Melanie Huyghe

Over Melanie Huyghe

Creatieve duizendpoot met zeer werkzame hersenen. Schrijven is gedachten ordenen, energie kanaliseren, rust.

Opleiding

Licentiaat in de Taal- en Letterkunde, Romaanse talen (Frans-Italiaans)

Master in de Bedrijfscommunicatie

Geaggregeerde voor het secundair onderwijs

Diverse schrijfcursussen bij Wisper en Creatief Schrijven

 

Teksten

Afscheid

Ik dacht dat je terug zou komen… Ochtend - vroeg Ik kwam de trap af en liep de keuken in. Slaperig nog. Op de tafel bij het raam zag ik je favoriete mok, die met de gele tulpen die we kochten in zo’n protserige souvenirwinkel aan het station van Amsterdam - Centraal. Ze was nog half gevuld met koffie die kleine wolkjes dampte. Dat je nog niet lang weg kon zijn, bedacht ik. Misschien zat je gewoon op het toilet. Misschien was je aan het bellen in de tuin. Snel at ik een kom inspiratieloze cornflakes met melk, dronk een glas water. Ongewassen, zonder mijn tanden te poetsen en in jogging ging ik boodschappen doen. Na amper een halfuur was ik weer thuis.  Jij was er nog steeds niet. De koffie was intussen koud geworden. Ochtend – later Ik maakte me klaar om te gaan werken. De beker koffie liet ik staan, vlak naast de sanseveria. Het bruine randje in het witte porselein liet zien tot waar je voor jezelf had ingeschonken. Het palet van groen, geel, bruin en wit bood een troosteloos stilleven.  Middag Ik kon me niet concentreren, zag quasi elke minuut passeren op de klok van mijn laptop. Zou je al terug zijn? Vooravond Vroeger dan gewoonlijk vertrok ik van kantoor, wendde het excuus van hoofdpijn aan. Het huis was leeg. Avond Gedachteloos at ik een diepvriespizza op de bank. Iets in de stijl van Dr Oetker met vier kazen. De tv stond op stil. Mijn hersenen registreerden de bewegende beelden niet. Nog steeds hoopte ik dat je terug zou komen, dat je de deur zou openen en naast me zou komen zitten. Dat je mijn hand zou nemen. Dat we samen tv zouden kijken. Dat ik mijn hoofd op je schouder zou leggen. Dat we af en toe naar elkaar zouden glimlachen. Dat we vooral niet zouden praten. Ik hoefde geen uitleg. Nacht Slapen kon ik niet. Vooral voor mezelf deed ik alsof. Eigenlijk lag ik wezenloos naar het plafond te staren, maar dan met mijn ogen dicht.  Af en toe tastte ik naast me. Je lag er niet. Pas toen ik de kerkklok middernacht hoorde slaan, gaf ik het op. Ik realiseerde me dat het echt was. Je kwam nooit meer terug.

Melanie Huyghe
20 0

Winterdip

De wereld lag verstopt onder een dikke deken, al weken en weken en weken aan een stuk. Elke dag kleurde de hemel Vijftig Tinten Grijs. Lichtgrijs met lange, donkergrijze strepen. Muisgrijs met zwarte lijnen. Zwartgrijs met kleine, witte wolkjes. Altijd, altijd weer die variaties op wit-grijs-zwart. Als een foto uit lang vervlogen tijden.  Elke ochtend opnieuw hoopte ze op De Opklaring. Buiten en in haar hoofd. Ze wilde weten dat de zon nog bestond en zich, al was het maar heel even, wat lichter voelen.  Nu voelde ze zich zuurstofloos, als een roos onder een stolp. Op automatische piloot ging ze door de dagen. Ze leefde overlevend, forceerde zichzelf hoogstens tot een blokje om met de hond die ze niet had.                                                                                                                    Ze sliep amper. In het donkerste, nachtelijkste zwart werd ze verzwolgen door cyclisch gepieker, steeds weer dezelfde duistere gedachten die in het lichtgrijs van de dag weliswaar in kracht afnamen, maar nooit volledig verdwenen.                                                                         Ze wilde wegkruipen in bed, zich ingraven en oneindig slapen. Ze wenste dat ze dat egeltje was dat ze onlangs in het park onder een laag bladeren had gezien. Net als dat kleine diertje wilde ze pas ontwaken bij de eerste lentezon. 

