenuwen tot het uiterste gespannen, de oren gespitst als een hond, wachtte ik. Daar was het! Als een natte dweil op parket schoof het dichterbij. De nachtmerrie klampte zich aan mij vast. Ik gilde en mijn belager begon te gieren van het lachen. ‘Coucou!’ ‘Ik kende die stem…de doordouwster!’ ‘De optimist!’ klonk het aan mijn zijde. Ze stootte me opgewonden aan. ‘We hebben bezoek.’, fluisterde ze. ‘Nu al?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nu al,'  herhaalde ze blij. Met snelle bewegingen kwamen ze dichterbij, tot ze ons konden omringen, binnendringen en verdelen. We eisten, we smeekten, we vochten voor een eigen onderkomen in de vlezige grot van het leven. Ze brachten ons naar de arena, waar we rivalen werden. Ongenadig werden we aan elkaar geklonken in een hoekje zo groot als een kathedraal. We werden sterker tot de kathedraal onze gevangenis werd.    Gelaten verdroeg ik de schimpscheuten, de nijdige porren en de hatelijke opmerkingen van mijn medegevangene. ‘Je wordt té vet!’ zei ze hatelijk. ‘Ik word niet vet. Ik ben voorbereid op de momenten van schaarste.’ Ze schaterde het uit. ‘Stomme trut! We zijn de belangrijkste spelers! Ze gaan ons écht niet verwaarlozen.’ Ze plaatste een voet in mijn maag die me de adem afsneed. Ik draaide haar verontwaardigd mijn rug toe.  Ze had gelijk. Ik had moeite met bewegen. Het werd hoe langer hoe moeilijker om als eerste het voedsel te bemachtigen. Er volgde weer een ellenboogstoot. Ik voelde me stilaan als een bonte koe. Of erger nog, een levende boksbal. Vermoeid rolde ik me op en trachtte te slapen. Ze bleef schelden en stompen tot ze zelf te moe werd, veronderstelde ik.  Met een zucht viel ik in slaap.   Ik droomde van een levende machine met armen als tentakels die me stilaan wurgde en voelde échte ademnood. Met een schok werd ik doodsbang wakker. De wurgende tentakels deden nog steeds hun werk. Ze had een lus rond mijn hals gedraaid en sleurde er als een gek aan. Sterren kon ik niet zien, toch ging het heel firmament aan mijn gesloten ogen voorbij. Ik worstelde. Gebruikte mijn vetmassa en mijn laatste kracht om aan de lus te ontsnappen. Ze moest me uiteindelijk lossen. Ik voelde aan mijn beurse keel. ‘Je bent gek!’' hijgde ik nog na. ‘IK?’  krijste ze. ‘Ik weet wel wat je van plan bent!’ ‘Ik ben helemaal niets van plan, gek wijf. Wat bezielt jou?’ Ze kromp samen als een adder voor de aanval. ‘Je wilt me versmachten met je vet!’ Ik bleef mijn eerste reactie herhalen: ‘Je bent gek! Stapelgek!’ Razend ondernam ze een twee poging. Ze was vlug en glad als een aal. Ik, enkel sterk. Sterk en doodsbang!  Vanuit de allereerste gevormde cel kwam het oerinstinct naar boven. Overleven! Met mijn vadsigheid duwde ik haar in een hoek en greep onze voedsel- lus vast met mijn mollige handen. Ik was te sterk, ze moest loslaten. Koelbloedig wond ik de lus rond haar hals en begon te trekken. Het was zij of mij! Kaïn en Abel, helemaal opnieuw. Ze keek me met grote bange ogen aan… tot ze braken. Mijn daad bleef niet onopgemerkt. Rumoer en felle lichten zetten onze gevangenis in lichterlaaie. Ruw werd ik uit de moederschoot bevrijd die ons al die tijd het leven schonk.  Nog zwak van de strijd jammerde ik krachteloos tegen mijn beulen die me zo ruw behandelden. Mijn adem stokte en toch bleef de mishandeling voortduren. Ze ranselden me verder tot ik begon te krijsen. Ik kon terug ademen. IK had gewonnen! En toch voelde het aan als een enorm verlies. ‘Het spijt me.’, prevelde ik in gedachten. Het speet me echt! Ik had graag een zus gehad.   Mijn gedachten keerden terug naar het nu en glimlachte naar de foto aan de muur. Daar hing de reden van mijn bestaan. Misschien zijn mijn twee dochters net als Barnabas, goede moordenaars? Survival of the fittest. Nature finds a way, of puur geluk… Wie zal het zeggen waarom de ene cel overleeft en de andere niet? In alle bescheidenheid. Ik voel me bevoorrecht.  Zijn er nog anderen die mijn mening delen? Vermoedelijk wel, maar waarom houden ze niet op elkaar te bevechten?

Fanny Vercammen
0 0

De first one.