Melanie Huyghe
12 0

Eendjes vissen

Kleine Josefien was nog nooit op de kermis geweest. De flikkerende lichtjes en de schreeuwerige muziek overvielen haar. Ze werd er heel stil van.  Wat wil je eerst doen? vroeg papa. Josefien antwoordde niet. Nochtans wist ze dat ze eendjes kon vissen en dat er een schietkraam was. Papa had verteld over het lunapark met kleine en grote knuffelberen en over de machine met gratis lolly’s. Ze had zich de botsautootjes voorgesteld waar ze samen met papa in wilde. Thuis leek alles zo leuk. Nu verstijfde ze.  Wat is er, Josefien? Vind je het niet fijn hier?  Ze deed haar handen over haar oren en hurkte ineen, haar ogen kneep ze stijf dicht. Ze voelde zich angstig, overweldigd door al die flitsende kleuren en geluiden.  Papa streelde over haar rug. Rustig maar. Wil je eendjes vissen?  Hij tilde haar op en droeg haar naar het viskraam. Daar waren nog kinderen. Ze zag zelfs Lina, een vriendinnetje van school, maar bleef zwijgend in papa’s armen. Vijf keer tien eendjes, alsjeblieft. Papa kreeg een hengel en een mandje. Met haar handen nog steeds over haar oren keek Josefien naar de kleurrijke eendjes die in een rijtje voorbij dobberden en naar de overdaad aan speelgoed. Ze had gehoopt op een brandweerauto. Die zag ze niet, maar de clownspop op de tweede rij leek haar ook wel leuk. Ze wees ernaar, nog steeds zonder iets te zeggen, en legde daarna direct weer haar hand op haar oor. Papa knikte.  Voor die clown moet je 60 punten verzamelen. Probeer de blauwe eendjes te vissen, die tellen elk voor 10 punten mee.  Hij reikte haar de hengel aan. Eindelijk deed ze haar handen van haar oren. Met het puntje van haar tong uit haar mond deed Josefien haar uiterste best om eendjes te verzamelen. Heel geconcentreerd hengelde ze er tien bij elkaar. Ze stak haar volle mandje uit naar de foorkramer.    Rood is vijf maal drie is vijftien, geel is acht maal vijf is veertig, blauw is tien maal twee is twintig. Vijftien plus veertig plus twintig is vijfenzeventig. De eerste en de tweede rij, meneer.  Papa lachte naar haar. Josefien lachte terug. De vrolijke clown kon mee naar huis. Ze was haar angst vergeten.  