    De overwinnaar, de eerste, de beste, de gefortuneerde. Zonder lauwerenkrans, zonder trofee, zonder oorkonde. Wie zou ooit vermoeden dat ik had gemoord. Gemoord om te overleven. Gemoord had, om te leven. We waren met zovelen. Tweehonderdvijftigduizend, of zo. Waarom ik? Wat heb ik de wereld te bieden dat al die anderen het onderspit moesten delven? Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Niet meer van de jongste, geen genie, geen fotomodel. Niet eens fotogeniek. Wat heb ik tot op heden gepresteerd dat zo belangrijk is? Buiten op deze aardkloot rond lopen. Ik keek naar een foto aan de muur van twee lachende jonge kinderen. Mijn, of beter, onze kinderen. Ik en mijn man hebben er ook moordenaars van gemaakt…   Herinneringen aan een leven hiervoor overspoelden me. In den beginnen. Ja toen. Vertrokken ze, soms met twee. Om ongezien te verdwijnen. In een stroom van bloed. Afgevoerd zoals het rioolwater. Wie zou de volgende zijn? Ik wisselde van gedachten met een lotgenoot.   ‘Wat denk je? Wie gaat de uitverkorene worden?’ ‘Geen idee. Eerlijk gezegd, ik zou het niet erg vinden.’ ‘Wat erg vinden? Te vertrekken of te verdwijnen?’ ‘Maakt me niet uit. Alles is beter dan zo opeengepakt te zitten. Ik wil eens iets anders zien, meemaken. Misschien win ik wel het groot lot?’ Ik lachte. ‘Een optimist! Zo hoor ik het graag.’ Een ander moeide zich in het gesprek: ‘Je hebt optimisten en doordouwers. Ik heb het meer voor de laatste soort. Doordouwers komen er uiteindelijk wel.’ Ik keek haar geringschattend aan. ‘Laat me gissen… jij bent er zo eentje.’ Ze knikte ernstig. Ik laat me door niets van mijn doel brengen. Wat er voor gedaan moet worden, zal gebeuren.’ Ik haalde mijn wenkbrauwen op. ‘Zelfs moord?’ ‘Als dat nodig is.’ antwoordde ze zelfzeker. ‘Jij niet?’ vroeg ze smalend. Ik dacht even na. ‘Ik ben er het type niet voor. Denk ik.’ zei ik onzeker. Er ontstond beroering onder de gelederen. Een golf van opwinding trok plots door de groep. ‘Het is zover!’ riep iemand. Er werd geduwd en getrokken om tot bij de opening te komen. Een groot zwart gat doemde voor me op. Ik werd plotseling opgeslokt door het duister en voortgestuwd tot in een soepele tunnel. Ik hield op met me voort te bewegen. De stilte en het totale duister werkten op mijn zenuwen. Werd ik paranoïde of was ik werkelijk niet alleen? Mijn zenuwen tot het uiterste gespannen, de oren gespitst als een hond, wachtte ik. Daar was het! Als een natte dweil op parket schoof het dichterbij. De nachtmerrie klampte me plots vast. Ik gilde en mijn belager begon te gieren van het lachen. ‘Coucou!’ ‘Ik kende die stem…de doordouwster!’ ‘De optimist!’ klonk het aan mijn zijde. Ze werd opgewonden. ‘We hebben bezoek.’, fluisterde ze. ‘Nu al?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nu al.’, herhaalde ze blij. Met snelle bewegingen kwamen ze dichterbij, tot ze ons konden omringen, binnendringen. Ze verdeelden ons. Maakte ons tot rivalen van elkaar. Ze brachten ons naar de arena. We eisten, we smeekten, we vochten voor een eigen onderkomen in de grot van het leven. Ongenadig werden we aan elkaar geklonken in een hoekje van de kathedraal. Naarmate de tijd verstreek werd de kathedraal een kleine cel. Gelaten verdroeg ik de schimpscheuten, de nijdige porren en de hatelijke opmerkingen van de medegevangene. ‘Je wordt té vet!’ zei ze hatelijk. ‘Ik word niet vet. Ik ben voorbereid op de momenten van schaarste.’ Ze schaterde het uit. ‘Stomme trut! We zijn de belangrijkste spelers! Ze gaan ons écht niet verwaarlozen.’ Ze plaatste een voet in mijn maag die me de adem afsneed. Ik draaide haar verontwaardigd mijn rug toe. Ze had gelijk. Ik had moeite met bewegen. Het werd hoe langer hoe moeilijker om als eerste het voedsel te bemachtigen. Er volgde weer een ellenboogstoot. Ik voelde me stilaan als een bonte koe. Of erger nog, een levende boksbal. Vermoeid rolde ik me op en trachtte te slapen. Ze bleef schelden en stompen tot ze zelf te moe werd veronderstelde ik. Met een zucht viel ik in slaap. Ik droomde van een levende machine met armen als tentakels die me stilaan wurgde en voelde echte ademnood. Met een schok werd ik doodsbang wakker. De wurgende tentakels deden nog steeds hun werk. Ze had een lus rond mijn hals gedraaid en sleurde er als een gek aan. Sterren kon ik niet zien, toch ging het heel firmament aan mijn gesloten ogen voorbij. Ik worstelde. Gebruikte mijn vetmassa en mijn laatste kracht om aan de lus te ontsnappen. Ze moest me uiteindelijk lossen. Ik voelde aan mijn beurse keel. ‘Je bent gek.’, hijgde ik nog na. ‘IK?’ , krijste ze. ‘Ik weet wel wat je van plan bent!’ ‘Ik ben helemaal niets van plan, gek wijf. Wat bezielt jou?’ Ze kromp samen als een adder voor de aanval. ‘Je wilt me versmachten met je vet!’ Ik bleef mijn eerste reactie herhalen: ‘Je bent gek! Stapelgek!’ Razend ondernam ze een twee poging. Ze was vlug en glad als een aal. Ik, enkel sterk. Sterk en doodsbang! Vanuit de allereerste gevormde cel kwam het oerinstinct naar boven. Overleven! Met mijn vadsigheid duwde ik haar in een hoek en greep de lus vast met mijn mollige handen. Ik was te sterk, ze moest loslaten. Koelbloedig wond ik de lus rond haar hals en begon te trekken. Het was zij of mij…Kaïn en Abel, helemaal opnieuw. Ze keek me met grote bange ogen aan… tot ze braken. Mijn daad bleef niet onopgemerkt. Rumoer en felle lichten zetten mijn cel in lichterlaaie. Ruw werd ik uit de cel bevrijd die me al die tijd het leven schonk. Nog zwak van de strijd jammerde ik krachteloos tegen mijn beulen die me zo ruw behandelden. Mijn adem stokte en toch bleef de mishandeling voortduren. Ze ranselden me verder tot ik begon te krijsen. Ik kon terug ademen. IK had gewonnen! En toch voelde het aan als een enorm verlies. ‘Het spijt me.’, prevelde ik in gedachten. Het speet me echt! Ik had graag een zus gehad, maar geen psychopaat.   Mijn gedachten keerden terug naar het nu en glimlachte naar de foto aan de muur. Daar hing de reden van mijn bestaan. Misschien zijn mijn twee dochters net als Barnabas, goede moordenaars. Nature finds a way…

Fanny Vercammen
0 0

Gesprekje tussen 2 terroristen

      Rachid: ‘Vrede zij met u broeder Achmed!’ Achmed: ‘En met u broeder Rachid!’ Rachid: ‘Je ziet er wat opgeblazen uit, Achmed. Teveel couscous gegeten?’ Achmed: ‘Ach zwijg! Het is allemaal de schuld van die uilenkop? Rachid: ‘ Zit die ook al in de organisatie?’ Achmed: ’Teveel bruine Maroc gerookt Rachid?’ Rachid: ‘Wat is dan uilenkop? Achmed: ‘Ander woord voor domkop.’ Rachid: ‘Ik begrijp. Wie is domkop?’ Achmed: ‘Bouzouffa! Rachid: Dus Bouzouffa is uilenkop? Achmed: ‘Ach man, zo’n ezel!’ Rachid: ‘Ik dacht uilenkop?’ Achmed: ‘Rachid je luistert niet!’ Rachid: ‘Rachid luistert altijd! Bouzouffa is ezel met uilenkop.’ Achmed zucht. Achmed: ‘Ook goed.’ Rachid: ‘Wat heeft ezel met uilenkop Bouzouffa gedaan? Achmed: ‘Bouzouffa moest bom maken met TNT.’  Rachid: ‘Wat is TNT?’ Achmed: ‘Is afkorting van trinitrotolueen of TNT.’  Rachid: ‘Wat is tri..tro…u…een? Achmed zucht. Ahmed: ‘Rachid is even dom als uilenkop Bouzouffa. Trinitrotolueen  zijn chemische stoffen om bom te maken. Het molecuul bestaat uit tolueen waarvan de 2 ortho- en de parawaterstofatomen door een NO2-groep zijn vervangen. De stof wordt gemaakt door de aromatische nitrering van tolueen. Rachid: ‘En? Ik niet begrijp… bom niet goed? Achmed zucht nog dieper. Achmed: Achmed was vergeten dat Bouzaffa bakker is. Rachid: ‘Niks mis mee. Is goede bakker. Achmed: ‘Goede bakker, die slecht Nederlands kan; 1-methyl-2,4,6-trinitrobenzeen,           Had gelezen ‘doe hele citroen in methanol, bijeen.            Rachid: ‘Geen goede bom?’ Achmed: ‘Heel mijn leven ligt in nu in de handen van de profeet.’ Rachid: ‘Niet erg, de profeet is wijs, hij zal u belonen. Achmed kwaad: Achmed: ‘Ik ging in naam van Allah als zelfmoordterrorist naar de grote markt. Het was volmaakt; veel volk weinig flikken. Ik gooide de fles tussen het volk en riep Allah Achbar! Iedereen in paniek kijken of ze niet gewond zijn. Plots roept één van de ongelovigen: Gelooft zij Allah! Alle vuile plekken zijn uit mijn beste pak gegaan. De stenen van de grote markt waren als nieuw en roken citroenfris. Rachid: ‘Nee!’ Achmed: ‘Ik kreeg onmiddellijk en contract aangeboden om te gaan werken bij de Stad.  Burgemeester De Wever kwam mij feliciteren en riep mij uit tot Mister Proper van de Koekenstad. Politie is nu bezig met grote schoonmaak in Borgorocco. En mijn vrouw heeft nu meer tijd om te koken. Mijn maag kan niet tegen al dat eten. Ik ben ten dode opgeschreven.   Rachid: ‘Bouzouffa zal nooit het gelaat van de profeet zien. Alle twee: Allah Achbar!”  

Fanny Vercammen
0 0

Vergeten liefde

Vergeten liefdeKaren en Vera kamperen wild met de fiets en de tent in Frankrijk. De avond valt en ze hebben hun tenten aan de rand van een groot meer aan een wildpark opgezet. Het is nog steeds warm. Vera staart over het water, benaderd haar langs achteren en slaat zijn armen rond haar.Karel: ‘Ik heb je.’Vera: ‘Dat had je gedacht.’Karel: ‘Kan je weg? Nee. Dus ik heb je.’Vera: ‘Er is hebben en hebben. Mijn vlees kan je bezitten, maar heb je mijn hart?’Karel: ‘Zou je de benen openen zonder hart aan iemand?’Vera: ‘Was je verliefd op al je andere veroveringen?’Karel: ‘Voor een man ligt dat anders…’Vera: ‘Hoezo? Hebben jullie geen hart?’Karel: ‘Oh jawel. Ken je dat liedje Ik hou van alle vrouwen, mijn hart is veel te groot.?Vera: ‘Van Hans De Booy. Van één mag ik maar houden zo geef ik het maar nooit.’Karel: ‘Dat is niet fair. De één vrouw is de andere niet. Jij bent…’Vera: ‘Anders?’Karel: ‘Jij bent uniek.’Ze draait zich om in zijn armen.Vera: ‘Hoe uniek?’Karel: ‘Kom mee de tent in en ik zal het je laten zien.’Vera: ‘Zo kom je er niet vanaf. Ik wil je woorden horen.’Karel: ‘Je bent mooi.’Vera maakt zich los uit zijn armen en doet een stap achteruit tot in het riet. Langzaam kleedt ze zich voor hem uit.Vera: ‘Beschrijf me.’Karel staart haar aan.Karel: ‘Je bent als een wilde orchidee.’Ze verwijdert haar BH.Karel: ‘Je borsten zijn als rijpe meloenen.’Hij zet een stap naar voor en zij wijkt achteruit.Vera: ‘Ga door.’Ze maakt haar kastanjebruine haren los, stapt uit haar broekje en strekt haar armen uit naar de volle maan.Karel haalt stokkend adem als hij vervolgt:Karel: ‘Je haren vlammen op als een reddende kaars in het duister. Je benen zijn slank en gespierd als een gazelle.’Ze draait zich om en stapt sierlijk verder het riet in. Hij volgt haar als in een droom.Vera: ‘Dat was het?’Karel: ‘Nee. Je beweegt je als een kat. Elke beweging in harmonie en doelbewust.’Vera strekt zich nog eens uit voor ze in het water duikt. Karel duikt haar onstuimig achterna. Ze zwemt een aantal meters voor hem uit.Vera: ‘Je woorden klinken als honing mijn lief. Ben ik de honingpot of de dief?’Lachend duikt ze onder als hij bijna bij haar is. Een hand sluit zich rond zijn been en trekt hem speels naar beneden. Karel gaat kopje onder en probeert haar te grijpen. Ze blijft buiten zijn bereik.Karel: ‘Je bent een kleine feeks.’, proest hij uit.Vera: ‘Dat klinkt niet lief.’, zegt ze met een pruilmondje.Karel: ‘Nee, ik verander van tactiek. Laten we De getemde feeks spelen van Shakespeare.’Vera: ‘Je neemt je verlangens voor bevelen Casanova. Nooit de vrouw bezitten voor je ze plat krijgt. Dichterlijke vrijheid van het vel van de beer.’ , lacht ze uitgelaten.Karel: ‘Goed, dan haal ik mijn buit en trek haar bij de haren tot in de grot en schenk je me heel de nacht genot.’Vera: ‘Kom dan in mijn web, schitterende vlieg. Voel de draad van mijn triomf als Ik je bedrieg.’Karel tracht naar haar toe te zwemmen maar wordt aan zijn voet tegengehouden en gaat terug kopje onder.Vera: ‘Jouw liefde stelt niets voor. Onecht en van korte duur. Wat je drijft hangt tussen je benen. Vrouwen zijn voor jou wegwerpartikelen als je vuur werd geblust. Mijn zus wilde niet meer leven toen je haar verliet!’In paniek voelt Karel de Colsonband rond zijn enkel waaraan een vislijn hangt.Karel: ‘Je zus?’Vera: ‘Jouw kind stierf in haar schoot en je beantwoorde niet eens haar brieven of berichten. Op de dag van haar dood lag je in de armen van een andere vrouw. Ze was de enige die ik nog had na de dood van onze ouders. Aan haar graf zwoer ik haar trouw. Voor haar en al die andere meisjes zal dit water de laatste streling zijn.’Karel: ‘Neeeeeee.’Vera haalt de vislijn aan die onder een boom doorloopt ongenadig aan tot Karel nog juist haar kan zien terwijl hij verdrinkt. Met zijn gezicht onder water waar de laatste luchtbellen uit zijn longen ontsnappen, kust ze hem op zijn blauwe lippen.Vera: ‘Ik ben de dief.’   PersonagesKarel Passers; Intelligent welbespraakt, elegant, playboy, arrogant Vera Deleen; Intelligent, charmant, mooi, doortrapt, haatdragend.  