Melanie Huyghe
18 0

Dante Alighieri op zaterdagochtend

Deze ochtend, zo rond halfnegen, stond ik in pyjama de deurmat te stofzuigen. Plots was ze daar: mijn eerste Grote Existentiële Gedachte. Is dit het nu maar? Is het leven niets meer dan to do-lijstjes afwerken en leuke dingen doen? Is het één grote “bezighouderij” op repeat tot het plots of minder plots gedaan is?  Ik schrok ervan, deed instinctief een stap achteruit. Shit, dacht ik, dit lijkt wel het begin van een midlife crisis.  Nu moet je weten dat ik pas 39 ben. Er zijn zelfs nog drie volle maanden vooraleer ik een nieuwe voordeur krijg. Ik vind mezelf nog lang niet oud, maar zeker ook niet jong meer.  Ik voel me mossel noch vis.  Eerlijk? Die midlife crisis had ik nu nog niet verwacht. Ik verwachtte eigenlijk er nooit één te krijgen. Ik ben namelijk best tevreden met mijn leven. Mijn job en financiën zijn op orde en mijn relatie zit goed. Bovendien heb ik een lieve familie, enkele betrouwbare vrienden en interessante hobby’s. Geen reden tot klagen, zou je zeggen. Toch? Maar goed. Het is wat het is. De vraag is nu : wat moet ik ermee?  Als ik een man was geweest, zocht ik me misschien een jongere vrouw. Zo’n blonde bimbo met dikke borsten, lange nagels en een dikke laag plamuur op het gezicht. Zo’n Kim Kardashian look-a-like uit de boekskes.  Helaas. Biologisch gezien ben ik een vrouw en identificeer ik me ook als zodanig. Bovendien voel ik me 100% hetero. Een jongere vrouw zoeken is voor mij dus geen optie en een jongere man zegt me niet veel. In de relatie met mijn 11 jaar oudere partner ben ik eerder zijn midlife crisis want ik ben die jongere, blonde vrouw. Helaas ben ik half werk want over dikke borsten en de looks van Kim Kardashian beschik ik niet.   Misschien moet ik dan toch maar een tattoo overwegen? Op zich is dat geen slecht idee. Alleen weet ik niet goed wat en waar. Wie me kent, weet dat ik nu niet bepaald van de impulsieve beslissingen ben. Ik besluit dan ook nog wat te wachten.   Plots schiet de eerste zin van Dante’s Divina Commedia door mijn hoofd: Nel mezzo del cammin di nostra vita, mi ritrovai per una silva oscura. Misschien sta ik in de schaduw van één grote boom en blijft het bij die zaterdagse gedachte. Misschien verdwaal ik steeds verder in een groot en donker woud en worden mijn gedachten steeds complexer.   Wordt ongetwijfeld vervolgd...

Melanie Huyghe
21 2

Hittegolf

Wanneer spreekt men in België van een hittegolf? Ik plukte een definitie van de website van het KMI : “Het KMI spreekt van een landelijke hittegolf wanneer de maxima in Ukkel gedurende minstens vijf opeenvolgende dagen tenminste 25 graden halen (zomerdagen), waarbij op minstens drie dagen 30 graden gehaald wordt (tropische dagen).”                                Algemene hysterie treedt dan op. In het nieuws wordt de hittegolf uitgebreid besproken. Jonge kinderen en ouderen moeten in het oog te houden. In bejaardentehuizen draagt het personeel voetbadjes en ijsjes aan. Gegarandeerd is er ook een journalist die aan de kust badgasten interviewt over hun strategie om het warme weer draaglijk te houden. In Griekenland lachen ze hiermee. Met deze definitie leven de Grieken van pakweg begin juni tot eind september onafgebroken in een hittegolf. Pas als het kwik richting 40 graden gaat voor enkele opeenvolgende dagen nemen ze het woord “kafsona” (hittegolf) in de mond. Als de “kafsona” toeslaat, moet een bezige Belgische als ik noodgedwongen haar activiteiten aanpassen. Met enige creativiteit ontdekte ik dat er best wel wat opties zijn met een hoog vakantiegehalte. Je kan de hele dag in bed of in de zetel blijven met een ventilator op je lijf. Af en toe slof je naar de frigo voor een glas koud water en herhaal je zuchtend dat het warm is. Een betere optie is naar het strand te rijden. Met de scooter sta je in een dik halfuur aan wat toeristen de “Atheense Riviera” noemen. De strandjes zijn niet de mooiste van het land, maar er is schaduw en verkoeling van de zee. Dan handel je als volgt: je gaat het water in om af te koelen. Vervolgens laat je jezelf opdrogen op een strandlaken terwijl je wat soest of leest. Als je het weer te warm krijgt, herhaal je dit proces tot je er genoeg van hebt. Als je geen zin hebt in strand zijn er de verschillende shoppingcentra waar je in de gekoelde lucht kan winkelen of mensen kijken. Ook in Jumbo, een soort van Action maar dan groter en (nog) goedkoper, kan je terecht. Het duurt minstens 30 minuten voor je alle gangen hebt doorlopen. Ben je dan nog onvoldoende afgekoeld? Koop dan een ijsje uit de diepvries die strategisch aan de kassa staat opgesteld. De cafetaria van supermarkt Sklavenitis is een andere mogelijkheid. Het is er koel en rustig. Je kan er de hele middag zitten lezen met een drankje van 1 euro zonder dat iemand je wegjaagt.   De plek met dé beste airco van Athene is echter Ikea. Na een wandeling in de showroom en/of in het warenhuis kan je uren vertoeven in het restaurant met een goed boek of een podcast. De refill voor frisdrank en water kost 2 euro én er is uitzicht op de Acropolis. Beter wordt het niet, toch?