Fanny Vercammen
0 0

E-bike

  Februari 2016 gaat de geschiedenis in al een van de natste sinds de weerswaarnemingen. Tot zover de correcte weergave van Frank Deboosere. Ik werk niet bij het KMI of Een; voor het kijkpubliek. Mijn manier van verslaggeven zal bijgevolg enigszins anders gekleurd zijn, laat staan, klinken;   ‘Dat grijze kl…weer hangt me danig de strot uit. Als je het mij vraagt moet God er eens een goede loodgieter bij roepen. Na al die jaren en de zure regen zullen de rubberen afsluitstukken aan vernieuwing toe zijn. Als een van onze kranen zo zou lekken hadden we waarschijnlijk al lang gepanikeerd hebben. Zou God ook een rekening krijgen van de Pidpa?   Geachte mijnheer God,   Uw verbruik is de 200 miljoen kubieke liter ruimschoots overstegen. Het spijt ons u mede te delen dat door dit meerverbruik uw tussentijdse facturen gaan stijgen. Binnenkort volgt ook de afrekening voor het jaar 2015. Indien u die niet onmiddellijk kunt betalen, stellen wij voor met een van onze assistenten een spreidingsplan te bespreken.   Hoogachtend   Maar mensen zijn soepel. Af en toe krijgen we een bleekgele bol te zien, die we dan de zon noemen. Vanaf dat hemellichaam de kans krijgt onze hormonen te beïnvloeden, stijgt de serotonine in onze hersenen en beginnen we te dromen. Niet alleen van de zon in mijn geval, maar om er ook optimaal te kunnen van genieten, zonder het slachtoffer te worden van allerlei rugkwalen. Ik had het al helemaal uitgedokterd; ik schaf mezelf een E-bike aan. Dat is iets anders dan de benenwagen en ik geraak er verder en vlugger mee. Geen uitlaatgassen, géén verzekering en een goed alternatief om meer uithoudingsvermogen bij elkaar te sprokkelen. Wind noch steile hellingen zouden me weerhouden, alleen…. de prijs. Prijzen van 3000 euro en meer joegen mijn echtgenoot de kast op….en dat is dan weer niet goed voor de huiselijke harmonie en zijn nekproblemen. Ik had me er al min of meer bij neergelegd om mijn schoenen verder te verslijten, tot ik eergisteren de Rupelkrant in de bus kreeg. Ongeïnteresseerd begon ik er in te bladeren tot op bladzijde 2. Er stond ITEK Magazijnverkoop 19-20-21 februari met kortingen tot 70%. En inderdaad de prijzen zijn meer dan redelijk. Het dichtstbijzijnd filiaal was voor ons te Aarschot. Op kousenvoeten liep ik naar mijn half trouwboekje met de krant in de hand. Met een verleidelijk timbre in de stem: ‘Zoet kijk eens… dat kan misschien interessant zijn om eens een kijkje te gaan nemen.’ Met nadruk op het kijkje. Mijn echtgenoot kijkt me met een wantrouwige blik aan, maar glimlacht. Ik denk bij mezelf: ‘Kalm blijven niet puchen.’ Hij nam de autosleutels vast en ik dacht: ‘Yesssss’ Drie kwartier later stonden we in een enorm magazijn met allerlei fietsen van klein tot groot, van sportief tot gezapig. Een vriendelijk man kwam informeren of hij ons van dienst kon zijn.  Eerste vragen:  ‘ Wat zoekt u en aan welk budget had u gedacht?’ Ondertussen had ik mijn oog al laten vallen op een e-fiets die me qua kleur al beviel. Tijdens de besprekingen schoven we stilletjes op tot we voor een bruin-bronzen fiets stonden. Iets in mezelf zei: ‘Dat wordt hem.’ Ik reed ermee, mijn man reed ermee en… we reden ermee weg. Zogezegd, maar niet zo snel gedaan omdat ons hondje een Golden Retriever in de auto zat. Laten brengen koste al snel 50 euro dus gingen we toch proberen de fiets in onze auto te krijgen. Bovendien had ik voor dat geld bijna en fietstas. De fiets werd onmiddellijk op mijn maat in orde gemaakt en ik begon te neuzen tussen de fietstassen. Als ex-werknemer bij BPost wist ik perfect aan welke eisen deze dienden te voldoen. En ja, ik vond de ideale tas; zonder prijs, naam of nummer. ‘Een toonzaalmodel.’ dacht ik. Bij navraag; één van de duurdere modellen (64), afgeprijsd en met een bod, kreeg ik de fietszak mee voor 45euro. De kleur van de fiets stond de modale mens niet aan en werd goedkoper verkocht. Dit wil 2 dingen zeggen; de mensen hebben geen smaak of er is bij mij een hoek af. Veiligheidshalve hou ik het op het laatste. De koning te rijk gingen we met onze nieuwe aanwinst naar buiten dankzij het bekwaam, goedlachs en vriendelijk personeel; Frank, Bram en Kim die spontaan hielpen om een e-fiets en een Golden Retriever in onze Peugeot 508 te krijgen. De fiets en de auto zijn nog heel en de Golden heeft er geen trauma aan overgehouden. Dankzij de mensen van ITEK.

Fanny Vercammen
0 0

Sunshine

  Het is nog donker wanneer ik de deur open van de woonkamer.Twee fosforescerende ogen kijken me geboeid aan. Ik zie vaag een langer wordende witte streep met aanhangsel. Een witte pluim zwaait op het snelle ritme van een onzichtbare metronoom. Heel de witte gedaante komt op mij af en verhindert verdere stappen. Mijn benen worden door de metronoompluim gegeseld, de witte streep leunt zwaar tegen mijn knieën tot ik me buk en graai in de zachte, warme pels van ons harig familielid. Onze Golden Retriever die de naam Sunshine van mij meekreeg. Ik wou een ‘hondje’ en ging samen met mijn echtgenoot kijken naar een nestje Golden Retrievers. De broertjes en zusjes van een ondeugend hondje lagen samen te doezelen in een grote mand en keken met slaperige oogjes naar de zoveelste bezoeker die soms één van hen meenam. De ondeugende pup liep achter de kweker aan om speels in zijn pantoffels te bijten. De man glimlachte geamuseerd en beval het hondje vriendelijk los te laten. Het beestje keek schalks naar de man en week achterwaarts terug om plaats te maken. De voorlopige baas van het nestje zette de deugniet terug bij de andere pups die zo dicht op elkaar lagen dat het op een kussen leek met vier hoofdjes.Het beestje keek weinig enthousiast naar zijn slaperige broertjes en zusjes die niet wilden spelen, maar de gedaante over hen gebogen slaakte verrukt hoge zachte kreetjes.Benieuwd kroop het beestje voorzichtig over de andere donzen lijfjes tot bij de bron van het geluid. De onbekende stak een hand uit naar de snuffelende jonge avonturier en aaide hem zachtjes. De vrouw werd vervuld met een tederheid die het beestje aanvoelde, aanmoedigde om tot dicht bij haar te komen. Twee handen sloten zich rond het kleine lijfje om hem teder tegen haar borst te houden.De armen voelden warm aan en de pup hoorde het hart, net als bij zijn moeder, geruststellend kloppen. Het zuchtte tevreden en sloot de oogjes om te gaan slapen. Het hondje werd wakker toen een pluche deken hem verder induffelde. Het hoofdje draaide om naar het nestje pups dat verder sliep terwijl de gedaante een paar woorden tegen de kweker zei: “Sunshine. Ik noem hem Sunshine. Zo een vrolijk speels beestje laat me aan het zonnetje in huis denken. Het avontuur begon. Onze nieuwe aanwinst bleek een heel pienter hondje te zijn. Hij kon achteruit lopen, herkende dankzij een aantal koekjes de bench als zijn veilige haven en leerde alleen slapen. Zonder aandacht te geven las ik in stilte een boek tot hij rustig sliep en na drie dagen geduld ging hij probleemloos slapen. Janken deed hij niet en ‘begreep’ binnen de kortste keren een aantal commando’s. Sunshine junior leerde vlot maar werd dikwijls het slachtoffer van zijn enthousiasme met een plasje tot gevolg.Zijn blaas en darmen gingen namelijk sneller dan zijn pootjes de trap konden aflopen.We bezitten een open trap wat voor een dergelijk klein ukje beangstigend moest zijn. De eerste keer dat hij zelf naar beneden liep ging ik hem trap voor trap voor, hem met zachte woordjes en zijn naam aanmoedigend tot hij met zijn pootjes vaste grond bereikte. Dan prees ik hem uitgebreid en gaf hem nog iets lekkers. Eten is voor onze viervoeter altijd een goede drijfveer geweest, wat ons inzicht in zijn psychen vergrootte; hij dacht namelijk na met zijn maag. Sunshine junior wist dat hij alles netjes op sprietelige groen tapijt buitenhuis moest doen, stal ieders hart en maakte geen verschil tussen zijn speelgenootjes; volwassenen, kinderen, honden en zelfs poezen. De kattenliefde bleef spijtig genoeg niet duren toen hij een exemplaar tegenkwam met een antipathie voor honden.De vrolijk kwispelende staart kon de poes niet vermurwen die met ingetrokken nagels hem een paar snelle tikken op de gevoelige neus gaf. Nu nog zal hij een poes gerust laten als ze rustig blijft zitten, maar geblaas of weglopen, maakt zijn jachtinstinct wakker.Een hond dient binnen de twee minuten zijn bak leeg te eten, Sunshine deed het op één en sloeg alle records. Geduldig, zonder schooien bleef hij liggen tot we gedaan hadden met eten en wachtte op het commando om te beginnen eten. Na al die jaren is zijn timing beter; hoort hij het bestek niet meer in de borden, komt hij naast mij zitten en kijkt me veelbetekenend aan. Dan leg ik mijn oor te luisteren en vraag: beetjes?Wat zoveel betekent als brokken en geeft me dan zogenaamd antwoord door in mijn oor te blazen.Lig ik ziek in de zetel, komt hij naast me liggen en komt na een tijdje eens poolshoogte nemen. Doen alsof ik slaap wordt vakkundig onderuit gehaald. Eerst legt hij zijn hoofd op mijn buik, vervolgens op mijn borst en als dat niet helpt steekt hij zijn natte neus in mijn oor. Hij mag niet op de zetels dus af en toe kom ik op zijn mat liggen en kruipt hij dicht tegen me aan, nog het liefst met zijn kont naar mijn gezicht. Als hij losloopt waar het mag moet ik hem zelfs niet roepen, Sunshine houdt netjes zijn baas in het oog en komt als ik “hier” roep. Heeft het geregend dan schudt hij zich in huis niet uit, blijft wachten op de handdoek die hem afdroogt. Juist boven zijn staart heeft hij het liefst. Ondubbelzinnig legt hij dan zijn hoofd en voorpoten op de grond en steekt zijn achterwerk de hoogte in. Een Golden Retriever met een witte vacht, soms als een zwart-wit foto, wanneer hij weer eens in de sloot heeft gezeten. Naar gelang de diepte van het water heeft hij zwarte sokken of een zwart lijf. Gelukkig heeft hij een zelfreinigende pels, wat anders een probleem zou zijn vanwege zijn hekel aan de tuinspuit, maar wel te pas en onpas in een plas gaat liggen als hij het te warm krijgt na het lopen.Geef mijn man of de kinderen mij een knuffel komt hij er kwispelend bijstaan totdat we hem in de kring toelaten. Een echte hechte roedel met mezelf in de hoofdrol. Als donzig klein, speels ding liet hij ons dikwijls lachen. Nu is het ondenkbaar dat hij er niet bij hoort. Zijn liefde onvoorwaardelijk, zijn trouw onwrikbaar en zijn steun onmisbaar. Ik wu een hondje… en kreeg een engel in witte vacht.

Fanny Vercammen
0 0

Het ‘hofke van Eden’.

  Het toeval of een onbesproken wet, heeft mij zeer snel doen inzien, hoe je in het leven staat, invloed heeft op wat je overkomt. Op de radio klonk een gehoorspel en ik wist dat er daarna een quiz was op de Franse zender RTB. Mijn grootvader trok zich na de maaltijden terug in zijn kamer, waar hij heel de dag luisterde naar radiospelletjes waarvoor de deelnemers een grote algemene kennis moesten bezitten. Een tijdverdrijf als een ander. Het stond wel in schril contrast met de jaren daarvoor, toen hij nog een hof bezat ‘van den Akker’. Als het enigszins doenbaar was boerde hij de ganse dag door. De hof was behoorlijk groot; met aardappelen, prei, selder, wortelen, peterselie, kervel en tijdens het seizoen aardbeien. Als kind herinner ik mij nog die dagen tot mijn acht jaar. Daarna werden de ‘hofkes’ opgedoekt om er flats neer te zetten. Van die lelijke blokkendozen die op dat moment zeer gegeerd waren. Ik heb nooit begrepen waarom de moestuintjes moesten verdwijnen. Rond de flatgebouwen bleef nog plaats genoeg over om de grond te bewerken, maar dat zou afbreuk hebben gedaan aan de glooiende groene heuvels, met daartussen een fontein en waterloop, bepaald door een groen minnende architect en waarschijnlijk nog nooit het programma ‘Voor boer en tuinder’ op BRT had gezien.Een deel van mijn jeugd ging, samen met de vruchtbare grond verloren, onder de wielen van een graafmachine. Het indianententje waar ik geen afscheid van kon nemen en toch niet durfde in te gaan. De tipi; geel met rode tekeningen, centraal opgesteld tussen bloemen en rozen, verborg een ongezien gevaar. De lente was er vroeg dat jaar en heel de familie kon genieten van een warme lentezon die niet onderdeed voor de zomer. Als er een buitje viel gingen we schuilen in de zelfgebouwde bungalow van mijn grootvader die dan tevreden in het Frans zijn goedkeuring gaf: “Une bonne petite pluit, c’est bon pour les légumes et la nature.”Tijdens de regen schuilde ik trots in mijn gele tipi tot het zonnetje de wolken had weggebrand. Wist ik veel dat mijn schuilplaats een plaats van verschrikking ging worden. De zomer viel letterlijk en figuurlijk in het water en toch gingen we gewoonte trouw naar ons ‘buitenverblijf’ op het Kiel. Elke droge moment zat ik te spelen in de zon waardoor ik, ook deels door mijn krullen, de naam ‘zigeunerkind’ mee kreeg.Als ik nu in de oude blikken doos, met de afbeelding van een ander Antwerpen, anno 1900, tussen de wit-zwarte foto’s van grootouders en mijn toen prille ouders kijk, vind ik een vergane kleurenfoto van een jong donkerkleurig kind dat met grote bruine ogen zandtaartjes maakt voor een gele kegelvormige tent. Na de natte zomer die tot eind augustus duurde begonnen de eerste veranderingen. Door al die regen was mijn Eden veranderd in een modderpoel vol putjes omdat grootvader zoveel mogelijk groenten had proberen te redden. De tent stond er triestig bij; vol bruine vegen en de stokken stonden niet meer recht omdat het water veel aarde had weggespoeld. Ik nam me voor ze terug op te zetten op een hoger stukje grond. Een gebrom weerhield me om de tentstokken vast te nemen. Geschrokken stapte ik achteruit en bleef vertwijfeld staan. Dit geluid had ik nog nooit gehoord! Gespannen bleef ik luisteren of het gebrom aanhield. Het bleef stilletjes. Op handen en voeten trachtte ik onder de tent te gluren. Zat er iets in? Voor zover ik binnenin kon zien was er niets te zien. Hing het misschien in de nok van de tipi? Maar dan moest ik de tent binnengaan… Ik bleef buiten zitten tot moeder we kwam halen voor koekjes en melk.Toen de hemelsluizen terug open gingen hielden we het voor gezien en gingen terug met de tram naar huis. Het duurde tot de zondag daarop alvorens we terug konden gaan. Tijdens de week was de zon teruggekeerd en de waarnemingen voor het weekend waren veelbelovend.Toen we langs de haag Ligusters, vol kleine welriekende witte bloempjes wandelden, wisten we dat de grond al het overtollige water had opgeslorpt. Het spitten zou gemakkelijker gaan en ik kon mijn plannen ten uitvoer brengen; de tipi verhuizen naar hogere gronden en ze herinrichten. Het houten poortje met weelderige rozen er rond gaf toegang tot mijn speelparadijs. Het was heerlijk om te zien hoe alles zich had hersteld van een Belgische zomer, september kon nog mooie dagen inhouden. Vervuld van geluk liep ik van her naar der om alle kleuren en geuren in mij op te nemen. Waren er nog aardbeien? Kon ik op mijn schommel achteraan het tuinhuis zitten? Was het nestje meesjes al uitgevlogen of zaten de kleintjes nog verscholen tussen de haag? De uitgegraven auto; een lang uitgegraven gat van 50centimeter diep, met in het midden een verhoging en als stuur een wiel van een oude ‘voiture’ (kinderwagen), stond er ook nog steeds. De’ zitbank’ was langs één kant weggezakt, de bezemsteel die de pook moest voorstellen stond, in wat wij nu de vijfde versnelling noemen. Rond de tipi-tent kon je vele kleine gaatjes vinden waarin insecten in –en uitkropen.Het idee om de tent te verzetten kwam goed uit. Ik was insecten wel gewoon, maar had ze toch liever niet té dicht in de buurt. Vooral de stekende soort. De plaats had ik al uitgekozen en netjes geharkt totdat er enkel rulle aarde overbleef, zonder steentjes of takjes.Het gebrom was ik al vergeten tot ik de flappen van de tent opzij trok.Toen…Brak de hel los.Een hele orde wespen vlogen nijdig op uit de tent en binnen de kortste keren kwamen er nog meer uit gaatjes errond tevoorschijn. Gillend ging ik er vandoor en zocht beschutting in de bungalow.Grootvader had heel het gebeuren gezien en kwam even later ook binnen.Moeder was al aan de inspectie ‘extra gaatjes’ in mijn lichaam begonnen. Maar buiten grote schrik had ik er niets aan overgehouden. Ik huilde van verontwaardiging. Waarom kozen de wespen mijn tentje? Nu kon ik er niet meer in spelen!Grootvader aaide eens over mijn bol en ging naast me zitten. In een mengeling van Nederlands en Frans vertelde hij me dat de wespen de tent aanzagen als een enorme gele bloem. Ze hadden er beschutting gevonden voor hun kroost, niet te ver van bloemen en de mesthoop die zich achter de bungalow bevond. Hen verjagen zou resulteren dat ze ergens anders een nestje gingen bouwen. Nu zaten ze op een bekende plaats waar ze alles vonden en niet zouden worden verstoord. Als ik de tent zou mijden had dit het voordeel niet ergens anders te worden aangevallen.De rest van die dag bleef ik mokkend op veilige afstand de wespen gade slaan om tot inzicht te komen dat grootvader gelijk had; ze beleven op dezelfde plaats. Ik kon eindelijk ongestoord op de schommel die tegen de bungalow was aangebouwd. Daarvoor was dit enkel mogelijk in een prille lente. Het tentje is nog twee jaar blijven staan tot de hofjes werden opgedoekt en mijn ouders haalden uit pure wanhoop een televisie in huis.Ik kon nu ook met de andere kinderen de jeugdfeuilletons naspelen, maar het verlies van mijn klein Eden heb ik nooit kunnen verkroppen.Vanaf dat moment nam ik me voor om een eigen huis met een tuin te bezitten dat niemand van je kon afnemen.   Onze kinderen waren bofkonten. Elke keer dat ik ze samen met andere buurkinderen in de hof zag spelen kreeg ik een stukje jeugd terug. Zij hebben nooit iets anders gekend. In stilte hoop ik onze kleinkinderen blootvoets te zien spelen waar grassprietjes tussen hun teentjes jeuken, zonder wespen.