Melanie Huyghe
27 1

Frappé

Het is amper 9u ’s morgens en al 1000 graden in de schaduw. Ik ben gehuld in een enkellang, katoenen kleed met lange mouwen. Op mijn gezicht kleeft een dikke laag factor 50+. Geregeld duw ik mijn zonnebril iets hoger op mijn neus. Met mijn nieuwe hoed van 57 cm diameter en lint heb ik iets van een Aziatische vrouw.  Te voet haal ik het net tot de lokale koffiebar op het einde van de straat. De vaste klanten zijn op post. Ze zitten op het voetpad naast elkaar. Ze kijken mensen, lurken af en toe aan het rietje van hun koude koffie of drinken een slok water. Als steeds word ik vriendelijk begroet : “Kalimera, ti kanete? Goedendag, hoe gaat het met u?”. Ik antwoord wat van me wordt verwacht: “Kala, esis? Goed, en u?”. Ik schuif aan bij de bar voor mijn vaste bestelling: een deca frappé zonder suiker met een beetje amandelmelk. Soms vraag ik er een beetje cacaopoeder op. Dat mijn favoriete drankje erg 80’s is en cacaopoeder er eigenlijk niet op hoort, trek ik me al lang niet meer aan. Ik vraag ook nog “ena neraki, een halfliterflesje water” van een halve euro.  Ik plof neer in de rij op de stoep. De oude man naast me stelt zich voor als Konstantinos of afgekort Kostas. Hij maakt zich vrolijk in het voederen van de vogeltjes. Van een broodkorst pielt hij kruimeltjes die hij naast zijn voeten gooit. Mussen doen zich tegoed. Eentje waagt zich zelfs tot op zijn tafeltje. Dat het zijn kleine vriend is, zegt Kostas,  dat het vogeltje elke dag bij hem komt eten.  Ik doe mijn best om te zitten en te blijven zitten. Lang, heel lang. Met maar één drankje. Want dat mag in Griekenland.  

Melanie Huyghe
16 1

Water

Vrijdagochtend, 6u22.                                                                                                                 Net als op alle andere weekdagen werkte Lea 60 lengtes af. Met haar een handvol andere fanatiekelingen. Ze zwom 25 meter heen en 25 meter terug in een soepele crawl met tussendoor een goed ingeoefend keerpunt. Ze voelde zich als een muis in zo’n loopwiel dat doet denken aan het reuzenrad op de kermis, maar dan zonder pretparkvibe. Zouden muizen zichzelf die monotone beweging opleggen net als zij? Zouden ook zij die routine nodig hebben om niet gek te worden?  Dat ze eigenlijk veel verder wilde dan die 25 meter, vertelde ze aan niemand. Ze verlangde naar eindeloos zwemmen, slag na slag, met om de drie slagen een gecontroleerde ademhaling. Ze hoopte zichzelf zo langzaam uit te wissen. Ze wilde verdwijnen uit het hier en nu, overgaan in een parallel universum zonder gedachten. Er zou enkel water zijn met happende, stille monden en langzame, zwemmende bewegingen.   60. Lea tikte de rand van het bad aan. Ze duwde zichzelf op haalde haar spullen uit de locker. Bijna vergat ze haar eurostuk.  Zwijgend droogde ze zich af. Op de grond van het kleine hokje lagen een klit lange, zwarte haren en een verdwaalde pleister met nog wat bloed. Ze walgde. De chloorgeur en de warme, vochtige lucht maakten haar draaierig. Ze haastte zich naar buiten en hapte naar adem. Ze voelde de frisse ochtendlucht in haar longen.   Ze bedacht dat ze morgen naar zee zou rijden. Ze wilde het open water in. 

Melanie Huyghe
24 1