Fanny Vercammen
0 0

Deel III Naam - Opstellen

  Naam – Opstellen Bladzijde 677 en 583 van dezelfde oude Van Dale woordenboek waarvan de blind gekozen woorden ‘naam’ en ‘opstellen’ zijn, sloeg me met verbazing. Waar deel één het belang van een naamkeuze aanhaalt, bevestigd deel twee hoe belangrijk het is om de feiten positief te benaderen.Een heel belangrijk moto, waarachter ik nog steeds volmondig sta: “Je kunt er beter met lachen dan huilen.”In Gods’naam’, een mens kan zich beter positief ‘opstellen’.Om terug te komen op deel één waarin Shakespeare “whats in a name” wordt aangehaald zegt Julia: “What's in a name? That which we call a rose.By any other name would smell as sweet."De roos blijft haar eigenschappen behouden zelfs als we ze niet betittelen als roos. Hoe we ons opstellen in het leven bepalen we zelf.De meest nare gebeurtenissen kunnen met een beetje humor draaglijker worden. Ze worden anekdotes die met veel plezier terug worden verteld. Wat er gebeurde is, net als de roos, niet veranderd. We stellen er ons enkel anders tegenop.Anderzijds mogen we niet blind zijn voor de realiteit.Een kikker blijft een kikker, zelfs als hij gekust word door een prinses.Sprookjes…Het klinkt als een sprookje…En toch. Neem de drie kleine biggetjes die worden geterroriseerd door de grote Boze wolf. Ze leven voortdurend in doodsangst, tot er ééntje bij is die wat slimmer is. De wolf met anorexia kruipt door de schouw en belandt in een kokende pot waarop de sadistische biggetjes onmiddellijk een deksel op leggen en hem tot moes koken.Wat vertellen we ons kinderen toch allemaal?Breng hetzelfde verhaal met een moordenaar, die het huis binnendringt van een gezin dat de wet in eigen hand neemt, en je hebt een horrorverhaal waarin de slachtoffers en dader allen psychopaten zijn.In het sprookje worden de gebeurtenissen als onschuldig met een ‘happy end’ afgeschilderd.In werkelijkheid zou de jury de biggetjes beschuldigen van opzettelijk, vrijwillige doodslag en de wolf een slachtoffer van een ongelukkige jeugd. Laat een kat een kat zijn. Niet moeilijk dat het rechtssysteem niet werkt.      

Fanny Vercammen
0 0

Deeel II - Opstellen

Deel II -Opstellen Blz. 677 1ste kolom – 3de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Op schrift stellen of kanonnen opstellen.Het blijft beperkt tot ‘op schrift stellen’, wat we elk van ons tijdens onze schoolgaande jaren al eens moest maken.Meestal werd die opgave, waar ik enthousiast op reageerde, door de meeste van mijn klasgenootjes lauw ontvangen. Het dictee was minder mijn dada. Meestal worstelde ik met dt-uitgangen en het voorlezen door de meester of juf van oneindig trage zinnen, die dan nog eens herhaald werden voor slechte luisteraars en trage schrijvers. Halverwege het dictee kwam de verveling al achter de hoek kijken, wat resulteerde in verminderde aandacht en juistheid van de geschreven woorden. Nee, de eindeloos debiele herhalingen van de woorden, bijvoorbeeld ‘uit-ver-ko-ren-nen’ werden, alsof het nog niet genoeg was door sommigen van ons nagelipt, lieten me twijfelen, terwijl iedereen weet dat je eerste idee gewoonlijk het juiste is.Opstellen, boekbesprekingen, jaarwerken van al dan niet zelf gekozen onderwerpen, vond ik helemaal niet erg. Maar het liefst opstellen, om mijn fantasie de vrije teugel te geven. In het derde leerjaar van het Basisonderwijs kreeg onze klas de opgave een opstel ‘woensdagnamiddag’ te maken. Zo als elke woensdagnamiddag, meestal na het huiswerk, zat ik met mijn neus in boeken of strips. Die namiddag las ik ‘De Dolle Musketiers’ door Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske en Wiske.Een strip gebaseerd op de ‘Drie Musketiers’ van Alexandre Dumas. Geestdriftig ging ik helemaal op in het verhaal en besloot na de laatste bladzijde, waarop Wiske het einde aankondigde met knipoog, besloot ik de degens te kruisen met mijn onschuldige poppen. Omdat een degen toen niet tot het verantwoord speelgoed beantwoorde, moest ik het doen met een ijzeren regel. Dat kon de pret niet bederven zoals ik woest zwaaiend alle stoïcijnze uitdagers neerstak. De regel was best zwaar voor wat een Florentijnse degen moest voorstellen en tot mijn grote tevredenheid vielen de poppen als vliegen. De lijfwachten van de valse kardinaal lagen zieltogend op de grond en net als mijn striphelden salueerde ik met een laatste sierlijke boog de gesneuvelden… en de Chinese vaas die op de schoorsteenmantel stond. Waar al mijn vijanden zonder een kik te laten het onderspit delfden, brak de vaas met veel vertoon en het nodige lawaai. Mijn moeder twijfelde tussen een hartaanval en een appelflauwte. De regel werd in beslag genomen en het eerste half uur stond ik, aan de grond genageld, ons ma haar verwijten aan te horen. Toen het donderen begon weg te trekken ging ik met hangend hoofd terug naar mijn kamer om alsnog het opstel te maken.Met de gebeurtenissen nog vers in mijn geheugen en een rood hoofd begon ik mijn avonturen neer te pennen. Je problemen wegschrijven heet dat nu. Het resulteerde in een komisch drama waarvoor de toenmalige lerares mij prompt uitriep als beste schrijfster van alle opstellen. Ik mocht het zelfs voorlezen voor mijn klasgenootjes! Zo fier als een pauw liet ik mijn punten en het commentaar van de juf aan pa en ma zien.De scheve blik van moeder temperde wel mijn trots, maar vader schaterde het uit en prees me oprecht. Zo kwam ik tot het besef dat humor een opgelooflijk wapen is én je breekt er geen vazen mee.      

Fanny Vercammen
0 0

Deel I Naam

Deel I Naam Blz. 583 2de kolom – 7de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Daar stond het; mijn muze. Een woord vol betekenissen, om al wat materieel, personen, ideeën en het grote onbekende te benoemen.‘What’s in a name’ schreef William Shakespeare in zijn lyrisch oeuvre; ‘Romeo and Juliette’. Meteen het antwoord geven zou afbreuk doen aan de lijn van het verhaal.Het geven van een naam kan zoveel kanten uit. Het kan verheffen of vergruizen, een vloek of een zegen zijn. Een ding is zeker; het dragen van een naam geeft de bezitter ervan een gezicht, een stem en een plaats op deze overbevolkte aardbol. Sommige namen schrijven geschiedenis. Een rare uitdrukking, vindt u niet?Is het niet de geschiedenis van het individu dat de naam laat voortleven als heersers, machtswellustelingen, genieën of heiligen, welke held of monster wordt? De overwinnaars na oorlogen, de beste redenaars, de slimsten of de besten werden, soms Post Mortem, vereerd de geschiedenis in te gaan als 'Very Inportant People'. Gezicht en de onvermijdelijke naam om te vervloeken, te koesteren en aanbidden. Zelfs eeuwen na de bezitter overleed, kan de klank ervan ontzag inboezemen, weerzin, bewondering….De reacties zijn even legio als de ‘wapenfeiten’ van de man of vrouw in kwestie. In ieder van ons zit verlangen. Verlangen om naam te maken. We willen de middelmatigheid overstijgen. Acteurs, auteurs, regisseurs gebruiken ronkende namen in de hoop dat ieder bescheiden succes hun bekendheid laat toenemen. Eens verwerft, openen de deuren van onsterfelijkheid. Wetenschappers, al dan niet wiskundigen hopen de wetten van de natuur in formules samen te vatten, te ontsluieren te onderwerpen en toe te passen. Meestal vredelievende ideeën die uiteindelijk een totaal ander doel kregen, omdat de mens, na ongeveer vijdfuizend jaar beschaving, zijn oorsprong niet kon verloochenen. De mensaap die zich handhaafde door indringers of mededingers naar de gunsten van het vrouwelijk exemplaar, neer te knuppelen en in het beste geval, te verjagen. De Egyptenaren lieten niets aan het toeval over om de eeuwigheid in te gaan om hun plaats in de geschiedenis te verzekeren. Of de eeuwigheid te ambiëren, gaande van mummificeren en balsemen toe te passen, tot het scheppen van beelden, monumenten, schrift, liederen en muziek. En als dat niet lukt dan schuiven we het over een andere boeg; het hiernamaals. Met al deze inzichten gecomfronteerd besefte ik het belang van de naam.De naamkeuze voor de pasgeborene wordt zo geen sinécure.Stel je voor dat je kind geschiedenis gaat schrijven, dan is het kiezen van de naam toch belangrijk?Misschien zit er wel een Einstein, een Michelangelo of Newton in, de pas gevormde grijze massa, van hun hoofd?Die onzekerheid hé…Kun je dan je kind opzadelen met namen als Jefke, Lotje of Pietje?Er is helemaal niets mis met deze namen, maar sommige combinaties kunnen écht niet. Neem nu; ‘Lotje Getikt geeft vanavond een uiteenzetting van het belang van zwarte gaten voor toekomstige ruimtereizen om de grenzen van ons heelal te bereiken door aangepaste quantummechanica.’Zelfs door eerst de familie- en dan de voornaam te wisselen lijkt het nergens naar. Een befaamd geneeskundige, met een naam als Pietje Dedood, boezemt weinig vertrouwen in. Een nieuwe Da Vinci; schilder, beeldhouwer, uitvinder en homo, zal nooit uit de kast komen als Vies Jefke.Goed, in ons geval zat de achternaam snor. Ghersin en Vercammen zijn gangbare, zo niet saaie achternamen in de het tweede geval.Ghersin Ludovicus bekt zelfs beter dan Athena Vercammen. Mijn echtgenoot heeft alleszins een meer gevleugelde naam dan vercammen, waar in Antwerpen de stenen met zijn geplaveid. Van Italiaanse bloede afkomstig kon mijn half trouwboekje gerust zijn in welke voornaam dan ook. Toch kozen we voor goede Vlaamse namen als Emmy en Inge.Een hele geruststelling voor de toekomst of de eeuwigheid… als dat het geval mocht zijn.  

Fanny Vercammen
0 0

Kerststress.

  Ieder jaar hetzelfde liedje.Een gewoonte, die ik eerlijk gezegd zelf heb aangemoedigd; de familie en soms ook vrienden bij ons thuis.Cadeautjes, gezelligheid en… moeder kookt.De stress zorgde voor de broodnodige adrenaline. De laatste twee jaar stonden de twee dochters aan mijn zij om elk iets van het diner te maken. De oudste maakt meestal een voortreffelijke soep, de jongste een verrukkelijk dessert en voor het hoofdmenu sta ik garant. De voorafjes worden meestal gezamenlijk gemaakt onder het toezicht van de vader des huizes die de moeilijke taak van het keuren op zich neemt. Waarschijnlijk nog een erfenis van onze voorouders wanneer de mannen op jacht gingen en de prooi kozen. Sommige gewoonten zijn nu eenmaal moeilijk af te leren. Alle restjes worden, letterlijk en figuurlijk, vingervlug weggewerkt tijdens de eerste ‘hongertjes’ tot alles netjes én vlotjes op het plateau past. Alle voorbereidingen nemen één à twee dagen in beslag. Het uitgebreid verorberen vier uur… Mijn eeuwige dankbaarheid gaat naar de uitvinder van ‘ons Marie’; respectievelijk de vaatwasmachine.- Stil maar doeltreffend wordt de hoop afwas deskundig af gewassen om via een Chinese vrijwilliger terug in de kast te belanden. Klokslag twaalf uur en ondergetekende vertoont de eerste tekenen van vermoeidheid. Gelukkig zijn er cadeautjes, zoentjes en knuffels om de endorfines aan te zwengelen. Een half uur en twee glazen Cava later zijn ze uitgewerkt en met pure wilskracht houd ik mijn ogen open om gezellig na te keuvelen of een spelletje te spelen én om de één of andere reden altijd verlies.Het is gezellig… en ik, denk aan mijn bed.Als de bedstede uiteindelijk mijn uitgeputte lichaam en geest ontvangt laat de slaap op zich wachten. “Oververmoeid”, zegt de medicijnvrouw in mij.Maar dit jaar worden de tradities aan de kant de kant geschoven. Er zal over gesproken worden, misschien minachtend worden beoordeeld, zelfs veroordeeld!Ongenadig houd ik het been stijf en blijf ongevoelig voor alle smeekbeden. We eten gourmet!  

Fanny Vercammen
0 0

Riffen zonder vissen

  Zonder de zon zouden we niet bestaan.Onze Aarde zou een dode planeet zijn in een ‘oneindig’ kille ruimte.Dankzij die vurige bol en de geschikte plaats dat onze planeet heeft weten te bemachtigen.Niet te ver weg om te bevriezen en niet te dichtbij, zoals Mars. Wat hebben we nog nodig om de oersoep te maken? Water. In de zee ontwikkelden zich de eerste organismen van eencellige wezens die na een paar miljard jaar evolueerden met een hoger bewustzijn.Heeft God ons geschapen? Nee, dat geloof ik niet. Waar ik wel van doordrongen ben is dat we onnoemelijk veel geluk hebben gehad dat alle voorwaarden voorhanden waren om leven te ontwikkelen.Zonder slag of stoot is het voortbestaan van een soort niet gegaan.Twee belangrijke aspecten hebben er aan meegewerkt; de voortplanting en angst. Die laatste emotie zorgde er voor dat een soort zich aanpaste om te overleven. Slag- en scherpe tanden, stekels, vergif, platen en kragen ter bescherming. Kolossale dieren die op elkaar inbeukten met horens en klauwen. De planten deden hiervoor niet onder; grootte, omtrek, stekels, vergif en parasiteren behoorden al tot hun arsenaal. Onder elkaar werd er ongenadig gestreden om het meeste licht en ze moesten zich nog verdedigen tegen de vraat –en verniel zucht van de fauna. Hadden de omstandigheden zich kunnen handhaven was het onwaarschijnlijk dat dit artikel werd gelezen, laat staan geschreven.De natuur had een duwtje nodig om alles beter te ‘tunen’.Een zetje in de rug door een enorme asteroïde.Niet het uit de kluiten gewassen steentje was de oorzaak van de ommezwaai.Wat het veroorzaakte na de impact - zo een vijfenzestig miljoen jaar geleden - werd desastreus voor al wat groeide, bloeide, loeide of gromde. Tsunami’s, schokgolven, vulkaanuitbarstingen en het opgeworpen stof na de inslag werd de zwanenzang voor de toenmalige reuzen. Omdat de zon niet kon doordringen tot in de biosfeer stierven de planten af. De herbivoren vonden geen voedsel meer en de carnivoren zagen na verloop van tijd ook hun vleesvoorraad verdwijnen en stierven de hongerdood.Al wat klein was kreeg eindelijk de mogelijkheid om uit hun schuilplaatsen te komen; de voorouders van alle zoogdieren.De ‘verfijning’ was begonnen en de mensachtigen kregen ongeveer vier miljoen jaar geleden hun kans om het podium te bestijgen.De humanoïden hadden een grote voorsprong dankzij hun groeiende grijze massa en hun aanpassingsvermogen. Zij konden abstract denken en vooruitplannen! Die mogelijkheden lieten toe dat de Homo Sapiens Sapiens de aarde veroverde. En hoe! De vrouwtjes werden monogaam en dankzij die trouw waren de mannetjes zeker van nakomelingen die hun genen erfden. Mensen gingen niet langer in stamverband leven. Ze verkozen familie en zoveel duizenden jaren later scheidde koppels met hun kinderen zich af van de rest van de familie. Ze gingen alleen wonen en de weg naar individualiteit werd gelegd.Daar zit nu juist het probleem van onze huidige samenleving. Waar eerst een hele stam en daarna de familie meehielpen bij het grootbrengen van de kinderen, bleef er alleen ma en pa over. Beide ouders gingen na verloop van tijd uit werken en het kroost werd uit handen gegeven of leerde op zichzelf te leven.Bijgevolg; stress voor alle kampen en gebrek aan zekerheid. Alle relaxatie – en meditatie therapieën ten spijt groeit het ongenoegen en zelfmoorden zienderogen. Willen we een hoger bewustzijn bereiken, dan kan deze enkel als we terug leren samenleven. De ouders gerust zijn in hun spruiten en de kinderen steeds op iemand kunnen terugvallen om zich veilig te voelen.Daar kan geen strekking of geloof tegen op!De manier van leven van onze voorouders heeft er toe bijgedragen dat we zo succesvol werden. Miljoenen jaren van wederzijdse zorg laat zich niet zo vlug onderdrukken.Socialisering is levensnoodzakelijk voor het algemeen welzijn. We moeten terug leren leven met familie, groepen, soortgenoten en uiteindelijk met heel de wereld bevolking. We zitten nu eenmaal allemaal in hetzelfde schuitje; die groenblauwe bol waarop alle leven ontstond ‘against al odds’.  

Fanny Vercammen
0 0

De euh-dingen.

  Het geeft niet of het koud of warm is. Dag of nacht maakt ook geen verschil. Met een vingerknip krijg ik het gevraagde. Vijf bladen die op roeispanen lijken, zorgen ’s zomers voor een heerlijke bries zonder één raam te openen. Bij grote hitte draaien de wieken met de klok mee, waar decennia van windmolens enkel gevolg kunnen geven aan de windrichting, kan ik tijdens de winter door de draairichting te veranderen de warmte beter verdelen. Wordt de zon vervangen door de maan, trek ik simpelweg aan een messing koordje om verder te lezen. Vier gerichte lichtbundels die het verschil maken tussen dag en nacht. Onmisbaar om mijn schrijftalent tijdens de lange winteravonden aan te scherpen. Niets dan voordelen dacht ik. Was het niet dat moeder natuur er ook aanspraak op wou maken. Bij niet gebruik trok het blinkende koordje de aandacht van menig gevleugelde kleine wezens. Nu, ik heb niets tegen die vliegende schepsels, tenzij ze het onderwerp van hun aanbidding besmeuren met hun uitwerpselen. Hierdoor de koperen glans definitief fnuikend.Maar, dankzij het menselijk vernuft, stond ik niet weerloos tegenover deze hooligans. Een zowel effectieve als milieuvriendelijke oplossing waarvan onze grootouders dankbaar gebruik maakten. Toegegeven, het is niet altijd simpel de sierlijke krul te ontvouwen; zonder zelf het slachtoffer te worden van de kleverige substantie waarmee het is ingesmeerd. Het cilindervormige doosje wordt steeds vergezeld door een duimspijker die in dit geval geen enkel nut had. Er zat niets anders op dan het ophanglusje van de papieren kurkentrekker te verlengen met een koordje dat ik aan de messing trekker vastbond. Het was een succes. Al wat enigszins kon vliegen kwam op bezoek om aan hun einde te komen.Wel, veertig centimeter laag hangend pakkend en plakkend spul heeft, u raadt het al, nadelen.Elk moment van onoplettendheid wordt op dezelfde manier bestraft waarmee de tientallen vliegende boosdoeners aan hun einde komen. Stofdoeken, haren en reikende vingers blijven soms per ongeluk kleven in het kerkhof van lijm. Zeer vervelend en toch blijf ik hardnekkig volhouden tot de winter intreedt en me verlost van de kleine kwelduivels en hun stroperig graf.  

Fanny Vercammen
0 0

Publicaties

Nieuw Leven (wordt verwacht: Dodengids)

Dood uit het verleden

(wordt verwacht: toneelstuk "Van narren, troubadours, dames, heren, ridders en nonnen"